STOWA ter Info als spiegel voor hoe STOWA zelf
is veranderd
Eigenlijk is in al die tijd alleen de naam hetzelfde gebleven: STOWA ter Info. In niets lijken de eerste en laatste uitgave nog op elkaar. Niet qua vorm, en ook niet qua inhoud. Alleen de rubriek ‘Vers van de STOWA-pers’ overleefde 100 nummers. Wat vertelt ons dat over de ontwikkeling die het blad doormaakte, maar vooral over de ontwikkeling van STOWA zelf? We gingen op zoek naar de antwoorden en namen daarvoor een diepe duik in alle uitgaven.
Of het nu gaat om het logo, het kleurgebruik, de toonzetting van de artikelen of de grootte en afdruk van de foto’s op klein formaat en in blauw monochroom; de eerste uitgave van de STOWA ter Info uit 1993 lijkt in niets op de uitgaven zoals we die tegenwoordig maken. Als je er met huidige ogen naar kijkt, is het een eenvoudig, haast sober blad. Kon dat nou echt niet wat vlotter en aantrekkelijker? Nee. Vormgeefster van het eerste uur Brigitte Beenen is er stellig over: “De techniek speelde – zeker in de beginjaren van de uitgave – een heel belangrijke rol bij de vormgeving. Computers en vormgevingsprogramma’s waren er in die tijd – we spreken over begin jaren negentig – nog nauwelijks. Voor de introductie van de grafische tekenprogramma’s werden de werktekeningen voor de drukker handmatig op een tekentafel in elkaar gezet. Dit kostte veel meer tijd dan met de computerprogramma’s die eind jaren tachtig op de markt kwamen.” Bovendien was het afdrukken van foto’s destijds een dure aangelegenheid: “Je rekende af per vierkante centimeter. Vandaar de bescheiden grootte van de foto's. Ik werkte bij STOWA destijds weliswaar niet met een strikt budget, maar het was ook weer niet zo dat the sky the limit was.”
De communicatieve zeggingskracht
De communicatieve zeggingskracht ging in de loop der nummers flink omhoog. Dat kwam niet alleen omdat de inhoud veranderde, en verschoof van het wat (hebben we onderzocht) naar het waarom (hebben we het onderzocht) en meer recent ook naar het hier moeten we het over hebben (agenderend). Ook de ontwikkelingen op het gebied van vormgeving en druk droegen daaraan bij. Beenen: “Er was steeds meer mogelijk. We gingen full colour en ik begon in het blad de vrij strakke huisstijl losser te hanteren ten faveure van de aantrekkelijkheid. Bovendien kwam er steeds meer aandacht voor beeld. We gingen professionele fotografen inschakelen voor beelden die echt meerwaarde gaven aan de tekst. Dat heeft met elkaar de visuele aantrekkelijkheid van het blad enorm vergroot. En daarmee de communicatieve zeggingskracht.”
KRW, langstlopende thema
Laten we het over de inhoud hebben: waar schreven we de afgelopen jaren veel over? Uiteraard over de Kaderrichtlijn Water. Met enig gevoel voor overdrijving zou je kunnen zeggen dat dit het langstlopende thema was in onze uitgaven. Dat begon al in nummer twintig, waarin we uitvoerig stilstonden bij de vraag hoe je doelen voor sterk veranderde en kunstmatige wateren moet afleiden. Of hoe je moest monitoren. We legden uit, lichtten toe en vertelden welk onderzoek wij in verband met de KRW uitvoerden. Onder meer binnen het programma Watermozaïek (2009-2013), waarover we talloze malen berichtten. In dit programma lieten we de effectiviteit van een aantal ecologische herstelmaatregelen onderzoeken. Drieënzeventig nummers later (STOWA ter Info 93), in de winter van 2024, hadden we het nog altijd over de KRW. Maar een stuk urgenter, getuige de titel van deze thema-uitgave: ‘KRW halen? Tandje erbij!’ In dat nummer ging het vooral over de vraag waar de politiek-bestuurlijke en uitdagingen zitten om de KRW-doelen voor eind 2027 wél te halen. En in het verlengde daarvan: wat STOWA doet om waterbeheerders daarbij te ondersteunen. Daaruit bleek dat STOWA niet alleen meer toeleverend aan de waterschappen is met kennis, maar zichzelf en het uit te voeren onderzoek duidelijk verbindt met de politiek-bestuurlijke realiteit van de waterschappen. We zijn ons de afgelopen jaren in die zin steeds uitdagender en agenderender gaan opstellen. Dat blijkt bijvoorbeeld ook uit het STOWA-project ‘Anticiperen op de KRW na 2027’, waarover we in datzelfde nummer schreven. Dat onderzoek gaat over de vraag: hoe hebben we de implementatie en uitvoering van de KRW destijds bestuurlijk en juridisch ingestoken en wat kunnen we daarvan leren om het na 2027 anders en beter te doen?
