Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.

Klimaatadaptatie

Belangrijke resultaten gepresenteerd van kennisprogramma DROOGTE!

Zomers met lange, droge perioden komen steeds vaker voor. Wat betekent dit voor het waterbeheer, en in het verlengde daarvan: landbouw en natuur? Om die vragen te beantwoorden en handelingsmogelijkheden te verkennen, startte STOWA het kennisprogramma DROOGTE! In september werden tijdens een groot symposium de belangrijkste tussenresultaten gepresenteerd. Het programma loopt in 2026 door, met nieuwe kennisvragen.

Droogte voorkomen

Binnen het thema ‘droogte voorkomen’ werd in 2024 en 2025 onder meer een afwegingskader ontwikkeld voor het bij droogte inlaten van gebiedsvreemd water in natuurgebieden. Dat helpt water- en terreinbeheerders bij het beantwoorden van de vraag: accepteer ik droogte in een natuurgebied, of kies ik ervoor om water in te laten van veelal mindere kwaliteit? Het afwegingskader werd tijdens deze dag toegelicht. Ook werd onderzocht in hoeverre het zin heeft het zogenoemde voorjaarsmoment – het moment dat boeren weer het land opgaan – te verplaatsen, zodat de waterstanden langer hoog kunnen worden gehouden op landbouwgronden om infiltratie te bevorderen. Het Expertisenetwerk Zoetwater en Droogte (ENZD) bracht hier een advies over uit.

In 2025 werd ook het Raamwerk ‘Verantwoord infiltreren en aanvullen van grondwater, met zorg voor de grondwaterkwaliteit’ ontwikkeld. Dit raamwerk, dat tijdens het symposium werd toegelicht, geeft goed inzicht in de vraag onder welke (waterkwaliteits)voorwaarden je grondwater kunt aanvullen. Verder werd nagedacht over grondwateronttrekkingsplafonds. Dit als antwoord op de vraag: hoeveel drinkwater mag er bij droogte worden onttrokken voor bijvoorbeeld beregening, drinkwater en industrie? Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft dit onderwerp opgepakt om uit te werken.

Omgaan met droogte

Binnen het thema ‘Omgaan met droogte’ werd in 2025 onder meer gekeken naar de effecten op de waterkwaliteit: wat betekent langdurige droogte voor het halen van KRW-doelen en welke (extra) maatregelen moeten we nemen om de doelen te halen? Dit onderwerp wordt de komende jaren verder uitgewerkt.

Een andere vraag over droogte was: wat is het effect van verzilting, in het bijzonder de dynamiek in zoutconcentraties door het jaar heen, op landbouw, natuur en het halen van de KRW-doelen? Om waterbeheerders te ondersteunen bij de vraag hoe ze praktisch moeten omgaan met de grillige zoet-zoutdynamiek, werd in 2025 een Afwegingskader zoet-zoutdynamiek ontwikkeld. Bij de ontwikkeling van dit kader kwam naar voren dat er rond verzilting nog veel is wat we niet weten. Deze kennisleemtes worden opgepakt in een nieuw programma dat startte in 2025 (zie onder). 

Tevens werd onderzocht of bestaande methoden voor grond- en oppervlaktewaterbeheer toepasbaar zijn voor de watervraagstukken van nu. Het ging onder meer om de methode Waternood: Watersysteemgericht Normeren, Ontwerpen en Dimensioneren. Deze methode, in zwang geraakt aan het eind van de vorige eeuw, heeft als doel te komen tot het zogenoemde Gewenste Grond- en Oppervlaktewaterregime (GGOR) in een bepaald gebied. Uit de studie 'Terug naar de waterbasis(...)' uit 2025 kwam naar voren dat deze methode nog heel goed bruikbaar is. Zeker als je dit koppelt aan grondwateronttrekkingsplafonds en een vorm van droogtenormering. 

