Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.

STOWA brengt uitvoering wateropgaven in een hogere versnelling

Waterschappen worstelen met de uitvoeringskracht die nodig is om de grote opgaven waar ze voor staan, daadwerkelijk te realiseren. Het betreft met name de renovatie van het afvalwatertransportstelsel en de verbouw en nieuwbouw van rwzi’s. Met de nieuwe strategienota ‘Effect in Uitvoering’ speelt STOWA hier nadrukkelijk op in. De organisatie wil waterschappen ondersteunen met kennis en handreikingen die bijdragen aan versnelling én slimmere uitvoering van de opgaven.

De Nederlandse afvalwaterketen staat voor een uitzonderlijk grote vernieuwingsopgave. Van de ruim 300 rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s), die grotendeels in de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn gebouwd, moeten er de komende jaren ongeveer 150 ingrijpend worden gerenoveerd. Het gaat daarbij niet om cosmetische ingrepen, maar om ingrijpende, structurele moderniseringen van installaties die vaak meer dan vijftig jaar oud zijn. Maar daarmee zijn we er nog niet. Ondergronds ligt zo mogelijk nog een veel grotere en minder zichtbare opgave: het transportstelsel van vrijvervalriolen, persleidingen en hoofdtransportleidingen. Van veel onderdelen is onvoldoende bekend waar ze exact liggen, in welke staat ze verkeren en waar risico’s ontstaan bij kruisingen met andere ondergrondse infrastructuur, zoals gasleidingen en elektriciteitskabels. Daarbovenop komen Europese verplichtingen, zoals de Kaderrichtlijn Water (KRW), waaraan Nederland uiterlijk eind 2027 moet voldoen. Dat betekent dat een deel van de rwzi’s aanvullende zuiveringsstappen zal moeten invoeren om de emissies van fosfaat, stikstof en microverontreinigingen verder te reduceren.

Nieuwe Europese aanscherping

Na de KRW-deadline dient de volgende deadline zich al aan. Op grond van de herziene Europese Richtlijn stedelijk afvalwater moeten waterschappen richting 2045 voldoen aan strengere eisen, waaronder aanvullende verwijdering van medicijnresten, energiereductie en structurele rioolwatermonitoring voor de detectie van corona en andere virussen. Verder gaat de afvalwatersector vallen onder de nieuwe Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. Deze wet heeft als doel de weerbaarheid te verhogen van organisaties die essentiële diensten verlenen. Dat betekent concreet dat waterschappen fors moeten gaan investeren in fysieke en digitale beveiliging van hun afvalwaterassets. Ook is het de bedoeling dat er tot 2030 gemiddeld honderdduizend woningen per jaar bijkomen om de woningnood te lenigen. Hiervoor zijn meer drinkwateraansluitingen nodig en moeten rwzi’s meer afvalwater verwerken. Tot slot hebben de waterschappen zichzelf ambitieuze duurzaamheidsdoelen gesteld. Ze willen klimaatneutraal worden, energie opwekken uit afvalwater en waardevolle grondstoffen terugwinnen, zoals fosfaat, cellulose en bioplastics. Dat maakt de opgave nog complexer; bestaande rwzi’s moeten niet alleen worden vernieuwd, maar ook worden omgebouwd tot circulaire en energie-efficiënte installaties.

Uitvoeringskracht

De grote vraag is hoe waterschappen deze stapeling van opgaven daadwerkelijk kunnen realiseren in een tijd van schaarse menskracht, ruimte en marktcapaciteit. Zij zijn om te beginnen niet de enige partij die in het overvolle Nederland een gigantische klus moeten klaren. De netbeheerders investeren de komende decennia fors om het elektriciteitsnet te verzwaren en Defensie breidt haar oefenterreinen uit. Dat legt nog meer druk op de schaarse ruimte in ons land. En waar moet al het personeel vandaan komen? De beschikbare aannemerscapaciteit staat nu al zwaar onder druk. Het is in dat licht zeer begrijpelijk dat STOWA in de nieuwe strategienota ‘Effect in Uitvoering’ de nadruk legt op uitvoeringskracht. De eerste stappen zijn inmiddels gezet. Zo maakt STOWA-directeur Mark van der Werf deel uit van het Directeureninitiatief Waterketen. Hierin werken nu twaalf directeuren van waterschappen met elkaar samen om de opgave uitvoerbaar te houden. Het doel is door te groeien naar een volwaardig directeurenoverleg Waterketen, waarin alle 21 waterschappen zijn vertegenwoordigd.

