Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.
AI interpretatie van een zuivering van de toekomst

Bestuurders hebben
de kennis van STOWA hard nodig voor hun werk

Geert-Jan ten Brink was jarenlang het bestuurlijke gezicht van STOWA. Onlangs nam hij afscheid als voorzitter van het stichtingsbestuur. Ten Brink loodste STOWA door een periode met een directeurswisseling en gaf de nieuwe strategie met het bestuur mede vorm. In dit interview blikken we terug op zijn periode bij STOWA en geeft hij tekst en uitleg bij de nieuwe strategienota. “STOWA is veel meer dan een rapportenfabriek. We doen toegepast onderzoek en de kennis moet dus ook echt toegepast worden. Bestuurders hebben de kennis van STOWA hard nodig voor hun werk.”

Het was om te beginnen een praktische vraag van de toenmalige voorzitter Luc Kohsiek. Hij zei: we hebben als dijkgraven en DB-leden met elkaar een aantal klussen te doen, ook buiten het eigen waterschap. Een daarvan is het bemensen van het bestuur van STOWA. Ik had daarvoor al eens gesproken met de toenmalige directeur van STOWA, Joost Buntsma, en daar een aardig beeld gekregen van de organisatie. Een leuke, enthousiaste club medewerkers die toegepaste kennis ontwikkelt en beschikbaar maakt voor de regionale waterbeheerders. Die kennis is gewoon keihard nodig, gezien alle opgaven waar de waterschappen voor staan. De werkwijze sprak me ook erg aan. Vraaggericht, dicht bij de afnemers van de kennis. Die zijn bovendien nauw betrokken bij de programmering en uitvoering van onderzoeksprojecten.

U hebt twee bestuurstermijnen volgemaakt. Een lange periode. Hoe hebt u het werk voor STOWA ervaren?

Bijzonder plezierig. Met het bestuur zijn we vooral dienend geweest aan de organisatie. We moeten zorgen dat de medewerkers hun werk goed kunnen doen, binnen de kaders die we met elkaar hebben vastgesteld. STOWA is een hele belangrijke club die er met kennis mede voor zorgt dat de waterschappen kunnen doen wat zij moeten doen. Ik ben trots op de gedrevenheid en de betrokkenheid, zowel bij de medewerkers als bij mijn medebestuursleden. STOWA staat er gewoon goed op. De output staat niet ter discussie. In het bestuur hebben we de afgelopen jaren ook goede inhoudelijke discussies gehad. Waar zijn we van, waar zijn we niet van? Hoe willen we dingen doen? Waar lopen we tegenaan? Waar loopt het bureau tegenaan? Wat voor ontwikkelingen zien we nu in de samenleving? Wat kan dat voor het werk van STOWA betekenen? Belangrijke vragen in een snel veranderend maatschappelijk speelveld, een speelveld waarin feitenkennis steeds vaker ter discussie wordt gesteld. Dat vraagt mogelijk iets anders van STOWA: wat meer durf, lef en de bereidheid ook wat dingen op de agenda te zetten. Dat heeft zijn weg wel gevonden in de nieuwe strategienota.

Op welke wapenfeiten bent u het meest trots?

Vele, maar ik zal er een paar noemen. Onder meer op de aanpak van medicijnresten in het rioolwater. Het idee dat we overal medicijnresten moesten gaan verwijderen, leidde aanvankelijk tot een schrikreactie bij de waterschappen. Hoeveel zou dat wel niet kosten?! STOWA maakte eerst een hotspotanalyse: welke rwzi’s moeten we met voorrang aanpakken, omdat ze de grootste impact hebben op de waterkwaliteit? Dat heeft de waterschappen enorm geholpen. En vervolgens heeft men een groot praktijkgericht programma gedraaid (Innovatieprogramma microverontreinigingen uit rwzi-afvalwater (IPMV), red.) naar de kosten, effectiviteit en duurzaamheid van uiteenlopende beschikbare technieken voor verwijdering.