Instrumenten

Over droogtenorm gesproken: moet die er wel of niet komen? Het in het kader van het DROOGTE!-thema ‘Instrumenten’ uitgebrachte advies van ENZD is in ieder geval positief. Uitgangspunt is het gebiedsgericht bepalen van een optimaal grond- en oppervlaktewaterregime. Dat kan met de al eerder gememoreerde Waternood/GGOR-methode.

Tot slot: maatregelen om droogte aan te pakken, kunnen een neveneffect hebben: een grotere kans op wateroverlast of natschade. In het programma DROOGTE! werd onderzocht welke juridische instrumenten er zijn om iets te doen tegen verdroging en droogte (best veel, zo blijkt), en hoe je kunt omgaan met (voorzienbare) natschade. Het eruit voortvloeiende rapport 'Omgaan met natschade als gevolg van droogte en verdroging' bevat een stappenplan waarmee de onderzoeksresultaten praktisch toepasbaar zijn gemaakt.

Wat deden we nog meer op het gebied van
Klimaatadaptatie

Hoe zout wordt het, en wat betekent dat voor water, landbouw en natuur?

De ministeries van LVVN en IenW, Rijkswaterstaat en STOWA startten in 2025 het meerjarige programma ‘Omgaan met zout in landbouw, natuur en waterbeheer’. Aanleiding vormt de toenemende verzilting van water en bodem, mede een gevolg van klimaatverandering. Dat levert de nodige kennisvragen op, die in dit programma worden beantwoord. In 2025 werd ook een start gemaakt met de uitvoering.

Klimaatverandering betekent dat waterschappen rekening moeten houden met meer en langer aanhoudende perioden van droogte én met zeespiegelstijging. Dat leidt tot meer verzilting van grondwater en oppervlaktewater. Door het toenemende neerslagtekort in de zomer wordt de mogelijkheid om zoetwater aan te voeren door de grote rivieren bovendien kleiner. De grote vraag is wat dit betekent voor het water- en bodemsysteem en uiteenlopende grondgebruiksfuncties, met name landbouw (bijvoorbeeld gewasopbrengsten) en (zoetwater)natuur. Hoeveel zoet doorspoelwater hebben we in de toekomst bijvoorbeeld nodig? Kunnen we dat realiseren? Hoeveel zout in het (beregenings)water geeft schade? Welke maatregelen kunnen we nemen om de schade te beperken? En wegen deze maatregelen op tegen de kosten? Om antwoord te kunnen geven op deze vragen, is meer kennis nodig over bijvoorbeeld zouttoleranties van gewassen en natuur, effecten van beregening met zilt(er) water en verzilting van de bodem.

Bij de uitvoer van het programma waren in 2025 de kennisinstituten Wageningen Environmental Research (WEnR), Wageningen Plant Research (WPR), Deltares, KWR en Van Geest Ecologie betrokken. De samenwerking met SALTA zal in de komende tijd worden versterkt. 

Klimaatadaptatie in stedelijk gebied

STOWA hield zich in 2025 bezig met het klimaatrobuust(er) maken van stedelijke gebieden. Hier zijn hemelwaterafvoer, riolering, overstorten en drainage nauw verweven met het oppervlaktewatersysteem. Zowel een teveel als een tekort aan water kan grote invloed hebben op de leefbaarheid in een stedelijke omgeving. Bovendien kunnen extremen de waterkwaliteit negatief beïnvloeden.

Waterschappen moeten zorgvuldig afwegen hoe en waar ze het beperkte zoete water in stedelijk gebied inzetten. STOWA wil ze ondersteunen bij het maken van die afwegingen. We werkten in het project ‘Watervraag gebouwd gebied’ onder meer aan antwoorden op de ontwikkeling van de watervraag in stedelijk gebied. Het project is onderdeel van de onderzoeksagenda Woning-Wijk-Water, waarin sinds 2021 kennis wordt opgedaan over de interactie tussen oppervlaktewater, hemelwater en grondwater in bebouwd gebied. In 2025 lieten we ook een handreiking opstellen om de DPRA-stresstest aan te laten sluiten op de bovenregionale stresstest. De DPRA-stresstest onderzoekt hoe kwetsbaar een gebied kan zijn voor wateroverlast, hitte, droogte en overstroming.