Projectgroep

De directeuren worden ondersteund door een projectgroep. Voorzitter van deze groep is Pascal Mousset, hoofd Afdeling Projecten, Advies en Onderzoek bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Hij werkt met een aantal collega-waterschappers het programma uit dat de waterdirecteuren eerder in grote lijnen hebben opgesteld. Het programma bestaat uit vijf samenhangende paden: slimmer programmeren, kenniscapaciteit uitbreiden en delen, governance, strategie en beleid, standaardiseren en uniformeren en tot slot markt- en personeelscapaciteit uitbreiden. Het komt er in grote lijnen op neer dat waterschappen, waar mogelijk, hun programmering beter op elkaar af willen stemmen om een stabiele opdrachtenstroom voor de markt te creëren en tegelijk sterker willen inzetten op standaardisatie en uniformering van processen en werkwijzes, zonder technologische innovatie te blokkeren. Door innovaties centraler te coördineren en te testen, kunnen resultaten sneller worden opgeschaald en breder worden toegepast. “We gaan geen dingen dubbel doen”, benadrukt Mousset. “We willen zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande initiatieven om waterschappen met elkaar te verbinden. En we ontplooien nieuwe initiatieven waar nog niets gebeurt. Deze fase is vooral bedoeld om te ontdekken wat we nu nodig hebben om de opgave te realiseren.”

Meer regie

Welke rol kan STOWA spelen om de waterdirecteuren te ondersteunen? Mousset heeft een paar suggesties. “Denk bijvoorbeeld aan een handreiking om de huidige rwzi-opgave te prioriteren. Niet alles kan immers in één keer. Of een beeld schetsen van de huidige en toekomstige zuiveringstechnieken om de Europese doelen te halen. Daar heeft STOWA al veel onderzoek naar gedaan.” Verder denkt hij aan een handreiking om de levensduur van rwzi’s te verlengen. Dat geeft de markt en de waterschappen meer lucht om de opgave uit te voeren. Maar bovenal ziet hij voor STOWA een coördinerende rol voor onderzoeksvragen, kennisontwikkeling en beleidskeuzes weggelegd. “Er zijn veel waterschappen die hierin individuele initiatieven ontplooien. Het is goed om een partij te hebben die het overzicht heeft van wat alle waterschappen hierin precies doen om de opgave te realiseren. Het doel is te zorgen voor meer gezamenlijke regie op technologische ontwikkelingen en strategische keuzes, zonder de bestuurlijke autonomie van afzonderlijke waterschappen aan te tasten. STOWA kan daarbij goed helpen.” Daarnaast kijken de leden van de projectgroep wat er nu mogelijk is om waterschappen onderling meer personeel met elkaar te laten uitwisselen. Waarom zou je per waterschap een projectteam opbouwen en daarna weer afbreken?
Het programma dat ze nu uitwerken, is continu in verandering. Dat komt mede omdat de opgave ook verandert. Mousset: “Daarom werken we aan een adaptief programma dat kan meebewegen met toekomstige ontwikkelingen in wet- en regelgeving, technologie en markt.”

Bestuur

De waterdirecteuren kunnen wel de ambitie hebben om meer met elkaar samen te werken. Maar in de praktijk hebben zij met besturen te maken die individuele beslissingen nemen. Hoe gaan ze daarmee om? Valéry Hunnik, directeur Water en Klimaat bij Waterschap Rivierenland en samen met directeur Roland Vissers van Waterschap Hollandse Delta trekker van het Directeureninitiatief Waterketen, vindt het van groot belang dat de 21 waterschappen samen kijken hoe ze al het werk kunnen uitvoeren. “Kijk bijvoorbeeld met een aantal buurwaterschappen hoe je gezamenlijk je programmering kunt afstemmen richting marktpartijen die regionaal actief zijn. Het is goed om elkaar ambtelijk te vinden, samen te werken aan kennis en innovaties, standaarden zoals Verdygo te ontwikkelen en onze bestuurders adequaat te adviseren. Ook kijken we of er kansen zijn om meer marktpartijen te interesseren voor deze opgave.”