Ik ben ook heel trots op de ontwikkeling van de ecologische sleutelfactoren en meer recentelijk Ecologische Beoordeling 2.0: twee elkaar aanvullende instrumenten om echt goed inzicht te krijgen in de ecologische waterkwaliteit en de bepalende factoren daarin. Als je dat weet, kun je gericht maatregelen nemen. Dat geeft ons als waterschappen handelingsmogelijkheden.

Iets anders is het Kenniscentrum Bever, dat er mede op initiatief van STOWA is gekomen. In mijn eigen beheergebied hebben we nu ruim 500 bevers rondzwemmen. Prachtig natuurlijk, mooi, maar hoe zorg je ervoor dat vitale infrastructuur niet ondergraven wordt? En welke inrichtingsmaatregelen kun je nemen om dat te voorkomen? Dat zijn de vragen waar men over nadenkt.

Is er in uw jaren als bestuursvoorzitter naar uw idee veel veranderd?

STOWA was van oudsher gericht op kennisontwikkeling op het gebied van de traditionele taken van het waterschap als functionele overheid. Maar het waterschapswerk is enorm veranderd. We moeten antwoorden vinden op allerlei vragen die voortkomen uit klimatologische en maatschappelijke ontwikkelingen. We hebben voor de oplossingen vaak ruimte nodig, en die ruimte wordt door veel partijen geclaimd en betwist. We zijn helemaal verweven geraakt met andere sectoren, andere opgaven, andere belangen. Dat vraagt om een integrale manier van kijken, ook van STOWA. Dat wordt nadrukkelijk benoemd in de nieuwe strategienota.

STOWA is natuurlijk veel meer dan een rapportenfabriek. We doen toegepast onderzoek en willen dat de kennis ook echt wordt toegepast. Regionale waterbeheerders zouden ermee aan de slag moeten willen gaan. Wij willen natuurlijk vooral impact hebben. Dat is niet iets van de laatste jaren, maar we zijn wel steeds meer gaan nadenken over de vraag hoe we de impact willen vergroten. En in de nieuwe strategienota worden daar ook heel concrete aanzetten voor gedaan. We gaan daar voor, tijdens en na afloop van projecten meer aandacht aan besteden. Vooraf bijvoorbeeld door na te denken over de factoren die het succes van een project mede kunnen bepalen en daar vanaf het begin van een project rekening mee te houden. Achteraf bijvoorbeeld door werksessies te organiseren waarin kan worden geoefend met het gebruik van een tool of instrument. We willen zoveel mogelijk impact creëren met de resultaten van onze onderzoeken, zonder op de stoel van bestuurders te gaan zitten.

STOWA heeft voor de nieuwe strategienota alle waterbeheerders, maar ook veel kennisproducenten gesproken om input op te halen voor de nieuwe strategienota. Wat viel daarbij op?

Opvallend vaak kregen we te horen: STOWA is een prima club. Maar we zien er weinig van terug op de bestuurstafels. We gaan daar zeker actie op ondernemen. Bijvoorbeeld door bestuurlijke samenvattingen aan te bieden bij de onderzoeken. Daarin willen we ook mogelijke bestuurlijke implicaties op tafel leggen: wat is de bestuurlijke betekenis van het rapport? Wat is het effect? Juist omdat we meer impact willen maken met ons werk. We willen ons oor nog beter te luisteren leggen bij de bestuurders met de vraag: waar ligt u bestuurlijk wakker van? Zo proberen we maximaal in te spelen op hun vragen en zorgen. Dat is ook de reden dat we ‘uitvoeringskracht van waterbeheerders’ hebben opgenomen als inhoudelijk speerpunt in de strategienota.

Hoe zit dat precies?

