Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.

Wat heeft de STOWA-kennis opgeleverd?

We vroegen eerst de vijf STOWA-programmamanagers naar hun meest succesvolle kennisprojecten. Daarna gingen we te rade bij de afnemers van de kennis: wat hebben zij eraan gehad?

Tessa van der Wijngaart

programmamanager Waterkwaliteit en Ecologie

Michelle Talsma

programmamanager Watersystemen

Cora Uijterlinde

programmamanager Afvalwatersystemen

Bert Palsma

programmamanager Waterketen

Oscar van Dam

programmamanager Waterveiligheid

Tessa van der Wijngaart

Programmamanager Waterkwaliteit

Ecologische sleutelfactoren: van analyse tot effectieve maatregelen

“De ecologische-sleutelfactorenmethodiek is voor de STOWA een belangrijk succes. De eerste versie is ruim tien jaar geleden gelanceerd en inmiddels werken we aan een actualisatie. Vrijwel alle waterbeheerders gebruiken de methodiek om te begrijpen hoe het aquatisch ecosysteem functioneert en om van daaruit reële doelen en effectieve maatregelen af te leiden," aldus Tessa van der Wijngaart. “De kracht is dat de methodiek op verschillende niveaus bruikbaar is: als communicatiemiddel, voor een quickscan én voor een uitgebreide analyse. Dat de methodiek ook is opgenomen in de landelijke Handreiking KRW-doelafleiding heeft bijgedragen aan de brede toepassing.”

Reactie van Hanna Jurjens, specialist Ecologie en Waterkwaliteit, Waterschap Drents Overijsselse Delta:

“De ecologische sleutelfactoren vormen de eerste methodiek die ik heb toegepast bij watersysteemanalyses. Ze helpen om integraal naar het functioneren van een watersysteem te kijken. Voor de Kaderrichtlijn Water hebben we voor alle waterlichamen eerst een quickscan uitgevoerd en vervolgens de meest problematische waterlichamen uitgebreider geanalyseerd. De ESF’s hebben mij geleerd dat allerlei factoren samen de ecologische toestand bepalen. Die verbeter je niet alleen door bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers aan te leggen. Samen met collega’s uit andere disciplines proberen we daarom de meest effectieve maatregelen te bedenken.”

Tessa van der Wijngaart

Programmamanager Waterkwaliteit

Toetsingskader waterkwaliteit:
van praktijkbehoefte naar landelijke toepassing

“Het Toetsingskader waterkwaliteit voor vergunningsplichtige activiteiten – denk aan cityswims, de aanleg van steigers en lozingen - is in 2024 van onderop ontstaan. Waterschappen bleken bij vergunningverlening allemaal op hun eigen manier, of niet, aan de KRW te toetsen, terwijl dat vanuit de KRW wel moet,” zegt Tessa van der Wijngaart. Er was dus behoefte aan een uniform toetsingskader. Het initiatief kreeg vervolgens ook landelijk steeds meer aandacht. “Inmiddels oefenen de waterschappen ermee en gaat het toetsingskader via het ministerie van I&W een traject in voor landelijke vaststelling. Daarbij besteden we veel aandacht aan het verankeren van de kennis in de praktijk.”

Tessa van der Wijngaart

Programmamanager Waterkwaliteit

Sleutelfactor Toxiciteit: zicht op het gezamenlijke effect van stoffen

“Ik ben ook heel trots op de Sleutelfactor Toxiciteit. Het is één van de ecologische sleutelfactoren, maar wel een bijzondere. De methodiek is sinds de eerste versie steeds verder verbeterd en stelt waterbeheerders in staat om de toxische druk van mengsels van stoffen op het waterleven in beeld te brengen, via stofmetingen en bioassays. Het bijzondere is dat we daarmee niet alleen naar afzonderlijke normen kijken, maar ook naar het gezamenlijke effect van alle stoffen. Dat is ook internationaal een unieke aanpak. Die toxische druk kan een soort glazen plafond vormen voor ecologisch herstel als je niet de juiste maatregelen neemt.”

Reactie van Harry Boonstra, adviseur Monitoring Waterkwaliteit & Ecologie, Wetterskip Fryslân:

“De Sleutelfactor Toxiciteit heeft mijn kijk op waterkwaliteit verder verbreed. Niet alleen de vraag ‘welke stoffen zitten er in het water en voldoen ze aan de norm?’, maar vooral ‘wat doen al die stoffen samen met het waterleven?’ vind ik belangrijk. Vanuit die gedachte ben ik bioassays gaan toepassen en ben ik meer gaan werken vanuit een effectgerichte beoordeling van de waterkwaliteit. Die manier van kijken helpt ook bij watersysteemanalyses. Naast te weten wat er in het water zit, wil je begrijpen wat dat betekent voor het functioneren van het watersysteem. Juist die combinatie vind ik waardevol.”

Michelle Talsma

Programmamanager Watersystemen

‘Deltaproof vertaalde wetenschap naar de praktijk’

“Toen het Deltaprogramma startte, zijn wij begonnen met het kennisprogramma Deltaproof. Dat vind ik een van onze succesvolste kennisprogramma’s. We gaven antwoord op regionale kennisvragen en werkten veel samen met het wetenschappelijke programma Kennis voor Klimaat. De kracht zat vooral in het vertalen van die wetenschappelijke kennis naar praktische oplossingen voor de waterbeheerders. Met onder meer de Deltaproof-week zorgden we er bovendien voor dat die kennis breed werd gedeeld.”

Reactie van Dolf Kern, Staf Deltacommissaris:

“Bij de missie van het Deltaprogramma voor een weerbaar en klimaatbestendig Nederland vormt kennis de basis. STOWA heeft zich daarbij een cruciale partner getoond. De kracht van STOWA ligt in het gezamenlijk optrekken van de waterschappen en andere partners. Dat resulteert in meer slagkracht en voorkomt versnippering. Daarnaast geeft STOWA veel aandacht aan ontsluiting en verspreiding van kennis. Het Deltaprogramma en STOWA hebben daarbij regelmatig gezamenlijk opgetrokken, zoals bij de succesvolle kennisdagen van zoetwater en ruimtelijke adaptatie. De resultaten van het onderzoek hebben geleid tot producten die pijlers vormen onder het Deltaprogramma en tot de standaard gereedschapskist van de delta-community zijn gaan behoren, zoals de neerslagstatistiek, het raamwerk voor verantwoord infiltreren en diverse onderzoeken voor waterveiligheid. Het partnerschap met STOWA is evident van groot belang voor de missie van het Deltaprogramma en we kijken ernaar uit om dit voort te zetten en op te gaan naar het volgende lustrum!”

Michelle Talsma

Programmamanager Watersystemen

‘De Waterschadeschatter brengt de gevolgen van wateroverlast in beeld’

“Het programma Wateroverlast vind ik een van onze meest waardevolle kennisprogramma’s. Daarbinnen hebben we onder meer de Waterschadeschatter ontwikkeld, waarmee waterbeheerders de schade door wateroverlast in beeld kunnen brengen. Na een lang traject zetten we nu samen met Rijkswaterstaat een volgende stap: één uniform instrument dat zowel bij wateroverlast als bij overstromingen de schade en het aantal slachtoffers kan berekenen. Daarmee brengen we kennis en instrumenten die voorheen naast elkaar bestonden bij elkaar.”