Aanbestedingsregels en inkoopbeleid zitten elkaar daarbij soms in de weg. Kleinere of nieuwe marktpartijen hebben vaak nog geen ervaring met grotere zuiveringsprojecten, terwijl waterschappen hier in aanbestedingen wél expliciet om vragen. “Wanneer we willen dat nieuwe partijen tot deze markt toetreden, moeten we goed nadenken over de eisen die we stellen.” Om de marktcapaciteit uit te breiden, is het ook goed om naar bedrijven te kijken die nu niet in de afvalwaterketenmarkt zitten, maar daar wel kennis over, alsook ervaring mee en interesse in hebben. Wat is er nodig om te zorgen dat zij instappen? “Denk bijvoorbeeld aan bedrijven die zich nu vooral richten op de industriële zuiveringsmarkt of drinkwaterzuiveringen.”

Capaciteit uitbreiden

Net als Mousset ziet Hunnik de voordelen van de handreikingen die STOWA kan opstellen om de waterschappen te ondersteunen bij de uitwerking van de opgave. “Het directeurenoverleg is nadrukkelijk bedoeld om het gesprek te voeren over strategische ontwikkelingen: wat komt er op ons af? Dat gaat verder dan alleen de bouw- of renovatieopgave. Want elk waterschap heeft ook met andere lokale vraagstukken te maken”, zegt Hunnik. “Met de directeuren zetten we daarin groeistappen door samen het gesprek aan te gaan over die strategische thema’s, ook met STOWA. Daarvoor is kennis essentieel. Juist bij innovaties zie je dat een aantal waterschappen het voortouw neemt, vaak in wisselende samenstellingen, waarna we onderling kennis delen. Het is waardevol dat STOWA daarin een verbindende en ondersteunende rol kan spelen.”

Een concreet voorbeeld daarvan is het opstellen van een handreiking om met krachtige AI-tools de staat van de assets in kaart te brengen en uitval te kunnen voorspellen. Daar heeft de chemische industrie al ervaring mee. “Een wenkend toekomstperspectief”, aldus Hunnik.

Een andere interessante optie die nu wordt onderzocht, is om de bestaande capaciteit van rwzi’s uit te breiden. Zo starten vijf waterschappen, STOWA en Haskoning in het najaar van 2026 op rwzi Wijk bij Duurstede een praktijkonderzoek naar het continu korrelslibproces. Het doel is om aan te tonen dat de bestaande rwzi’s met deze technologie 50 tot 100 procent meer rioolwater kunnen verwerken in vergelijking met het batchgewijs korrelslibproces. De kleinschalige pilot op rwzi Harnaschpolder van het Hoogheemraadschap van Delfland leverde hoopvolle resultaten op. “Een hele interessante innovatie”, aldus Hunnik. “We hebben in verschillende delen van Nederland maar beperkte ruimte om rwzi’s uit te breiden. Dus als het op deze manier kan, komt dat goed uit.”

Artikel in het kort

  • Zo'n 150 van de ruim 300 Nederlandse rwzi's moeten de komende jaren ingrijpend worden gerenoveerd, terwijl ook het ondergrondse transportstelsel op veel plekken aan het einde van zijn levensduur is. Daar komen aangescherpte Europese eisen en duurzaamheidsambities bovenop.

  • Twaalf waterschapsdirecteuren werken in het Directeureninitiatief Waterketen samen om de uitvoeringskracht te vergroten. Dat gebeurt via vijf paden: slimmer programmeren, kenniscapaciteit uitbreiden en delen, governance, strategie en beleid, standaardiseren en uniformeren én uitbreiding van markt- en personeelscapaciteit.

  • STOWA onderkent in de nieuwe strategienota het uitvoeringsprobleem van de waterschappen en gaat ze ondersteunen om hun wateropgaven makkelijker te realiseren. Bijvoorbeeld via handreikingen voor prioritering van de rwzi-opgave, levensduurverlenging en innovatie, zoals het continu korrelslibproces dat de capaciteit van bestaande rwzi's fors kan vergroten.