Oude kennis, nieuwe opgaven
We besteedden – zeker in de eerste dertig nummers – ook veel aandacht aan het instrument WATERNOOD: watersysteemgericht normeren, ontwerpen en dimensioneren. Het was een instrument om op basis van de landgebruiksfuncties in een gebied op zoek te gaan naar een grond- en oppervlaktewaterregime dat zo goed mogelijk aansloot bij de functies. om daar je watersysteem op in te richten (OGOR). Je zou kunnen zeggen: de opmaat voor het adagium ‘functie volgt peil’ in plaats van andersom. WATERNOOD maakte een journalistieke comeback in nummer 95, dat in de zomer van 2025 uitkwam. Maar dan tegen de achtergrond van klimatologische ontwikkelingen waar waterschappen op moeten anticiperen: extreme natheid en droogte. In een artikel met de titel ‘Hoe geef je water en bodem sturend handen en voeten in een veranderend klimaat’ gingen we in op de vraag hoe je ook bij veranderende klimatologische omstandigheden en op basis van het water- en bodemsysteem ter plekke de optimale hydrologische condities kunt creëren. Uit een onderzoek dat werd uitgevoerd in het kader van het programma DROOGTE! bleek WATERNOOD, een instrument uit de jaren negentig, daar met enige aanpassingen nog uitstekend geschikt voor te zijn. Waaruit maar blijkt dat het met ons korte-termijn kennisgeheugen soms best wel meevalt.
Ook andere onderwerpen bleken vaak terug te keren. STOWA ter Info bestsellers waren vooral in de eerste periode de uitgebreide verslagen die we jarenlang maakten over de jaarlijkse Kennisdag Professionaliseren Inspectie/Instandhouding Waterkeringen (PIW) in Burgers’ Zoo in Arnhem. We berichtten er maar liefst acht keer over. Niet zonder reden. De PIW-dag maakt een belangrijk onderdeel uit van het zogenoemde PIW-programma en wordt al meer dan 25 jaar jaarlijks gehouden. Tijdens de dag worden de laatste ontwikkelingen rond normering, dimensionering, beheer en onderhoud van waterkeringen gedeeld met een breed publiek van waterkeringbeheerders. En dat brede publiek is er. Al jaren wordt deze dag met standaard meer dan 300 bezoekers zeer druk bezocht.
Spiegel voormaat- en waterschappelijke ontwikkelingen
De STOWA (ter Info) blijkt bij nadere bestudering een goede afspiegeling te zijn van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen waarmee de waterschappen iets moeten, of willen. We schrijven tegenwoordig veel over zaken als klimaatverandering, energietransitie, circulariteit en duurzaamheid. Maar in het verleden ook vaak over doelmatigheid. We lieten er in de jaren tien van deze eeuw praktijkonderzoek naar doen om te laten zien hoe je dat kunt aanpakken. Daarvoor werd gebruikgemaakt van zogenoemde mkba’s (maatschappelijke kosten-batenanalyses): wat kosten waterschapsmaatregelen en wat leveren ze op? Maar het ging ook over onderzoeken naar kostenbesparende sensortechniek in dijken, energiezuinige zuiveringstechnieken en het winnen van energie. Ten slotte keken we ook kritisch naar de besteding van eigen onderzoeksgelden. Bijvoorbeeld door meer en beter samen te werken met andere kennisinstellingen en in grotere kennisprogramma’s. Doelmatig waterbeheer behoorde volgens oud-directeur Leenen in het artikel ‘Doelmatigheid begint met kennis, maar bewijst zich in de praktijk’ (STOWA ter Info 49) zelfs tot de corebusiness van de kennisontwikkeling door STOWA.
