Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.

Meer aandacht voor kennis die doorwerkt

Hoe zorg je ervoor dat de kennis uit STOWA-onderzoek bij de waterschappen belandt en daar daadwerkelijk wordt gebruikt? Kennis die doorwerkt dus. Het is een belangrijk speerpunt in de nieuwe strategienota van STOWA. Vaak weten mensen wel wat de beste oplossing is, maar ze doen er niks mee. De oorzaken daarvan moet je onderzoeken. Gedragswetenschappen kunnen in zo’n geval uitkomst bieden.

“Bij STOWA worden veel rapporten opgeleverd waarvan je wil dat ze impact hebben”, benadrukt Jo Caris, STOWA-bestuurder en heemraad bij Waterschap Zuiderzeeland. “Het is nu erg lastig om in te schatten wat precies de impact van de STOWA-onderzoeken is. We gaan daarom iets doen aan effectmonitoring en het is verstandig om aan de voorkant te bedenken hoe je dat zou kunnen doen.” In de strategienota ‘Effect in uitvoering’ staat dat bij projecten, naast een doelgroepenanalyse en een communicatieplan, na afloop ook wordt geëvalueerd wat er met de ontwikkelde kennis praktisch is gebeurd. Ook worden mogelijke sociale belemmeringen in kaart gebracht voordat een project van start gaat.

“De tevredenheid over de STOWA-onderzoeken is heel hoog”, stelt Caris. “De vraag is natuurlijk hoe je achteraf kunt toetsen of die kennis ook daadwerkelijk wordt afgetapt. STOWA is natuurlijk heel actief met workshops, webinars en Communities of Practice. Maar we weten niet goed of dat altijd het gewenste effect heeft. Van mijn eigen waterschap weet ik dat soms wel. Bij Zuiderzeeland kijken we op dit moment op basis van STOWA-onderzoek of onze zuivering KRW-proof is en welke extra zuiveringsstap voor onze zuivering geschikt zou kunnen zijn. Van dat onderzoek weet ik dus vanuit de praktijk dat er gebruik van wordt gemaakt.”

De factor ‘gedoe’

Gerdien de Vries is sinds kort hoogleraar Gedragswetenschappen aan de TU Delft. Zij onderzoekt hoe mensen omgaan met beleid en technologie bij energietransities en klimaatadaptatie. Haar kersverse hoogleraarschap onderschrijft de opkomende populariteit van gedragswetenschappen bij onderzoek naar zogenoemde sociotechnische transities. De Vries: “We zien dat steeds meer verschaffers van onderzoeksubsidies vragen om een gedragsanalyse.” De Vries legt uit dat het veranderen van gedrag veel verder gaat dan het vergroten van kennis of het beïnvloeden van houding. “In gedragswetenschappen bestaat one-size-fits-all niet. Je moet echt onderzoek doen om te achterhalen wat mensen beweegt. Een belangrijk thema in mijn werk is de factor ‘gedoe’ geworden. Uit een studie uit Engeland bleek dat mensen hun zolder niet isoleren, omdat ze het opruimen ervan zoveel gedoe vonden. Wij hebben dat onderzoek uitgebreid en komen erachter dat mensen veel meer gedoe ervaren. Bijvoorbeeld bij het aanvragen van subsidie en het vinden van een leverancier. Dat blijken grote belemmeringen voor verduurzaming. En dan gebeurt er niets. Wij proberen dat gedoe te verminderen door processen makkelijker te maken, bijvoorbeeld door klussen (ook mentaal) in stukjes op te breken.”