Waterschapsbestuurders breken het hoofd over de vraag hoe ze alle uiteenlopende opgaven moeten realiseren, met name op het gebied van waterketen en afvalwaterzuiveringen. Er wordt nu bijvoorbeeld gewerkt aan een handreiking voor prioritering van de aanpak van rwzi’s. Daar gaat STOWA ze bij ondersteunen, zonder daarbij te treden in de rol van de bestuurder. Ik denk dat we toe moeten naar meer standaardisatie en normering. Dat is in de procesindustrie al lang heel gebruikelijk. Dit helpt bij het bundelen van uitvragen om meer investeringsvermogen op de mat te leggen. Want we zijn als waterschap een goede speler in de markt, maar met elkaar zijn we voor grote aannemerscombinaties natuurlijk pas echt een interessante opdrachtgeverspartij.

Wat vindt u als bestuurder van het verwijt van sommige van uw collega’s dat ze nooit iets van STOWA te zien krijgen?

De inhoud komt natuurlijk indirect wel op tafel, maar dan is het logo van STOWA er al afgesleten. Maar het signaal nemen we zeer serieus, zoals ik al heb aangegeven. Tegelijkertijd heb ik voor deze bestuurders ook een wedervraag: wat doe je zelf om op de hoogte te blijven van het werk van STOWA? Ben je geabonneerd op de maandelijkse nieuwsbrief, of op de STOWA ter Info? De kennis van STOWA is niet vrijblijvend. Die heb je als bestuurder nodig voor het nemen van belangrijke besluiten. Dan moet je er wat mij betreft als bestuurder ook actief voor zorgen dat je die kennis ontvangt. Ik zou willen zeggen: collega-bestuurders, maak gebruik van de kennis van STOWA. Laat je erover informeren.

U gaf aan dat STOWA van oudsher in het onderzoek gefocust was op de traditionele taken van het waterschap. Maar moeten we niet veel verder kijken dan de waterschapsneus lang is voor oplossingen?

Zeker, integraliteit is dan ook een belangrijk aandachtspunt. STOWA doet dat overigens al wat langer. Maar om dat nog concreter te maken, hebben we afgesproken dat we nadrukkelijk op zoek gaan naar input vanuit aanpalende sectoren. Hoe kijken die naar ons werk en de aangedragen oplossingen? Ook willen we ons oor meer te luisteren leggen in het buitenland, waar ze vaak te maken hebben met soortgelijke vraagstukken. Of waar ze bijvoorbeeld het klimaat hebben dat wij de komende decennia kunnen verwachten: hoe lossen ze daar hun wateroverlast- en droogteproblemen op? Daar valt nog een hoop te leren. Mijn advies: wees daar in ieder geval nieuwsgierig naar. Probeer ook dat binnen te halen.

Doopceel gelicht:
Geert-Jan ten Brink

De onlangs afgetreden STOWA-voorzitter Geert-Jan ten Brink studeerde in 1982 af aan de HEAO in Groningen. Daarna gaat hij als beleidsplanner aan de slag bij de provincie Drenthe. Hij is in die periode ook raadslid in Assen. Van 1989 tot 1995 werkt hij bij de stichting voor Erfelijkheidsvoorlichting. Eerst als coördinator, later als directeur. Daarna wordt hij directeur van het sportcentrum Kardinge in Groningen. In die hoedanigheid bindt hij nog weleens de schaatsen onder om op de ijsbaan van het centrum een rondje te rijden met Jan Uitham. Uitham werd in de beruchte Elfstedentocht van 1963 de vergeten nummer twee, ver achter de ongenaakbare Reinier Paping. “Ik ging na drie rondjes van het ijs af. Uitham schaatste nog een uurtje door. En toen was hij al in de zeventig.” Hierna is hij enkele jaren directeur van de Special Olympics Groningen, in aanloop naar de European Summer Games in die stad (2000), een sportevenement voor mensen met een verstandelijke beperking.

