Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.

Vreemde ogen dwingen …

anders te kijken

STOWA wil de komende jaren de blik verbreden, zoals staat geschreven in de nieuwe strategienota. Dit vanuit de overtuiging dat nieuwe perspectieven op de waterschapsopgaven kunnen leiden tot betere oplossingen. De nieuwe rubriek ‘frisse blikken’ biedt een podium voor nieuwe of verrassende perspectieven op innovatie en de waterwereld. In deze uitgave geven WUR-wetenschapper Wieke Pot en hoofd RABO Water Margot d’Ancona Roessink hun visie op de waterschapswereld. STOWA-bestuurder Marijn Ornstein licht de keuze voor het meenemen van ‘frisse blikken’ kort toe. 

De frisse blik van Wieke Pot:

“Timing is ontzettend belangrijk”

“Als STOWA meer impact wil maken met onderzoek, is aansluiting bij de beleidscycli van de waterschappen essentieel”, aldus universitair hoofddocent Bestuurskunde aan de WUR Wieke Pot. Daarbij kun je volgens haar denken aan de jaarlijkse budgetcyclus, de vierjaarlijkse verkiezingen en investeringsplannen voor waterinfrastructuur die vaak voor tien jaar gelden. “Timing is een praktisch handvat voor sturing op de lange termijn.”

“Voor een goede timing van beleidsadviezen is sensitiviteit voor de beleidsagenda’s van waterschappen nodig. Bij welk politiek thema sluit het voorstel aan? Beleidscycli bieden altijd een kans om de status quo ter discussie te stellen. Bijvoorbeeld door in een investeringsplan het vernieuwen van gemalen in veenweidegebieden uit te stellen en te kiezen voor onderhoud van bestaande gemalen om zo in te spelen op noodzakelijke veenweidevernatting in de toekomst. Zo kun je sturend zijn richting gewenst toekomstig landgebruik.

Het onderzoek of beleidsadvies dat je in een organisatie wil laten landen, moet ook aansluiten op de actualiteit. Wat speelt er nu? Op zo’n moment kun je ook best een eerder uitgevoerd onderzoek opnieuw onder de aandacht brengen. Mijn ervaring bij de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) heeft me geleerd dat je lang moet investeren in het laten landen van producten. Soms helpt het om media-aandacht te genereren, maar dan blijf je nog steeds zender. Het is beter om aan te sluiten bij de behoefte van gebruikers. Zo hebben wij voor ons advies over klimaatadaptatie, dat in juni 2025 verscheen, aansluiting gezocht bij het lopende proces van het opleveren van een nieuwe Nationale Klimaatadaptatiestrategie. Deze strategie wordt elke tien jaar aangepast, een mooi moment om kennis actief in te brengen. Onze aanbevelingen gingen bijvoorbeeld over het verrekenen van de kosten voor adaptatie van de waterschappen bij de initiatiefnemers van gebiedsontwikkeling en over beter inzicht in verzekeringsopties tegen klimaatrisico’s. Om deze aanbevelingen goed te laten aansluiten bij de praktijk voerden we veel gesprekken met gebruikers en toetsten we aanbevelingen tussentijds bij het ministerie, het Verbond van Verzekeraars, de Unie van Waterschappen en andere betrokken partijen. Zo kwamen we erachter hoe we bepaald beleid een duwtje kunnen geven. 

Waterschappen hebben een vrij dwingende horizon. Er ligt veel vast. Bestaande beleidscycli breek je niet zomaar open. Bijvoorbeeld om verbeteringen door te voeren op het gebied van circulaire materialen of energieverbruik. Voorstellen moeten meestal passen binnen de scope van het vastgestelde budget. Een uitzondering daarop vormen de innovatieve samenwerkingsverbanden van waterschappen, zoals de Energie- en Grondstoffenfabriek. Het gaat bij waterschappen ook vaak over het nakomen van de bestaande regels en afspraken en het optimaal faciliteren van het landgebruik. Wat is ons mandaat richting het beïnvloeden van de ruimtelijke ordening? Wat zijn onze hoofdtaken? Van oudsher beperken die taken bij waterschappen zich tot watermanagement. Als je klimaatneutraal en klimaatadaptief wilt opereren, zul je echter de grenzen van dat mandaat moeten opzoeken. Dat is ook een politieke discussie.