Gedragsanalyse

Op de vraag hoe zij STOWA zou kunnen helpen bij onderzoek, lepelt De Vries een kant-en-klaar stappenplan op. “Wij zouden starten met het vragen welke gedragsverandering er precies verwacht wordt van de doelgroep. Wat is het probleem? Daarna zoeken we in de literatuur naar gedragsanalyses in vergelijkbare onderzoeken. Wat zijn mogelijke drivers en barrières van het gewenste gedrag? Indien nodig kunnen interviews en surveys bij de doelgroep meer inzicht geven in het gedrag. Met een gedegen gedragsanalyse kunnen we aanbevelingen geven voor gedragsinterventies. Zo’n gedragsanalyse zou een mooie afstudeeropdracht kunnen zijn voor onze studenten!” Volgens de hoogleraar is geld vaak een belangrijke beïnvloeder van gedrag. “Dat zag je tijdens de energiecrisis ook. Ineens waren mensen bereid hun verwarming een stuk lager te zetten. Maar wat ook van invloed kan zijn, is de invloed van anderen: ‘peer influence’. Als je buren bijvoorbeeld hun tuin klimaatadaptief maken en je ziet dat dat weinig gedoe oplevert, krijg je zelf ook het idee dat het jou kan lukken.”

Artikel in het kort

  • In de nieuwe strategienota vraagt STOWA extra aandacht voor kennisdoorwerking: hoe kunnen we met de ontwikkelde kennis meer impact creëren?

  • Om dat te realiseren, gaat STOWA bij de uit te voeren projecten onder meer mogelijke sociale belemmeringen en organisatiehobbels voor implementatie in kaart brengen.

  • Hoogleraar gedragswetenschappen Gerdien de Vries gaat dieper in op de vraag hoe je van meer kennis en een andere houding komt tot aangepast gedrag. Dat is volgens haar altijd maatwerk.

  • Waterschapper én gedragskundige Kes Nieuwpoort legt uit dat bewustzijn alleen niet voldoende is om gedrag te veranderen.

KRW na 2027
Drinken van gezuiverd rioolwater
Voorbereid op wateroverlast

Binnenkort start een project om de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water beter te integreren. Daarbij wordt expliciet gekeken naar de menselijke kant van integratie.

Drinkwaterbedrijven en waterschappen willen in het project ‘De Ultieme Waterfabriek’ de geesten rijp maken om gezuiverd rioolwater (effluent) niet meer te lozen, maar extra te zuiveren en dan opnieuw te gebruiken. Maar willen toekomstige drinkwatergebruikers dat ook?

STOWA onderzoekt via een gedragswetenschappelijke aanpak of burgers, agrariërs en bedrijven bereid zijn om zelf actie te ondernemen om de effecten van wateroverlast te verminderen. Wat dragen zij zelf als oplossingen aan?

STOWA & Gedragsonderzoek

Nieuwpoort heeft op het najaarscongres van het Koninklijk Nederlands Waternetwerk gesproken over gedragsverandering. “Er bleek veel belangstelling voor het omgaan met weerstand. Mensen willen vaak niet veranderen. Die weerstand kun je verdelen in drie types. Reactance is een reactie op verandering waarbij mensen denken dat ze hun autonomie kwijtraken. Bij scepticisme is de weerstand gericht op de inhoud. Er wordt getwijfeld aan het nut of de oprechtheid van de boodschap(per). Bij inertia hebben mensen geen zin in verandering. Het is geen actieve tegenwerking, maar een gebrek aan bereidheid om te veranderen. Als STOWA wil dat kennis doorwerkt, is het dus verstandig om rekening te houden met dit soort factoren. Met behulp van gedragswetenschap krijgen de STOWA-onderzoeken een duwtje in de rug.”

“Voordat je een oplossing bedenkt, moet je wel het probleem achterhalen”, aldus Nieuwpoort: “Soms bedenken we oplossingen voor iets terwijl dit niet goed is afgestemd op het gedrag dat we willen veranderen. Je moet je dan afvragen: welk concreet gedrag wil je bereiken? Wat is je specifieke doelgroep? En ga ook met die mensen in gesprek. Doe onderzoek. Ik zie af en toe wel eens een STOWA-rapport voorbijkomen en dat wordt dan via de website gedeeld, maar ik denk niet dat dat voldoende is voor implementatie. Je zou eens in gesprek moeten gaan met de lezers en moeten kijken hoe zij die rapporten beoordelen. De waterschappen zouden er goed aan doen om het menselijke perspectief mee te nemen. Veranderingen top-down invoeren werkt lang niet altijd als je niet kijkt naar wat er speelt bij je doelgroep.”