Toonzetting wordt brutaler
De STOWA ter Info werd qua toonzetting steeds een beetje brutaler. Zo openden we STOWA ter Info 54 met ‘De boer vraagt, het waterschap draait? Die tijd lijkt voorbij!’ Het was de titel van een verslag van een tweedaags symposium in het kader van Deltaproof, een STOWA-kennisprogramma (2009-2014) dat kennisvragen van waterschappen over waterveiligheid en zoetwaterbeschikbaarheid in beeld bracht en zocht naar praktische antwoorden. En in datzelfde nummer zei Wessel van Doorn: Turn around waterschappen nodig bij zoeken naar oplossingen voor zoetwateropgaven’. Het laatste voorbeeld laat ook zien dat we in toenemende mate wetenschappers en waterschappers aan het woord lieten, die op basis van uitgevoerd onderzoek hun mening gaven over de vraag wat er nu zou moeten gebeuren. Zoals ook bleek uit een interview met DB-lid Roel de Jong van Wetterskip Fryslân over beekherstel in STOWA ter Info 59. Daarin zei hij: “Een belangrijk obstakel (voor succesvol beekherstel, red.) zijn wij, de waterschappen zelf. We zijn gewend het water te willen beheersen. Dat moet je los durven laten.” Voor STOWA was dat een hele stap, want het motto was en is nog steeds: we leveren kennis aan waterschappen, maar gaan niet op de stoel van de bestuurders zitten.
Nieuwe bezems vegen anders
Ten slotte: nieuwe bezems vegen schoon, luidt het spreekwoord. Maar in STOWA-verband vegen ze vooral anders. Waar eerdere directeuren de onderwerpen het liefst vrij dicht bij huis zochten, zet de huidige directeur de luiken meer open. Dat heeft veel te maken met het tijdsgewricht, waarin water verweven is met allerlei andere beleidsterreinen. Maar ook met de gevoelde verantwoordelijkheid om urgente onderwerpen ook daadwerkelijk met urgentie te agenderen en aandacht te vragen voor onderzoek dat nodig is: dit moet op de agenda van de waterschappen. Je ziet het terug in de meest recente uitgaven, waarin we thematisch te werk gaan en steeds meer mensen van buiten de waterschapswereld een podium krijgen. STOWA ter Info veranderde zo van een blad dat vooral vertelde wát STOWA onderzocht, naar een uitgave die steeds nadrukkelijker laat zien waarom kennis nodig is, wat ermee moet gebeuren en welke maatschappelijke en bestuurlijke vraagstukken STOWA ermee wil agenderen.
De vraag der vragen: van kennis naar impact
De wereld in en om het waterbeheer verandert in hoog tempo. De uitdagingen worden steeds groter, en de omgeving waarin die uitdagingen moeten worden opgelost, wordt steeds complexer. Nieuwe kennis en inzichten zijn hard nodig. Maar welke kennis is dat? En hoe kun je die het best laten renderen? Het zijn belangrijke vragen, die urgenter zijn dan ooit. Vragen die, zeker in latere uitgaven, veelvuldig aan bod kwamen.