Afvalwatertransportleidingen en een groot deel van de rwzi’s bereiken nu het einde van hun technische levensduur. Alles tegelijkertijd aanpakken is niet realistisch, onder meer door de beperkte marktcapaciteit. Hoe krijgen waterschappen een gemeenschappelijk beeld van de risico’s die ze met hun assets lopen, om te bepalen wat als eerste aan de beurt is? Het begint met een gedegen risicoanalyse, stelt Bert Palsma, programmamanager Waterketen en stedelijk water bij STOWA. “Welke assets lopen tegen het einde van de technische levensduur aan? Waar zitten de kwetsbaarheden en hoe erg is het als een zuivering uitvalt? Neem nu de stroomuitval bij rwzi Haps in november 2025. De rwzi ligt naast de Maas, waardoor het afvalwater toch geloosd kon worden. Een noodoplossing, verre van ideaal, maar wel een soort bypass om grotere problemen te voorkomen.”

De chemische industrie kan de afvalwatersector helpen om de risico’s van assets en de gevolgen daarvan als het misgaat, goed in beeld te brengen. Chemiebedrijven hebben hier, mede door strenge wet- en regelgeving, ruime ervaring mee. Ze werken met gevaarlijke stoffen en wanneer het misgaat in een fabriek, kan dat grote gevolgen hebben voor het personeel en de omgeving. Risicomanagement staat daar hoog op de agenda. Risico kent twee aspecten: de kans dat een negatieve gebeurtenis zich voordoet en het effect dat die gebeurtenis heeft. Palsma geeft een voorbeeld. “Hoe groot is de kans dat een pomp op een rwzi uitvalt? En is er een noodpomp om grotere problemen te voorkomen? Deze manier van denken moet de afvalwatersector zich meer eigen maken.”

De projectgroep die het Directeureninitiatief Waterketen ondersteunt, werkt dit nu verder uit met steun van een vertegenwoordiger van de chemische industrie. “Hierbij kijken ze onder meer naar de manier waarop de chemische industrie met risico’s omgaat, inspecties uitvoert en de restlevensduur van assets in kaart brengt. Daar kunnen we in de afvalwaterketen nog veel van leren. Bijvoorbeeld dat assetmanagement op een strategisch niveau binnen de waterschappen nog een plaats moet krijgen.” Een ander voorbeeld is de zogenoemde Root Cause Analysis (RCA): een methode waarmee de chemische industrie de grondoorzaak van een probleem achterhaalt. “Door deze grondoorzaak weg te nemen, voorkom je dat het probleem nogmaals optreedt”, aldus Palsma.

Het speerpunt van STOWA voor de komende jaren is waterbeheerders helpen bij het realiseren van hun wateropgaven: kennis als aanjager voor krachtig uitvoerend waterbeheer. Op de langere termijn komen daar nog andere speerpunten bij: weerbaarheid vergroten, assetmanagement en ruimtelijke inrichting. Zo moeten waterschappen hun weerbaarheid vergroten door zich voor te bereiden op natuurlijke verstoringen, zoals meer regenval, droogte en zeespiegelstijging. Daarnaast zijn er ook niet-natuurlijke dreigingen, zoals langdurige stroomuitval. Een belangrijke voorwaarde voor die weerbaarheid is goed zicht op de staat van de infrastructuur. In de komende periode richt STOWA zich bovendien sterker op ruimtelijke ordening: de ruimtelijke impact van wateropgaven én de invloed van ruimteclaims uit wonen, landbouw, energie en natuur op waterbeheer.

Waterschappen leren risicomanagement van de chemische industrie

Wat zijn, naast uitvoeringskracht, de STOWA-speerpunten voor de langere termijn?

Een gestandaardiseerde zuiveringsoplossing van Verdygo

Veel zuiveringen dateren uit de jaren zeventig en moeten de komende jaren ingrijpend gemoderniseerd worden

Honderdduizend woningen per jaar tot 2030 die aangesloten moeten worden op waterleidingen en riolering

STOWA brengt uitvoering wateropgaven in een hogere versnelling

Als waterschap wil je uiteraard dat je rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) optimaal functioneren. Optimalisatie betekent in dit geval: balanceren tussen steeds strengere zuiveringsdoelen, duurzaamheid en kosten. STOWA maakt wiskundige modellen toegankelijk die helpen het optimum te vinden voor het zuiveringsproces, maar bijvoorbeeld ook voor kosteneffectieve slibontwatering en lachgasreductie. AI blijkt daarbij steeds vaker een zeer nuttig hulpmiddel.

