Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.
Foto van Mattie Busch van het Ministerie van I&W en Joost Buntsma, directeur van STOWA

Kennisimpuls Waterkwaliteit: wat heeft het opgeleverd?

De Kennisimpuls Waterkwaliteit (KIWK) zit erop. De afgelopen vier jaar werkten vier kennisinstellingen samen met waterbeheerders en drinkwaterbedrijven aan het vergroten en verdiepen van kennis en inzichten. Daarmee kunnen we beter bepalen wat de juiste maatregelen zijn om de waterkwaliteit te verbeteren en de biodiversiteit te vergroten. Tijd om de balans op te maken en vooruit te blikken met twee van de opdrachtgevers: Mattie Busch van het ministerie van I&W en Joost Buntsma van STOWA.

Schoon en gezond oppervlaktewater is een kwestie van hard werken. Gewasbeschermingsmiddelen, mest, medicijnresten en nieuwe, nog onbekende chemische stoffen zetten de kwaliteit van grondwater, rivieren, sloten en plassen in Nederland voortdurend onder druk. Daarom besloten overheden, drinkwaterbedrijven, kennisinstituten, industrie en landbouw-, natuur-, en zorgorganisaties in 2016 tot de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater. Alle partijen spraken toen de intentie uit ervoor te zorgen dat in 2027 alle maatregelen genomen zijn om de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) te halen.

Gebruikerscommissies

Aangezien het verstevigen van de kennisbasis een belangrijk onderdeel is van de Delta-aanpak, ging in 2018 de Kennisimpuls Waterkwaliteit van start. Dit vierjarige programma, met een budget van bijna 13 miljoen euro, moest inzicht creëren in de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, de factoren die deze kwaliteit beïnvloeden en hoe we die vervolgens kunnen verbeteren. “Bestaande en nieuwe kennis over waterkwaliteit bijeenbrengen en toepasbaar maken voor de praktijk: daar komt het in essentie op neer”, zegt STOWA-directeur Joost Buntsma, lid van de Strategiegroep Kennisimpuls Waterkwaliteit en voorzitter van de KIWK-werkgroep. “Er is heel veel waterkennis in Nederland, maar die is versnipperd. Ons doel was om te zorgen voor meer samenwerking en afstemming in het kennisveld”, voegt strategiegroep-voorzitter Mattie Busch toe, afdelingshoofd Waterkwaliteit en Waterbeschikbaarheid bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W).

Rijk, provincies, waterschappen en drinkwaterbedrijven waren de opdrachtgevers bij de Kennisimpuls. Deltares, KWR, RIVM en Wageningen University & Research zijn de opdrachtnemende kennisinstituten. Aan het begin hebben alle deelnemers gezamenlijk de kennisvragen geformuleerd. Buntsma: “Het uitgangspunt hierbij was dat de Kennisimpuls alleen antwoorden geeft waaraan de waterbeheerpraktijk behoefte heeft. Dit mondde uit in tien belangrijke thema’s, zoals nutriënten, toxische stoffen, grondwater en brakke wateren. De projecten die hieronder vielen, werden ieder begeleid door een gebruikerscommissie. Daarin zaten afgevaardigden van de opdrachtgevers, die zorgden dat de juiste vragen werden behandeld.”

Inhoud en deadlines

Samenwerken is in de praktijk vaak ingewikkelder dan op papier. Zeker als het gaat om maar liefst acht partijen, met ieder hun eigen expertise en achtergrond. Buntsma en Busch hebben dat ook zo ervaren. “Kennisinstituten zijn over het algemeen niet gewend om met andere instituten samen te werken op meerdere onderwerpen; wij zijn niet gewend om vier instituten in samenhang aan te sturen. Gebruikelijk is dat een opdrachtgever één vastomlijnde opdracht geeft aan één kennisinstituut”, zegt Buntsma. Opdrachtgeverschap in kennis is complex, beaamt Busch. “Zet tien verschillende artsen of verkeerskundigen aan tafel en je krijgt verschillende oplossingen. Dat is hier ook zo. Voor beleidsmakers is het lastig om uit te maken wie er gelijk heeft. Daarnaast is er een spanningsveld tussen inhoud en deadlines. Wetenschappers willen onderwerpen graag grondig onderzoeken. Beleidsmakers willen op een zeker moment conclusies en aanbevelingen zien. Het is alsof je in de bergen loopt en zegt: laten we nog een paar kilometer verder lopen, want dan wordt het uitzicht vast nog mooier. Terwijl het uitzicht ook al hartstikke mooi is op de plek waar je nu bent.”