Reactie van Phebe Kloos, Waterschap Vallei en Veluwe:

De samenwerking met STOWA heeft mij laten zien dat iedere hydrologische en ecologische uitdaging óók een sociale uitdaging is. Duurzame oplossingen voor wateroverlast ontstaan als kennis, praktijk en menselijk gedrag samenkomen. Door die verschillende perspectieven te verbinden, werken we niet alleen aan een veerkrachtiger watersysteem, maar ook aan inwoners die beter voorbereid zijn op wateroverlast. Het onderzoek levert nu al waardevolle gesprekken op en vormt de basis voor concrete acties in de toekomst.”

Michelle Talsma

Programmamanager Watersystemen

‘Historische kennis helpt bij de wateropgaven van nu’

“De Watertijdreis vind ik heel waardevol. Met dit instrument gebruiken we historische kennis over het landschap en watersysteem voor actuele gebiedsopgaven. We gaan ermee langs de waterschappen en merken dat het goed aanslaat. Door te kijken hoe een gebied zich in het verleden heeft ontwikkeld, komen bijvoorbeeld oude waterstructuren in beeld die je kunt herstellen en opnieuw kunt benutten voor waterberging. Zo helpt kennis uit het verleden ons bij de klimaatopgaven van vandaag.”

Reactie van Maarten Koppen, senior adviseur Water en Ruimte/projectleider Erfgoed, Waterschap Rivierenland:

“De Watertijdreis heeft zich ontwikkeld tot een waardevolle aanvulling op de toolbox van Waterschap Rivierenland. Nu ruimtelijke opgaven mede door klimaatverandering steeds complexer worden, helpt de tool ons historische ontwikkelingen beter te begrijpen en te vertalen naar actuele vraagstukken. Dat levert nieuwe inzichten op, bevestigt bestaande hypotheses en draagt bij aan beter onderbouwde besluitvorming. De enthousiaste deelname aan onze workshop over het gebruik van de Watertijdreis van STOWA en RCE laat zien dat er brede belangstelling is voor deze manier van werken.”

Michelle Talsma

Programmamanager Watersystemen

Ontwikkelen van een grondwatertoets

“De droge zomers van de afgelopen jaren laten zien hoe belangrijk het is om niet alleen te kijken naar wateroverlast, maar ook naar droogte. Daarom ontwikkelde STOWA het kennisprogramma DROOGTE!. De droogte van de afgelopen zomer maakt dit programma nog urgenter. Waterbeheerders worstelen met de afweging tussen te veel en te weinig water. Voor te natte situaties bestaan duidelijke normen, maar voor droogte ontbreekt nog een vergelijkbare manier om te beoordelen wanneer ingrijpen nodig is.

Daarom werken we in het programma aan een grondwatertoets. Hiermee wil STOWA concreter maken wat het betekent om de sponswerking van gebieden te bevorderen en water en bodem daadwerkelijk sturend te laten zijn. Het uitgangspunt is dat je kijkt naar wat het natuurlijke water- en bodemsysteem in een gebied aankan, nu én in een veranderend klimaat. Vervolgens kun je beoordelen welke functies daarbij passen en welke maatregelen nodig zijn om bijvoorbeeld water langer vast te houden.

Het is belangrijk dat we hiervoor een zorgvuldig onderbouwde en breed gedragen methodiek ontwikkelen. Een goede begeleidingscommissie met mensen uit de praktijk is daarbij cruciaal. Uiteindelijk moet de grondwatertoets waterbeheerders helpen om beter onderbouwde keuzes te maken tussen te nat en te droog en gebieden klimaatrobuuster in te richten.”

Reactie van Bas Worm, strategisch adviseur Watersystemen bij Waterschap Vechtstromen:

“In de 26 jaar dat ik werkzaam ben bij Waterschap Vechtstromen, heb ik regelmatig zitting genomen in diverse STOWA-begeleidingscommissies. Vanuit deze rol stuur ik direct mee op de opzet van de verschillende onderzoeken en de vertaling en presentatie van de resultaten naar de praktijk. Dit levert niet alleen waardevolle inhoudelijke verdieping op, maar maakt vervolgens effectieve kennisdisseminatie binnen de eigen organisatie mogelijk.

Hoewel de toepasbaarheid per onderzoekstraject verschilt, levert de samenwerking regelmatig praktisch inzetbare instrumenten op. Goede voorbeelden hiervan vind ik de Waterwijzer Landbouw en de Waterwijzer Natuur. Deze tools speelden direct in op een brede behoefte binnen de watersector en boden concrete handvatten voor de praktijk.

Een ander initiatief onder STOWA-vlag dat voor mij persoonlijk sterk bepalend is geweest, is het Programma Lumbricus (en het latere vervolg KLIMAP). De uitgevoerde deelonderzoeken en het samenvattende eindrapport gaven cruciale inzichten voor het ontwerpen en inrichten van klimaatrobuuste watersystemen op zandgronden.

Zonder deze STOWA-onderzoeken zou ik mijn rol als strategisch adviseur aanzienlijk minder effectief kunnen invullen. De meerwaarde zit daarbij niet alleen in de ontwikkelde kennis en expertise, maar ook in het steeds verder uitbreidende netwerk. De opgebouwde contacten met technici, hydrologen en beleidsmakers zijn tot op de dag van vandaag van grote waarde bij complexe vervolgvraagstukken.”

Reactie van Mark Kramer, Beleidsadviseur Voldoende Water, Hoogheemraadschap van Rijnland:

“De zomer van 2026 laat opnieuw zien dat we tegen de grenzen van onze zoetwatervoorziening aanlopen. Tegelijkertijd verwachten we dat de verzilting in laaggelegen kustgebieden verder zal toenemen. De vraag is welke schade dit veroorzaakt aan landbouw en natuur. Het kennisprogramma ‘Omgaan met Zout’ focust zich op deze vragen en maakt deel uit van het STOWA-kennisprogramma DROOGTE. Meer kennis daarover is nodig om langetermijnbeleid te ontwikkelen en te bepalen in hoeverre het huidige landgebruik op bepaalde locaties nog houdbaar is. Die kennis kunnen we ook operationeel inzetten om tijdens droge perioden effectieve afwegingen te maken. Het is mooi om te zien dat mede door inspanningen van STOWA verschillende overheden de urgentie inmiddels erkennen en kennisinstituten de handen ineenslaan om hierin een grote stap voorwaarts te zetten.

Cora Uijterlinde

Programmamanager Afvalwatersystemen

Nereda: van Nederlands onderzoek naar wereldwijde toepassing

Nereda staat voor Uijterlinde zonder twijfel in haar top drie. De technologie, waarbij bacteriën in korrelvorm afvalwater zuiveren, heeft wereldwijd zijn weg gevonden. “De voordelen zitten onder meer in de goede effluentkwaliteit en het relatief geringe ruimte- en energiegebruik.”

Het succes zit voor Uijterlinde vooral in de wereldwijde doorbraak van een technologie die mede dankzij langdurige samenwerking en onderzoek tot wasdom kwam. “Wat ooit begon in een laboratorium, groeide uit tot een waterzuiveringstechnologie die nationaal en internationaal volop wordt toegepast.”

Reactie van Ad de Man, strategisch adviseur bij Waterschap Limburg:

“Nereda is tot stand gekomen door prettige en intensieve samenwerking met vertegenwoordigers van de TU Delft, Haskoning en de waterschappen. Bij Waterschap Limburg zijn er inmiddels vier rwzi’s succesvol voorzien van de Nereda-technologie en wordt kennis uitgewisseld over de praktijkervaringen. Heel leerzaam om het langjarige ontwikkeltraject van Nereda in STOWA-verband te mogen meemaken.”