Ik pleit altijd voor het aanstellen van toekomstscouts bij een waterschap, die een brug vormen tussen kennis en strategie en de operationele taken van het waterschap. Zij kunnen helpen bij het laten landen van nieuwe kennis en beleid en het ter discussie stellen van bestaande werkwijzen. Een toekomstscout legt de link met de directie en het dagelijks bestuur. Bijvoorbeeld door elk kwartaal actief nieuw beleid onder de aandacht te brengen of door best practices te delen. Voor STOWA zou het ook heel goed zijn als ze bij elk waterschap zo’n toekomstscout als aanspreekpunt zouden krijgen.”

CV in het kort

Wieke Pot is universitair hoofddocent aan Wageningen University & Research en raadslid van de Wetenschappelijke Klimaatraad. Ze werkt tijdelijk aan de Victoria University in Wellington in Nieuw-Zeeland om kennis uit te wisselen over klimaatadaptatie.

De frisse blik van Margot d’Ancona-Roesink:

“Maak van circulair water een business case”

“Duurzaam, circulair water is een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling, maar biedt ook duidelijk nieuwe kansen in ondernemen”, vertelt Margot d’Ancona-Roesink, directeur van Rabo Water. Ze is erg enthousiast over het businessmodel Water-as-a-Service. “We zitten graag vroeg aan tafel om te adviseren hoe financiering innovaties kan opschalen en versnellen.”

“Tijden veranderen. We hebben nu klanten die geen wateraansluiting kunnen krijgen of niet kunnen uitbreiden. Nederland is al honderd jaar de koning in waterbeheer, maar water is slechts vanzelfsprekend totdat het op is. Water is een nieuw puzzelstukje in ondernemen geworden en dus ook in financiering. De Rabobank ondersteunt nadrukkelijk innovaties gericht op het hergebruik van regenwater, gezuiverd effluent of industriewater, zoals waterfabrieken en De WaterBank. Duurzaam water tegen een iets hogere prijs, daar ligt een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling en een nieuwe kans in ondernemen: Water-as-a-Service.

Als bank verbinden wij vooral; we brengen waterleveranciers en -afnemers bij elkaar en alle partijen die daar in de keten omheen zitten. Je zou kunnen denken: is dat een rol voor bankiers? Maar er zijn duidelijke parallellen met verduurzaming in de energiesector. Ook daar werken publieke en private partners samen om knelpunten op te lossen en nieuwe bronnen aan te boren. En daar hebben we als Rabobank veel ervaring opgedaan met het creëren van businesscases en het opstellen van langlopende contracten die financiële zekerheid bieden voor afnemers en aanbieders. We weten veel van kredietwaardigheid, garanties opstellen en financiële producten. Onze financiële kennis helpt om goede keuzes te maken.  Overigens zitten we graag vroeg aan tafel, zodra duidelijk is wie de stakeholders zijn. Waterschappen of gemeenten verdiepen zich niet altijd voldoende in de financiële kant van innovaties, wat tot gemiste kansen kan leiden.

We merken dat de 21 waterschappen vaak een verschillende kijk hebben op innovatie. Logisch, het zijn zelfstandige, democratische instellingen. Maar voor de schaalbaarheid is het niet ideaal. Met de ervaringen van de reeds bestaande waterfabrieken kun je een blauwdruk opstellen, een concept waarmee ieder waterschap snel aan de slag kan. Dat is veel slimmer en sneller dan wanneer elk waterschap zijn eigen systeem test.