Dynamische modellering haalt laatste beetje zuiveringskracht uit rwzi

Waterschappen worstelen met de uitvoeringskracht die nodig is om de grote opgaven waar ze voor staan, daadwerkelijk te realiseren. Het betreft met name de renovatie van het afvalwatertransportstelsel en de verbouw en nieuwbouw van rwzi’s. Met de nieuwe strategienota ‘Effect in Uitvoering’ speelt STOWA hier nadrukkelijk op in. De organisatie wil waterschappen ondersteunen met kennis en handreikingen die bijdragen aan versnelling én slimmere uitvoering van de opgaven.

Gemiddelde afvoer

De Nederlandse afvalwaterketen staat voor een uitzonderlijk grote vernieuwingsopgave. Van de ruim 300 rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s), die grotendeels in de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn gebouwd, moeten er de komende jaren ongeveer 150 ingrijpend worden gerenoveerd. Het gaat daarbij niet om cosmetische ingrepen, maar om ingrijpende, structurele moderniseringen van installaties die vaak meer dan vijftig jaar oud zijn. Maar daarmee zijn we er nog niet. Ondergronds ligt zo mogelijk nog een veel grotere en minder zichtbare opgave: het transportstelsel van vrijvervalriolen, persleidingen en hoofdtransportleidingen. Van veel onderdelen is onvoldoende bekend waar ze exact liggen, in welke staat ze verkeren en waar risico’s ontstaan bij kruisingen met andere ondergrondse infrastructuur, zoals gasleidingen en elektriciteitskabels. Daarbovenop komen Europese verplichtingen, zoals de Kaderrichtlijn Water (KRW), waaraan Nederland uiterlijk eind 2027 moet voldoen. Dat betekent dat een deel van de rwzi’s aanvullende zuiveringsstappen zal moeten invoeren om de emissies van fosfaat, stikstof en microverontreinigingen verder te reduceren.

Nieuwe Europese aanscherping

Na de KRW-deadline dient de volgende deadline zich al aan. Op grond van de herziene Europese Richtlijn stedelijk afvalwater moeten waterschappen richting 2045 voldoen aan strengere eisen, waaronder aanvullende verwijdering van medicijnresten, energiereductie en structurele rioolwatermonitoring voor de detectie van corona en andere virussen. Verder gaat de afvalwatersector vallen onder de nieuwe Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. Deze wet heeft als doel de weerbaarheid te verhogen van organisaties die essentiële diensten verlenen. Dat betekent concreet dat waterschappen fors moeten gaan investeren in fysieke en digitale beveiliging van hun afvalwaterassets. Ook is het de bedoeling dat er tot 2030 gemiddeld honderdduizend woningen per jaar bijkomen om de woningnood te lenigen. Hiervoor zijn meer drinkwateraansluitingen nodig en moeten rwzi’s meer afvalwater verwerken. Tot slot hebben de waterschappen zichzelf ambitieuze duurzaamheidsdoelen gesteld. Ze willen klimaatneutraal worden, energie opwekken uit afvalwater en waardevolle grondstoffen terugwinnen, zoals fosfaat, cellulose en bioplastics. Dat maakt de opgave nog complexer; bestaande rwzi’s moeten niet alleen worden vernieuwd, maar ook worden omgebouwd tot circulaire en energie-efficiënte installaties.

Grafiek

Ammoniumconcentratie in de voornitrificatie

Groene punten: gemeten waarden. Blauwe lijn: simulatieresultaat
Onderdeel van het kalibratieproces bestaat eruit om data van voorafgaande periodes in te voeren in het systeem. SUMO maakt daar een simulatie van. Op enkele uitschieters na is te zien dat het model vrij nauwkeurig de gemeten waardes benadert. Het wordt daarmee een betrouwbare basis om te experimenteren met bijstelling van onderdelen van het zuiveringsproces.

