STOWATERINFOOTJES
WATER
“De grote uitdaging is niet wat we moeten doen, maar hoe we het voor elkaar krijgen”
De nieuwste editie van Water Governance heeft als centraal thema ‘Uitvoeringskracht’, een thema dat ook in de nieuwe strategienota van STOWA een belangrijke rol speelt. In zijn bijdrage aan deze uitgave van WG betoogt STOWA-directeur Mark van der Werf dat de watersector voor een fundamentele omslag staat: “De belangrijkste vraag is niet langer wat er moet gebeuren, maar hoe we de enorme wateropgaven van de komende decennia met de beschikbare mensen en middelen kunnen realiseren.”
"Bij STOWA ontwikkelen we kennis om waterbeheerders te helpen hun werk beter te doen", zegt Van der Werf. "Dat is al 55 jaar onze missie. Het vormt de basis van onze nieuwe strategienota Effect in Uitvoering.” Tijdens de voorbereiding van die strategie sprak STOWA met waterbeheerders, bestuurders, kennispartners en mensen buiten de watersector. Op de vraag waar zij wakker van liggen, kwam één antwoord opvallend vaak terug: uitvoeringskracht. "De vraag is niet meer alleen welke maatregelen nodig zijn, maar vooral of we ze met de beschikbare mensen en middelen nog kunnen realiseren."
Grote verbouwing
Volgens Van der Werf wordt dat misschien wel het duidelijkst zichtbaar in de afvalwaterketen. Nederland telt ruim driehonderd rioolwaterzuiveringsinstallaties, waarvan ongeveer de helft de komende jaren ingrijpend moet worden gerenoveerd of vervangen. Tegelijkertijd komen er nieuwe eisen vanuit de Kaderrichtlijn Water en de herziene Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Ook vragen klimaatneutraliteit, energiebesparing, grondstoffenterugwinning en digitale weerbaarheid om forse investeringen. “Dat is veel meer dan een onderhoudsopgave. We staan aan de vooravond van een grote verbouwing van de afvalwaterketen.”
Concurrentie
Daar komt bij dat de sector steeds vaker moet concurreren met netbeheerders, Rijkswaterstaat, gemeenten en Defensie om dezelfde aannemers, ingenieurs en technische specialisten. Volgens Van der Werf is geld uiteindelijk waarschijnlijk niet de grootste beperking. “Mijn gevoel zegt dat Nederland deze investeringen kan betalen. De grotere vraag is of we voldoende capaciteit hebben om alles daadwerkelijk uit te voeren.” Juist daarom ziet hij een nieuwe rol voor STOWA. Naast kennis over technologie en waterkwaliteit wil de kennisorganisatie zich nadrukkelijker richten op kennis die de uitvoering ondersteunt. “De hoe-vraag wordt steeds belangrijker. Welke kennis helpt waterbeheerders om projecten slimmer te organiseren en beter uitvoerbaar te maken?”
Intensievere samenwerking
Die kennis kan volgens hem gaan over standaardisatie, modulair bouwen, slimmer programmeren van investeringen of beter assetmanagement. Door beter inzicht in de staat van installaties en leidingen kunnen keuzes beter worden onderbouwd en hoeven niet alle assets tegelijkertijd te worden vervangen. Maar uitvoeringskracht is volgens Van der Werf niet alleen een technische uitdaging. “Het is evenzeer een organisatorisch en bestuurlijk vraagstuk. Hoe werken we samen? Hoe richten we onze inkoop in? En hoe zorgen we dat kennis sneller wordt gedeeld?” Hij verwacht dat de omvang van de opgaven vraagt om intensievere samenwerking tussen waterschappen onderling én met de markt. “Echt samenwerken betekent soms ook dat je bereid moet zijn een stukje autonomie los te laten. Dat is niet altijd eenvoudig, maar wel noodzakelijk als we de wateropgaven van de komende decennia willen realiseren.” Juist op dat snijvlak van kennis, samenwerking en uitvoering wil STOWA de komende jaren een rol spelen. Niet door op de stoel van bestuurders te gaan zitten, maar door waterbeheerders te ondersteunen met kennis die helpt om plannen daadwerkelijk uitgevoerd te krijgen.
STOWA-dag over kennisdoorwerking: het rapport is af, en dan…?
Het rapport is af, en dan…? Die vraag vormde de rode draad op de STOWA-dag ‘Aan de slag met kennisdoorwerking’, die plaatsvond op 25 juni. Zo’n tachtig professionals togen voor die bijeenkomst naar Kontakt der Kontinenten in Soesterberg. STOWA zet zich de komende jaren extra in om ervoor te zorgen dat STOWA-kennis waterbeheerders zo goed mogelijk helpt bij de praktische uitvoering van hun werk.