Cora Uijterlinde

Programmamanager Afvalwatersystemen

IPMV: samen aan de slag met microverontreinigingen

Het IPMV - het Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit rwzi-afvalwater - hoort voor Uijterlinde bij de drie meest succesvolle kennistrajecten. “Niet alleen vanwege de kennis die het programma heeft opgeleverd, maar vooral vanwege het netwerk dat groeide dankzij het programma.”

De urgentie van microverontreinigingen is volgens haar alleen maar groter geworden. “Waterschappen zijn volop bezig met technieken om meer medicijnresten en andere microverontreinigingen uit afvalwater te verwijderen. Mede door ontwikkelingen als de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater zijn inmiddels verschillende rioolwaterzuiveringen aangepast.”

Juist de stap van onderzoek naar daadwerkelijke toepassing maakt het IPMV voor Uijterlinde tot een geslaagd kennistraject: “Kennis ontwikkelen, ervaringen delen en er vervolgens in de praktijk mee aan de slag gaan.”

Kaumera logo

Cora Uijterlinde

Programmamanager Afvalwatersystemen

Grondstoffen terugwinnen: afvalwater als bron

De derde projectkeuze van Cora Uijterlinde is het terugwinnen van grondstoffen uit afvalwater. Bijvoorbeeld Kaumera. Dat past bij de ambitie van de waterschappen om in 2050 volledig circulair te zijn. “Inmiddels zijn er concrete toepassingen ontwikkeld en wordt verder gewerkt aan een breder concept waarin de rioolwaterzuivering steeds meer verandert van een installatie die alleen afvalwater schoonmaakt, naar een installatie die daarnaast water, energie en grondstoffen terugwint.”

Een aansprekend voorbeeld is Kaumera, een grondstof die wordt gewonnen uit slibkorrels die ontstaan bij het Nereda-proces. STOWA speelde volgens Maarten Schaafsma, aanpassingsmanager Waterketen bij Waterschap Rijn en IJssel, een belangrijke rol bij het verder brengen van deze innovatie. “Vlak na de ontdekking van Kaumera heeft STOWA toegepast onderzoek naar de productie en toepassing gefaciliteerd, vanuit een samenwerking tussen waterschappen, TU Delft en Haskoning. Dit heeft geresulteerd in de kennis die nodig was om de demonstratie-installaties in Epe en Zutphen te realiseren, alsook de kennis om Kaumera toe te passen als bijvoorbeeld een biostimulant in de land- en tuinbouw. Daarmee heeft STOWA bijgedragen aan een significante versnelling voor deze unieke grondstof vanuit de watersector.”

Voor Uijterlinde komen veel van deze ontwikkelingen inmiddels samen in de Zuivering van de Toekomst. Afvalwater wordt daarin niet langer uitsluitend als afvalstroom gezien, maar steeds meer als bron van schoon water en waardevolle grondstoffen.

Reactie van Gijs van Pruissen, projectinitiator Energie- en klimaatneutraal bij Waterschap Aa en Maas:

“STOWA is voor mij de ultieme organisatie om kennis op zuiveringsgebied bij elkaar te brengen. Ze zijn benaderbaar en actief meedenkend. De medewerkers van STOWA zijn van onschatbare waarde als spin in het enorme netwerk van waterschappen, technologen en kennisleveranciers om te zorgen dat de juiste mensen elkaar weten te vinden. STOWA is een actief onderdeel van het consortium. Zij zijn de partij waarbij alle andere partijen zich comfortabel voelen om mee samen te werken, vertrouwd voor de deelnemende waterschappen én voor commerciële partijen. In de Zuivering van de Toekomst zijn we op zoek naar een nieuw waterzuiveringsconcept dat optimaal kan voldoen aan alle kwaliteitseisen en duurzaamheidsambities. Daarbij borduren we voor een groot deel voort op eerder onderzoek en putten we dus ook vaak uit de omvangrijke database met STOWA-rapporten. Dat is van onschatbare waarde en we hopen uiteindelijk ook onze eigen bijdrage te leveren!”

Bert Palsma
Programmamanager Waterketen

Indirecte lozingen: van onderbelicht naar urgent vraagstuk

Indirecte lozingen stonden volgens Palsma lange tijd nauwelijks op de agenda. “Bij het influent van rioolwaterzuiveringen werd vooral gekeken naar wat er in het effluent mocht zitten, veel minder naar waar stoffen vandaan kwamen. Dat is in korte tijd veranderd. De herkomst van stoffen die problemen veroorzaken in de rwzi of het oppervlaktewater, is inmiddels een belangrijk onderwerp.”

Daarbij gaat het niet alleen om technische kennis. Ook vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en het mogen delen van data spelen een belangrijke rol. Wie doet wat en welke mogelijkheden hebben waterschap, omgevingsdienst, provincie en Rijkswaterstaat? Palsma: “Dat is zelfs voor deskundigen niet altijd duidelijk. Juist het samenbrengen van die verschillende werelden maakt het kennisnetwerk waardevol. In korte tijd is er veel in beweging gekomen en is de samenwerking sterk verbeterd. Dat is nodig, want er moet nog veel gebeuren om de achterstand in te halen."

Reactie van Janneke Snijders, regisseur schoon water bij Waterschap Aa en Maas:

“In het kennisnetwerk indirecte lozingen heb ik geleerd dat er verschillende invalshoeken zijn om naar probleemstoffen in influent en afvalwater te kijken: vanuit waterkwaliteit en zuiveringsrendement, maar ook vanuit vergunningverlening, toezicht en handhaving. Juist de mix van expertises en organisaties zorgt ervoor dat we samen verderkomen. Ik heb mijn netwerk vergroot en me verdiept in de taal en wereld van de omgevingsdiensten. Dat verbetert de samenwerking in mijn dagelijkse praktijk en biedt kansen om in de toekomst intensiever samen op te trekken.’

Bert Palsma
Programmamanager Waterketen

Hemelwater: afkoppelen is niet altijd dé oplossing

Het omgaan met hemelwater in de stad is volgens Palsma een veel breder en complexer vraagstuk dan lange tijd werd gedacht. “Afkoppelen van hemelwater van de riolering en daarmee van de zuivering gold jarenlang bijna als de haarlemmerolie voor (klimaat)problemen. STOWA heeft met onderzoek, rapporten, presentaties en discussies laten zien dat daar meer kanten aan zitten.”

“De vraag hoe je moet omgaan met hemelwater in de stad, is veel complexer dan vaak wordt gedacht. Wat betekent afkoppelen van hemelwater van de riolering bijvoorbeeld voor de rwzi en voor het oppervlaktewater? Waar kan het hemelwater naartoe en welke ruimte is daarvoor nodig? En welke wateroverlast kan daardoor elders ontstaan? Bovendien is hemelwater niet per definitie schoon. Het dringt steeds meer door dat afkoppelen daarom niet alleen een zaak is van de riolerings- of waterketenexpert. Ook deskundigen op het gebied van waterkwaliteit en waterkwantiteit én gemeenten moeten erbij worden betrokken.”

Reactie van Wijnand Turkensteen, adviseur Stedelijk Water, Waterschap Aa en Maas:

“Omgaan met hemelwater in bebouwd gebied is een complex vraagstuk. De STOWA-rapportage 2019–22 omschrijft dit complexe speelveld over 'Kansen en risico's van anders omgaan met hemelwater in de stad'. Bij Aa en Maas is dit rapport gedeeld met het bestuur, om in overleg met gemeenten toe te werken naar het programma 'Stad als Spons'.  De opgaven in bebouwd gebied worden echter steeds complexer. Om een goede integrale afweging te kunnen maken, moeten we onze kennis en ervaringen bundelen. Daar waar expertises samenkomen, zien we nieuwe kennisvragen ontstaan, die eveneens een plek verdienen bij STOWA en RIONED.”

