Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.

De rioolwaterzuivering van 2050 is energie- en klimaatneutraal en levert volop circulaire grondstoffen. Het gezuiverde water voldoet aan zeer strenge kwaliteitseisen en is geschikt voor uiteenlopend gebruik. Dat is de ambitie van de Nederlandse waterschappen. De vraag is of dat met het huidige actief-slibzuiveringsconcept waarop rwzi’s gebaseerd zijn, haalbaar is. Waarschijnlijk niet. In het nieuwe project ‘Zuivering van de Toekomst’, gestart eind 2025, wordt een radicaal alternatief ontwikkeld. Een ‘trein’ van chemisch-fysische zuiveringstechnologieën vormt daarin het hart van een heel nieuw soort rwzi.

Als we de doelen en ambities voor rwzi’s willen halen, moeten we iets anders doen dan we tot dusver hebben gedaan. Dat was de conclusie van Gijs van Pruissen. Hij houdt zich bij Waterschap Aa en Maas bezig met initiatieven om zijn waterschap energie-neutraal en klimaatneutraal te maken. Van Pruissen startte met een groep collega-experts binnen het waterschap een expertgroep om na te denken over de vraag hoe een rwzi eruitziet die wel aan alle wensen en eisen kan voldoen. De groep meedenkers breidde al snel uit met experts van andere waterschappen en kreeg steun van STOWA. Deze ‘denktank’ resulteerde eind 2025 in het project ‘Zuivering van de Toekomst’, waaraan in ieder geval zeven waterschappen meewerken. Van Pruissen werd aangesteld als programmaleider. Cora Uijterlinde, programmamanager Afvalwatersystemen bij STOWA: “We zitten nog in de opstartfase. Andere waterschappen zijn van harte uitgenodigd ook aan te haken. We hopen dat deze ontwikkeling uiteindelijk wordt gedragen door een brede vertegenwoordiging van de Nederlandse waterschappen.”

Trein

Doel van het nieuwe programma is het ontwikkelen van de meest energie-efficiënte ‘trein’ van aan elkaar gekoppelde waterzuiveringstechnologieën die aan alle 2050-vereisten kan voldoen. Daarbij ligt de nadruk op alternatieven voor de gebruikelijke biologische zuivering, waarbij bacteriën verontreinigingen afbreken. Het gaat om chemische en fysische technieken als membraanfiltratie, coagulatie, flocculatie en ionenwisseling. Nu is biologie het hart van de rioolwaterzuivering en gebruiken de waterschappen dit soort fysisch-chemische technieken vooral in voor- en nabewerking. En dan met name om specifieke verontreinigingen af te breken of grondstoffen terug te winnen. In de zuivering van de toekomst vormen de fysisch-chemische technieken juist de basis. Een groot voordeel van fysisch-chemische technieken is dat het gros van de verontreinigingen niet wordt afgebroken tot CO2, maar ‘heelhuids’ kan worden afgevangen en daarna kan worden teruggewonnen. Het gebruik van deze technieken moet ook zorgen voor minder uitstoot van broeikasgassen als lachgas, CO2 en methaan.

Plaatsing van een retrofit MABR (Membrane Aerated Biofilm Reactor) in het buitenland. In een MABR diffundeert zuurstof van binnenuit door een membraan de biofilm in, terwijl verontreinigende stoffen van buitenaf naar de biofilm toe stromen. Hierdoor bewegen zuurstof en verontreinigingen in tegengestelde richtingen, wat een zeer efficiënte zuivering mogelijk maakt.

Een nieuwe stap in de waterzuivering in Winterswijk. Hierin wordt het water met ozongas behandeld en gaat het door een biologisch koolfilter. Op die manier worden er meer vervuilende stoffen zoals fosfaat, ammonium en medicijnresten uit het water gehaald. Door de nieuwe techniek worden de medicijnresten in de Groenlose Slinge met meer dan 70% verminderd.

Installatie van de ionenwisselingpilot bij Waterschap Rijnland. Bij deze zuiveringstechniek worden harsbolletjes intensief gemengd met afvalwater om stikstofionen uit de vloeistof op te vangen. De verzadigde hars wordt vervolgens in een apart vat met een zoutoplossing schoongespoeld, waarna de herstelde harsbolletjes direct weer terug de installatie in gaan voor hergebruik.

Prototype

Het doel van het project is om binnen vijf jaar een prototype van een nieuwe zuiveringsinstallatie te ontwikkelen en uitgebreid in een pilotopstelling te testen en te optimaliseren. Aan het eind van de looptijd moet er een ontwerp liggen dat op demoschaal gebouwd kan worden. De installatie op demonstratieschaal zou aansluitend gebouwd en getest moeten worden in de jaren erna. 