Buntsma: “Minister-president Rutte zei aan het begin van de coronacrisis: we moeten 100 procent besluiten nemen met 50 procent kennis. En inderdaad, soms is dat niet anders. Rond waterbeheer en waterkwaliteit doemen steeds weer nieuwe vraagstukken op, in die zin zijn we nooit klaar. Maar we kunnen niet wachten met het uitvoeren van maatregelen: 2027 is 2027.” De Kennisimpuls heeft wetenschap en uitvoerende waterbeheerders dichter bij elkaar gebracht, en dat is winst. Leerpunten zijn er ook. “Als opdrachtgever moet je precies weten wat de expertise van de diverse kennisinstituten is. Dat geeft de mogelijkheid om van meet af aan te regisseren wie welk thema bij de kop pakt en om te voorkomen dat ieder zijn eigen spoor volgt”, geeft Buntsma als voorbeeld.

Mengseltoxiciteit

Wat heeft vier jaar intensief samenwerken nu opgeleverd aan schoner water? Busch doet een kleine greep uit de resultaten. “We hebben meer inzicht gekregen in de emissieroutes van gewasbeschermingsmiddelen, bijvoorbeeld vanaf percelen. We hebben een landelijke kaart ontwikkeld die voor ieder landbouwperceel aangeeft welke maatregelen agrariërs kunnen nemen om uit- en afspoeling van stikstof en fosfor naar het water terug te dringen. We weten meer over ‘end of pipe’-technieken om microplastics uit water te verwijderen. We hebben een start gemaakt met het opstellen van ecologische sleutelfactoren om de toestand van brakke wateren vast te stellen, zodat waterbeheerders ook voor dit type wateren de juiste doelstellingen kunnen bepalen.”

Buntsma wijst op de zogeheten Sleutelfactor Toxiciteit: “De chemische waterkwaliteit wordt op dit moment nog vooral beoordeeld aan de hand van normen voor afzonderlijke stoffen. Maar stoffen die ieder voor zich onder de normen blijven, kunnen gezamenlijk en in samenhang met elkaar gevolgen hebben voor het leven in en rond het water. In de Kennisimpuls is het bestaande instrument doorontwikkeld om deze mengseltoxiciteit te kunnen beoordelen. Daardoor kunnen waterbeheerders gerichtere maatregelen nemen.”

Stevige uitdaging

De volgende stap is om de kennis te verspreiden die de Kennisimpuls heeft opgeleverd. Dat gebeurt onder meer via rapporten, de zogenoemde Deltafacts, factsheets en het eindsymposium. “En dan gaan de waterbeheerders ermee aan de slag”, aldus Buntsma. Een deel van de bevindingen is ook al terechtgekomen in de stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027, waarin op hoofdlijnen staat welke maatregelen de komende jaren worden uitgevoerd. Deze liggen nu ter beoordeling voor in Brussel. Uit de ex ante evaluatie van deze plannen – in november aangeboden aan de Tweede Kamer – blijkt dat er nog een stevige opgave ligt tot 2027. In 2024 staat een tussenevaluatie gepland. Op dit moment voldoet 30 tot 50 procent van de waterlichamen aan de biologische parameters (algen, waterflora, waterinsecten en vis) en rond de 55 procent voldoet aan de normen voor stikstof en fosfor. Er zijn op dit moment vrijwel geen waterlichamen die aan alle normen voldoen. Niet voor niets spreekt minister Harbers van I&W over een ‘stevige uitdaging’. Busch bestrijdt echter dat de waterkwaliteit op alle onderdelen niet goed is. “Het principe van ‘one out, all out’ speelt ons parten. Dit houdt in dat een waterlichaam pas als ‘goed’ wordt beoordeeld, als álle parameters op groen staan. Zo geef je geen inzicht in de voortgang die er wel is. Nederland heeft er bij de Europese Commissie voor gepleit om deze benadering los te laten, maar dat is helaas niet gebeurd.”