Bert Palsma
Programmamanager Waterketen

Stadsgenese: het verleden helpt bij keuzes voor de toekomst

Voor klimaatadaptatie en voor water en bodem sturend ziet Palsma veel waarde in kennis over de ontstaansgeschiedenis van een gebied. Nederlanders moesten immers eeuwenlang rekening houden met water, bodem en klimaat. Met beperkte technische middelen was het noodzakelijk om goed te kijken naar de natuurlijke omstandigheden: wie op de verkeerde plek bouwde of het land verkeerd gebruikte, kreeg te maken met wateroverlast of mislukte oogsten.

Die historische kennis kan ook nu helpen bij ruimtelijke keuzes. Alleen al oude plaats- en veldnamen kunnen aanwijzingen geven over de eigenschappen van een gebied. Instrumenten en kennistrajecten als Stadsgenese voegen volgens Palsma daarom een waardevolle cultuurhistorische dimensie toe aan water en bodem sturend.

Reactie van Anne Schopman, programmamanager Cultuurhistorie en Recreatie Waterschap Amstel, Gooi en Vecht:

De cursus Stadsgenese heeft mij geleerd om met een andere blik naar een gebied te kijken. Voor mijn eindopdracht onderzocht ik de ontwikkeling van Amsterdam Zuidoost, de voormalige Bijlmermeer. Die kennis komt dit jaar goed van pas, omdat we vanuit Waterschap Amstel, Gooi en Vecht stilstaan bij 400 jaar Bijlmermeer sinds de drooglegging in 1626. De stadsgenese biedt waardevolle inzichten in hoe het landschap zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld en is veranderd. Die inzichten gebruik ik als inhoudelijke basis voor de programmering en communicatie rond de viering. Daardoor kunnen we het verhaal van 400 jaar Bijlmermeer verrijken met de historische ontwikkelingen die het gebied hebben gevormd en dit op een aansprekende manier delen met bewoners, bestuurders en andere betrokkenen.

Oscar van Dam

Programmamanager Waterveiligheid

Dijkinspecties zijn veel professioneler geworden

“Een van de succesvolste kennistrajecten vind ik Professionaliseren Instandhouden Waterkeringen (PIW)," zegt Oscar van Dam. Na de dijkdoorbraak bij Wilnis in 2003 ontstond de behoefte dijkinspecties veel systematischer aan te pakken. Dat leidde onder meer tot Digispectie en later de Digigids. “De werkwijze wordt nog steeds bij nagenoeg alle waterschappen en Rijkswaterstaat gebruikt. Het vormt ook de basis voor de opleiding en certificering van dijkinspecteurs. Dan weet je dat kennis in de praktijk is geland.”

Reactie van Gerard Harmsen, adviseur waterkeringen bij Rijkswaterstaat:

“STOWA is voor ons vooral een samenwerkingspartner, waarbij de ‘T’ van toegepast essentieel is; de kennis moet direct bruikbaar zijn en dicht bij de praktijk staan. Het PIW-programma is daarvan een goed voorbeeld. STOWA, Rijkswaterstaat en de waterschappen werken al ruim 25 jaar samen aan praktische vraagstukken van waterkeringbeheerders.

De afgelopen jaren is vooral de praktische kennis over inspecties en risicogestuurd beheer en onderhoud van grote waarde geweest. Ook de hernieuwde samenwerking rond het beheer van dijkbekledingen zie ik als een effectieve bijdrage aan de kennisontwikkeling.

Daarnaast brachten we kennis samen over windturbines en waterkeringen. Door bestaande kennis vast te leggen en nieuwe kennis te ontwikkelen, vooral over het monitoren van de effecten van windturbines, zijn heldere handreikingen gemaakt. Die helpen beheerders bij het beoordelen van initiatieven en het opstellen van vergunningvoorwaarden.

Ook de beverproblematiek konden STOWA en Rijkswaterstaat landelijk agenderen dankzij de praktische kennis die bij waterkeringbeheerders was opgebouwd. Daarbij ontstond bovendien een constructieve samenwerking met andere infrabeheerders, zoals ProRail, en met Zodion (v.h. de Zoogdiervereniging, red.). Juist de continuïteit, de praktische toepasbaarheid en het gezamenlijk optrekken maken deze samenwerking zo waardevol.”

Oscar van Dam

Programmamanager Waterveiligheid

Kennis over regionale keringen blijft zich ontwikkelen

“Ook het Ontwikkelingsprogramma Regionale Keringen (ORK) is voor mij een belangrijk succes,” zegt Oscar van Dam. ORK heeft door de jaren heen volgens hem veel handreikingen en leidraden opgeleverd voor het toetsen en beheren van regionale waterkeringen. Veel daarvan worden nog altijd gebruikt. Tegelijkertijd blijft STOWA die kennis actualiseren. “Dat vind ik de kracht van zo’n langlopend kennisprogramma: je bouwt samen met waterschappen en provincies voortdurend verder op wat er al is.”

Reactie van Henk van Hemert, adviseur Rijkswaterstaat:

“De begeleidingsgroepen binnen het ORK-programma hebben veel meer opgeleverd dan alleen nieuwe kennis. Ze vormden een platform waar waterkeringbeheerders en provincies bestaande kennis, ervaringen en praktische hulpmiddelen uitwisselden. Daardoor ontstond beter inzicht in wat al bekend was, welke kennis nog ontbrak en waar vervolgonderzoek nodig was. Zo kon de ontwikkeling van nieuwe kennis efficiënt worden gestuurd en zijn werkwijzen landelijk meer uniform geworden.”

Reactie van Jan-Willem Evers, adviseur Waterkeringen cluster Onderzoek, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier:

“STOWA-kennis gaf ons voor de toetsing van de regionale waterkeringen antwoorden én riep tegelijkertijd nieuwe vragen op. Beide waren waardevol. Met de antwoorden konden we meteen aan de slag, denk bijvoorbeeld aan de definitie van een droogtegevoelige waterkering. De vragen waren aanleiding voor eigen of gezamenlijk vervolgonderzoek. Zo hebben we bijvoorbeeld een beter beeld gekregen van de windgolven in ons watersysteem, waarvoor op basis van de eerste door STOWA ontwikkelde kennis minder duidelijk was hoe daarmee om te gaan. De antwoorden en vragen hebben ons in staat gesteld onze regionale waterkeringen steeds beter te toetsen en een zo goed mogelijk veiligheidsoordeel te geven.”

Reactie van Richard Vermeulen, beleidsadviseur Waterveiligheid bij provincie Zuid-Holland:

“STOWA zorgt voor een blijvende ontwikkeling van kennis op het gebied van waterveiligheid en regionale keringen. Dit doen zij door actieve samenwerking met betrokken waterschappen en provincies. Maar ook door het organiseren van workshops, webinars en het jaarlijkse symposium om kennis te delen. Hierdoor zijn er de afgelopen jaren veel relevante onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten uitgevoerd die direct hebben bijgedragen aan een beter begrip van regionale keringen. STOWA zorgt bij dit alles voor een brede gemeenschappelijke betrokkenheid en al jaren voor de juiste organisatie van het Ontwikkelingsprogramma Regionale Keringen.”

Wat heeft de STOWA-kennis opgeleverd?