In STOWA ter Info 80 bijvoorbeeld, de eerste uitgave die we ook als e-zine uitbrachten, gingen er zelfs meerdere artikelen over. Het was de uitgave waarin we ons 50-jarig bestaan luister bijzetten, met als toepasselijk motto ‘50 jaar de kracht van kennis’. In de uitgave komen twee hoogleraren aan het woord over de betekenis van kennis, onder de uitdagende titel ‘Nieuwe uitdagingen: andere kennis, of anders denken?’ Hamvraag: is er in de steeds complexer wordende waterwereld behoefte aan nieuwe of andersoortige kennis om succesvol te kunnen blijven opereren? Volgens hoogleraar Vincent Marchau vraagt deze tijd niet zozeer om andere kennis, maar vooral om een radicaal andere manier van denken. Niet meer Predict and act: “Je weet nooit precies uit welke hoek de wind waait, en die heb je ook niet onder controle. Maar we kunnen er wel voor zorgen dat we dusdanig voorbereid zijn dat we de zeilen steeds kunnen aanpassen aan de windrichting. Dat is de aanpak van Prepare and Adapt.” Volgens hoogleraar John Grin moeten de waterschappen nieuwe watervergelijkingen leren maken, met nieuwe variabelen. “De (water)omgeving was ooit een constante, maar is een set variabelen geworden. Die nieuwe variabelen moeten ze meenemen in de vergelijkingssom die ze moeten zien op te lossen. Dat vereist dat je op een andere manier met je waterstaatkundige kennis om moet leren gaan.” Het artikel is nog altijd zeer actueel. Lezen dus.
In hetzelfde nummer stond ook een drieluik met de veelzeggende titel ‘Van feiten naar impact’. Deskundigen Peter Paul Gerbrands, Ties Rijcken en Martijn van Staveren reflecteerden daarin op de vraag hoe je kennis het best kunt laten renderen. En of er wellicht meer nodig is dan kennis alleen om impact te creëren? Meer draagvlak bijvoorbeeld, of meer bewustzijn.
Kortom: de vraag hoe we de meeste impact kunnen creërenis al vaak nadrukkelijk gesteld. En daaraan was steevast de vraag gekoppeld wat STOWA anders, beter of meer moet doen om dat te bereiken. Een deel van het antwoord kwam van oud-bestuursvoorzitter Geert-Jan ten Brink, in zijn afscheidsinterview in STOWA ter Info 98. Daarin reflecteerde hij op de nieuwe strategienota. Hij zei: “STOWA is veel meer dan een rapportenfabriek”. Ofwel: een onderzoeksrapport is geen eindpunt, maar de start van activiteiten om de kennis ook echt tussen de oren, en in de harten en handen van waterschappers te krijgen. De titel van de strategienota is in dit licht veelzeggend: Effect in Uitvoering.
STOWA ter Infootjes, maar dan net even anders…
Vanaf nummer 29 gingen we full colour, vanaf nummer 66 hadden we voor het eerst ook een echte cover. Vanaf nummer 80 gingen we deels, en vanaf nummer 86 volledig digitaal.
Vóór de uitgave van STOWA ter Info 1 waren er al enkele ongenummerde uitgaven verschenen. Nummer 100 is eigenlijk nummer 105.
Het verschil tussen de STOWA ter Info en onze digitale nieuwsbrief blijkt voor menigeen nog steeds niet duidelijk. De STOWA ter Info (ieder kwartaal) belicht de achtergronden bij ons werk (het hoe en waarom), de digitale nieuwsbrief (maandelijks) belicht vooral het wat. De digibrief bevat veel kort nieuws, actualiteiten en aankondigingen van evenementen.
In STOWA ter Info 44 stond de meest onsmakelijke foto van alle uitgaven, een foto met doormidden gehakte vissen. Het was de dragende foto bij een artikel over de uitkomsten van een onderzoek naar visvriendelijke gemalen. Het eindrapport van het onderzoek kreeg overigens ook niet echt een verfijnde titel mee. Die luidde: ‘Gemalen of vermalen worden’.
We hebben over 100 kwartaalnummers veel meer dan de te verwachten 25 jaar gedaan. Om precies te zijn: 33 jaar. De STOWA ter Info komt pas sinds een jaar of acht uit met de regelmaat van de kwartaalklok. Eigenlijk vanaf het moment dat we gingen werken met een echte redactie en met een eigen schrijfteam.