Wat deden we nog meer op het gebied van afvalwaterzuivering?

Foto van twee glazen gevuld met water en slib, het linkerglas zit tot bovenaan vol met slib gemengd met water. In het rechterglas is het slib tot korrels gevormd en neemt maar een klein laagje op de bodem van het glas in.

Van vlokkig slib naar korrelslib: meer zuiveren op minder ruimte

STOWA, vijf waterschappen en Haskoning startten in 2025 op rwzi Wijk bij Duurstede een demonstratieonderzoek naar het toepassen van een continu aeroob-korrelslibproces op bestaande rioolwaterzuiveringen. Dat gebeurt tot op heden alleen batchgewijs, in Nereda®-installaties (zie kader). Doel van de proef: het vergroten van de biologische zuiveringscapaciteit, zonder dat uitbreiding van de rwzi zelf nodig is. Een eerder uitgevoerde kleinschalige pilot op awzi Harnaschpolder liet veelbelovende resultaten zien.

Het merendeel van de ruim 300 rwzi’s in ons land is 40 tot 50 jaar oud. Aanvullende zuiveringsstappen zijn nodig om toekomstige lozingseisen te halen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water en de Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Deze wordt de komende jaren van kracht. Daarbij neemt door de groei van bevolking en bedrijvigheid de hoeveelheid afvalwater steeds verder toe. Het betekent dat veel zuiveringen zullen moeten worden uitgebreid. De ruimte om rwzi’s uit te breiden is echter beperkt, zeker in stedelijke gebieden. Het toepassen van een continu aeroob-korrelslibproces op zuiveringen biedt hopelijk uitkomst. Daarmee kunnen de rwzi’s zonder ingrijpende verbouwing tien of twintig jaar extra meegaan en kan de zuiveringscapaciteit van de rwzi’s worden uitgebreid. Het praktijkonderzoek op rwzi Wijk bij Duurstede bouwt voort op de pilot op awzi Harnaschpolder van het Hoogheemraadschap van Delfland.

Hoe werkt de Nereda®-technologie?

Nereda® is een innovatieve, energiezuinige technologie voor biologische nutriëntenverwijdering in de afvalwaterzuivering die gebruikmaakt van aeroob korrelslib. In tegenstelling tot conventionele actiefslibsystemen, waarbij het zuiveringsslib uit vlokken bestaat, vormen zich bij Nereda® compacte korrels met betere bezinkeigenschappen. Hierdoor kunnen zuivering en slib-water-scheiding in één tank plaatsvinden. De installatie wordt zo compacter en nabezinktanks – nodig voor de slibbezinking – zijn overbodig. Ook is er minder biologisch volume voor het zuiveren nodig dan bij conventionele systemen. Wereldwijd zijn inmiddels meer dan 100 Nereda®-installaties gebouwd of in aanbouw.

De Nereda®-technologie wordt tot dusver alleen batchgewijs toegepast – waarbij telkens een afgeronde hoeveelheid afvalwater wordt verwerkt – en niet in een volcontinu zuiveringsproces. De proef op rwzi Wijk bij Duurstede kan daar verandering in brengen.

Gaat FRA-SO-CO-VAL van rwzi’s ultieme waterfabrieken maken?

STOWA startte in 2025 met waterschappen en KWR een onderzoek naar een nieuw zuiveringsconcept: FRA-SO-CO-VAL: FRActioneren-SOrteren-COncentreren-VALoriseren. Hiermee wordt gezuiverd rioolwater (effluent) voorbehandeld om daarna met membranen te worden behandeld. Deze voorbehandeling voorkomt de vorming van problematische concentraatstromen en opent de deur naar hoogwaardig hergebruik van rwzi-effluent. Als de proef slaagt, komt de ultieme waterfabriek een stap dichterbij.

Membraanfiltratie is een vrij gangbare methode voor het bereiden van drinkwater. In het verleden heeft STOWA eind jaren negentig ook meegewerkt aan een zuiveringstechnologie die hierop is gebaseerd, de zogenoemde membraanbioreactortechnologie (MBR). Om uiteenlopende redenen heeft dit destijds niet doorgezet. Membraanfiltratie komt nu weer in beeld, omdat je ermee een excellente kwaliteit effluent kunt bereiken.