Kennisdoorwerking is een centraal thema in de STOWA-strategie voor 2026-2032 ‘Effect in uitvoering’. STOWA-directeur Mark van der Werf verwoordde het uitgangspunt van de jaarlijkse STOWA-dag als: “Kennis bundelen, onze kennissen bedanken en kennis een duwtje richting de praktijk geven. Daarbij gaan we de komende periode naast inhoudelijk waterbeheer extra rekening houden met factoren als organisatie en gedrag. De menselijke maat dus.”
Organisatieadviseur Coen Smit en Mariette Graafland, waterstrateeg bij Haskoning, faciliteerden de STOWA-dag. ’s Middags kwamen er verschillende sprekers die aandacht vroegen voor het centrale thema. Zo deelden Marian Booltink van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en Oscar van Dam van STOWA hun praktijkervaring met de kennisdoorwerking van een aantal STOWA-rapporten. Antropoloog Phebe Kloos nam het publiek mee in de verschillende dimensies van kennisdoorwerking, namelijk psychologie, antropologie en sociologie.
Elke wateropgave is ook een sociale opgave
Antropoloog Phebe Kloos, werkzaam bij Waterschap Vallei en Veluwe, vertelde uit eigen ervaring dat het na het opleveren van een rapport soms ineens angstvallig stil is. “Dat hoeft niet altijd te liggen aan de fantastische onderbouwing of technologische innovatie. Het kan ook stil blijven, omdat een rapport onvoldoende aansluit bij de beleefwereld van een individu, de gemeenschap of de maatschappij”, aldus Kloos. Volgens haar is elke wateropgave óók een sociale opgave. “De opgave waarvoor het Nederlandse waterbeheer staat, is technisch, ruimtelijk, maar ook sociaal. Het helpt als we meer oog hebben voor die invalshoek, als belangrijk ingrediënt voor de succesvolle realisatie van een oplossing of innovatie.” Waterschap Vallei en Veluwe heeft de afgelopen tijd samen met een aantal waterschappen, drinkwaterbedrijven en onderzoeksinstituten aan een sociale kennisagenda gewerkt en nodigde STOWA uit om daaraan mee te doen.
Alle ballen in de lucht houden
Dat niet alle onderzoeken direct worden opgepakt, heeft ook te maken met het feit dat veel waterbeheerders veel ballen tegelijk in de lucht moeten houden. De STOWA-dag werd daarom ludiek afgesloten door jongleur Huub Cooijmans. Hij leerde de aanwezigen met een speciale oefening dat als je een bal van iemand anders wil vangen, je wel oog moet hebben voor die ander. Het heeft geen zin om een bal te gooien naar iemand die net de andere kant op kijkt. Een prachtige metafoor voor het op het juiste moment aanbieden van STOWA-onderzoek.
In memoriam Joost Heijkers
Op 21 juli jl. overleed Joost Heijkers, op 51-jarige leeftijd. STOWA leerde Heijkers kennen als een zeer gedreven hydroloog en waterschapper, iemand die als geen ander de brug wist te slaan tussen wetenschap en praktijk. Hij las internationale waterliteratuur en was daardoor vaak eerder en beter dan velen van zijn collega’s op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen. Als waterschapper kon hij de praktische bruikbaarheid daarvan direct inschatten. Zo werd hij de aanjager van tal van innovatieve projecten en ontwikkelingen. Joost was een man vol ideeën, misschien zelfs visionair, omdat hij al vroeg een scherp beeld had van het belang van monitoring, aardobservatie, data en modellen voor het waterbeheer voor alle waterbeheerders en adviesbureaus in Nederland.
Joost heeft veel voor STOWA gedaan en betekend. Zo was hij (mede)initiator van STOWA-producten als Meteobase, de Waterschadeschatter, het programma SAT Water en van de operationalisering daarvan binnen hWh-verband. Hierdoor kwamen satellietdata over verdamping, bodemdaling en bodemvocht voor heel Nederland beschikbaar. Het zijn stuk voor stuk zaken die vandaag de dag actueler zijn dan ooit.
Joost geloofde heilig in de waarde van het Nederlands Hydrologisch Instrumentarium als verbindend instrument voor alle hydrologen in Nederland en trok er hard aan om dat voor elkaar te krijgen. Ook leverde hij bijdragen aan Slim Watermanagement, het Weer Informatie Waterbeheer (WIWB) en de Landelijke Informatieservice Bodemvocht en Verdamping (LIBV). Met al deze producten legde hij ook de basis voor het door de Europese Commissie gesteunde project PCP WISE, waaraan hij tot het laatst verbonden was. Maar ook begaf hij zich op terreinen die verder van de zuivere hydrologische inhoud lagen, zoals het meenemen van onzekerheid in communicatie en besluitvorming.