Gedragskundige Kes Nieuwpoort onderschrijft de lessen van de Delftse hoogleraar De Vries. Nieuwpoort is op zijn vakgebied een van de pioniers binnen de waterschapswereld. Hij werkt fulltime als gedragskundige bij het Hoogheemraadschap van Delfland. “Het waterschap heeft in 2017 collega’s aangenomen om het waterbewustzijn van inwoners te vergroten. Later realiseerden zij zich dat bewustzijn niet voldoende is om gedrag te veranderen. We weten allemaal wel dat kopen bij Shein, vliegen en vlees eten niet goed zijn voor de planeet. Maar er is meer nodig om gedrag daadwerkelijk te veranderen.” Nieuwpoort is betrokken bij allerlei verandertrajecten bij het waterschap. Van de invoering van Microsoft 365 tot het melden van phishingmails.

Omgaan met weerstand
In gesprek
Fulltime gedragskundige bij waterschap

Meer aandacht voor kennis die doorwerkt

Hoe zorg je ervoor dat de kennis uit STOWA-onderzoek bij de waterschappen belandt en daar daadwerkelijk wordt gebruikt? Kennis die doorwerkt dus. Het is een belangrijk speerpunt in de nieuwe strategienota van STOWA. Vaak weten mensen wel wat de beste oplossing is, maar ze doen er niks mee. De oorzaken daarvan moet je onderzoeken. Gedragswetenschappen kunnen in zo’n geval uitkomst bieden.

“Bij STOWA worden veel rapporten opgeleverd waarvan je wil dat ze impact hebben”, benadrukt Jo Caris, STOWA-bestuurder en heemraad bij Waterschap Zuiderzeeland. “Het is nu erg lastig om in te schatten wat precies de impact van de STOWA-onderzoeken is. We gaan daarom iets doen aan effectmonitoring en het is verstandig om aan de voorkant te bedenken hoe je dat zou kunnen doen.” In de strategienota ‘Effect in uitvoering’ staat dat bij projecten, naast een doelgroepenanalyse en een communicatieplan, na afloop ook wordt geëvalueerd wat er met de ontwikkelde kennis praktisch is gebeurd. Ook worden mogelijke sociale belemmeringen in kaart gebracht voordat een project van start gaat.

“De tevredenheid over de STOWA-onderzoeken is heel hoog”, stelt Caris. “De vraag is natuurlijk hoe je achteraf kunt toetsen of die kennis ook daadwerkelijk wordt afgetapt. STOWA is natuurlijk heel actief met workshops, webinars en Communities of Practice. Maar we weten niet goed of dat altijd het gewenste effect heeft. Van mijn eigen waterschap weet ik dat soms wel. Bij Zuiderzeeland kijken we op dit moment op basis van STOWA-onderzoek of onze zuivering KRW-proof is en welke extra zuiveringsstap voor onze zuivering geschikt zou kunnen zijn. Van dat onderzoek weet ik dus vanuit de praktijk dat er gebruik van wordt gemaakt.”

De factor ‘gedoe’