Concentraatstroom

Het probleem bij de klassieke toepassing van membraanfiltratie is dat het leidt tot een concentraatstroom. Deze stroom bevat de vervuiling die uit het gezuiverde rioolwater wordt verwijderd om een zeer schoon eindproduct te krijgen (het permeaat). Het concentraat bevat, naast water, onder meer zouten, voedingsstoffen en organische microverontreinigingen. Maar wat doe je met deze achterblijvende vervuiling? Het idee van FRA-SO-CO-VAL is om voorafgaand aan de eigenlijke membraanfiltratie het rwzi-effluent voor te behandelen met een combinatie van technieken om de aanwezige concentraatstoffen te verwijderen en te verwaarden. De behandeling zelf bestaat uit een voorbehandeling (kaarsfiltratie) en drie nageschakelde zuiveringstechnieken: schuimvorming, nanofiltratie en ionenwisseling. 

Omgekeerde osmose

Het nieuwe concept maakt het volgens de onderzoekers mogelijk om de ultieme filtratiemethode – omgekeerde osmose – toe te gaan passen. Daarmee wordt de productie van (hoogwaardig) hergebruik van effluent voor de meest uiteenlopende toepassingen mogelijk. Op die manier worden de rwzi’s echte ‘waterfabrieken’ die kunnen helpen bij het oplossen van klimaatuitdagingen (droogte).

Het idee van de waterfabriek wordt ook onderzocht in het project De Ultieme Waterfabriek, waar STOWA aan deelneemt. In dit langjarige project, dat eind 2026 wordt afgerond, wordt onder meer onderzocht of het technisch mogelijk is gezuiverd rioolwater op te waarderen tot drinkwater, en wat daarvan de consequenties zijn voor het gehele watersysteem. Ook wordt in dit project in kaart gebracht welke wetten en regels moeten veranderen voor grootschalige toepassing van effluent als bron voor drinkwater (mag het?). Aanleiding voor dit project is het feit dat de vraag naar (drink)water toeneemt. Maar de beschikbaarheid staat onder druk door droogte, vervuiling van grond- en oppervlaktewater en natuurlijk de stijgende vraag. Waterschappen en drinkwaterbedrijven zien gezuiverd rioolwater als mogelijke (extra) bron van zoet water.

Afvalwaterzuivering

Hoe ziet de zuivering van de toekomst eruit?

Afvalwaterzuivering

De rioolwaterzuivering van 2050 is energie- en klimaatneutraal en levert volop circulaire grondstoffen. Het gezuiverde water voldoet aan zeer strenge kwaliteitseisen en is geschikt voor uiteenlopend gebruik. Dat is de ambitie van de Nederlandse waterschappen. De vraag is of dat met het huidige actief-slibzuiverings­concept waarop rwzi’s gebaseerd zijn, haalbaar is. Waarschijnlijk niet. In het nieuwe project ‘Zuivering van de Toekomst’, gestart eind 2025, wordt een radicaal alternatief ontwikkeld. Een ‘trein’ van chemisch-fysische zuiveringstechnologieën vormt daarin het hart van een heel nieuw soort rwzi.

Als we de doelen en ambities voor rwzi’s willen halen, moeten we iets anders doen dan we tot dusver hebben gedaan. Dat was de conclusie van Gijs van Pruissen. Hij houdt zich bij Waterschap Aa en Maas bezig met initiatieven om zijn waterschap energie-neutraal en klimaatneutraal te maken. Van Pruissen startte met een groep collega-experts binnen het waterschap een expertgroep om na te denken over de vraag hoe een rwzi eruitziet die wel aan alle wensen en eisen kan voldoen. De groep meedenkers breidde al snel uit met experts van andere waterschappen en kreeg steun van STOWA. Deze ‘denktank’ resulteerde eind 2025 in het project ‘Zuivering van de Toekomst’, waaraan in ieder geval zeven waterschappen meewerken. Van Pruissen werd aangesteld als programmaleider. Cora Uijterlinde, programmamanager Afvalwater­systemen bij STOWA: “We zitten nog in de opstartfase. Andere waterschappen zijn van harte uitgenodigd ook aan te haken. We hopen dat deze ontwikkeling uiteindelijk wordt gedragen door een brede vertegenwoordiging van de Nederlandse waterschappen.”