NWB Bank sponsort ‘Zuivering van de Toekomst’
Het onderzoek- en ontwikkelingsprogramma ‘Zuivering van de Toekomst’ van STOWA heeft een bijdrage ontvangen van de Nederlandse Waterschapsbank (NWB). In dit programma wordt een compleet nieuw zuiveringsconcept ontwikkeld dat influent tot herbruikbaar water zuivert op een energieneutrale, klimaatneutrale en circulaire manier. “Wij zijn blij met de steun van de NWB Bank”, zeggen STOWA-directeur Mark van der Werf en Patrick Blom, voorzitter van de stuurgroep ‘Zuivering van de Toekomst’.
De rioolwaterzuivering van 2050 is energie- en klimaatneutraal en levert volop circulaire grondstoffen. Er stroomt bovendien gezuiverd water uit dat aan strenge kwaliteitseisen voldoet en geschikt is voor hergebruik. Dat is de heldere ambitie van de Nederlandse waterschappen. Maar net zo helder is de conclusie dat dat met de huidige rwzi’s niet haalbaar is. De rioolwaterzuivering moet energie-efficiënter. Het gezuiverde rioolwater, het effluent, moet minder stikstof en fosfor bevatten. En ook het verwijderen van lastige microverontreinigingen zoals geneesmiddelresten, pesticiden of microplastics, moet beter. Het doel in 2050 is een honderd procent circulaire, energie- en klimaatneutrale rwzi waar hoogwaardig gezuiverd water uitstroomt.
Voor deze ‘Zuivering van de Toekomst’ is een ander concept nodig, concludeerde projectinitiator energie- en klimaatneutraliteit Gijs van Pruissen van Waterschap Aa en Maas. Hij verzamelde een groep collega-experts om zich heen om na te denken over de vraag hoe een rwzi eruitziet die wel aan alle ambities kan voldoen wanneer je start met een ‘blanco papier’. De groep meedenkers dijde al snel uit met experts vanuit inmiddels tien andere waterschappen en kreeg steun van STOWA. Van Pruissen: “Waterschappen worstelen allemaal met deze vraag en omdat de markt hier momenteel nog geen passend antwoord op heeft, nemen we nu zelf het initiatief. Met onze zoektocht borduren we voort op eerdere initiatieven, zoals het project Waterfabriek2.0 in Wilp.”
“Met onze steun aan het onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma Zuivering van de Toekomst investeren we in een innovatieve aanpak die bijdraagt aan een toekomstige energieneutrale, klimaatneutrale en circulaire aanpak voor afvalwaterzuivering. Dit past naadloos bij de missie van NWB Bank om de publieke sector te ondersteunen in haar transitie naar een duurzame en waterbewuste samenleving. Door bij te dragen aan technieken die hergebruik van water mogelijk maken, versterken we niet alleen de waterketen, maar ook de maatschappelijke impact waar wij als bank voor staan”, aldus Elvira Eurlings, Chief Capital Markets and Lending Officer (CCLO).
> Lees meer over de Zuivering van de Toekomst in dit artikel in STOWA Ter Info 96.
Eerste resultaten programma ‘Omgaan met Zout’
Door droge zomers neemt de verzilting van grond- en oppervlaktewater toe. Hoe gaan we daarmee om? Om die vragen te kunnen beantwoorden, startte in 2025 het onderzoeksprogramma Omgaan met Zout. Het programma onderzoekt met name hoe het zit met de verzilting in relatie tot de landbouw, droge en natte natuur. Onlangs kwam er een nieuwsbrief uit, met een toelichting op de resultaten tot nu toe.
De eerste resultaten laten zien dat sterk verhoogde zoutconcentraties in het bodemvocht ook in Nederland voorkomen. Verder is gebleken dat droogte en zoutstress verschillend doorwerken in gewasgroei. De effecten van zout op aquatische natuur blijken niet eenduidig te zijn en zijn sterk afhankelijk van andere factoren. Tot slot zijn er aanwijzingen dat verzilting mogelijk ook positieve effecten heeft op natuur.
Het programma bestaat uit vier werkpakketten die betrekking hebben op een specifiek deel van het onderzoek: zout in bodemvocht, zouttolerantie in landbouwgewassen, zout & terrestrische natuur en zout & aquatische natuur. Een vijfde werkpakket onderzoekt op basis van de uitkomsten van de onderzoeken uit deze werkpakketten de praktische handelingsperspectieven voor belanghebbenden. Meer informatie over het programma en de afzonderlijke werkpakketten vind je op de STOWA-programmapagina. Het programma wordt de komende jaren verder verdiept met veldmetingen en met lab-, kas- en mesocosmexperimenten. Over deze experimenten werd op 1 september jl. een webinar gehouden.