Urgenda

Als blijkt dat Nederland met de ingediende waterbeheerplannen de doelen niet gaat halen, dan zouden belanghebbenden bij de rechter kunnen eisen dat de overheid meer moet ondernemen om de waterkwaliteit te halen. Maar volgens Buntsma is het waterkwaliteitsdossier niet te vergelijken met de Urgenda-klimaatzaak en de stikstofzaak. “Je kunt hier niet generiek stellen dat de overheid onvoldoende doet. Er is de laatste jaren ook al veel verbeterd. Een voorbeeld: STOWA-onderzoek maakte vorig jaar duidelijk dat de diversiteit aan watergebonden insecten – en daarmee de natuurkwaliteit van het oppervlaktewater – juist is toegenomen.”

Busch vult aan dat de Tweede Kamer in het najaar van 2021 is geïnformeerd over de risico’s. De juristen van het ministerie verwachten geen rechterlijke uitspraak op het gebied van de waterkwaliteit die heel Nederland kan platleggen, aldus Busch. “Het is anders dan de Urgenda-uitspraak over stikstof. Bij de Kaderrichtlijn Water neemt na 2027 het risico toe op zaken rond individuele waterlichamen. Ook dat zou natuurlijk heel vervelend zijn. Kijk, er ligt een grote opgave, en daar wordt hard aan gewerkt. Met het Coalitieakkoord zijn er ook extra middelen beschikbaar gekomen. Zo komt er 25 miljard euro beschikbaar voor de transitie van het landelijk gebied, waarvan 811 miljoen specifiek bedoeld is voor de KRW. Dit geld is bedoeld voor grootschalig herstel van beekdalen in Oost- en Zuid-Nederland.”

Waterbewustzijn

Blijft de vraag of de Kennisimpuls geen symptoombestrijding is. Is de werkelijke kwestie niet dat we ons land fundamenteel anders moeten inrichten om aan de waterkwaliteitsnormen te voldoen? Busch: “De opdracht van de Kennisimpuls was om de waterbeheerders en de landbouwsector handvatten te geven om de waterkwaliteit te verbeteren. Niet om ons land toekomstgericht te herstructureren. Dat doet het kabinet op een andere manier, bijvoorbeeld met het basisprincipe dat water en bodem voortaan sturend zijn bij ruimtelijke planvorming. Hier wordt waterkwaliteit overigens ook in meegenomen.”

Buntsma en Busch concluderen dat we met de Kennisimpuls een goede stap hebben gezet om van kennis naar uitvoeringsimpuls te komen. Ze benadrukken dat waterkwaliteit niet iets van de waterbeheerders alleen is. “Uiteindelijk zijn we met elkaar verantwoordelijk. Ook burgers en bedrijven kunnen eraan bijdragen dat er minder plastic, medicijnresten en meststoffen in het water terechtkomen”, zegt Buntsma. Dit begint met het besef dat de kwaliteit van het oppervlaktewater geen ver-van-ons-bed-show is, maar een directe relatie heeft met drinkwater en gezondheid. Busch: “Dat moet tussen de oren komen bij 17 miljoen Nederlanders. Al in 2012 concludeerde de OESO dat het waterbewustzijn laag is in Nederland en dat geldt ook voor waterkwaliteit. Dat hier schoon, kwalitatief hoogstaand en relatief goedkoop drinkwater uit de kraan komt, vinden veel mensen vanzelfsprekend. Maar dat is het natuurlijk niet.”