Het gaat in mijn team vaak om financiering van ‘ecosystemen’, niet om klassieke bank-klantrelaties. Dat is complexer, maar ook leuker, vind ik. Wat dat betreft ben ik geen doorsnee bankier; het verbinden en geld als middel voor oplossingen boeit me veel meer dan het financiële product zelf. De aanwezigheid van geld is een gegeven, zeg ik. Het gaat erom: welk probleem los je ermee op? Al in mijn studietijd boeide juist de combinatie van duurzaamheid, circulariteit en financiële vraagstukken me enorm. Ik denk dat mijn vader, die watertechnoloog is, toch ergens iets heeft aangewakkerd in mij. Vroeger vond ik dingen waar hij zich mee bezighield, membranen ontwikkelen, maar saai. Tegenwoordig voer ik met hem hele gesprekken over uitdagingen in de watersector. Hij vanuit zijn technische blik, ik vanuit mijn interesses in de financiële wereld.

Als Rabo Team Water richten we onze blik op brede uitdagingen in water: ‘te veel, te weinig of te vies’. Ook met dat laatste zijn we aan de slag. Ik zie zeker het spanningsveld. In de agrarische sector worden pesticiden en meststoffen gebruikt die de kwaliteit van oppervlaktewater kunnen schaden. Als bankiers vertellen we onze klanten niet hoe ze moeten ondernemen, maar we zitten bijvoorbeeld nu wel in de glastuinbouw met waterschappen aan tafel. Hoe kunnen we bijdragen als bank? We bieden nu bijvoorbeeld watercoaches aan. Bij transities denken we meteen aan het financieren van technische innovaties, maar verandering wordt vooral gedreven door ongrijpbaardere factoren als bewustwording en inzicht in hoe je zelf deel van de oplossing kunt zijn.”

CV in het kort

Margot d’Ancona-Roesink is directeur van Rabo Water. Ze is ook bestuurslid van De WaterBank, Finance Expert Group Member van Water Europe en Strategic Board Member van Aquatech Global.

STOWA-bestuurslid Marijn Ornstein over het waarom van ‘de frisse blik’

Water, bodem en omgeving zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bovendien is waterbeheer verknoopt met thema’s als klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit. STOWA-bestuurslid en dijkgraaf Marijn Ornstein (Vallei en Veluwe). “Het is een natuurlijke neiging om comfortabel in je eigen bubbel te blijven. Daar vindt je herkenning en begrip en ken je de uitdagingen. Maar ook Defensie, de bouw en het onderwijs zijn sectoren met veel opgaven voor de komende jaren. Hoe pakken zij dat aan? Hoe innoveren zij? Door over je horizon te kijken, kun je veel leren.”

Ornstein zag dat bijvoorbeeld gebeuren in contacten tussen de waterwereld en de luchtvaart. Voor haar aanstelling als dijkgraaf werkte Ornstein bij Schiphol aan crisisbeheersing. “Daar zit crisisbeheer in de genen.” Crisismanagement in de waterwereld was van oudsher geënt op de klassieke noodsituaties: hoogwater dat zich vaak dagen van tevoren aankondigt. Inmiddels is er bij waterschappen ook alle aandacht voor mogelijke sabotage en continuering van de bedrijfsvoering. “Zo zijn er nog veel meer kruisbestuivingen mogelijk. En die zijn nodig”, benadrukt Ornstein. Het is bijvoorbeeld dringen geblazen in Nederland om alle opgaven in landbouw, wonen, water en natuur ruimtelijk te realiseren. Zonder projecten die doelen combineren lukt dat niet.

De ‘frisse blikken’ in de STOWA ter Info zullen afkomstig zijn uit andere sectoren, van jonge mensen, waterexperts uit het buitenland, bestuurders of innovatiedeskundigen. Zij brengen ideeën vanuit hun achtergrond. Ornstein: “De blik en de stem van jonge generaties vind ik zelf erg belangrijk. Duurzaamheid komt uiteindelijk  neer op: je problemen niet afwentelen op toekomstige generaties.”