Het programma Omgaan met zout wordt gefinancierd door de ministeries van VVN en I&W, RWS, STOWA en daarnaast de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Friesland, de hoogheemraadschappen Rijnland, Delfland, Schieland en Krimpenerwaard, en de waterschappen Wetterskip Fryslân, Scheldestromen, Hollandse Delta, Zuiderzeeland, en Brabantse Delta en gemeente Schouwen-Duiveland.
Onderzoek naar alternatief beheer van oevers en watergangen
Op 1 april 2025 is voor de waterschappen de gedragscode soortenbescherming bestendig beheer en onderhoud vastgesteld. Deze geldt voor een periode van vijf jaar. In de aanloop naar een nieuwe gedragscode laat STOWA, met subsidie van LVVN, onderzoek doen naar klepelen en een alternatieve beheerstrategie: de zogenoemde habitatbenadering, die veel waterschappen al langer toepassen. Dit onderzoek richt zich specifiek op het beheer en onderhoud van oevers en watergangen.
Waterschappen beheren ruim 225.000 km watergangen, ruim 17.500 km waterkeringen, ongeveer 7.500 km wegen, gemalen, waterbergingen, etc. Voor onderhoudswerkzaamheden die een negatief effect kunnen hebben op beschermde soorten, moeten ze een vrijstelling aanvragen van verbodsbepalingen die zijn opgenomen in uiteenlopende (inter)nationale wetten en regels. Dat kan via een vergunning. Maar voor standaardwerkzaamheden maakt men meestal gebruik van een gedragscode. Met deze ‘Gedragscode soortenbescherming voor de Unie van Waterschappen’ voorkom je dat je voor standaardwerkzaamheden iedere keer opnieuw een nieuwe vergunning moet aanvragen bij de provincie.
Habitatbenadering
Als vertrekpunt werkt de huidige gedragscode met soortgebonden maatregelen. Praktisch betekent dit dat waterschappen voorafgaand aan de werkzaamheden onderzoek doen naar de aanwezigheid van beschermde soorten, als basis voor het opstellen van werkprotocollen per werkgebied. Omdat waterschappen een omvangrijk werkgebied hebben, gaat het om een zeer grote inspanning. Mede om die reden werken waterschappen op veel locaties volgens een afwijkende aanpak: de habitatbenadering. De habitatbenadering houdt niet alleen rekening met plekken waar soorten voorkomen; ook op plekken waar (nog) geen beschermde soorten voorkomen, wordt geschikt habitat gespaard. Omdat als vertrekpunt rekening gehouden wordt met de aanwezigheid, kan volstaan worden met een lichtere onderzoeksinspanning. De aanname is dat de habitatbenadering nieuwe kansen biedt voor beschermde (en overige) soorten. Een tweede aanname is dat de lichtere onderzoeksinspanning geen negatief effect heeft op populaties van beschermde soorten. Naar beide aannames is echter onvoldoende onderzoek gedaan.
Alternatieve aanpak
Het ministerie van LVVN staat niet onwelwillend tegenover de alternatieve aanpak, maar wil de garantie dat deze ten minste evengoed werkt als de oude benadering. Vandaar dat in dit 4-jarige onderzoek de habitatbenadering voor oevers en watergangen vergeleken gaat worden met de traditionele soortgerichte aanpak die de basis vormt voor de huidige gedragscode. Naast de habitatbenadering wordt in het 4-jarige onderzoek ook gekeken naar de ecologische schade als gevolg van verschillende maaimethodes in relatie tot effectiviteit en veiligheid. In de huidige gedragscode is een verbod op klepelmaaien opgenomen. Dit geeft echter problemen in de uitvoering, hogere kosten en mogelijk ook gemiste kansen vanuit de ecologie. Immers, met gebruik van een klepelmaaier kan de maaifrequentie omlaag, kunnen maaimomenten worden uitgesteld en kan zwaardere vegetatie worden beheerd. Daarom onderzoekt men ook hoe klepelen zich verhoudt tot andere maaimethodes. Ten slotte wordt onderzocht hoe verschillende onderzoeksmethoden naar beschermde soorten zich tot elkaar verhouden.
STOWATERINFOOTJES
Nieuwe editie
Water Governance
‘Uitvoeringskracht’
STOWA-dag over kennisdoorwerking:
het rapport is af, en dan…?