Vanaf 2006 is hij weer politiek-bestuurlijk actief. Eerst als wethouder bij de gemeente Aa en Hunze en vanaf 2011 als burgemeester van de gemeente Slochteren. Op 1 augustus 2017 wordt Ten Brink benoemd tot dijkgraaf van Waterschap Hunze en Aa’s. Niet veel later wordt hij ook gevraagd toe te treden tot het bestuur van STOWA. Hij is momenteel bezig aan zijn tweede termijn als dijkgraaf. Zijn maatschappelijke betrokkenheid blijkt onder meer uit zijn nevenfunctie als voorzitter van het onafhankelijk opererende Interventieteam vastgelopen dossierssituaties. Het team biedt hulp bij ingewikkelde schadeafwikkeling van aardbevingszaken in Groningen.

Artikel in het kort

  • Geert-Jan ten Brink nam onlangs afscheid als voorzitter van het STOWA-bestuur. In dit interview blikt hij terug op zijn bestuursperiode en laat hij zijn licht schijnen over de nieuwe strategienota.

  • STOWA is volgens Ten Brink veel meer dan een rapportenfabriek. Vandaar ook dat STOWA in de nieuwe strategienota extra inzet op het creëren van impact.

  • Om de uitvoeringskracht van waterschappen te vergroten, bepleit Ten Brink meer standaardisatie en normering.

  • Ten Brink houdt zijn mede-waterschapsbestuurders een spiegel voor. Zij moeten volgens hem niet afwachten, maar zelf – bijvoorbeeld bij STOWA – actief op zoek gaan naar kennis. Want kennis vormt de basis voor goede besluitvorming.

Geert-Jan ten Brink:

U bent na uw aantreden als dijkgraaf in 2017 vrij snel gevraagd toe te treden tot het bestuur van STOWA. Wat deed u ja zeggen op dat verzoek?

(lacht) Nee. Maar over tien jaar ben ik zeker met pensioen. Want ook dijkgraven stoppen op enig moment met werken, al hebben ze het nog zo naar hun zin. Ik verdring mijn pensioen ook een beetje, geloof ik. Ik kan me overigens geen leven voorstellen waarin ik helemaal niet maatschappelijk actief ben. Misschien ga je op een gegeven moment iets lokaals doen. Maar een leven van stilzitten, dat kan ik me niet voorstellen. Dus dat vissen, dat gaat niet gebeuren.

Familie vind ik het allerbelangrijkste. Een van mijn kinderen heeft onlangs een woning gekocht. Ik help hem met verbouwen. Komende weken zijn we daar lekker aan het klussen. Jasje uit, werkkleding aan. Ondertussen geniet ik enorm van mijn laatste baan als dijkgraaf. En heb ik volop genoten van mijn laatste dagen bij STOWA. Ik heb statutair de eindstreep gehaald. Daar ben ik best trots op. Het is gewoon een hele mooie club mensen. We hebben als bestuur STOWA door een fase geleid met een directeurswisseling, en met elkaar een mooie nieuwe koers uitgezet. Dat alles is vrij rimpelloos verlopen. Ook daar ben ik trots op. We hebben het als bestuur netjes gedaan.

Dan hoop en verwacht ik dat STOWA nog steeds staat als een huis. Een organisatie die midden in de samenleving staat en een goede relatie heeft met de waterbeheerders en hun bestuurders. Een organisatie die ook meer agenderend is en lastige vraagstukken niet uit de weg gaat. Die naar buiten treedt met belangrijke onderzoeksresultaten en ook zegt wat mogelijk de bestuurlijke implicaties zijn van die resultaten. Die slag moeten we maken, daar vraagt de samenleving gewoon om. We zijn onafhankelijk, deskundig. Het onderzoek van STOWA doet ertoe.