We vroegen eerst de vijf STOWA-programmamanagers naar hun meest succesvolle kennisprojecten. Daarna gingen we te rade bij de afnemers van de kennis: wat hebben zij eraan gehad?

Tessa van der Wijngaart

programmamanager Waterkwaliteit en Ecologie

programmamanager Watersystemen

Michelle Talsma

programmamanager Waterkwaliteit en Ecologie

Cora Uijterlinde

programmamanager Waterketen

Bert Palsma

programmamanager Waterveiligheid

Oscar van Dam

Tessa van der Wijngaart

Programmamanager Waterkwaliteit

Ecologische sleutelfactoren: van analyse tot effectieve maatregelen

“De ecologische-sleutelfactorenmethodiek is voor de STOWA een belangrijk succes. De eerste versie is ruim tien jaar geleden gelanceerd en inmiddels werken we aan een actualisatie. Vrijwel alle waterbeheerders gebruiken de methodiek om te begrijpen hoe het aquatisch ecosysteem functioneert en om van daaruit reële doelen en effectieve maatregelen af te leiden," aldus Tessa van der Wijngaart. “De kracht is dat de methodiek op verschillende niveaus bruikbaar is: als communicatiemiddel, voor een quickscan én voor een uitgebreide analyse. Dat de methodiek ook is opgenomen in de landelijke Handreiking KRW-doelafleiding heeft bijgedragen aan de brede toepassing.”

“De ecologische sleutelfactoren vormen de eerste methodiek die ik heb toegepast bij watersysteemanalyses. Ze helpen om integraal naar het functioneren van een watersysteem te kijken. Voor de Kaderrichtlijn Water hebben we voor alle waterlichamen eerst een quickscan uitgevoerd en vervolgens de meest problematische waterlichamen uitgebreider geanalyseerd. De ESF’s hebben mij geleerd dat allerlei factoren samen de ecologische toestand bepalen. Die verbeter je niet alleen door bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers aan te leggen. Samen met collega’s uit andere disciplines proberen we daarom de meest effectieve maatregelen te bedenken.”

Reactie van Hanna Jurjens, specialist Ecologie en Waterkwaliteit, Waterschap Drents Overijsselse Delta:

Tessa van der Wijngaart

Programmamanager Waterkwaliteit

Toetsingskader waterkwaliteit:
van praktijkbehoefte naar landelijke toepassing

“Het Toetsingskader waterkwaliteit voor vergunningsplichtige activiteiten – denk aan cityswims, de aanleg van steigers en lozingen - is in 2024 van onderop ontstaan. Waterschappen bleken bij vergunningverlening allemaal op hun eigen manier, of niet, aan de KRW te toetsen, terwijl dat vanuit de KRW wel moet,” zegt Tessa van der Wijngaart. Er was dus behoefte aan een uniform toetsingskader. Het initiatief kreeg vervolgens ook landelijk steeds meer aandacht. “Inmiddels oefenen de waterschappen ermee en gaat het toetsingskader via het ministerie van I&W een traject in voor landelijke vaststelling. Daarbij besteden we veel aandacht aan het verankeren van de kennis in de praktijk.”

Tessa van der Wijngaart

Programmamanager Waterkwaliteit

Sleutelfactor Toxiciteit: zicht op het gezamenlijke effect van stoffen

“Ik ben ook heel trots op de Sleutelfactor Toxiciteit. Het is één van de ecologische sleutelfactoren, maar wel een bijzondere. De methodiek is sinds de eerste versie steeds verder verbeterd en stelt waterbeheerders in staat om de toxische druk van mengsels van stoffen op het waterleven in beeld te brengen, via stofmetingen en bioassays. Het bijzondere is dat we daarmee niet alleen naar afzonderlijke normen kijken, maar ook naar het gezamenlijke effect van alle stoffen. Dat is ook internationaal een unieke aanpak. Die toxische druk kan een soort glazen plafond vormen voor ecologisch herstel als je niet de juiste maatregelen neemt.”

“De Sleutelfactor Toxiciteit heeft mijn kijk op waterkwaliteit verder verbreed. Niet alleen de vraag ‘welke stoffen zitten er in het water en voldoen ze aan de norm?’, maar vooral ‘wat doen al die stoffen samen met het waterleven?’ vind ik belangrijk. Vanuit die gedachte ben ik bioassays gaan toepassen en ben ik meer gaan werken vanuit een effectgerichte beoordeling van de waterkwaliteit. Die manier van kijken helpt ook bij watersysteemanalyses. Naast te weten wat er in het water zit, wil je begrijpen wat dat betekent voor het functioneren van het watersysteem. Juist die combinatie vind ik waardevol.”

Reactie van Harry Boonstra, adviseur Monitoring Waterkwaliteit & Ecologie, Wetterskip Fryslân:

Michelle Talsma

Programmamanager Watersystemen

‘Deltaproof vertaalde wetenschap naar de praktijk’

“Toen het Deltaprogramma startte, zijn wij begonnen met het kennisprogramma Deltaproof. Dat vind ik een van onze succesvolste kennisprogramma’s. We gaven antwoord op regionale kennisvragen en werkten veel samen met het wetenschappelijke programma Kennis voor Klimaat. De kracht zat vooral in het vertalen van die wetenschappelijke kennis naar praktische oplossingen voor de waterbeheerders. Met onder meer de Deltaproof-week zorgden we er bovendien voor dat die kennis breed werd gedeeld.”

“Bij de missie van het Deltaprogramma voor een weerbaar en klimaatbestendig Nederland vormt kennis de basis. STOWA heeft zich daarbij een cruciale partner getoond. De kracht van STOWA ligt in het gezamenlijk optrekken van de waterschappen en andere partners. Dat resulteert in meer slagkracht en voorkomt versnippering. Daarnaast geeft STOWA veel aandacht aan ontsluiting en verspreiding van kennis. Het Deltaprogramma en STOWA hebben daarbij regelmatig gezamenlijk opgetrokken, zoals bij de succesvolle kennisdagen van zoetwater en ruimtelijke adaptatie. De resultaten van het onderzoek hebben geleid tot producten die pijlers vormen onder het Deltaprogramma en tot de standaard gereedschapskist van de delta-community zijn gaan behoren, zoals de neerslagstatistiek, het raamwerk voor verantwoord infiltreren en diverse onderzoeken voor waterveiligheid. Het partnerschap met STOWA is evident van groot belang voor de missie van het Deltaprogramma en we kijken ernaar uit om dit voort te zetten en op te gaan naar het volgende lustrum!”

Reactie van Dolf Kern, Staf Deltacommissaris:

Michelle Talsma

Programmamanager Watersystemen

‘De Waterschadeschatter brengt de gevolgen van wateroverlast in beeld’

“Het programma Wateroverlast vind ik een van onze meest waardevolle kennisprogramma’s. Daarbinnen hebben we onder meer de Waterschadeschatter ontwikkeld, waarmee waterbeheerders de schade door wateroverlast in beeld kunnen brengen. Na een lang traject zetten we nu samen met Rijkswaterstaat een volgende stap: één uniform instrument dat zowel bij wateroverlast als bij overstromingen de schade en het aantal slachtoffers kan berekenen. Daarmee brengen we kennis en instrumenten die voorheen naast elkaar bestonden bij elkaar.”