In memoriam
Joost Heijkers
NWB Bank sponsort ‘Zuivering van de Toekomst’
Eerste resultaten programma ‘Omgaan met Zout’
Onderzoek naar alternatief beheer van oevers en watergangen
WATER
“De grote uitdaging is niet wat we moeten doen, maar hoe we het voor elkaar krijgen”
De nieuwste editie van Water Governance heeft als centraal thema ‘Uitvoeringskracht’, een thema dat ook in de nieuwe strategienota van STOWA een belangrijke rol speelt. In zijn bijdrage aan deze uitgave van WG betoogt STOWA-directeur Mark van der Werf dat de watersector voor een fundamentele omslag staat: “De belangrijkste vraag is niet langer wat er moet gebeuren, maar hoe we de enorme wateropgaven van de komende decennia met de beschikbare mensen en middelen kunnen realiseren.”
"Bij STOWA ontwikkelen we kennis om waterbeheerders te helpen hun werk beter te doen", zegt Van der Werf. "Dat is al 55 jaar onze missie. Het vormt de basis van onze nieuwe strategienota Effect in Uitvoering.” Tijdens de voorbereiding van die strategie sprak STOWA met waterbeheerders, bestuurders, kennispartners en mensen buiten de watersector. Op de vraag waar zij wakker van liggen, kwam één antwoord opvallend vaak terug: uitvoeringskracht. "De vraag is niet meer alleen welke maatregelen nodig zijn, maar vooral of we ze met de beschikbare mensen en middelen nog kunnen realiseren."
Grote verbouwing
Voor directeur Mark van der Werf was 2025 het eerste volledige jaar waarin hij directeur was van STOWA. Het was naar zijn zeggen een intensief jaar. “We waren bezig met het uitzetten van de koers voor de komende jaren via de nieuwe strategienota. We werkten verder aan een grote hoeveelheid zeer uiteenlopende waterdossiers. Daarbovenop was er een breed palet aan organisatorische opgaven.” Hij noemt daarbij onder meer de overstap van pensioenfonds, het op orde brengen van contracten (met name in het kader van de Wet DBA) en de interne verhuizing van het kantoor (van de vierde naar de derde etage).
Van der Werf benadrukt in het jaarverslag de grote betrokkenheid en inzet van het gehele STOWA-team: “Op vrijwel alle werkterreinen speelde er van alles tegelijk. Met elkaar draaiden we meer dan vierhonderd projecten. Ondertussen hadden we te maken met personele wisselingen en persoonlijke omstandigheden. Desondanks heeft STOWA geleverd. We hebben onze positie in het waterkennisveld verder versterkt. Er werden bijna vijftig onderzoeksrapporten afgerond en we organiseerden tachtig bijeenkomsten en kennissessies voor waterbeheerders.”
Concurrentie
Voor directeur Mark van der Werf was 2025 het eerste volledige jaar waarin hij directeur was van STOWA. Het was naar zijn zeggen een intensief jaar. “We waren bezig met het uitzetten van de koers voor de komende jaren via de nieuwe strategienota. We werkten verder aan een grote hoeveelheid zeer uiteenlopende waterdossiers. Daarbovenop was er een breed palet aan organisatorische opgaven.” Hij noemt daarbij onder meer de overstap van pensioenfonds, het op orde brengen van contracten (met name in het kader van de Wet DBA) en de interne verhuizing van het kantoor (van de vierde naar de derde etage).
Van der Werf benadrukt in het jaarverslag de grote betrokkenheid en inzet van het gehele STOWA-team: “Op vrijwel alle werkterreinen speelde er van alles tegelijk. Met elkaar draaiden we meer dan vierhonderd projecten. Ondertussen hadden we te maken met personele wisselingen en persoonlijke omstandigheden. Desondanks heeft STOWA geleverd. We hebben onze positie in het waterkennisveld verder versterkt. Er werden bijna vijftig onderzoeksrapporten afgerond en we organiseerden tachtig bijeenkomsten en kennissessies voor waterbeheerders.”
Intensievere samenwerking
Voor directeur Mark van der Werf was 2025 het eerste volledige jaar waarin hij directeur was van STOWA. Het was naar zijn zeggen een intensief jaar. “We waren bezig met het uitzetten van de koers voor de komende jaren via de nieuwe strategienota. We werkten verder aan een grote hoeveelheid zeer uiteenlopende waterdossiers. Daarbovenop was er een breed palet aan organisatorische opgaven.” Hij noemt daarbij onder meer de overstap van pensioenfonds, het op orde brengen van contracten (met name in het kader van de Wet DBA) en de interne verhuizing van het kantoor (van de vierde naar de derde etage).
Van der Werf benadrukt in het jaarverslag de grote betrokkenheid en inzet van het gehele STOWA-team: “Op vrijwel alle werkterreinen speelde er van alles tegelijk. Met elkaar draaiden we meer dan vierhonderd projecten. Ondertussen hadden we te maken met personele wisselingen en persoonlijke omstandigheden. Desondanks heeft STOWA geleverd. We hebben onze positie in het waterkennisveld verder versterkt. Er werden bijna vijftig onderzoeksrapporten afgerond en we organiseerden tachtig bijeenkomsten en kennissessies voor waterbeheerders.”