En dan ga ik toch de vraag maar even stellen. Waar staat u zelf over tien jaar? Met een hengel langs de waterkant?
U vertrekt zeer binnenkort als bestuursvoorzitter van STOWA. Waar hoopt u dat STOWA over tien jaar staat?
AI interpretatie van een zuivering van de toekomst

Bestuurders hebben
de kennis van STOWA hard nodig voor hun werk

Geert-Jan ten Brink was jarenlang het bestuurlijke gezicht van STOWA. Onlangs nam hij afscheid als voorzitter van het stichtingsbestuur. Ten Brink loodste STOWA door een periode met een directeurswisseling en gaf de nieuwe strategie met het bestuur mede vorm. In dit interview blikken we terug op zijn periode bij STOWA en geeft hij tekst en uitleg bij de nieuwe strategienota. “STOWA is veel meer dan een rapportenfabriek. We doen toegepast onderzoek en de kennis moet dus ook echt toegepast worden. Bestuurders hebben de kennis van STOWA hard nodig voor hun werk.”

Het was om te beginnen een praktische vraag van de toenmalige voorzitter Luc Kohsiek. Hij zei: we hebben als dijkgraven en DB-leden met elkaar een aantal klussen te doen, ook buiten het eigen waterschap. Een daarvan is het bemensen van het bestuur van STOWA. Ik had daarvoor al eens gesproken met de toenmalige directeur van STOWA, Joost Buntsma, en daar een aardig beeld gekregen van de organisatie. Een leuke, enthousiaste club medewerkers die toegepaste kennis ontwikkelt en beschikbaar maakt voor de regionale waterbeheerders. Die kennis is gewoon keihard nodig, gezien alle opgaven waar de waterschappen voor staan. De werkwijze sprak me ook erg aan. Vraaggericht, dicht bij de afnemers van de kennis. Die zijn bovendien nauw betrokken bij de programmering en uitvoering van onderzoeksprojecten.

U hebt twee bestuurstermijnen volgemaakt. Een lange periode. Hoe hebt u het werk voor STOWA ervaren?

Bijzonder plezierig. Met het bestuur zijn we vooral dienend geweest aan de organisatie. We moeten zorgen dat de medewerkers hun werk goed kunnen doen, binnen de kaders die we met elkaar hebben vastgesteld. STOWA is een hele belangrijke club die er met kennis mede voor zorgt dat de waterschappen kunnen doen wat zij moeten doen. Ik ben trots op de gedrevenheid en de betrokkenheid, zowel bij de medewerkers als bij mijn medebestuursleden. STOWA staat er gewoon goed op. De output staat niet ter discussie. In het bestuur hebben we de afgelopen jaren ook goede inhoudelijke discussies gehad. Waar zijn we van, waar zijn we niet van? Hoe willen we dingen doen? Waar lopen we tegenaan? Waar loopt het bureau tegenaan? Wat voor ontwikkelingen zien we nu in de samenleving? Wat kan dat voor het werk van STOWA betekenen? Belangrijke vragen in een snel veranderend maatschappelijk speelveld, een speelveld waarin feitenkennis steeds vaker ter discussie wordt gesteld. Dat vraagt mogelijk iets anders van STOWA: wat meer durf, lef en de bereidheid ook wat dingen op de agenda te zetten. Dat heeft zijn weg wel gevonden in de nieuwe strategienota.

Op welke wapenfeiten bent u het meest trots?

Vele, maar ik zal er een paar noemen. Onder meer op de aanpak van medicijnresten in het rioolwater. Het idee dat we overal medicijnresten moesten gaan verwijderen, leidde aanvankelijk tot een schrikreactie bij de waterschappen. Hoeveel zou dat wel niet kosten?! STOWA maakte eerst een hotspotanalyse: welke rwzi’s moeten we met voorrang aanpakken, omdat ze de grootste impact hebben op de waterkwaliteit? Dat heeft de waterschappen enorm geholpen. En vervolgens heeft men een groot praktijkgericht programma gedraaid (Innovatieprogramma microverontreinigingen uit rwzi-afvalwater (IPMV), red.) naar de kosten, effectiviteit en duurzaamheid van uiteenlopende beschikbare technieken voor verwijdering.