De STOWA ter Info door de jaren heen
STOWA ter Info als spiegel voor hoe STOWA zelf
is veranderd
Eigenlijk is in al die tijd alleen de naam hetzelfde gebleven: STOWA ter Info. In niets lijken de eerste en laatste uitgave nog op elkaar. Niet qua vorm, en ook niet qua inhoud. Alleen de rubriek ‘Vers van de STOWA-pers’ overleefde 100 nummers. Wat vertelt ons dat over de ontwikkeling die het blad doormaakte, maar vooral over de ontwikkeling van STOWA zelf? We gingen op zoek naar de antwoorden en namen daarvoor een diepe duik in alle uitgaven.
Of het nu gaat om het logo, het kleurgebruik, de toonzetting van de artikelen of de grootte en afdruk van de foto’s op klein formaat en in blauw monochroom; de eerste uitgave van de STOWA ter Info uit 1993 lijkt in niets op de uitgaven zoals we die tegenwoordig maken. Als je er met huidige ogen naar kijkt, is het een eenvoudig, haast sober blad. Kon dat nou echt niet wat vlotter en aantrekkelijker? Nee. Vormgeefster van het eerste uur Brigitte Beenen is er stellig over: “De techniek speelde – zeker in de beginjaren van de uitgave – een heel belangrijke rol bij de vormgeving. Computers en vormgevingsprogramma’s waren er in die tijd – we spreken over begin jaren negentig – nog nauwelijks. Voor de introductie van de grafische tekenprogramma’s werden de werktekeningen voor de drukker handmatig op een tekentafel in elkaar gezet. Dit kostte veel meer tijd dan met de computerprogramma’s die eind jaren tachtig op de markt kwamen.” Bovendien was het afdrukken van foto’s destijds een dure aangelegenheid: “Je rekende af per vierkante centimeter. Vandaar de bescheiden grootte van de foto's. Ik werkte bij STOWA destijds weliswaar niet met een strikt budget, maar het was ook weer niet zo dat the sky the limit was.”
De communicatieve zeggingskracht
De communicatieve zeggingskracht ging in de loop der nummers flink omhoog. Dat kwam niet alleen omdat de inhoud veranderde, en verschoof van het wat (hebben we onderzocht) naar het waarom (hebben we het onderzocht) en meer recent ook naar het hier moeten we het over hebben (agenderend). Ook de ontwikkelingen op het gebied van vormgeving en druk droegen daaraan bij. Beenen: “Er was steeds meer mogelijk. We gingen full colour en ik begon in het blad de vrij strakke huisstijl losser te hanteren ten faveure van de aantrekkelijkheid. Bovendien kwam er steeds meer aandacht voor beeld. We gingen professionele fotografen inschakelen voor beelden die echt meerwaarde gaven aan de tekst. Dat heeft met elkaar de visuele aantrekkelijkheid van het blad enorm vergroot. En daarmee de communicatieve zeggingskracht.”
KRW, langstlopende thema
Laten we het over de inhoud hebben: waar schreven we de afgelopen jaren veel over? Uiteraard over de Kaderrichtlijn Water. Met enig gevoel voor overdrijving zou je kunnen zeggen dat dit het langstlopende thema was in onze uitgaven. Dat begon al in nummer twintig, waarin we uitvoerig stilstonden bij de vraag hoe je doelen voor sterk veranderde en kunstmatige wateren moet afleiden. Of hoe je moest monitoren. We legden uit, lichtten toe en vertelden welk onderzoek wij in verband met de KRW uitvoerden. Onder meer binnen het programma Watermozaïek (2009-2013), waarover we talloze malen berichtten. In dit programma lieten we de effectiviteit van een aantal ecologische herstelmaatregelen onderzoeken. Drieënzeventig nummers later (STOWA ter Info 93), in de winter van 2024, hadden we het nog altijd over de KRW. Maar een stuk urgenter, getuige de titel van deze thema-uitgave: ‘KRW halen? Tandje erbij!’ In dat nummer ging het vooral over de vraag waar de politiek-bestuurlijke en uitdagingen zitten om de KRW-doelen voor eind 2027 wél te halen. En in het verlengde daarvan: wat STOWA doet om waterbeheerders daarbij te ondersteunen. Daaruit bleek dat STOWA niet alleen meer toeleverend aan de waterschappen is met kennis, maar zichzelf en het uit te voeren onderzoek duidelijk verbindt met de politiek-bestuurlijke realiteit van de waterschappen. We zijn ons de afgelopen jaren in die zin steeds uitdagender en agenderender gaan opstellen. Dat blijkt bijvoorbeeld ook uit het STOWA-project ‘Anticiperen op de KRW na 2027’, waarover we in datzelfde nummer schreven. Dat onderzoek gaat over de vraag: hoe hebben we de implementatie en uitvoering van de KRW destijds bestuurlijk en juridisch ingestoken en wat kunnen we daarvan leren om het na 2027 anders en beter te doen?