STOWA-dag over kennisdoorwerking: het rapport is af, en dan…?
Het rapport is af, en dan…? Die vraag vormde de rode draad op de STOWA-dag ‘Aan de slag met kennisdoorwerking’, die plaatsvond op 25 juni. Zo’n tachtig professionals togen voor die bijeenkomst naar Kontakt der Kontinenten in Soesterberg. STOWA zet zich de komende jaren extra in om ervoor te zorgen dat STOWA-kennis waterbeheerders zo goed mogelijk helpt bij de praktische uitvoering van hun werk.
Kennisdoorwerking is een centraal thema in de STOWA-strategie voor 2026-2032 ‘Effect in uitvoering’. STOWA-directeur Mark van der Werf verwoordde het uitgangspunt van de jaarlijkse STOWA-dag als: “Kennis bundelen, onze kennissen bedanken en kennis een duwtje richting de praktijk geven. Daarbij gaan we de komende periode naast inhoudelijk waterbeheer extra rekening houden met factoren als organisatie en gedrag. De menselijke maat dus.”
Organisatieadviseur Coen Smit en Mariette Graafland, waterstrateeg bij Haskoning, faciliteerden de STOWA-dag. ’s Middags kwamen er verschillende sprekers die aandacht vroegen voor het centrale thema. Zo deelden Marian Booltink van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en Oscar van Dam van STOWA hun praktijkervaring met de kennisdoorwerking van een aantal STOWA-rapporten. Antropoloog Phebe Kloos nam het publiek mee in de verschillende dimensies van kennisdoorwerking, namelijk psychologie, antropologie en sociologie.
Elke wateropgave is ook een sociale opgave
Antropoloog Phebe Kloos, werkzaam bij Waterschap Vallei en Veluwe, vertelde uit eigen ervaring dat het na het opleveren van een rapport soms ineens angstvallig stil is. “Dat hoeft niet altijd te liggen aan de fantastische onderbouwing of technologische innovatie. Het kan ook stil blijven, omdat een rapport onvoldoende aansluit bij de beleefwereld van een individu, de gemeenschap of de maatschappij”, aldus Kloos. Volgens haar is elke wateropgave óók een sociale opgave. “De opgave waarvoor het Nederlandse waterbeheer staat, is technisch, ruimtelijk, maar ook sociaal. Het helpt als we meer oog hebben voor die invalshoek, als belangrijk ingrediënt voor de succesvolle realisatie van een oplossing of innovatie.” Waterschap Vallei en Veluwe heeft de afgelopen tijd samen met een aantal waterschappen, drinkwaterbedrijven en onderzoeksinstituten aan een sociale kennisagenda gewerkt en nodigde STOWA uit om daaraan mee te doen.
Alle ballen in de lucht houden
Dat niet alle onderzoeken direct worden opgepakt, heeft ook te maken met het feit dat veel waterbeheerders veel ballen tegelijk in de lucht moeten houden. De STOWA-dag werd daarom ludiek afgesloten door jongleur Huub Cooijmans. Hij leerde de aanwezigen met een speciale oefening dat als je een bal van iemand anders wil vangen, je wel oog moet hebben voor die ander. Het heeft geen zin om een bal te gooien naar iemand die net de andere kant op kijkt. Een prachtige metafoor voor het op het juiste moment aanbieden van STOWA-onderzoek.
In memoriam Joost Heijkers
Op 21 juli jl. overleed Joost Heijkers, op 51-jarige leeftijd. STOWA leerde Heijkers kennen als een zeer gedreven hydroloog en waterschapper, iemand die als geen ander de brug wist te slaan tussen wetenschap en praktijk. Hij las internationale waterliteratuur en was daardoor vaak eerder en beter dan velen van zijn collega’s op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen. Als waterschapper kon hij de praktische bruikbaarheid daarvan direct inschatten. Zo werd hij de aanjager van tal van innovatieve projecten en ontwikkelingen. Joost was een man vol ideeën, misschien zelfs visionair, omdat hij al vroeg een scherp beeld had van het belang van monitoring, aardobservatie, data en modellen voor het waterbeheer voor alle waterbeheerders en adviesbureaus in Nederland.
Joost heeft veel voor STOWA gedaan en betekend. Zo was hij (mede)initiator van STOWA-producten als Meteobase, de Waterschadeschatter, het programma SAT Water en van de operationalisering daarvan binnen hWh-verband. Hierdoor kwamen satellietdata over verdamping, bodemdaling en bodemvocht voor heel Nederland beschikbaar. Het zijn stuk voor stuk zaken die vandaag de dag actueler zijn dan ooit.
