Energietransitie
Aquathermie:
kansen en uitdagingen
Waterschappen willen in 2035 klimaatneutraal zijn, waarbij ze alleen nog duurzame energie gebruiken. Aquathermie kan een belangrijke bijdrage leveren aan deze ambitie. Maar bij het terugwinnen van warmte uit oppervlaktewater (TEO) kunnen onbedoelde neveneffecten optreden voor het waterleven. STOWA liet in 2025 een advies opstellen voor het monitoren van de effecten van koudelozingen. Tevens werd gestart met een actualisatie van de handreiking Ecologische effecten TEO-systemen.
Bij het winnen van warmte uit oppervlaktewater loost de warmteterugwininstallatie water dat kouder is dan de temperatuur van het ontvangende oppervlaktewater. Deze koudelozingen kunnen van invloed zijn op de ecologische waterkwaliteit ter plekke. STOWA en Rijkswaterstaat lieten in 2025 een rapport opstellen met adviezen over de in vergunningen op te nemen eisen voor het monitoren van deze koudepluimen en de mogelijke effecten ervan op de biologische waterkwaliteit. De resultaten worden getoetst aan de Kaderrichtlijn Water (KRW) en andere relevante lokale waterkwaliteitsdoelen. Het rapport bevat tevens adviezen voor mitigerende en compenserende maatregelen om mogelijke effecten van TEO-installaties te minimaliseren.
Sloterplas
STOWA deed in 2025 ook mee aan een pilotonderzoek in de Sloterplas. Hier worden meerdere typen warmteterugwininstallaties getest, om te onderzoeken wat het directe effect is van de installaties op het waterleven. Bij het terugwinnen van warmte uit oppervlaktewater wordt water langs warmtewisselaars geleid. Er zijn uiteenlopende typen warmtewisselaars, waarvan de platenwisselaar het meest gebruikt wordt. Het water wordt hierbij langs de platen erlangs geperst. Om vervuiling van deze platen te voorkomen, moet het water eerst gefilterd worden. Deze filters, met kleine maaswijdtes, kunnen schade toebrengen aan kleine waterorganismen. STOWA en de andere opdrachtgevers willen graag weten wat de schade van uiteenlopende combinaties is, en hoe die schade doorwerkt in het ecosysteem. Dit kan handvatten geven voor het ontwerpen van TEO-systemen met minimale schade aan het waterleven. Ook zouden waterbeheerders bij beoordeling van vergunningaanvragen eisen kunnen stellen aan het type installatie: combinaties van filter en warmtewisselaar.
In de zomer van 2025 zijn veel watermonsters voor ecologische analyses verzameld. Om de ecologische analyses uit te voeren, heeft het NIOO een innovatieve methode ontwikkeld om de verhouding dood en levend plankton voor en na de installatie te bepalen. De methode maakt gebruik van automatische beeldherkenning, gebaseerd op kunstmatige intelligentie. De analyseresultaten van de monsters van 2024 en 2025 lieten zien dat de methode werkt. In de zomer van 2025 is ook onderzocht in hoeverre met automatisch terugspoelen de mate van verstopping in de warmtewisselaar beheerst kan worden. Als dit goed werkt, is filtratie – met alle mogelijke negatieve gevolgen – mogelijk niet nodig. In 2026 worden de definitieve resultaten bekend.
Ecologische effecten
Om TEO verantwoord toe te passen, is het essentieel dat ecologische effecten – bijvoorbeeld door koudelozingen of door het gebruik van filtersystemen – zorgvuldig worden meegenomen in de vergunningverlening en het systeemontwerp. STOWA heeft hiervoor een handreiking Ecologische effecten TEO-systemen laten ontwikkelen. Halverwege 2025 werd gestart met een herijking van de handreiking.