Oude kennis, nieuwe opgaven
We besteedden – zeker in de eerste dertig nummers – ook veel aandacht aan het instrument WATERNOOD: watersysteemgericht normeren, ontwerpen en dimensioneren. Het was een instrument om op basis van de landgebruiksfuncties in een gebied op zoek te gaan naar een grond- en oppervlaktewaterregime dat zo goed mogelijk aansloot bij de functies. om daar je watersysteem op in te richten (OGOR). Je zou kunnen zeggen: de opmaat voor het adagium ‘functie volgt peil’ in plaats van andersom. WATERNOOD maakte een journalistieke comeback in nummer 95, dat in de zomer van 2025 uitkwam. Maar dan tegen de achtergrond van klimatologische ontwikkelingen waar waterschappen op moeten anticiperen: extreme natheid en droogte. In een artikel met de titel ‘Hoe geef je water en bodem sturend handen en voeten in een veranderend klimaat’ gingen we in op de vraag hoe je ook bij veranderende klimatologische omstandigheden en op basis van het water- en bodemsysteem ter plekke de optimale hydrologische condities kunt creëren. Uit een onderzoek dat werd uitgevoerd in het kader van het programma DROOGTE! bleek WATERNOOD, een instrument uit de jaren negentig, daar met enige aanpassingen nog uitstekend geschikt voor te zijn. Waaruit maar blijkt dat het met ons korte-termijn kennisgeheugen soms best wel meevalt.
Ook andere onderwerpen bleken vaak terug te keren. STOWA ter Info bestsellers waren vooral in de eerste periode de uitgebreide verslagen die we jarenlang maakten over de jaarlijkse Kennisdag Professionaliseren Inspectie/Instandhouding Waterkeringen (PIW) in Burgers’ Zoo in Arnhem. We berichtten er maar liefst acht keer over. Niet zonder reden. De PIW-dag maakt een belangrijk onderdeel uit van het zogenoemde PIW-programma en wordt al meer dan 25 jaar jaarlijks gehouden. Tijdens de dag worden de laatste ontwikkelingen rond normering, dimensionering, beheer en onderhoud van waterkeringen gedeeld met een breed publiek van waterkeringbeheerders. En dat brede publiek is er. Al jaren wordt deze dag met standaard meer dan 300 bezoekers zeer druk bezocht.
Spiegel voormaat- en waterschappelijke ontwikkelingen
De STOWA (ter Info) blijkt bij nadere bestudering een goede afspiegeling te zijn van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen waarmee de waterschappen iets moeten, of willen. We schrijven tegenwoordig veel over zaken als klimaatverandering, energietransitie, circulariteit en duurzaamheid. Maar in het verleden ook vaak over doelmatigheid. We lieten er in de jaren tien van deze eeuw praktijkonderzoek naar doen om te laten zien hoe je dat kunt aanpakken. Daarvoor werd gebruikgemaakt van zogenoemde mkba’s (maatschappelijke kosten-batenanalyses): wat kosten waterschapsmaatregelen en wat leveren ze op? Maar het ging ook over onderzoeken naar kostenbesparende sensortechniek in dijken, energiezuinige zuiveringstechnieken en het winnen van energie. Ten slotte keken we ook kritisch naar de besteding van eigen onderzoeksgelden. Bijvoorbeeld door meer en beter samen te werken met andere kennisinstellingen en in grotere kennisprogramma’s. Doelmatig waterbeheer behoorde volgens oud-directeur Leenen in het artikel ‘Doelmatigheid begint met kennis, maar bewijst zich in de praktijk’ (STOWA ter Info 49) zelfs tot de corebusiness van de kennisontwikkeling door STOWA.