Joost geloofde heilig in de waarde van het Nederlands Hydrologisch Instrumentarium als verbindend instrument voor alle hydrologen in Nederland en trok er hard aan om dat voor elkaar te krijgen. Ook leverde hij bijdragen aan Slim Watermanagement, het Weer Informatie Waterbeheer (WIWB) en de Landelijke Informatieservice Bodemvocht en Verdamping (LIBV). Met al deze producten legde hij ook de basis voor het door de Europese Commissie gesteunde project PCP WISE, waaraan hij tot het laatst verbonden was. Maar ook begaf hij zich op terreinen die verder van de zuivere hydrologische inhoud lagen, zoals het meenemen van onzekerheid in communicatie en besluitvorming.
NWB Bank sponsort ‘Zuivering van de Toekomst’
Het onderzoek- en ontwikkelingsprogramma ‘Zuivering van de Toekomst’ van STOWA heeft een bijdrage ontvangen van de Nederlandse Waterschapsbank (NWB). In dit programma wordt een compleet nieuw zuiveringsconcept ontwikkeld dat influent tot herbruikbaar water zuivert op een energieneutrale, klimaatneutrale en circulaire manier. “Wij zijn blij met de steun van de NWB Bank”, zeggen STOWA-directeur Mark van der Werf en Patrick Blom, voorzitter van de stuurgroep ‘Zuivering van de Toekomst’.
De rioolwaterzuivering van 2050 is energie- en klimaatneutraal en levert volop circulaire grondstoffen. Er stroomt bovendien gezuiverd water uit dat aan strenge kwaliteitseisen voldoet en geschikt is voor hergebruik. Dat is de heldere ambitie van de Nederlandse waterschappen. Maar net zo helder is de conclusie dat dat met de huidige rwzi’s niet haalbaar is. De rioolwaterzuivering moet energie-efficiënter. Het gezuiverde rioolwater, het effluent, moet minder stikstof en fosfor bevatten. En ook het verwijderen van lastige microverontreinigingen zoals geneesmiddelresten, pesticiden of microplastics, moet beter. Het doel in 2050 is een honderd procent circulaire, energie- en klimaatneutrale rwzi waar hoogwaardig gezuiverd water uitstroomt.
Voor deze ‘Zuivering van de Toekomst’ is een ander concept nodig, concludeerde projectinitiator energie- en klimaatneutraliteit Gijs van Pruissen van Waterschap Aa en Maas. Hij verzamelde een groep collega-experts om zich heen om na te denken over de vraag hoe een rwzi eruitziet die wel aan alle ambities kan voldoen wanneer je start met een ‘blanco papier’. De groep meedenkers dijde al snel uit met experts vanuit inmiddels tien andere waterschappen en kreeg steun van STOWA. Van Pruissen: “Waterschappen worstelen allemaal met deze vraag en omdat de markt hier momenteel nog geen passend antwoord op heeft, nemen we nu zelf het initiatief. Met onze zoektocht borduren we voort op eerdere initiatieven, zoals het project Waterfabriek2.0 in Wilp.”
“Met onze steun aan het onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma Zuivering van de Toekomst investeren we in een innovatieve aanpak die bijdraagt aan een toekomstige energieneutrale, klimaatneutrale en circulaire aanpak voor afvalwaterzuivering. Dit past naadloos bij de missie van NWB Bank om de publieke sector te ondersteunen in haar transitie naar een duurzame en waterbewuste samenleving. Door bij te dragen aan technieken die hergebruik van water mogelijk maken, versterken we niet alleen de waterketen, maar ook de maatschappelijke impact waar wij als bank voor staan”, aldus Elvira Eurlings, Chief Capital Markets and Lending Officer (CCLO).
> Lees meer over de Zuivering van de Toekomst in dit artikel in STOWA Ter Info 96.
Eerste resultaten programma ‘Omgaan met Zout’
Door droge zomers neemt de verzilting van grond- en oppervlaktewater toe. Hoe gaan we daarmee om? Om die vragen te kunnen beantwoorden, startte in 2025 het onderzoeksprogramma Omgaan met Zout. Het programma onderzoekt met name hoe het zit met de verzilting in relatie tot de landbouw, droge en natte natuur. Onlangs kwam er een nieuwsbrief uit, met een toelichting op de resultaten tot nu toe.
De eerste resultaten laten zien dat sterk verhoogde zoutconcentraties in het bodemvocht ook in Nederland voorkomen. Verder is gebleken dat droogte en zoutstress verschillend doorwerken in gewasgroei. De effecten van zout op aquatische natuur blijken niet eenduidig te zijn en zijn sterk afhankelijk van andere factoren. Tot slot zijn er aanwijzingen dat verzilting mogelijk ook positieve effecten heeft op natuur.