Reactie van Phebe Kloos, Waterschap Vallei en Veluwe:

De samenwerking met STOWA heeft mij laten zien dat iedere hydrologische en ecologische uitdaging óók een sociale uitdaging is. Duurzame oplossingen voor wateroverlast ontstaan als kennis, praktijk en menselijk gedrag samenkomen. Door die verschillende perspectieven te verbinden, werken we niet alleen aan een veerkrachtiger watersysteem, maar ook aan inwoners die beter voorbereid zijn op wateroverlast. Het onderzoek levert nu al waardevolle gesprekken op en vormt de basis voor concrete acties in de toekomst.”

Michelle Talsma

Programmamanager Watersystemen

‘Historische kennis helpt bij de wateropgaven van nu’

“De Watertijdreis vind ik heel waardevol. Met dit instrument gebruiken we historische kennis over het landschap en watersysteem voor actuele gebiedsopgaven. We gaan ermee langs de waterschappen en merken dat het goed aanslaat. Door te kijken hoe een gebied zich in het verleden heeft ontwikkeld, komen bijvoorbeeld oude waterstructuren in beeld die je kunt herstellen en opnieuw kunt benutten voor waterberging. Zo helpt kennis uit het verleden ons bij de klimaatopgaven van vandaag.”

“De Watertijdreis heeft zich ontwikkeld tot een waardevolle aanvulling op de toolbox van Waterschap Rivierenland. Nu ruimtelijke opgaven mede door klimaatverandering steeds complexer worden, helpt de tool ons historische ontwikkelingen beter te begrijpen en te vertalen naar actuele vraagstukken. Dat levert nieuwe inzichten op, bevestigt bestaande hypotheses en draagt bij aan beter onderbouwde besluitvorming. De enthousiaste deelname aan onze workshop over het gebruik van de Watertijdreis van STOWA en RCE laat zien dat er brede belangstelling is voor deze manier van werken.”

Reactie van Maarten Koppen, senior adviseur Water en Ruimte/projectleider Erfgoed, Waterschap Rivierenland:

Michelle Talsma

Programmamanager Watersystemen

Ontwikkelen van een grondwatertoets

“De droge zomers van de afgelopen jaren laten zien hoe belangrijk het is om niet alleen te kijken naar wateroverlast, maar ook naar droogte. Daarom ontwikkelde STOWA het kennisprogramma DROOGTE!. De droogte van de afgelopen zomer maakt dit programma nog urgenter. Waterbeheerders worstelen met de afweging tussen te veel en te weinig water. Voor te natte situaties bestaan duidelijke normen, maar voor droogte ontbreekt nog een vergelijkbare manier om te beoordelen wanneer ingrijpen nodig is.

Daarom werken we in het programma aan een grondwatertoets. Hiermee wil STOWA concreter maken wat het betekent om de sponswerking van gebieden te bevorderen en water en bodem daadwerkelijk sturend te laten zijn. Het uitgangspunt is dat je kijkt naar wat het natuurlijke water- en bodemsysteem in een gebied aankan, nu én in een veranderend klimaat. Vervolgens kun je beoordelen welke functies daarbij passen en welke maatregelen nodig zijn om bijvoorbeeld water langer vast te houden.

Het is belangrijk dat we hiervoor een zorgvuldig onderbouwde en breed gedragen methodiek ontwikkelen. Een goede begeleidingscommissie met mensen uit de praktijk is daarbij cruciaal. Uiteindelijk moet de grondwatertoets waterbeheerders helpen om beter onderbouwde keuzes te maken tussen te nat en te droog en gebieden klimaatrobuuster in te richten.”

“In de 26 jaar dat ik werkzaam ben bij Waterschap Vechtstromen, heb ik regelmatig zitting genomen in diverse STOWA-begeleidingscommissies. Vanuit deze rol stuur ik direct mee op de opzet van de verschillende onderzoeken en de vertaling en presentatie van de resultaten naar de praktijk. Dit levert niet alleen waardevolle inhoudelijke verdieping op, maar maakt vervolgens effectieve kennisdisseminatie binnen de eigen organisatie mogelijk.

Hoewel de toepasbaarheid per onderzoekstraject verschilt, levert de samenwerking regelmatig praktisch inzetbare instrumenten op. Goede voorbeelden hiervan vind ik de Waterwijzer Landbouw en de Waterwijzer Natuur. Deze tools speelden direct in op een brede behoefte binnen de watersector en boden concrete handvatten voor de praktijk.

Een ander initiatief onder STOWA-vlag dat voor mij persoonlijk sterk bepalend is geweest, is het Programma Lumbricus (en het latere vervolg KLIMAP). De uitgevoerde deelonderzoeken en het samenvattende eindrapport gaven cruciale inzichten voor het ontwerpen en inrichten van klimaatrobuuste watersystemen op zandgronden.

Zonder deze STOWA-onderzoeken zou ik mijn rol als strategisch adviseur aanzienlijk minder effectief kunnen invullen. De meerwaarde zit daarbij niet alleen in de ontwikkelde kennis en expertise, maar ook in het steeds verder uitbreidende netwerk. De opgebouwde contacten met technici, hydrologen en beleidsmakers zijn tot op de dag van vandaag van grote waarde bij complexe vervolgvraagstukken.”

Reactie van Bas Worm, strategisch adviseur Watersystemen bij Waterschap Vechtstromen:

Reactie van Mark Kramer, Beleidsadviseur Voldoende Water, Hoogheemraadschap van Rijnland:

“De zomer van 2026 laat opnieuw zien dat we tegen de grenzen van onze zoetwatervoorziening aanlopen. Tegelijkertijd verwachten we dat de verzilting in laaggelegen kustgebieden verder zal toenemen. De vraag is welke schade dit veroorzaakt aan landbouw en natuur. Het kennisprogramma ‘Omgaan met Zout’ focust zich op deze vragen en maakt deel uit van het STOWA-kennisprogramma DROOGTE. Meer kennis daarover is nodig om langetermijnbeleid te ontwikkelen en te bepalen in hoeverre het huidige landgebruik op bepaalde locaties nog houdbaar is. Die kennis kunnen we ook operationeel inzetten om tijdens droge perioden effectieve afwegingen te maken. Het is mooi om te zien dat mede door inspanningen van STOWA verschillende overheden de urgentie inmiddels erkennen en kennisinstituten de handen ineenslaan om hierin een grote stap voorwaarts te zetten.

Cora Uijterlinde

Programmamanager Afvalwatersystemen

Nereda: van Nederlands onderzoek naar wereldwijde toepassing

Nereda staat voor Uijterlinde zonder twijfel in haar top drie. De technologie, waarbij bacteriën in korrelvorm afvalwater zuiveren, heeft wereldwijd zijn weg gevonden. “De voordelen zitten onder meer in de goede effluentkwaliteit en het relatief geringe ruimte- en energiegebruik.”

Het succes zit voor Uijterlinde vooral in de wereldwijde doorbraak van een technologie die mede dankzij langdurige samenwerking en onderzoek tot wasdom kwam. “Wat ooit begon in een laboratorium, groeide uit tot een waterzuiveringstechnologie die nationaal en internationaal volop wordt toegepast.”

Reactie van Ad de Man, strategisch adviseur bij Waterschap Limburg:

“Nereda is tot stand gekomen door prettige en intensieve samenwerking met vertegenwoordigers van de TU Delft, Haskoning en de waterschappen. Bij Waterschap Limburg zijn er inmiddels vier rwzi’s succesvol voorzien van de Nereda-technologie en wordt kennis uitgewisseld over de praktijkervaringen. Heel leerzaam om het langjarige ontwikkeltraject van Nereda in STOWA-verband te mogen meemaken.”