Ik ben ook heel trots op de ontwikkeling van de ecologische sleutelfactoren en meer recentelijk Ecologische Beoordeling 2.0: twee elkaar aanvullende instrumenten om echt goed inzicht te krijgen in de ecologische waterkwaliteit en de bepalende factoren daarin. Als je dat weet, kun je gericht maatregelen nemen. Dat geeft ons als waterschappen handelingsmogelijkheden.

Iets anders is het Kenniscentrum Bever, dat er mede op initiatief van STOWA is gekomen. In mijn eigen beheergebied hebben we nu ruim 500 bevers rondzwemmen. Prachtig natuurlijk, mooi, maar hoe zorg je ervoor dat vitale infrastructuur niet ondergraven wordt? En welke inrichtingsmaatregelen kun je nemen om dat te voorkomen? Dat zijn de vragen waar men over nadenkt.

Is er in uw jaren als bestuursvoorzitter naar uw idee veel veranderd?

STOWA was van oudsher gericht op kennisontwikkeling op het gebied van de traditionele taken van het waterschap als functionele overheid. Maar het waterschapswerk is enorm veranderd. We moeten antwoorden vinden op allerlei vragen die voortkomen uit klimatologische en maatschappelijke ontwikkelingen. We hebben voor de oplossingen vaak ruimte nodig, en die ruimte wordt door veel partijen geclaimd en betwist. We zijn helemaal verweven geraakt met andere sectoren, andere opgaven, andere belangen. Dat vraagt om een integrale manier van kijken, ook van STOWA. Dat wordt nadrukkelijk benoemd in de nieuwe strategienota.

STOWA is natuurlijk veel meer dan een rapportenfabriek. We doen toegepast onderzoek en willen dat de kennis ook echt wordt toegepast. Regionale waterbeheerders zouden ermee aan de slag moeten willen gaan. Wij willen natuurlijk vooral impact hebben. Dat is niet iets van de laatste jaren, maar we zijn wel steeds meer gaan nadenken over de vraag hoe we de impact willen vergroten. En in de nieuwe strategienota worden daar ook heel concrete aanzetten voor gedaan. We gaan daar voor, tijdens en na afloop van projecten meer aandacht aan besteden. Vooraf bijvoorbeeld door na te denken over de factoren die het succes van een project mede kunnen bepalen en daar vanaf het begin van een project rekening mee te houden. Achteraf bijvoorbeeld door werksessies te organiseren waarin kan worden geoefend met het gebruik van een tool of instrument. We willen zoveel mogelijk impact creëren met de resultaten van onze onderzoeken, zonder op de stoel van bestuurders te gaan zitten.

STOWA heeft voor de nieuwe strategienota alle waterbeheerders, maar ook veel kennisproducenten gesproken om input op te halen voor de nieuwe strategienota. Wat viel daarbij op?

Opvallend vaak kregen we te horen: STOWA is een prima club. Maar we zien er weinig van terug op de bestuurstafels. We gaan daar zeker actie op ondernemen. Bijvoorbeeld door bestuurlijke samenvattingen aan te bieden bij de onderzoeken. Daarin willen we ook mogelijke bestuurlijke implicaties op tafel leggen: wat is de bestuurlijke betekenis van het rapport? Wat is het effect? Juist omdat we meer impact willen maken met ons werk. We willen ons oor nog beter te luisteren leggen bij de bestuurders met de vraag: waar ligt u bestuurlijk wakker van? Zo proberen we maximaal in te spelen op hun vragen en zorgen. Dat is ook de reden dat we ‘uitvoeringskracht van waterbeheerders’ hebben opgenomen als inhoudelijk speerpunt in de strategienota.

Hoe zit dat precies?