Foto van Mattie Busch van het Ministerie van I&W en Joost Buntsma, directeur van STOWA

Kennisimpuls Waterkwaliteit: wat heeft het opgeleverd?

De Kennisimpuls Waterkwaliteit (KIWK) zit erop. De afgelopen vier jaar werkten vier kennisinstellingen samen met waterbeheerders en drinkwaterbedrijven aan het vergroten en verdiepen van kennis en inzichten. Daarmee kunnen we beter bepalen wat de juiste maatregelen zijn om de waterkwaliteit te verbeteren en de biodiversiteit te vergroten. Tijd om de balans op te maken en vooruit te blikken met twee van de opdrachtgevers: Mattie Busch van het ministerie van I&W en Joost Buntsma van STOWA.

Schoon en gezond oppervlaktewater is een kwestie van hard werken. Gewasbeschermingsmiddelen, mest, medicijnresten en nieuwe, nog onbekende chemische stoffen zetten de kwaliteit van grondwater, rivieren, sloten en plassen in Nederland voortdurend onder druk. Daarom besloten overheden, drinkwaterbedrijven, kennisinstituten, industrie en landbouw-, natuur-, en zorgorganisaties in 2016 tot de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater. Alle partijen spraken toen de intentie uit ervoor te zorgen dat in 2027 alle maatregelen genomen zijn om de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) te halen.

Gebruikerscommissies

Aangezien het verstevigen van de kennisbasis een belangrijk onderdeel is van de Delta-aanpak, ging in 2018 de Kennisimpuls Waterkwaliteit van start. Dit vierjarige programma, met een budget van bijna 13 miljoen euro, moest inzicht creëren in de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, de factoren die deze kwaliteit beïnvloeden en hoe we die vervolgens kunnen verbeteren. “Bestaande en nieuwe kennis over waterkwaliteit bijeenbrengen en toepasbaar maken voor de praktijk: daar komt het in essentie op neer”, zegt STOWA-directeur Joost Buntsma, lid van de Strategiegroep Kennisimpuls Waterkwaliteit en voorzitter van de KIWK-werkgroep. “Er is heel veel waterkennis in Nederland, maar die is versnipperd. Ons doel was om te zorgen voor meer samenwerking en afstemming in het kennisveld”, voegt strategiegroep-voorzitter Mattie Busch toe, afdelingshoofd Waterkwaliteit en Waterbeschikbaarheid bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W).

Rijk, provincies, waterschappen en drinkwaterbedrijven waren de opdrachtgevers bij de Kennisimpuls. Deltares, KWR, RIVM en Wageningen University & Research zijn de opdrachtnemende kennisinstituten. Aan het begin hebben alle deelnemers gezamenlijk de kennisvragen geformuleerd. Buntsma: “Het uitgangspunt hierbij was dat de Kennisimpuls alleen antwoorden geeft waaraan de waterbeheerpraktijk behoefte heeft. Dit mondde uit in tien belangrijke thema’s, zoals nutriënten, toxische stoffen, grondwater en brakke wateren. De projecten die hieronder vielen, werden ieder begeleid door een gebruikerscommissie. Daarin zaten afgevaardigden van de opdrachtgevers, die zorgden dat de juiste vragen werden behandeld.”

Inhoud en deadlines

Samenwerken is in de praktijk vaak ingewikkelder dan op papier. Zeker als het gaat om maar liefst acht partijen, met ieder hun eigen expertise en achtergrond. Buntsma en Busch hebben dat ook zo ervaren. “Kennisinstituten zijn over het algemeen niet gewend om met andere instituten samen te werken op meerdere onderwerpen; wij zijn niet gewend om vier instituten in samenhang aan te sturen. Gebruikelijk is dat een opdrachtgever één vastomlijnde opdracht geeft aan één kennisinstituut”, zegt Buntsma. Opdrachtgeverschap in kennis is complex, beaamt Busch. “Zet tien verschillende artsen of verkeerskundigen aan tafel en je krijgt verschillende oplossingen. Dat is hier ook zo. Voor beleidsmakers is het lastig om uit te maken wie er gelijk heeft. Daarnaast is er een spanningsveld tussen inhoud en deadlines. Wetenschappers willen onderwerpen graag grondig onderzoeken. Beleidsmakers willen op een zeker moment conclusies en aanbevelingen zien. Het is alsof je in de bergen loopt en zegt: laten we nog een paar kilometer verder lopen, want dan wordt het uitzicht vast nog mooier. Terwijl het uitzicht ook al hartstikke mooi is op de plek waar je nu bent.”