Vreemde ogen dwingen

… anders te kijken

STOWA wil de komende jaren de blik verbreden, zoals staat geschreven in de nieuwe strategienota. Dit vanuit de overtuiging dat nieuwe perspectieven op de waterschapsopgaven kunnen leiden tot betere oplossingen. De nieuwe rubriek ‘frisse blikken’ biedt een podium voor nieuwe of verrassende perspec­tieven op innovatie en de waterwereld. In deze uitgave geven WUR-weten­schap­per Wieke Pot en hoofd RABO Water Margot d’Ancona Roessink hun visie op de waterschapswereld. STOWA-bestuur­der Marijn Ornstein licht de keuze voor het meenemen van ‘frisse blikken’ kort toe. 

“Als STOWA meer impact wil maken met onderzoek, is aansluiting bij de beleids­cycli van de waterschappen essentieel”, aldus universitair hoofd­docent Bestuurs­kunde aan de WUR Wieke Pot. Daarbij kun je volgens haar denken aan de jaar­lijkse budgetcyclus, de vierjaarlijkse verkie­zingen en investe­rings­plannen voor waterinfrastructuur die vaak voor tien jaar gelden. “Timing is een praktisch handvat voor sturing op de lange termijn.”

“Voor een goede timing van beleidsadviezen is sensitiviteit voor de beleidsagenda’s van waterschappen nodig. Bij welk politiek thema sluit het voorstel aan? Beleidscycli bieden altijd een kans om de status quo ter discussie te stellen. Bijvoorbeeld door in een investeringsplan het vernieuwen van gemalen in veenweidegebieden uit te stellen en te kiezen voor onderhoud van bestaande gemalen om zo in te spelen op noodzakelijke veenweidevernatting in de toekomst. Zo kun je sturend zijn richting gewenst toekomstig landgebruik.

Het onderzoek of beleidsadvies dat je in een organisatie wil laten landen, moet ook aansluiten op de actualiteit. Wat speelt er nu? Op zo’n moment kun je ook best een eerder uitgevoerd onderzoek opnieuw onder de aandacht brengen. Mijn ervaring bij de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) heeft me geleerd dat je lang moet investeren in het laten landen van producten. Soms helpt het om media-aandacht te genereren, maar dan blijf je nog steeds zender. Het is beter om aan te sluiten bij de behoefte van gebruikers. Zo hebben wij voor ons advies over klimaatadaptatie, dat in juni 2025 verscheen, aansluiting gezocht bij het lopende proces van het opleveren van een nieuwe Nationale Klimaatadap­tatiestrategie. Deze strategie wordt elke tien jaar aangepast, een mooi moment om kennis actief in te brengen. Onze aanbevelingen gingen bijvoorbeeld over het verrekenen van de kosten voor adaptatie van de waterschappen bij de initiatiefnemers van gebiedsontwikkeling en over beter inzicht in verzekerings­opties tegen klimaatrisico’s. Om deze aanbevelingen goed te laten aansluiten bij de praktijk voerden we veel gesprek­ken met gebruikers en toetsten we aanbevelingen tussentijds bij het ministerie, het Verbond van Verzekeraars, de Unie van Waterschappen en andere betrokken partijen. Zo kwamen we erachter hoe we bepaald beleid een duwtje kunnen geven. 

Waterschappen hebben een vrij dwingende horizon. Er ligt veel vast. Bestaande beleidscycli breek je niet zomaar open. Bijvoorbeeld om verbeteringen door te voeren op het gebied van circulaire materialen of energieverbruik. Voorstellen moeten meestal passen binnen de scope van het vastgestelde budget. Een uitzondering daarop vormen de innovatieve samenwerkingsverbanden van waterschappen, zoals de Energie- en Grondstoffenfabriek. Het gaat bij waterschappen ook vaak over het nakomen van de bestaande regels en afspraken en het optimaal faciliteren van het landgebruik. Wat is ons mandaat richting het beïnvloeden van de ruimtelijke ordening? Wat zijn onze hoofdtaken? Van oudsher beperken die taken bij waterschappen zich tot watermanagement. Als je klimaatneutraal en klimaatadaptief wilt opereren, zul je echter de grenzen van dat mandaat moeten opzoeken. Dat is ook een politieke discussie.