Cora Uijterlinde

Programmamanager Afvalwatersystemen

IPMV: samen aan de slag met microverontreinigingen

Het IPMV - het Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit rwzi-afvalwater - hoort voor Uijterlinde bij de drie meest succesvolle kennistrajecten. “Niet alleen vanwege de kennis die het programma heeft opgeleverd, maar vooral vanwege het netwerk dat groeide dankzij het programma.”

De urgentie van microverontreinigingen is volgens haar alleen maar groter geworden. “Waterschappen zijn volop bezig met technieken om meer medicijnresten en andere microverontreinigingen uit afvalwater te verwijderen. Mede door ontwikkelingen als de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater zijn inmiddels verschillende rioolwaterzuiveringen aangepast.”

Juist de stap van onderzoek naar daadwerkelijke toepassing maakt het IPMV voor Uijterlinde tot een geslaagd kennistraject: “Kennis ontwikkelen, ervaringen delen en er vervolgens in de praktijk mee aan de slag gaan.”

Kaumera logo

Cora Uijterlinde

Programmamanager Afvalwatersystemen

Grondstoffen terugwinnen: afvalwater als bron

De derde projectkeuze van Cora Uijterlinde is het terugwinnen van grondstoffen uit afvalwater. Bijvoorbeeld Kaumera. Dat past bij de ambitie van de waterschappen om in 2050 volledig circulair te zijn. “Inmiddels zijn er concrete toepassingen ontwikkeld en wordt verder gewerkt aan een breder concept waarin de rioolwaterzuivering steeds meer verandert van een installatie die alleen afvalwater schoonmaakt, naar een installatie die daarnaast water, energie en grondstoffen terugwint.”

Een aansprekend voorbeeld is Kaumera, een grondstof die wordt gewonnen uit slibkorrels die ontstaan bij het Nereda-proces. STOWA speelde volgens Maarten Schaafsma, aanpassingsmanager Waterketen bij Waterschap Rijn en IJssel, een belangrijke rol bij het verder brengen van deze innovatie. “Vlak na de ontdekking van Kaumera heeft STOWA toegepast onderzoek naar de productie en toepassing gefaciliteerd, vanuit een samenwerking tussen waterschappen, TU Delft en Haskoning. Dit heeft geresulteerd in de kennis die nodig was om de demonstratie-installaties in Epe en Zutphen te realiseren, alsook de kennis om Kaumera toe te passen als bijvoorbeeld een biostimulant in de land- en tuinbouw. Daarmee heeft STOWA bijgedragen aan een significante versnelling voor deze unieke grondstof vanuit de watersector.”

Voor Uijterlinde komen veel van deze ontwikkelingen inmiddels samen in de Zuivering van de Toekomst. Afvalwater wordt daarin niet langer uitsluitend als afvalstroom gezien, maar steeds meer als bron van schoon water en waardevolle grondstoffen.

Reactie van Gijs van Pruissen, projectinitiator Energie- en klimaatneutraal bij Waterschap Aa en Maas:

“STOWA is voor mij de ultieme organisatie om kennis op zuiveringsgebied bij elkaar te brengen. Ze zijn benaderbaar en actief meedenkend. De medewerkers van STOWA zijn van onschatbare waarde als spin in het enorme netwerk van waterschappen, technologen en kennisleveranciers om te zorgen dat de juiste mensen elkaar weten te vinden. STOWA is een actief onderdeel van het consortium. Zij zijn de partij waarbij alle andere partijen zich comfortabel voelen om mee samen te werken, vertrouwd voor de deelnemende waterschappen én voor commerciële partijen. In de Zuivering van de Toekomst zijn we op zoek naar een nieuw waterzuiveringsconcept dat optimaal kan voldoen aan alle kwaliteitseisen en duurzaamheidsambities. Daarbij borduren we voor een groot deel voort op eerder onderzoek en putten we dus ook vaak uit de omvangrijke database met STOWA-rapporten. Dat is van onschatbare waarde en we hopen uiteindelijk ook onze eigen bijdrage te leveren!”

Bert Palsma
Programmamanager Waterketen

Indirecte lozingen: van onderbelicht naar urgent vraagstuk

Indirecte lozingen stonden volgens Palsma lange tijd nauwelijks op de agenda. “Bij het influent van rioolwaterzuiveringen werd vooral gekeken naar wat er in het effluent mocht zitten, veel minder naar waar stoffen vandaan kwamen. Dat is in korte tijd veranderd. De herkomst van stoffen die problemen veroorzaken in de rwzi of het oppervlaktewater, is inmiddels een belangrijk onderwerp.”

Daarbij gaat het niet alleen om technische kennis. Ook vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en het mogen delen van data spelen een belangrijke rol. Wie doet wat en welke mogelijkheden hebben waterschap, omgevingsdienst, provincie en Rijkswaterstaat? Palsma: “Dat is zelfs voor deskundigen niet altijd duidelijk. Juist het samenbrengen van die verschillende werelden maakt het kennisnetwerk waardevol. In korte tijd is er veel in beweging gekomen en is de samenwerking sterk verbeterd. Dat is nodig, want er moet nog veel gebeuren om de achterstand in te halen."

“In het kennisnetwerk indirecte lozingen heb ik geleerd dat er verschillende invalshoeken zijn om naar probleemstoffen in influent en afvalwater te kijken: vanuit waterkwaliteit en zuiveringsrendement, maar ook vanuit vergunningverlening, toezicht en handhaving. Juist de mix van expertises en organisaties zorgt ervoor dat we samen verderkomen. Ik heb mijn netwerk vergroot en me verdiept in de taal en wereld van de omgevingsdiensten. Dat verbetert de samenwerking in mijn dagelijkse praktijk en biedt kansen om in de toekomst intensiever samen op te trekken.’

Reactie van Janneke Snijders, regisseur schoon water bij Waterschap Aa en Maas:

Bert Palsma
Programmamanager Waterketen

Hemelwater: afkoppelen is niet altijd dé oplossing

Het omgaan met hemelwater in de stad is volgens Palsma een veel breder en complexer vraagstuk dan lange tijd werd gedacht. “Afkoppelen van hemelwater van de riolering en daarmee van de zuivering gold jarenlang bijna als de haarlemmerolie voor (klimaat)problemen. STOWA heeft met onderzoek, rapporten, presentaties en discussies laten zien dat daar meer kanten aan zitten.”

“De vraag hoe je moet omgaan met hemelwater in de stad, is veel complexer dan vaak wordt gedacht. Wat betekent afkoppelen van hemelwater van de riolering bijvoorbeeld voor de rwzi en voor het oppervlaktewater? Waar kan het hemelwater naartoe en welke ruimte is daarvoor nodig? En welke wateroverlast kan daardoor elders ontstaan? Bovendien is hemelwater niet per definitie schoon. Het dringt steeds meer door dat afkoppelen daarom niet alleen een zaak is van de riolerings- of waterketenexpert. Ook deskundigen op het gebied van waterkwaliteit en waterkwantiteit én gemeenten moeten erbij worden betrokken.”

“Omgaan met hemelwater in bebouwd gebied is een complex vraagstuk. De STOWA-rapportage 2019–22 omschrijft dit complexe speelveld over 'Kansen en risico's van anders omgaan met hemelwater in de stad'. Bij Aa en Maas is dit rapport gedeeld met het bestuur, om in overleg met gemeenten toe te werken naar het programma 'Stad als Spons'.  De opgaven in bebouwd gebied worden echter steeds complexer. Om een goede integrale afweging te kunnen maken, moeten we onze kennis en ervaringen bundelen. Daar waar expertises samenkomen, zien we nieuwe kennisvragen ontstaan, die eveneens een plek verdienen bij STOWA en RIONED.”