Toonzetting wordt brutaler
De STOWA ter Info werd qua toonzetting steeds een beetje brutaler. Zo openden we STOWA ter Info 54 met ‘De boer vraagt, het waterschap draait? Die tijd lijkt voorbij!’ Het was de titel van een verslag van een tweedaags symposium in het kader van Deltaproof, een STOWA-kennisprogramma (2009-2014) dat kennisvragen van waterschappen over waterveiligheid en zoetwaterbeschikbaarheid in beeld bracht en zocht naar praktische antwoorden. En in datzelfde nummer zei Wessel van Doorn: Turn around waterschappen nodig bij zoeken naar oplossingen voor zoetwateropgaven’. Het laatste voorbeeld laat ook zien dat we in toenemende mate wetenschappers en waterschappers aan het woord lieten, die op basis van uitgevoerd onderzoek hun mening gaven over de vraag wat er nu zou moeten gebeuren. Zoals ook bleek uit een interview met DB-lid Roel de Jong van Wetterskip Fryslân over beekherstel in STOWA ter Info 59. Daarin zei hij: “Een belangrijk obstakel (voor succesvol beekherstel, red.) zijn wij, de waterschappen zelf. We zijn gewend het water te willen beheersen. Dat moet je los durven laten.” Voor STOWA was dat een hele stap, want het motto was en is nog steeds: we leveren kennis aan waterschappen, maar gaan niet op de stoel van de bestuurders zitten.
Nieuwe bezems vegen anders
Ten slotte: nieuwe bezems vegen schoon, luidt het spreekwoord. Maar in STOWA-verband vegen ze vooral anders. Waar eerdere directeuren de onderwerpen het liefst vrij dicht bij huis zochten, zet de huidige directeur de luiken meer open. Dat heeft veel te maken met het tijdsgewricht, waarin water verweven is met allerlei andere beleidsterreinen. Maar ook met de gevoelde verantwoordelijkheid om urgente onderwerpen ook daadwerkelijk met urgentie te agenderen en aandacht te vragen voor onderzoek dat nodig is: dit moet op de agenda van de waterschappen. Je ziet het terug in de meest recente uitgaven, waarin we thematisch te werk gaan en steeds meer mensen van buiten de waterschapswereld een podium krijgen. STOWA ter Info veranderde zo van een blad dat vooral vertelde wát STOWA onderzocht, naar een uitgave die steeds nadrukkelijker laat zien waarom kennis nodig is, wat ermee moet gebeuren en welke maatschappelijke en bestuurlijke vraagstukken STOWA ermee wil agenderen.
De vraag der vragen: van kennis naar impact
De wereld in en om het waterbeheer verandert in hoog tempo. De uitdagingen worden steeds groter, en de omgeving waarin die uitdagingen moeten worden opgelost, wordt steeds complexer. Nieuwe kennis en inzichten zijn hard nodig. Maar welke kennis is dat? En hoe kun je die het best laten renderen? Het zijn belangrijke vragen, die urgenter zijn dan ooit. Vragen die, zeker in latere uitgaven, veelvuldig aan bod kwamen.