De handreiking is een essentieel hulpmiddel voor vergunningverleners. Het biedt inzicht in welke situaties TEO weinig tot geen risico’s oplevert of zelfs positieve effecten oplevert, wanneer er mogelijk negatieve effecten op de ecologie zijn en wanneer maatwerk en aanvullend advies nodig zijn. In de nieuwste, derde versie worden de laatste onderzoeksinzichten, nieuwe technieken zoals filters en relevante wetswijzigingen verwerkt. Ook is het doel de toepasbaarheid en leesbaarheid te verbeteren, op basis van gebruikerservaringen.
Wat deden we nog meer op het gebied van
Energietransitie
Onderzoek naar mogelijkheden voor plaatsen zonnepanelen op dijken
Begin 2025 verscheen een STOWA-rapport dat verslag deed van een onderzoek naar de vraag of dijken verantwoord kunnen worden benut voor de opwekking van zonne-energie, zonder in te boeten op waterveiligheid. De voorzichtige conclusie luidde dat het plaatsen van zonnepanelen op dijken op dit ogenblik te duur is voor grootschalige toepassing.
Nederland meet meer dan 17.000 km aan dijken. Als die daarvoor geschikt zouden zijn, geeft de hoeveelheid dijken veel mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen.
Bij het onderzoek naar de mogelijkheden van ‘zon op dijken’ werd rekening gehouden met de gevolgen van zonnepanelen voor vijf bestaande dijkfuncties: waterveiligheid, landschap en natuur, maatschappelijk draagvlak, energieopwekking en beheer en onderhoud. Beschadiging en erosie van de grasbekleding door de plaatsing van zonnepanelen in de dijk vormen het grootste risico.
De benodigde technologie voor zonne-energie op dijken werkt, al bevindt die zich nog in een ontwikkelfase. Er zijn uitsluitend kleinschalige pilots uitgevoerd. Van grootschalige toepassing is nog geen sprake. De hoge investeringskosten zijn volgens de opstellers van het rapport het grootste probleem. Een voorzichtige conclusie is dat zon op dijken op dit moment te duur is voor grootschalige toepassing
Energietransitie
Aquathermie:
kansen en uitdagingen
Waterschappen willen in 2035 klimaatneutraal zijn, waarbij ze alleen nog duurzame energie gebruiken. Aquathermie kan een belangrijke bijdrage leveren aan deze ambitie. Maar bij het terugwinnen van warmte uit oppervlaktewater (TEO) kunnen onbedoelde neveneffecten optreden voor het waterleven. STOWA liet in 2025 een advies opstellen voor het monitoren van de effecten van koudelozingen. Tevens werd gestart met een actualisatie van de handreiking Ecologische effecten TEO-systemen.
Bij het winnen van warmte uit oppervlaktewater loost de warmteterugwininstallatie water dat kouder is dan de temperatuur van het ontvangende oppervlaktewater. Deze koudelozingen kunnen van invloed zijn op de ecologische waterkwaliteit ter plekke. STOWA en Rijkswaterstaat lieten in 2025 een rapport opstellen met adviezen over de in vergunningen op te nemen eisen voor het monitoren van deze koudepluimen en de mogelijke effecten ervan op de biologische waterkwaliteit. De resultaten worden getoetst aan de Kaderrichtlijn Water (KRW) en andere relevante lokale waterkwaliteitsdoelen. Het rapport bevat tevens adviezen voor mitigerende en compenserende maatregelen om mogelijke effecten van TEO-installaties te minimaliseren.
Sloterplas
STOWA deed in 2025 ook mee aan een pilotonderzoek in de Sloterplas. Hier worden meerdere typen warmteterugwininstallaties getest, om te onderzoeken wat het directe effect is van de installaties op het waterleven. Bij het terugwinnen van warmte uit oppervlaktewater wordt water langs warmtewisselaars geleid. Er zijn uiteenlopende typen warmtewisselaars, waarvan de platenwisselaar het meest gebruikt wordt. Het water wordt hierbij langs de platen erlangs geperst. Om vervuiling van deze platen te voorkomen, moet het water eerst gefilterd worden. Deze filters, met kleine maaswijdtes, kunnen schade toebrengen aan kleine waterorganismen. STOWA en de andere opdrachtgevers willen graag weten wat de schade van uiteenlopende combinaties is, en hoe die schade doorwerkt in het ecosysteem. Dit kan handvatten geven voor het ontwerpen van TEO-systemen met minimale schade aan het waterleven. Ook zouden waterbeheerders bij beoordeling van vergunningaanvragen eisen kunnen stellen aan het type installatie: combinaties van filter en warmtewisselaar.