Ik pleit altijd voor het aanstellen van toekomstscouts bij een waterschap, die een brug vormen tussen kennis en strategie en de operationele taken van het waterschap. Zij kunnen helpen bij het laten landen van nieuwe kennis en beleid en het ter discussie stellen van bestaande werkwijzen. Een toekomst­scout legt de link met de directie en het dagelijks bestuur. Bijvoorbeeld door elk kwartaal actief nieuw beleid onder de aandacht te brengen of door best practices te delen. Voor STOWA zou het ook heel goed zijn als ze bij elk waterschap zo’n toekomstscout als aanspreekpunt zouden krijgen.”

CV in het kort

Wieke Pot is universitair hoofddocent aan Wageningen University & Research en raadslid van de Wetenschappelijke Klimaatraad. Ze werkt tijdelijk aan de Victoria University in Wellington in Nieuw-Zeeland om kennis uit te wisselen over klimaatadaptatie.

“Duurzaam, circulair water is een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling, maar biedt ook duidelijk nieuwe kansen in ondernemen”, vertelt Margot d’Ancona-Roesink, directeur van Rabo Water. Ze is erg enthousiast over het businessmodel Water-as-a-Service. “We zitten graag vroeg aan tafel om te adviseren hoe financiering innovaties kan opschalen en versnellen.”

“Tijden veranderen. We hebben nu klanten die geen wateraansluiting kunnen krijgen of niet kunnen uitbreiden. Nederland is al honderd jaar de koning in waterbeheer, maar water is slechts vanzelfsprekend totdat het op is. Water is een nieuw puzzelstukje in ondernemen geworden en dus ook in financiering. De Rabobank ondersteunt nadrukkelijk innovaties gericht op het hergebruik van regenwater, gezuiverd effluent of industriewater, zoals waterfabrieken en De WaterBank. Duurzaam water tegen een iets hogere prijs, daar ligt een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling en een nieuwe kans in ondernemen: Water-as-a-Service.

Als bank verbinden wij vooral; we brengen waterleveranciers en -afnemers bij elkaar en alle partijen die daar in de keten omheen zitten. Je zou kunnen denken: is dat een rol voor bankiers? Maar er zijn duidelijke parallellen met verduurzaming in de energiesector. Ook daar werken publieke en private partners samen om knelpunten op te lossen en nieuwe bronnen aan te boren. En daar hebben we als Rabobank veel ervaring opgedaan met het creëren van businesscases en het opstellen van langlopende contracten die financiële zekerheid bieden voor afnemers en aanbieders. We weten veel van kredietwaardigheid, garanties opstellen en financiële producten. Onze financiële kennis helpt om goede keuzes te maken.  Overigens zitten we graag vroeg aan tafel, zodra duidelijk is wie de stakeholders zijn. Waterschappen of gemeenten verdiepen zich niet altijd voldoende in de financiële kant van innovaties, wat tot gemiste kansen kan leiden.

We merken dat de 21 waterschappen vaak een verschillende kijk hebben op innovatie. Logisch, het zijn zelfstandige, democratische instellingen. Maar voor de schaalbaarheid is het niet ideaal. Met de ervaringen van de reeds bestaande waterfabrieken kun je een blauwdruk opstellen, een concept waarmee ieder waterschap snel aan de slag kan. Dat is veel slimmer en sneller dan wanneer elk waterschap zijn eigen systeem test.