Gerdien de Vries is sinds kort hoogleraar Gedragswetenschappen aan de TU Delft. Zij onderzoekt hoe mensen omgaan met beleid en technologie bij energietransities en klimaatadaptatie. Haar kersverse hoogleraarschap onderschrijft de opkomende populariteit van gedragswetenschappen bij onderzoek naar zogenoemde sociotechnische transities. De Vries: “We zien dat steeds meer verschaffers van onderzoeksubsidies vragen om een gedragsanalyse.” De Vries legt uit dat het veranderen van gedrag veel verder gaat dan het vergroten van kennis of het beïnvloeden van houding. “In gedragswetenschappen bestaat one-size-fits-all niet. Je moet echt onderzoek doen om te achterhalen wat mensen beweegt. Een belangrijk thema in mijn werk is de factor ‘gedoe’ geworden. Uit een studie uit Engeland bleek dat mensen hun zolder niet isoleren, omdat ze het opruimen ervan zoveel gedoe vonden. Wij hebben dat onderzoek uitgebreid en komen erachter dat mensen veel meer gedoe ervaren. Bijvoorbeeld bij het aanvragen van subsidie en het vinden van een leverancier. Dat blijken grote belemmeringen voor verduurzaming. En dan gebeurt er niets. Wij proberen dat gedoe te verminderen door processen makkelijker te maken, bijvoorbeeld door klussen (ook mentaal) in stukjes op te breken.”

Gedragsanalyse

Op de vraag hoe zij STOWA zou kunnen helpen bij onderzoek, lepelt De Vries een kant-en-klaar stappenplan op. “Wij zouden starten met het vragen welke gedragsverandering er precies verwacht wordt van de doelgroep. Wat is het probleem? Daarna zoeken we in de literatuur naar gedragsanalyses in vergelijkbare onderzoeken. Wat zijn mogelijke drivers en barrières van het gewenste gedrag? Indien nodig kunnen interviews en surveys bij de doelgroep meer inzicht geven in het gedrag. Met een gedegen gedragsanalyse kunnen we aanbevelingen geven voor gedragsinterventies. Zo’n gedragsanalyse zou een mooie afstudeeropdracht kunnen zijn voor onze studenten!” Volgens de hoogleraar is geld vaak een belangrijke beïnvloeder van gedrag. “Dat zag je tijdens de energiecrisis ook. Ineens waren mensen bereid hun verwarming een stuk lager te zetten. Maar wat ook van invloed kan zijn, is de invloed van anderen: ‘peer influence’. Als je buren bijvoorbeeld hun tuin klimaatadaptief maken en je ziet dat dat weinig gedoe oplevert, krijg je zelf ook het idee dat het jou kan lukken.”

Het is overigens niet zo dat de deelnemende waterschappen blind varen op de informatie uit de Toolbox Continu Inzicht. Zethof: “De informatie uit de toolbox wordt steeds getoetst en verbeterd. Klopt het beeld op het scherm met wat de beheerder buiten ziet? Of andersom. Is er op het scherm ook sprake van beginnende schade aan een kering? Het beheerdersoordeel blijft ook in de toekomst nodig. De Toolbox Continu Inzicht is een hulpmiddel, maar het is geen vervanging voor inspecties.” Van der Doef voegt toe: “Met AI kun je op basis van bekende situaties snel een uitspraak doen over een onbekende situatie (interpoleren), maar als AI aannames gaat doen op basis van wat hij al weet (en gaat extrapoleren), gaat hij mogelijk de mist in. AI is een buzzword. Het is niet de oplossing voor alles.”

Artikel in het kort

  • In de nieuwe strategienota vraagt STOWA extra aandacht voor kennisdoorwerking: hoe kunnen we met de ontwikkelde kennis meer impact creëren?

  • Om dat te realiseren, gaat STOWA bij de uit te voeren projecten onder meer mogelijke sociale belemmeringen en organisatiehobbels voor implementatie in kaart brengen.

  • Hoogleraar gedragswetenschappen Gerdien de Vries gaat dieper in op de vraag hoe je van meer kennis en een andere houding komt tot aangepast gedrag. Dat is volgens haar altijd maatwerk.

  • Waterschapper én gedragskundige Kes Nieuwpoort legt uit dat bewustzijn alleen niet voldoende is om gedrag te veranderen.