Trein

Doel van het nieuwe programma is het ontwikkelen van de meest energie-efficiënte ‘trein’ van aan elkaar gekoppelde waterzuiveringstechno­logieën die aan alle 2050-vereisten kan voldoen. Daarbij ligt de nadruk op alternatieven voor de gebruikelijke biologische zuivering, waarbij bacteriën verontreinigingen afbreken. Het gaat om chemische en fysische technieken als membraanfiltratie, coagulatie, flocculatie en ionenwisseling. Nu is biologie het hart van de rioolwater­zuivering en gebruiken de waterschappen dit soort fysisch-chemische technieken vooral in voor- en nabewerking. En dan met name om specifieke verontreinigingen af te breken of grondstoffen terug te winnen. In de zuivering van de toekomst vormen de fysisch-chemische technieken juist de basis. Een groot voordeel van fysisch-chemische technieken is dat het gros van de verontreinigingen niet wordt afgebroken tot CO2, maar ‘heelhuids’ kan worden afgevangen en daarna kan worden teruggewonnen. Het gebruik van deze technieken moet ook zorgen voor minder uitstoot van broeikasgassen als lachgas, CO2 en methaan.

Plaatsing van een retrofit MABR (Membrane Aerated Biofilm Reactor) in het buitenland. In een MABR diffundeert zuurstof van binnenuit door een membraan de biofilm in, terwijl verontreinigende stoffen van buitenaf naar de biofilm toe stromen. Hierdoor bewegen zuurstof en verontreinigingen in tegengestelde richtingen, wat een zeer efficiënte zuivering mogelijk maakt.

Een nieuwe stap in de waterzuivering in Winterswijk. Hierin wordt het water met ozongas behandeld en gaat het door een biologisch koolfilter. Op die manier worden er meer vervuilende stoffen zoals fosfaat, ammonium en medicijnresten uit het water gehaald. Door de nieuwe techniek worden de medicijnresten in de Groenlose Slinge met meer dan 70% verminderd.

Installatie van de ionenwisselingpilot bij Waterschap Rijnland. Bij deze zuiveringstechniek worden harsbolletjes intensief gemengd met afvalwater om stikstofionen uit de vloeistof op te vangen. De verzadigde hars wordt vervolgens in een apart vat met een zoutoplossing schoongespoeld, waarna de herstelde harsbolletjes direct weer terug de installatie in gaan voor hergebruik.

Prototype

Het doel van het project is om binnen vijf jaar een prototype van een nieuwe zuiveringsinstallatie te ontwikkelen en uitgebreid in een pilotopstelling te testen en te optimaliseren. Aan het eind van de looptijd moet er een ontwerp liggen dat op demoschaal gebouwd kan worden. De installatie op demonstratieschaal zou aansluitend gebouwd en getest moeten worden in de jaren erna. 

Wat deden we nog meer op het gebied van afvalwaterzuivering?

Foto van twee glazen gevuld met water en slib, het linkerglas zit tot bovenaan vol met slib gemengd met water. In het rechterglas is het slib tot korrels gevormd en neemt maar een klein laagje op de bodem van het glas in.

Van vlokkig slib naar korrelslib: meer zuiveren op minder ruimte

STOWA, vijf waterschappen en Haskoning startten in 2025 op rwzi Wijk bij Duurstede een demonstratie­onderzoek naar het toepassen van een continu aeroob-korrelslibproces op bestaande rioolwaterzuiveringen. Dat gebeurt tot op heden alleen batchgewijs, in Nereda®-installaties (zie kader). Doel van de proef: het vergroten van de biologische zuiveringscapaciteit, zonder dat uitbreiding van de rwzi zelf nodig is. Een eerder uitgevoerde kleinschalige pilot op awzi Harnaschpolder liet veelbelovende resultaten zien.

Het merendeel van de ruim 300 rwzi’s in ons land is 40 tot 50 jaar oud. Aanvullende zuiveringsstappen zijn nodig om toekomstige lozingseisen te halen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water en de Richtlijn Stedelijk Afvalwater. Deze wordt de komende jaren van kracht. Daarbij neemt door de groei van bevolking en bedrijvigheid de hoeveelheid afvalwater steeds verder toe. Het betekent dat veel zuiveringen zullen moeten worden uitgebreid. De ruimte om rwzi’s uit te breiden is echter beperkt, zeker in stedelijke gebieden. Het toepassen van een continu aeroob-korrelslibproces op zuiveringen biedt hopelijk uitkomst. Daarmee kunnen de rwzi’s zonder ingrijpende verbouwing tien of twintig jaar extra meegaan en kan de zuiveringscapaciteit van de rwzi’s worden uitgebreid. Het praktijkonderzoek op rwzi Wijk bij Duurstede bouwt voort op de pilot op awzi Harnaschpolder van het Hoogheemraadschap van Delfland.

Hoe werkt de Nereda®-technologie?