Buntsma: “Minister-president Rutte zei aan het begin van de coronacrisis: we moeten 100 procent besluiten nemen met 50 procent kennis. En inderdaad, soms is dat niet anders. Rond waterbeheer en waterkwaliteit doemen steeds weer nieuwe vraagstukken op, in die zin zijn we nooit klaar. Maar we kunnen niet wachten met het uitvoeren van maatregelen: 2027 is 2027.” De Kennisimpuls heeft wetenschap en uitvoerende waterbeheerders dichter bij elkaar gebracht, en dat is winst. Leerpunten zijn er ook. “Als opdrachtgever moet je precies weten wat de expertise van de diverse kennisinstituten is. Dat geeft de mogelijkheid om van meet af aan te regisseren wie welk thema bij de kop pakt en om te voorkomen dat ieder zijn eigen spoor volgt”, geeft Buntsma als voorbeeld.

Mengseltoxiciteit

Wat heeft vier jaar intensief samenwerken nu opgeleverd aan schoner water? Busch doet een kleine greep uit de resultaten. “We hebben meer inzicht gekregen in de emissieroutes van gewasbeschermingsmiddelen, bijvoorbeeld vanaf percelen. We hebben een landelijke kaart ontwikkeld die voor ieder landbouwperceel aangeeft welke maatregelen agrariërs kunnen nemen om uit- en afspoeling van stikstof en fosfor naar het water terug te dringen. We weten meer over ‘end of pipe’-technieken om microplastics uit water te verwijderen. We hebben een start gemaakt met het opstellen van ecologische sleutelfactoren om de toestand van brakke wateren vast te stellen, zodat waterbeheerders ook voor dit type wateren de juiste doelstellingen kunnen bepalen.”

Buntsma wijst op de zogeheten Sleutelfactor Toxiciteit: “De chemische waterkwaliteit wordt op dit moment nog vooral beoordeeld aan de hand van normen voor afzonderlijke stoffen. Maar stoffen die ieder voor zich onder de normen blijven, kunnen gezamenlijk en in samenhang met elkaar gevolgen hebben voor het leven in en rond het water. In de Kennisimpuls is het bestaande instrument doorontwikkeld om deze mengseltoxiciteit te kunnen beoordelen. Daardoor kunnen waterbeheerders gerichtere maatregelen nemen.”

Stevige uitdaging

De volgende stap is om de kennis te verspreiden die de Kennisimpuls heeft opgeleverd. Dat gebeurt onder meer via rapporten, de zogenoemde Deltafacts, factsheets en het eindsymposium. “En dan gaan de waterbeheerders ermee aan de slag”, aldus Buntsma. Een deel van de bevindingen is ook al terechtgekomen in de stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027, waarin op hoofdlijnen staat welke maatregelen de komende jaren worden uitgevoerd. Deze liggen nu ter beoordeling voor in Brussel. Uit de ex ante evaluatie van deze plannen – in november aangeboden aan de Tweede Kamer – blijkt dat er nog een stevige opgave ligt tot 2027. In 2024 staat een tussenevaluatie gepland. Op dit moment voldoet 30 tot 50 procent van de waterlichamen aan de biologische parameters (algen, waterflora, waterinsecten en vis) en rond de 55 procent voldoet aan de normen voor stikstof en fosfor. Er zijn op dit moment vrijwel geen waterlichamen die aan alle normen voldoen. Niet voor niets spreekt minister Harbers van I&W over een ‘stevige uitdaging’. Busch bestrijdt echter dat de waterkwaliteit op alle onderdelen niet goed is. “Het principe van ‘one out, all out’ speelt ons parten. Dit houdt in dat een waterlichaam pas als ‘goed’ wordt beoordeeld, als álle parameters op groen staan. Zo geef je geen inzicht in de voortgang die er wel is. Nederland heeft er bij de Europese Commissie voor gepleit om deze benadering los te laten, maar dat is helaas niet gebeurd.”