Reactie van Wijnand Turkensteen, adviseur Stedelijk Water, Waterschap Aa en Maas:

Bert Palsma
Programmamanager Waterketen

Stadsgenese: het verleden helpt bij keuzes voor de toekomst

Voor klimaatadaptatie en voor water en bodem sturend ziet Palsma veel waarde in kennis over de ontstaansgeschiedenis van een gebied. Nederlanders moesten immers eeuwenlang rekening houden met water, bodem en klimaat. Met beperkte technische middelen was het noodzakelijk om goed te kijken naar de natuurlijke omstandigheden: wie op de verkeerde plek bouwde of het land verkeerd gebruikte, kreeg te maken met wateroverlast of mislukte oogsten.

Die historische kennis kan ook nu helpen bij ruimtelijke keuzes. Alleen al oude plaats- en veldnamen kunnen aanwijzingen geven over de eigenschappen van een gebied. Instrumenten en kennistrajecten als Stadsgenese voegen volgens Palsma daarom een waardevolle cultuurhistorische dimensie toe aan water en bodem sturend.

De cursus Stadsgenese heeft mij geleerd om met een andere blik naar een gebied te kijken. Voor mijn eindopdracht onderzocht ik de ontwikkeling van Amsterdam Zuidoost, de voormalige Bijlmermeer. Die kennis komt dit jaar goed van pas, omdat we vanuit Waterschap Amstel, Gooi en Vecht stilstaan bij 400 jaar Bijlmermeer sinds de drooglegging in 1626. De stadsgenese biedt waardevolle inzichten in hoe het landschap zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld en is veranderd. Die inzichten gebruik ik als inhoudelijke basis voor de programmering en communicatie rond de viering. Daardoor kunnen we het verhaal van 400 jaar Bijlmermeer verrijken met de historische ontwikkelingen die het gebied hebben gevormd en dit op een aansprekende manier delen met bewoners, bestuurders en andere betrokkenen.

Reactie van Anne Schopman, programmamanager Cultuurhistorie en Recreatie Waterschap Amstel, Gooi en Vecht:

Oscar van Dam

Programmamanager Waterveiligheid

Dijkinspecties zijn veel professioneler geworden

“Een van de succesvolste kennistrajecten vind ik Professionaliseren Instandhouden Waterkeringen (PIW)," zegt Oscar van Dam. Na de dijkdoorbraak bij Wilnis in 2003 ontstond de behoefte dijkinspecties veel systematischer aan te pakken. Dat leidde onder meer tot Digispectie en later de Digigids. “De werkwijze wordt nog steeds bij nagenoeg alle waterschappen en Rijkswaterstaat gebruikt. Het vormt ook de basis voor de opleiding en certificering van dijkinspecteurs. Dan weet je dat kennis in de praktijk is geland.”

“STOWA is voor ons vooral een samenwerkingspartner, waarbij de ‘T’ van toegepast essentieel is; de kennis moet direct bruikbaar zijn en dicht bij de praktijk staan. Het PIW-programma is daarvan een goed voorbeeld. STOWA, Rijkswaterstaat en de waterschappen werken al ruim 25 jaar samen aan praktische vraagstukken van waterkeringbeheerders.

De afgelopen jaren is vooral de praktische kennis over inspecties en risicogestuurd beheer en onderhoud van grote waarde geweest. Ook de hernieuwde samenwerking rond het beheer van dijkbekledingen zie ik als een effectieve bijdrage aan de kennisontwikkeling.

Daarnaast brachten we kennis samen over windturbines en waterkeringen. Door bestaande kennis vast te leggen en nieuwe kennis te ontwikkelen, vooral over het monitoren van de effecten van windturbines, zijn heldere handreikingen gemaakt. Die helpen beheerders bij het beoordelen van initiatieven en het opstellen van vergunningvoorwaarden.

Ook de beverproblematiek konden STOWA en Rijkswaterstaat landelijk agenderen dankzij de praktische kennis die bij waterkeringbeheerders was opgebouwd. Daarbij ontstond bovendien een constructieve samenwerking met andere infrabeheerders, zoals ProRail, en met Zodion (v.h. de Zoogdiervereniging, red.). Juist de continuïteit, de praktische toepasbaarheid en het gezamenlijk optrekken maken deze samenwerking zo waardevol.”

Reactie van Gerard Harmsen, adviseur waterkeringen bij Rijkswaterstaat:

Oscar van Dam

Programmamanager Waterveiligheid

Kennis over regionale keringen blijft zich ontwikkelen

“Ook het Ontwikkelingsprogramma Regionale Keringen (ORK) is voor mij een belangrijk succes,” zegt Oscar van Dam. ORK heeft door de jaren heen volgens hem veel handreikingen en leidraden opgeleverd voor het toetsen en beheren van regionale waterkeringen. Veel daarvan worden nog altijd gebruikt. Tegelijkertijd blijft STOWA die kennis actualiseren. “Dat vind ik de kracht van zo’n langlopend kennisprogramma: je bouwt samen met waterschappen en provincies voortdurend verder op wat er al is.”

“De begeleidingsgroepen binnen het ORK-programma hebben veel meer opgeleverd dan alleen nieuwe kennis. Ze vormden een platform waar waterkeringbeheerders en provincies bestaande kennis, ervaringen en praktische hulpmiddelen uitwisselden. Daardoor ontstond beter inzicht in wat al bekend was, welke kennis nog ontbrak en waar vervolgonderzoek nodig was. Zo kon de ontwikkeling van nieuwe kennis efficiënt worden gestuurd en zijn werkwijzen landelijk meer uniform geworden.”

Reactie van Henk van Hemert, adviseur Rijkswaterstaat:

Reactie van Jan-Willem Evers, adviseur Waterkeringen cluster Onderzoek, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier:

“STOWA-kennis gaf ons voor de toetsing van de regionale waterkeringen antwoorden én riep tegelijkertijd nieuwe vragen op. Beide waren waardevol. Met de antwoorden konden we meteen aan de slag, denk bijvoorbeeld aan de definitie van een droogtegevoelige waterkering. De vragen waren aanleiding voor eigen of gezamenlijk vervolgonderzoek. Zo hebben we bijvoorbeeld een beter beeld gekregen van de windgolven in ons watersysteem, waarvoor op basis van de eerste door STOWA ontwikkelde kennis minder duidelijk was hoe daarmee om te gaan. De antwoorden en vragen hebben ons in staat gesteld onze regionale waterkeringen steeds beter te toetsen en een zo goed mogelijk veiligheidsoordeel te geven.”

Reactie van Richard Vermeulen, beleidsadviseur Waterveiligheid bij provincie Zuid-Holland:

“STOWA zorgt voor een blijvende ontwikkeling van kennis op het gebied van waterveiligheid en regionale keringen. Dit doen zij door actieve samenwerking met betrokken waterschappen en provincies. Maar ook door het organiseren van workshops, webinars en het jaarlijkse symposium om kennis te delen. Hierdoor zijn er de afgelopen jaren veel relevante onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten uitgevoerd die direct hebben bijgedragen aan een beter begrip van regionale keringen. STOWA zorgt bij dit alles voor een brede gemeenschappelijke betrokkenheid en al jaren voor de juiste organisatie van het Ontwikkelingsprogramma Regionale Keringen.”

STOWA Publicaties

Hier vindt u de digitale uitgaven van STOWA waaronder het digitale magazine Ter Info.
Volledig scherm