Nereda® is een innovatieve, energiezuinige technologie voor biologische nutriëntenverwijdering in de afvalwaterzuivering die gebruikmaakt van aeroob korrelslib. In tegenstelling tot conventionele actiefslibsystemen, waarbij het zuiveringsslib uit vlokken bestaat, vormen zich bij Nereda® compacte korrels met betere bezinkeigenschappen. Hierdoor kunnen zuivering en slib-water-scheiding in één tank plaatsvinden. De installatie wordt zo compacter en nabezinktanks – nodig voor de slibbezinking – zijn overbodig. Ook is er minder biologisch volume voor het zuiveren nodig dan bij conventionele systemen. Wereldwijd zijn inmiddels meer dan 100 Nereda®-installaties gebouwd of in aanbouw.

De Nereda®-technologie wordt tot dusver alleen batchgewijs toegepast – waarbij telkens een afgeronde hoeveelheid afvalwater wordt verwerkt – en niet in een volcontinu zuiveringsproces. De proef op rwzi Wijk bij Duurstede kan daar verandering in brengen.

Gaat FRA-SO-CO-VAL van rwzi’s ultieme waterfabrieken maken?

STOWA startte in 2025 met waterschappen en KWR een onderzoek naar een nieuw zuiveringsconcept: FRA-SO-CO-VAL: FRActioneren-SOrteren-COncentreren-VALoriseren. Hiermee wordt gezuiverd rioolwater (effluent) voorbehandeld om daarna met membranen te worden behandeld. Deze voorbehandeling voorkomt de vorming van problematische concentraatstromen en opent de deur naar hoogwaardig hergebruik van rwzi-effluent. Als de proef slaagt, komt de ultieme waterfabriek een stap dichterbij.

Membraanfiltratie is een vrij gangbare methode voor het bereiden van drinkwater. In het verleden heeft STOWA eind jaren negentig ook meegewerkt aan een zuiverings­technologie die hierop is gebaseerd, de zogenoemde membraan­bioreactor­technologie (MBR). Om uiteenlopende redenen heeft dit destijds niet doorge­zet. Membraanfiltratie komt nu weer in beeld, omdat je ermee een excellente kwaliteit effluent kunt bereiken.

Concentraatstroom

Het probleem bij de klassieke toepassing van membraanfiltratie is dat het leidt tot een concentraatstroom. Deze stroom bevat de vervuiling die uit het gezuiverde rioolwater wordt verwijderd om een zeer schoon eindproduct te krijgen (het permeaat). Het concentraat bevat, naast water, onder meer zouten, voedingsstoffen en organische microverontreinigingen. Maar wat doe je met deze achterblijvende vervuiling? Het idee van FRA-SO-CO-VAL is om voorafgaand aan de eigenlijke membraanfiltratie het rwzi-effluent voor te behandelen met een combinatie van technieken om de aanwezige concentraatstoffen te verwijderen en te verwaarden. De behandeling zelf bestaat uit een voorbehandeling (kaarsfiltratie) en drie nageschakelde zuiveringstechnieken: schuimvorming, nanofiltratie en ionenwisseling. 

Omgekeerde osmose

Het nieuwe concept maakt het volgens de onderzoekers mogelijk om de ultieme filtratiemethode – omgekeerde osmose – toe te gaan passen. Daarmee wordt de productie van (hoogwaardig) hergebruik van effluent voor de meest uiteenlopende toepassingen mogelijk. Op die manier worden de rwzi’s echte ‘waterfabrieken’ die kunnen helpen bij het oplossen van klimaatuitdagingen (droogte).

Het idee van de waterfabriek wordt ook onderzocht in het project De Ultieme Waterfabriek, waar STOWA aan deelneemt. In dit langjarige project, dat eind 2026 wordt afgerond, wordt onder meer onderzocht of het technisch mogelijk is gezuiverd rioolwater op te waarderen tot drinkwater, en wat daarvan de consequenties zijn voor het gehele watersysteem. Ook wordt in dit project in kaart gebracht welke wetten en regels moeten veranderen voor grootschalige toepassing van effluent als bron voor drinkwater (mag het?). Aanleiding voor dit project is het feit dat de vraag naar (drink)water toeneemt. Maar de beschikbaarheid staat onder druk door droogte, vervuiling van grond- en oppervlakte­water en natuurlijk de stijgende vraag. Waterschappen en drinkwaterbedrijven zien gezuiverd rioolwater als mogelijke (extra) bron van zoet water.

STOWA Publicaties

Hier vindt u de digitale uitgaven van STOWA waaronder het digitale magazine Ter Info.
Volledig scherm