Uitvoeringskracht

De grote vraag is hoe waterschappen deze stapeling van opgaven daadwerkelijk kunnen realiseren in een tijd van schaarse menskracht, ruimte en marktcapaciteit. Zij zijn om te beginnen niet de enige partij die in het overvolle Nederland een gigantische klus moeten klaren. De netbeheerders investeren de komende decennia fors om het elektriciteitsnet te verzwaren en Defensie breidt haar oefenterreinen uit. Dat legt nog meer druk op de schaarse ruimte in ons land. En waar moet al het personeel vandaan komen? De beschikbare aannemerscapaciteit staat nu al zwaar onder druk. Het is in dat licht zeer begrijpelijk dat STOWA in de nieuwe strategienota ‘Effect in Uitvoering’ de nadruk legt op uitvoeringskracht. De eerste stappen zijn inmiddels gezet. Zo maakt STOWA-directeur Mark van der Werf deel uit van het Directeureninitiatief Waterketen. Hierin werken nu twaalf directeuren van waterschappen met elkaar samen om de opgave uitvoerbaar te houden. Het doel is door te groeien naar een volwaardig directeurenoverleg Waterketen, waarin alle 21 waterschappen zijn vertegenwoordigd.

Projectgroep

De directeuren worden ondersteund door een projectgroep. Voorzitter van deze groep is Pascal Mousset, hoofd Afdeling Projecten, Advies en Onderzoek bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Hij werkt met een aantal collega-waterschappers het programma uit dat de waterdirecteuren eerder in grote lijnen hebben opgesteld. Het programma bestaat uit vijf samenhangende paden: slimmer programmeren, kenniscapaciteit uitbreiden en delen, governance, strategie en beleid, standaardiseren en uniformeren en tot slot markt- en personeelscapaciteit uitbreiden. Het komt er in grote lijnen op neer dat waterschappen, waar mogelijk, hun programmering beter op elkaar af willen stemmen om een stabiele opdrachtenstroom voor de markt te creëren en tegelijk sterker willen inzetten op standaardisatie en uniformering van processen en werkwijzes, zonder technologische innovatie te blokkeren. Door innovaties centraler te coördineren en te testen, kunnen resultaten sneller worden opgeschaald en breder worden toegepast. “We gaan geen dingen dubbel doen”, benadrukt Mousset. “We willen zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande initiatieven om waterschappen met elkaar te verbinden. En we ontplooien nieuwe initiatieven waar nog niets gebeurt. Deze fase is vooral bedoeld om te ontdekken wat we nu nodig hebben om de opgave te realiseren.”

Meer regie

Welke rol kan STOWA spelen om de waterdirecteuren te ondersteunen? Mousset heeft een paar suggesties. “Denk bijvoorbeeld aan een handreiking om de huidige rwzi-opgave te prioriteren. Niet alles kan immers in één keer. Of een beeld schetsen van de huidige en toekomstige zuiveringstechnieken om de Europese doelen te halen. Daar heeft STOWA al veel onderzoek naar gedaan.” Verder denkt hij aan een handreiking om de levensduur van rwzi’s te verlengen. Dat geeft de markt en de waterschappen meer lucht om de opgave uit te voeren. Maar bovenal ziet hij voor STOWA een coördinerende rol voor onderzoeksvragen, kennisontwikkeling en beleidskeuzes weggelegd. “Er zijn veel waterschappen die hierin individuele initiatieven ontplooien. Het is goed om een partij te hebben die het overzicht heeft van wat alle waterschappen hierin precies doen om de opgave te realiseren. Het doel is te zorgen voor meer gezamenlijke regie op technologische ontwikkelingen en strategische keuzes, zonder de bestuurlijke autonomie van afzonderlijke waterschappen aan te tasten. STOWA kan daarbij goed helpen.” Daarnaast kijken de leden van de projectgroep wat er nu mogelijk is om waterschappen onderling meer personeel met elkaar te laten uitwisselen. Waarom zou je per waterschap een projectteam opbouwen en daarna weer afbreken?
Het programma dat ze nu uitwerken, is continu in verandering. Dat komt mede omdat de opgave ook verandert. Mousset: “Daarom werken we aan een adaptief programma dat kan meebewegen met toekomstige ontwikkelingen in wet- en regelgeving, technologie en markt.”