Het gaat in mijn team vaak om financiering van ‘ecosystemen’, niet om klassieke bank-klantrelaties. Dat is complexer, maar ook leuker, vind ik. Wat dat betreft ben ik geen doorsnee bankier; het verbinden en geld als middel voor oplossingen boeit me veel meer dan het financiële product zelf. De aanwezigheid van geld is een gegeven, zeg ik. Het gaat erom: welk probleem los je ermee op? Al in mijn studietijd boeide juist de combinatie van duurzaamheid, circulariteit en financiële vraagstukken me enorm. Ik denk dat mijn vader, die watertechnoloog is, toch ergens iets heeft aangewakkerd in mij. Vroeger vond ik dingen waar hij zich mee bezighield, membranen ontwikkelen, maar saai. Tegenwoordig voer ik met hem hele gesprekken over uitdagingen in de watersector. Hij vanuit zijn technische blik, ik vanuit mijn interesses in de financiële wereld.

Als Rabo Team Water richten we onze blik op brede uitdagingen in water: ‘te veel, te weinig of te vies’. Ook met dat laatste zijn we aan de slag. Ik zie zeker het spanningsveld. In de agrarische sector worden pesticiden en meststoffen gebruikt die de kwaliteit van oppervlaktewater kunnen schaden. Als bankiers vertellen we onze klanten niet hoe ze moeten ondernemen, maar we zitten bijvoorbeeld nu wel in de glastuinbouw met waterschappen aan tafel. Hoe kunnen we bijdragen als bank? We bieden nu bijvoorbeeld watercoaches aan. Bij transities denken we meteen aan het financieren van technische innovaties, maar verandering wordt vooral gedreven door ongrijpbaardere factoren als bewustwording en inzicht in hoe je zelf deel van de oplossing kunt zijn.”

CV in het kort

Margot d’Ancona-Roesink is directeur van Rabo Water. Ze is ook bestuurslid van De WaterBank, Finance Expert Group Member van Water Europe en Strategic Board Member van Aquatech Global.

STOWA-bestuurslid Marijn Ornstein over het waarom van ‘de frisse blik’

Water, bodem en omgeving zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bovendien is waterbeheer verknoopt met thema’s als klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit. STOWA-bestuurslid en dijkgraaf Marijn Ornstein (Vallei en Veluwe). “Het is een natuurlijke neiging om comfortabel in je eigen bubbel te blijven. Daar vindt je herkenning en begrip en ken je de uitdagingen. Maar ook Defensie, de bouw en het onderwijs zijn sectoren met veel opgaven voor de komende jaren. Hoe pakken zij dat aan? Hoe innoveren zij? Door over je horizon te kijken, kun je veel leren.”

Ornstein zag dat bijvoorbeeld gebeuren in contacten tussen de waterwereld en de luchtvaart. Voor haar aanstelling als dijkgraaf werkte Ornstein bij Schiphol aan crisisbeheersing. “Daar zit crisisbeheer in de genen.” Crisismanage­ment in de waterwereld was van oudsher geënt op de klassieke noodsituaties: hoogwater dat zich vaak dagen van tevoren aankondigt. Inmid­dels is er bij waterschappen ook alle aandacht voor mogelijke sabotage en continuering van de bedrijfsvoering. “Zo zijn er nog veel meer kruisbestui­vingen mogelijk. En die zijn nodig”, bena­drukt Ornstein. Het is bijvoorbeeld dringen geblazen in Nederland om alle opgaven in landbouw, wonen, water en natuur ruimtelijk te realiseren. Zonder projecten die doelen combineren lukt dat niet.

De ‘frisse blikken’ in de STOWA ter Info zullen afkomstig zijn uit andere secto­ren, van jonge mensen, water­experts uit het buitenland, bestuurders of innova­tie­deskundigen. Zij brengen ideeën vanuit hun achtergrond. Ornstein: “De blik en de stem van jonge generaties vind ik zelf erg belangrijk. Duurzaamheid komt uiteindelijk  neer op: je problemen niet afwentelen op toekomstige generaties.”

STOWA Publicaties

Hier vindt u de digitale uitgaven van STOWA waaronder het digitale magazine Ter Info.
Volledig scherm