In STOWA ter Info 80 bijvoorbeeld, de eerste uitgave die we ook als e-zine uitbrachten, gingen er zelfs meerdere artikelen over. Het was de uitgave waarin we ons 50-jarig bestaan luister bijzetten, met als toepasselijk motto ‘50 jaar de kracht van kennis’. In de uitgave komen twee hoogleraren aan het woord over de betekenis van kennis, onder de uitdagende titel ‘Nieuwe uitdagingen: andere kennis, of anders denken?’ Hamvraag: is er in de steeds complexer wordende waterwereld behoefte aan nieuwe of andersoortige kennis om succesvol te kunnen blijven opereren? Volgens hoogleraar Vincent Marchau vraagt deze tijd niet zozeer om andere kennis, maar vooral om een radicaal andere manier van denken. Niet meer Predict and act: “Je weet nooit precies uit welke hoek de wind waait, en die heb je ook niet onder controle. Maar we kunnen er wel voor zorgen dat we dusdanig voorbereid zijn dat we de zeilen steeds kunnen aanpassen aan de windrichting. Dat is de aanpak van Prepare and Adapt.” Volgens hoogleraar John Grin moeten de waterschappen nieuwe watervergelijkingen leren maken, met nieuwe variabelen. “De (water)omgeving was ooit een constante, maar is een set variabelen geworden. Die nieuwe variabelen moeten ze meenemen in de vergelijkingssom die ze moeten zien op te lossen. Dat vereist dat je op een andere manier met je waterstaatkundige kennis om moet leren gaan.” Het artikel is nog altijd zeer actueel. Lezen dus.
In hetzelfde nummer stond ook een drieluik met de veelzeggende titel ‘Van feiten naar impact’. Deskundigen Peter Paul Gerbrands, Ties Rijcken en Martijn van Staveren reflecteerden daarin op de vraag hoe je kennis het best kunt laten renderen. En of er wellicht meer nodig is dan kennis alleen om impact te creëren? Meer draagvlak bijvoorbeeld, of meer bewustzijn.
Kortom: de vraag hoe we de meeste impact kunnen creërenis al vaak nadrukkelijk gesteld. En daaraan was steevast de vraag gekoppeld wat STOWA anders, beter of meer moet doen om dat te bereiken. Een deel van het antwoord kwam van oud-bestuursvoorzitter Geert-Jan ten Brink, in zijn afscheidsinterview in STOWA ter Info 98. Daarin reflecteerde hij op de nieuwe strategienota. Hij zei: “STOWA is veel meer dan een rapportenfabriek”. Ofwel: een onderzoeksrapport is geen eindpunt, maar de start van activiteiten om de kennis ook echt tussen de oren, en in de harten en handen van waterschappers te krijgen. De titel van de strategienota is in dit licht veelzeggend: Effect in Uitvoering.
STOWA ter Infootjes, maar dan net even anders…
Vanaf nummer 29 gingen we full colour, vanaf nummer 66 hadden we voor het eerst ook een echte cover. Vanaf nummer 80 gingen we deels, en vanaf nummer 86 volledig digitaal.
Vóór de uitgave van STOWA ter Info 1 waren er al enkele ongenummerde uitgaven verschenen. Nummer 100 is eigenlijk nummer 105.
Het verschil tussen de STOWA ter Info en onze digitale nieuwsbrief blijkt voor menigeen nog steeds niet duidelijk. De STOWA ter Info (ieder kwartaal) belicht de achtergronden bij ons werk (het hoe en waarom), de digitale nieuwsbrief (maandelijks) belicht vooral het wat. De digibrief bevat veel kort nieuws, actualiteiten en aankondigingen van evenementen.
In STOWA ter Info 44 stond de meest onsmakelijke foto van alle uitgaven, een foto met doormidden gehakte vissen. Het was de dragende foto bij een artikel over de uitkomsten van een onderzoek naar visvriendelijke gemalen. Het eindrapport van het onderzoek kreeg overigens ook niet echt een verfijnde titel mee. Die luidde: ‘Gemalen of vermalen worden’.
We hebben over 100 kwartaalnummers veel meer dan de te verwachten 25 jaar gedaan. Om precies te zijn: 33 jaar. De STOWA ter Info komt pas sinds een jaar of acht uit met de regelmaat van de kwartaalklok. Eigenlijk vanaf het moment dat we gingen werken met een echte redactie en met een eigen schrijfteam.