Bestuur

De waterdirecteuren kunnen wel de ambitie hebben om meer met elkaar samen te werken. Maar in de praktijk hebben zij met besturen te maken die individuele beslissingen nemen. Hoe gaan ze daarmee om? Valéry Hunnik, directeur Water en Klimaat bij Waterschap Rivierenland en samen met directeur Roland Vissers van Waterschap Hollandse Delta trekker van het Directeureninitiatief Waterketen, vindt het van groot belang dat de 21 waterschappen samen kijken hoe ze al het werk kunnen uitvoeren. “Kijk bijvoorbeeld met een aantal buurwaterschappen hoe je gezamenlijk je programmering kunt afstemmen richting marktpartijen die regionaal actief zijn. Het is goed om elkaar ambtelijk te vinden, samen te werken aan kennis en innovaties, standaarden zoals Verdygo te ontwikkelen en onze bestuurders adequaat te adviseren. Ook kijken we of er kansen zijn om meer marktpartijen te interesseren voor deze opgave.”

Aanbestedingsregels en inkoopbeleid zitten elkaar daarbij soms in de weg. Kleinere of nieuwe marktpartijen hebben vaak nog geen ervaring met grotere zuiveringsprojecten, terwijl waterschappen hier in aanbestedingen wél expliciet om vragen. “Wanneer we willen dat nieuwe partijen tot deze markt toetreden, moeten we goed nadenken over de eisen die we stellen.” Om de marktcapaciteit uit te breiden, is het ook goed om naar bedrijven te kijken die nu niet in de afvalwaterketenmarkt zitten, maar daar wel kennis over, alsook ervaring mee en interesse in hebben. Wat is er nodig om te zorgen dat zij instappen? “Denk bijvoorbeeld aan bedrijven die zich nu vooral richten op de industriële zuiveringsmarkt of drinkwaterzuiveringen.”

Een procentje extra is grote winst in ontwatering

“Het is ook een persoonlijke frustratie dat we nog steeds niet weten hoe je optimaal zuiveringsslib ontwatert”, zegt Leon Korving, projectleider bij Wetsus. Optimaal ontwateren betekent dat het slib zo droog mogelijk de rwzi verlaat tegen zo laag mogelijke kosten, maar ook met zo min mogelijk energiegebruik en CO2-uitstoot. Korving houdt zich al lange tijd bezig met de ‘ontoegankelijke’ wetenschap achter slibontwatering. In een STOWA-project gaat AI helpen.

Capaciteit uitbreiden

Net als Mousset ziet Hunnik de voordelen van de handreikingen die STOWA kan opstellen om de waterschappen te ondersteunen bij de uitwerking van de opgave. “Het directeurenoverleg is nadrukkelijk bedoeld om het gesprek te voeren over strategische ontwikkelingen: wat komt er op ons af? Dat gaat verder dan alleen de bouw- of renovatieopgave. Want elk waterschap heeft ook met andere lokale vraagstukken te maken”, zegt Hunnik. “Met de directeuren zetten we daarin groeistappen door samen het gesprek aan te gaan over die strategische thema’s, ook met STOWA. Daarvoor is kennis essentieel. Juist bij innovaties zie je dat een aantal waterschappen het voortouw neemt, vaak in wisselende samenstellingen, waarna we onderling kennis delen. Het is waardevol dat STOWA daarin een verbindende en ondersteunende rol kan spelen.”

Een concreet voorbeeld daarvan is het opstellen van een handreiking om met krachtige AI-tools de staat van de assets in kaart te brengen en uitval te kunnen voorspellen. Daar heeft de chemische industrie al ervaring mee. “Een wenkend toekomstperspectief”, aldus Hunnik.

Een andere interessante optie die nu wordt onderzocht, is om de bestaande capaciteit van rwzi’s uit te breiden. Zo starten vijf waterschappen, STOWA en Haskoning in het najaar van 2026 op rwzi Wijk bij Duurstede een praktijkonderzoek naar het continu korrelslibproces. Het doel is om aan te tonen dat de bestaande rwzi’s met deze technologie 50 tot 100 procent meer rioolwater kunnen verwerken in vergelijking met het batchgewijs korrelslibproces. De kleinschalige pilot op rwzi Harnaschpolder van het Hoogheemraadschap van Delfland leverde hoopvolle resultaten op. “Een hele interessante innovatie”, aldus Hunnik. “We hebben in verschillende delen van Nederland maar beperkte ruimte om rwzi’s uit te breiden. Dus als het op deze manier kan, komt dat goed uit.”