“Voordat je een oplossing bedenkt, moet je wel het probleem achterhalen”, aldus Nieuwpoort: “Soms bedenken we oplossingen voor iets terwijl dit niet goed is afgestemd op het gedrag dat we willen veranderen. Je moet je dan afvragen: welk concreet gedrag wil je bereiken? Wat is je specifieke doelgroep? En ga ook met die mensen in gesprek. Doe onderzoek. Ik zie af en toe wel eens een STOWA-rapport voorbijkomen en dat wordt dan via de website gedeeld, maar ik denk niet dat dat voldoende is voor implementatie. Je zou eens in gesprek moeten gaan met de lezers en moeten kijken hoe zij die rapporten beoordelen. De waterschappen zouden er goed aan doen om het menselijke perspectief mee te nemen. Veranderingen top-down invoeren werkt lang niet altijd als je niet kijkt naar wat er speelt bij je doelgroep.”

In gesprek

Voorbeeld van een fragility curve. Deze geeft het verband aan tussen de kans op falen voor een bepaald faalmechanisme als functie van de waterstand.

Dijkvak: 35-2_64

Gedragskundige Kes Nieuwpoort onderschrijft de lessen van de Delftse hoogleraar De Vries. Nieuwpoort is op zijn vakgebied een van de pioniers binnen de waterschapswereld. Hij werkt fulltime als gedragskundige bij het Hoogheemraadschap van Delfland. “Het waterschap heeft in 2017 collega’s aangenomen om het waterbewustzijn van inwoners te vergroten. Later realiseerden zij zich dat bewustzijn niet voldoende is om gedrag te veranderen. We weten allemaal wel dat kopen bij Shein, vliegen en vlees eten niet goed zijn voor de planeet. Maar er is meer nodig om gedrag daadwerkelijk te veranderen.” Nieuwpoort is betrokken bij allerlei verandertrajecten bij het waterschap. Van de invoering van Microsoft 365 tot het melden van phishingmails.

Fulltime gedragskundige bij waterschap

Wat zit er in de
Toolbox Continu Inzicht?

  • Actuele en verwachte waterstanden of grondwaterstanden

  • What if-scenario’s om verschillende hoogwaterscenario’s te simuleren

  • Fragility Curves die de sterkte van een kering beschrijven

  • Beheerdersoordeel: beheerder kan het veiligheidsbeeld overrulen

  • Inspectie- en monitoringsgegevens

  • Beheer- en noodmaatregelen

  • Overstromingsscenario’s en realtime overstromingsrisico’s

  • Impactanalyse om effecten van nieuwe waterstandstatistiek op de faalkans per jaar te bepalen

Twee schermafbeeldingen van de Continue Inzicht Toolbox:
De eerste van een actuele situatie en de tweede van een fictieve kritieke situatie.

Op een geografische kaart van het beheergebied van waterschap Brabantse Delta is het gros van de keringen groen gekleurd. Geel, oranje of rood betekent dat er iets aan de hand is. Projectleider Marit Zethof van HKV Lijn in Water benadrukt dat het voordeel van de Toolbox Continu Inzicht is dat alle medewerkers bij een waterschap nu over dezelfde basisinformatie beschikken. “Dat was voor de komst van de Toolbox niet het geval. Er zijn naast (grond)waterstanden, schematisatie van de waterkering, ook inspectiegegevens, overstromingsscenario’s, historisch zwakke plekken, monitoringsdata en aandachtlocaties uit vergunningverlening beschikbaar. Het kost tijd om al die informatie bij elkaar te brengen en te interpreteren”, legt Zethof uit. Van der Doef beaamt dat. “Bij ons komen de verschillende informatiestromen bij elkaar in het waterschapsreactieteam. Dat team beoordeelt de meldingen van buiten die via de inspectie-app binnenkomen. Als er maatregelen nodig zijn, wordt het operationeel team ingeschakeld. Die werkwijze wordt vergemakkelijkt door de inzet van de Toolbox Continu Inzicht.”

STOWA Publicaties

Hier vindt u de digitale uitgaven van STOWA waaronder het digitale magazine Ter Info.
Volledig scherm