Waterschapsbestuurders breken het hoofd over de vraag hoe ze alle uiteenlopende opgaven moeten realiseren, met name op het gebied van waterketen en afvalwaterzuiveringen. Er wordt nu bijvoorbeeld gewerkt aan een handreiking voor prioritering van de aanpak van rwzi’s. Daar gaat STOWA ze bij ondersteunen, zonder daarbij te treden in de rol van de bestuurder. Ik denk dat we toe moeten naar meer standaardisatie en normering. Dat is in de procesindustrie al lang heel gebruikelijk. Dit helpt bij het bundelen van uitvragen om meer investeringsvermogen op de mat te leggen. Want we zijn als waterschap een goede speler in de markt, maar met elkaar zijn we voor grote aannemerscombinaties natuurlijk pas echt een interessante opdrachtgeverspartij.

Wat vindt u als bestuurder van het verwijt van sommige van uw collega’s dat ze nooit iets van STOWA te zien krijgen?

De inhoud komt natuurlijk indirect wel op tafel, maar dan is het logo van STOWA er al afgesleten. Maar het signaal nemen we zeer serieus, zoals ik al heb aangegeven. Tegelijkertijd heb ik voor deze bestuurders ook een wedervraag: wat doe je zelf om op de hoogte te blijven van het werk van STOWA? Ben je geabonneerd op de maandelijkse nieuwsbrief, of op de STOWA ter Info? De kennis van STOWA is niet vrijblijvend. Die heb je als bestuurder nodig voor het nemen van belangrijke besluiten. Dan moet je er wat mij betreft als bestuurder ook actief voor zorgen dat je die kennis ontvangt. Ik zou willen zeggen: collega-bestuurders, maak gebruik van de kennis van STOWA. Laat je erover informeren.

U gaf aan dat STOWA van oudsher in het onderzoek gefocust was op de traditionele taken van het waterschap. Maar moeten we niet veel verder kijken dan de waterschapsneus lang is voor oplossingen?

Zeker, integraliteit is dan ook een belangrijk aandachtspunt. STOWA doet dat overigens al wat langer. Maar om dat nog concreter te maken, hebben we afgesproken dat we nadrukkelijk op zoek gaan naar input vanuit aanpalende sectoren. Hoe kijken die naar ons werk en de aangedragen oplossingen? Ook willen we ons oor meer te luisteren leggen in het buitenland, waar ze vaak te maken hebben met soortgelijke vraagstukken. Of waar ze bijvoorbeeld het klimaat hebben dat wij de komende decennia kunnen verwachten: hoe lossen ze daar hun wateroverlast- en droogteproblemen op? Daar valt nog een hoop te leren. Mijn advies: wees daar in ieder geval nieuwsgierig naar. Probeer ook dat binnen te halen.

Mark van der Werf en Marjan Vogel: new kids on the block

De onlangs afgetreden STOWA-voorzitter Geert-Jan ten Brink studeerde in 1982 af aan de HEAO in Groningen. Daarna gaat hij als beleidsplanner aan de slag bij de provincie Drenthe. Hij is in die periode ook raadslid in Assen. Van 1989 tot 1995 werkt hij bij de stichting voor Erfelijkheidsvoorlichting. Eerst als coördinator, later als directeur. Daarna wordt hij directeur van het sportcentrum Kardinge in Groningen. In die hoedanigheid bindt hij nog weleens de schaatsen onder om op de ijsbaan van het centrum een rondje te rijden met Jan Uitham. Uitham werd in de beruchte Elfstedentocht van 1963 de vergeten nummer twee, ver achter de ongenaakbare Reinier Paping. “Ik ging na drie rondjes van het ijs af. Uitham schaatste nog een uurtje door. En toen was hij al in de zeventig.” Hierna is hij enkele jaren directeur van de Special Olympics Groningen, in aanloop naar de European Summer Games in die stad (2000), een sportevenement voor mensen met een verstandelijke beperking.