In de zomer van 2025 zijn veel watermonsters voor ecologische analyses verzameld. Om de ecologische analyses uit te voeren, heeft het NIOO een innovatieve methode ontwikkeld om de verhouding dood en levend plankton voor en na de installatie te bepalen. De methode maakt gebruik van automatische beeldherkenning, gebaseerd op kunstmatige intelligentie. De analyseresultaten van de monsters van 2024 en 2025 lieten zien dat de methode werkt. In de zomer van 2025 is ook onderzocht in hoeverre met automatisch terugspoelen de mate van verstopping in de warmtewisselaar beheerst kan worden. Als dit goed werkt, is filtratie – met alle mogelijke negatieve gevolgen – mogelijk niet nodig. In 2026 worden de definitieve resultaten bekend.
Ecologische effecten
Om TEO verantwoord toe te passen, is het essentieel dat ecologische effecten – bijvoorbeeld door koudelozingen of door het gebruik van filtersystemen – zorgvuldig worden meegenomen in de vergunningverlening en het systeemontwerp. STOWA heeft hiervoor een handreiking Ecologische effecten TEO-systemen laten ontwikkelen. Halverwege 2025 werd gestart met een herijking van de handreiking.
De handreiking is een essentieel hulpmiddel voor vergunningverleners. Het biedt inzicht in welke situaties TEO weinig tot geen risico’s oplevert of zelfs positieve effecten oplevert, wanneer er mogelijk negatieve effecten op de ecologie zijn en wanneer maatwerk en aanvullend advies nodig zijn. In de nieuwste, derde versie worden de laatste onderzoeksinzichten, nieuwe technieken zoals filters en relevante wetswijzigingen verwerkt. Ook is het doel de toepasbaarheid en leesbaarheid te verbeteren, op basis van gebruikerservaringen.
Meer weten?
Download het monitoringsadvies van TEO-systemen
Bekijk de projectpagina over de herijking van de Handreiking ecologische effecten
Wat deden we nog meer op het gebied van
waterkwaliteit?
Onderzoek naar mogelijkheden voor plaatsen zonnepanelen op dijken
Begin 2025 verscheen een STOWA-rapport dat verslag deed van een onderzoek naar de vraag of dijken verantwoord kunnen worden benut voor de opwekking van zonne-energie, zonder in te boeten op waterveiligheid. De voorzichtige conclusie luidde dat het plaatsen van zonnepanelen op dijken op dit ogenblik te duur is voor grootschalige toepassing.
Nederland meet meer dan 17.000 km aan dijken. Als die daarvoor geschikt zouden zijn, geeft de hoeveelheid dijken veel mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen.
Bij het onderzoek naar de mogelijkheden van ‘zon op dijken’ werd rekening gehouden met de gevolgen van zonnepanelen voor vijf bestaande dijkfuncties: waterveiligheid, landschap en natuur, maatschappelijk draagvlak, energieopwekking en beheer en onderhoud. Beschadiging en erosie van de grasbekleding door de plaatsing van zonnepanelen in de dijk vormen het grootste risico.
De benodigde technologie voor zonne-energie op dijken werkt, al bevindt die zich nog in een ontwikkelfase. Er zijn uitsluitend kleinschalige pilots uitgevoerd. Van grootschalige toepassing is nog geen sprake. De hoge investeringskosten zijn volgens de opstellers van het rapport het grootste probleem. Een voorzichtige conclusie is dat zon op dijken op dit moment te duur is voor grootschalige toepassing