Urgenda

Als blijkt dat Nederland met de ingediende waterbeheerplannen de doelen niet gaat halen, dan zouden belanghebbenden bij de rechter kunnen eisen dat de overheid meer moet ondernemen om de waterkwaliteit te halen. Maar volgens Buntsma is het waterkwaliteitsdossier niet te vergelijken met de Urgenda-klimaatzaak en de stikstofzaak. “Je kunt hier niet generiek stellen dat de overheid onvoldoende doet. Er is de laatste jaren ook al veel verbeterd. Een voorbeeld: STOWA-onderzoek maakte vorig jaar duidelijk dat de diversiteit aan watergebonden insecten – en daarmee de natuurkwaliteit van het oppervlaktewater – juist is toegenomen.”

Busch vult aan dat de Tweede Kamer in het najaar van 2021 is geïnformeerd over de risico’s. De juristen van het ministerie verwachten geen rechterlijke uitspraak op het gebied van de waterkwaliteit die heel Nederland kan platleggen, aldus Busch. “Het is anders dan de Urgenda-uitspraak over stikstof. Bij de Kaderrichtlijn Water neemt na 2027 het risico toe op zaken rond individuele waterlichamen. Ook dat zou natuurlijk heel vervelend zijn. Kijk, er ligt een grote opgave, en daar wordt hard aan gewerkt. Met het Coalitieakkoord zijn er ook extra middelen beschikbaar gekomen. Zo komt er 25 miljard euro beschikbaar voor de transitie van het landelijk gebied, waarvan 811 miljoen specifiek bedoeld is voor de KRW. Dit geld is bedoeld voor grootschalig herstel van beekdalen in Oost- en Zuid-Nederland.”

Waterbewustzijn

Blijft de vraag of de Kennisimpuls geen symptoombestrijding is. Is de werkelijke kwestie niet dat we ons land fundamenteel anders moeten inrichten om aan de waterkwaliteitsnormen te voldoen? Busch: “De opdracht van de Kennisimpuls was om de waterbeheerders en de landbouwsector handvatten te geven om de waterkwaliteit te verbeteren. Niet om ons land toekomstgericht te herstructureren. Dat doet het kabinet op een andere manier, bijvoorbeeld met het basisprincipe dat water en bodem voortaan sturend zijn bij ruimtelijke planvorming. Hier wordt waterkwaliteit overigens ook in meegenomen.”

Buntsma en Busch concluderen dat we met de Kennisimpuls een goede stap hebben gezet om van kennis naar uitvoeringsimpuls te komen. Ze benadrukken dat waterkwaliteit niet iets van de waterbeheerders alleen is. “Uiteindelijk zijn we met elkaar verantwoordelijk. Ook burgers en bedrijven kunnen eraan bijdragen dat er minder plastic, medicijnresten en meststoffen in het water terechtkomen”, zegt Buntsma. Dit begint met het besef dat de kwaliteit van het oppervlaktewater geen ver-van-ons-bed-show is, maar een directe relatie heeft met drinkwater en gezondheid. Busch: “Dat moet tussen de oren komen bij 17 miljoen Nederlanders. Al in 2012 concludeerde de OESO dat het waterbewustzijn laag is in Nederland en dat geldt ook voor waterkwaliteit. Dat hier schoon, kwalitatief hoogstaand en relatief goedkoop drinkwater uit de kraan komt, vinden veel mensen vanzelfsprekend. Maar dat is het natuurlijk niet.”

STOWA Publicaties

Hier vindt u de digitale uitgaven van STOWA waaronder het digitale magazine Ter Info.
Volledig scherm