Vanaf 2006 is hij weer politiek-bestuurlijk actief. Eerst als wethouder bij de gemeente Aa en Hunze en vanaf 2011 als burgemeester van de gemeente Slochteren. Op 1 augustus 2017 wordt Ten Brink benoemd tot dijkgraaf van Waterschap Hunze en Aa’s. Niet veel later wordt hij ook gevraagd toe te treden tot het bestuur van STOWA. Hij is momenteel bezig aan zijn tweede termijn als dijkgraaf. Zijn maatschappelijke betrokkenheid blijkt onder meer uit zijn nevenfunctie als voorzitter van het onafhankelijk opererende Interventieteam vastgelopen dossierssituaties. Het team biedt hulp bij ingewikkelde schadeafwikkeling van aardbevingszaken in Groningen.

Nooit meer iets missen? Meld je dan aan voor de notificatie van ons digitale magazine via www.stowa.nl/aanmeldenmagazine  

U bent na uw aantreden als dijkgraaf in 2017 vrij snel gevraagd toe te treden tot het bestuur van STOWA. Wat deed u ja zeggen op dat verzoek?

(lacht) Nee. Maar over tien jaar ben ik zeker met pensioen. Want ook dijkgraven stoppen op enig moment met werken, al hebben ze het nog zo naar hun zin. Ik verdring mijn pensioen ook een beetje, geloof ik. Ik kan me overigens geen leven voorstellen waarin ik helemaal niet maatschappelijk actief ben. Misschien ga je op een gegeven moment iets lokaals doen. Maar een leven van stilzitten, dat kan ik me niet voorstellen. Dus dat vissen, dat gaat niet gebeuren.

Familie vind ik het allerbelangrijkste. Een van mijn kinderen heeft onlangs een woning gekocht. Ik help hem met verbouwen. Komende weken zijn we daar lekker aan het klussen. Jasje uit, werkkleding aan. Ondertussen geniet ik enorm van mijn laatste baan als dijkgraaf. En heb ik volop genoten van mijn laatste dagen bij STOWA. Ik heb statutair de eindstreep gehaald. Daar ben ik best trots op. Het is gewoon een hele mooie club mensen. We hebben als bestuur STOWA door een fase geleid met een directeurswisseling, en met elkaar een mooie nieuwe koers uitgezet. Dat alles is vrij rimpelloos verlopen. Ook daar ben ik trots op. We hebben het als bestuur netjes gedaan.

Tot slot: wat zouden jullie elkaar nog willen meegeven als het gaat om de rol die jullie spelen in digitale transformatie?

Marjan Vogel: We hebben het met STOWA vaak over de landingsbaan, de metafoor voor hoe je van een innovatie – via allerlei stappen als pilot, demo, validatie en opschaling – naar een werkend product komt. Ik zou met Mark graag nog eens verder praten over de rol of rollen die STOWA in het aan de grond zetten van digitaliseringsprojecten zou kunnen spelen, rollen die wellicht nu nog onderbelicht zijn.

Mark: Ik zou willen zeggen: hWh, betrek ons, bevraag ook STOWA, zet onze kracht in bij de digitale transformatie. Onze kracht is dat we de waterinhoudprofessional dicht bij ons hebben staan.

En dan ga ik toch de vraag maar even stellen. Waar staat u zelf over tien jaar? Met een hengel langs de waterkant?

Dan hoop en verwacht ik dat STOWA nog steeds staat als een huis. Een organisatie die midden in de samenleving staat en een goede relatie heeft met de waterbeheerders en hun bestuurders. Een organisatie die ook meer agenderend is en lastige vraagstukken niet uit de weg gaat. Die naar buiten treedt met belangrijke onderzoeksresultaten en ook zegt wat mogelijk de bestuurlijke implicaties zijn van die resultaten. Die slag moeten we maken, daar vraagt de samenleving gewoon om. We zijn onafhankelijk, deskundig. Het onderzoek van STOWA doet ertoe.

U vertrekt zeer binnenkort als bestuursvoorzitter van STOWA. Waar hoopt u dat STOWA over tien jaar staat?

Mark van der Werf

Marjan Vogel

Hoe is jullie verhouding tot de waterschappen?

STOWA Publicaties

Hier vindt u de digitale uitgaven van STOWA waaronder het digitale magazine Ter Info.
Volledig scherm