Het programma bestaat uit vier werkpakketten die betrekking hebben op een specifiek deel van het onderzoek: zout in bodemvocht, zouttolerantie in landbouwgewassen, zout & terrestrische natuur en zout & aquatische natuur. Een vijfde werkpakket onderzoekt op basis van de uitkomsten van de onderzoeken uit deze werkpakketten de praktische handelingsperspectieven voor belanghebbenden. Meer informatie over het programma en de afzonderlijke werkpakketten vind je op de STOWA-programmapagina. Het programma wordt de komende jaren verder verdiept met veldmetingen en met lab-, kas- en mesocosmexperimenten. Over deze experimenten werd op 1 september jl. een webinar gehouden.
Het programma Omgaan met zout wordt gefinancierd door de ministeries van VVN en I&W, RWS, STOWA en daarnaast de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Friesland, de hoogheemraadschappen Rijnland, Delfland, Schieland en Krimpenerwaard, en de waterschappen Wetterskip Fryslân, Scheldestromen, Hollandse Delta, Zuiderzeeland, en Brabantse Delta en gemeente Schouwen-Duiveland.
Onderzoek naar alternatief beheer van oevers en watergangen
Op 1 april 2025 is voor de waterschappen de gedragscode soortenbescherming bestendig beheer en onderhoud vastgesteld. Deze geldt voor een periode van vijf jaar. In de aanloop naar een nieuwe gedragscode laat STOWA, met subsidie van LVVN, onderzoek doen naar klepelen en een alternatieve beheerstrategie: de zogenoemde habitatbenadering, die veel waterschappen al langer toepassen. Dit onderzoek richt zich specifiek op het beheer en onderhoud van oevers en watergangen.
Waterschappen beheren ruim 225.000 km watergangen, ruim 17.500 km waterkeringen, ongeveer 7.500 km wegen, gemalen, waterbergingen, etc. Voor onderhoudswerkzaamheden die een negatief effect kunnen hebben op beschermde soorten, moeten ze een vrijstelling aanvragen van verbodsbepalingen die zijn opgenomen in uiteenlopende (inter)nationale wetten en regels. Dat kan via een vergunning. Maar voor standaardwerkzaamheden maakt men meestal gebruik van een gedragscode. Met deze ‘Gedragscode soortenbescherming voor de Unie van Waterschappen’ voorkom je dat je voor standaardwerkzaamheden iedere keer opnieuw een nieuwe vergunning moet aanvragen bij de provincie.
Habitatbenadering
Als vertrekpunt werkt de huidige gedragscode met soortgebonden maatregelen. Praktisch betekent dit dat waterschappen voorafgaand aan de werkzaamheden onderzoek doen naar de aanwezigheid van beschermde soorten, als basis voor het opstellen van werkprotocollen per werkgebied. Omdat waterschappen een omvangrijk werkgebied hebben, gaat het om een zeer grote inspanning. Mede om die reden werken waterschappen op veel locaties volgens een afwijkende aanpak: de habitatbenadering. De habitatbenadering houdt niet alleen rekening met plekken waar soorten voorkomen; ook op plekken waar (nog) geen beschermde soorten voorkomen, wordt geschikt habitat gespaard. Omdat als vertrekpunt rekening gehouden wordt met de aanwezigheid, kan volstaan worden met een lichtere onderzoeksinspanning. De aanname is dat de habitatbenadering nieuwe kansen biedt voor beschermde (en overige) soorten. Een tweede aanname is dat de lichtere onderzoeksinspanning geen negatief effect heeft op populaties van beschermde soorten. Naar beide aannames is echter onvoldoende onderzoek gedaan.
Alternatieve aanpak
HDSR gaat de regels in de waterschapsverordening over activiteiten in oppervlaktewaterlichamen met het oog op de KRW herzien, te beginnen met steigers, duikers, dammen en oeverbeschoeiingen. Voor deze activiteiten wordt eerst een ecologische analyse gemaakt. Die wordt vervolgens vertaald naar regels. Deze worden zo geformuleerd dat ze goed toepasbaar zijn in de praktijk. De basis voor de ecologische analyse vormt het door STOWA ontwikkelde Toetsingskader Waterkwaliteit Regionale Wateren. In dit traject blijkt de Exceltool kennisdocument toetsingskader een waardevol hulpmiddel te zijn. Deze tool dwingt tot een gestructureerde en navolgbare beoordeling per activiteit en maakt inzichtelijk welke effecten daadwerkelijk relevant zijn voor de waterkwaliteit en KRW-doelen, onderbouwd met bronnen.