De slibexcuusdriehoek

Het ligt aan het PE

Het slib is anders

De bediening is niet goed

Onvoorspelbaar

Zolang het proces zoals nu grotendeels een black box is, blijft onduidelijk of de ontwatering op die circa tachtig ontwateringslocaties bij de gegeven omstandigheden (temperatuur, slibeigenschappen, apparatuur, type PE) echt optimaal wordt uitgevoerd. In een eerder STOWA-project is gekeken of er slibeigenschappen konden worden gevonden die iets zeggen over het ontwaterresultaat. Er sprongen echter geen eigenschappen echt uit, mede door beperkte data. Korving: “Om een voorspellend model te bouwen, moet je correlaties vinden tussen eigenschappen van het slib en het ontwateringsresultaat. We weten dat de calcium-, ijzer- en magnesiumkationen, maar ook bijvoorbeeld de hoeveelheid colloïdale organische stof in het slibwater invloed hebben. Maar dat is niet genoeg voor een juiste voorspelling; het lijkt erop dat veel parameters invloed hebben, ook op elkaar.”

Patroonherkenning

AI kan helpen zulke complexe verbanden te ontrafelen via patroonherkenning. Maar daarvoor zijn eerst goede meetdata nodig, benadrukt Korving. “Een model is zo goed als de data die je erin stopt. Dat is een overbekend gezegde in het vakgebied.” Daarvoor wordt de komende tijd eerst gedegen data verzameld over het ontwateringsproces, zowel in het lab als in de dagelijkse praktijk, in zomer en winter, en het slib zelf wordt onder een vergrootglas gelegd. Korving: “Tot nu toe meten waterschappen vooral instellingen en het ontwateringspercentage. Maar om het ontwateringsresultaat te kunnen voorspellen, heb je ook kennis over het slib zelf nodig. Slibeigenschappen zijn heel bepalend.”

Alle data gaan in een grote database, waar AI patronen in mag gaan ontdekken. Wetsus heeft al ervaring met dergelijke kunstmatige intelligentie opgedaan op andere terreinen, bijvoorbeeld voor lekdetectie van drinkwatersystemen. Waar hoopt Korving op? “Vooral op begrip en daarmee grip op het ontwateringsproces. Misschien zitten we door alle trial-and-error al dicht bij het maximum, maar misschien ook niet. En elke procent extra betekent grote winst, want het gaat om grote volumes.”

Meer weten?

STOWA-projectNieuwe methode voor uitvoeren rwzi-(optimalisatie)studies. Dynamisch modelleren met SUMO’ (2025)

STOWA-rapportOnderzoek naar meetmethoden om slibontwateringsresultaat te voorspellen’ (nr. 23, 2024)

STOWA-projectOnderzoek naar betere voorspelling en vaststellen van optimale ontwaterbaarheid van slib’ (2025-2030)

Op rwzi Amsterdam-West loopt een proef om lachgasemissies te reduceren met een AI-model. In STOWA ter Info 95 wijdden we een heel artikel aan de reductie van lachgasemissie vanuit rwzi’s
> Bekijk het artikel

Artikel in het kort

  • Zo'n 150 van de ruim 300 Nederlandse rwzi's moeten de komende jaren ingrijpend worden gerenoveerd, terwijl ook het ondergrondse transportstelsel op veel plekken aan het einde van zijn levensduur is. Daar komen aangescherpte Europese eisen en duurzaamheidsambities bovenop.

  • Twaalf waterschapsdirecteuren werken in het Directeureninitiatief Waterketen samen om de uitvoeringskracht te vergroten. Dat gebeurt via vijf paden: slimmer programmeren, kenniscapaciteit uitbreiden en delen, governance, strategie en beleid, standaardiseren en uniformeren én uitbreiding van markt- en personeelscapaciteit.

  • STOWA onderkent in de nieuwe strategienota het uitvoeringsprobleem van de waterschappen en gaat ze ondersteunen om hun wateropgaven makkelijker te realiseren. Bijvoorbeeld via handreikingen voor prioritering van de rwzi-opgave, levensduurverlenging en innovatie, zoals het continu korrelslibproces dat de capaciteit van bestaande rwzi's fors kan vergroten.

STOWA Publicaties

Hier vindt u de digitale uitgaven van STOWA waaronder het digitale magazine Ter Info.
Volledig scherm