Speciale aandacht was er in 2025 voor de positie van hemelwater in de stad. Veel waterschappen (en gemeenten) worstelen met de vraag hoe ze moeten omgaan met hemelwater.  De afvalwaterzuiveraar wil het relatief schone water liever niet hebben, de watersysteemcollega's hebben vaak weinig ruimte om dit water lokaal te bergen, infiltratie gaat niet altijd snel genoeg en bij zowel grond- als oppervlaktewater zijn er soms terechte vraagtekens rond de kwaliteit. Bij veel waterschappen is er geen consistent, integraal hemelwaterbeleid, terwijl je daarmee problemen op de zuivering, wateroverlast in de stad en watervervuiling zo veel mogelijk kunt voorkomen.

STOWA agendeert dit dilemma en ondersteunt waterschappen bij het zoeken naar oplossingen. In 2025 verscheen er onder meer een beslisboom voor het beoordelen van de waterkwaliteit van hemelwater. Het helpt bij het opsporen van de bronnen van vervuiling en het aanpakken ervan.

STOWA en hWh werken samen in Europees project PCP WISE

Infographic over het PCP WISE project

Het Europese project PCP WISE, gestart in 2025, moet op basis van lucht- en ruimtefoto’s, hydrologische modellen en veldwaarnemingen, met hulp van AI zorgen voor continu inzicht in de toestand van het water-bodem-vegetatie-systeem. Dit is nodig om tijdig preventieve maatregelen te nemen tegen droogte, wateroverlast, bosbrand, bodemdaling, infrastructuur- en dijkverzakkingen. STOWA en het Waterschapshuis werken in dit project nauw samen.

STOWA is Lead Buyer binnen het PCP WISE consortium. In 2025 werkten we namens alle aanbestedende diensten aan het verzamelen van alle gebruikerswensen van de aanbestedende diensten, de functionele eisen, en het omzetten daarvan naar de technische eisen. Dit vormde de basis voor de Europese aanbesteding. Die werd getrokken door het Waterschapshuis dat binnen het project de rol heeft van Lead Procurer. Via Pre Commercial Procurement (PCP) worden in het project vijf Europese consortia van bedrijven geselecteerd die betaald aan de slag kunnen met de ideeën voor zo’n dagelijkse water-bodem-vegetatie update. Dat leverde begin januari 2026 25 inzendingen op. Uiteindelijk mogen drie geselecteerde partijen een prototype ontwikkelen voor dagelijkse updates.

Klimaatadaptatie

Belangrijke resultaten gepresenteerd van kennisprogramma DROOGTE!

Zomers met lange, droge perioden komen steeds vaker voor. Wat betekent dit voor het waterbeheer, en in het verlengde daarvan: landbouw en natuur? Om die vragen te beant­woor­den en handelingsmogelijk­heden te verkennen, startte STOWA het kennis­programma DROOGTE! In september werden tijdens een groot symposium de belangrijkste tussenresultaten gepresenteerd. Het programma loopt in 2026 door, met nieuwe kennisvragen.

Droogte voorkomen

Binnen het thema ‘droogte voorkomen’ werd in 2024 en 2025 onder meer een afwegingskader ontwikkeld voor het bij droogte inlaten van gebiedsvreemd water in natuurgebieden. Dat helpt water- en terreinbeheerders bij het beantwoorden van de vraag: accepteer ik droogte in een natuurgebied, of kies ik ervoor om water in te laten van veelal mindere kwaliteit? Het afwegingskader werd tijdens deze dag toegelicht. Ook werd onderzocht in hoeverre het zin heeft het zogenoemde voorjaarsmoment – het moment dat boeren weer het land opgaan – te verplaatsen, zodat de waterstanden langer hoog kunnen worden gehouden op landbouwgronden om infiltratie te bevorderen. Het Expertisenetwerk Zoetwater en Droogte (ENZD) bracht hier een advies over uit.

In 2025 werd ook het Raamwerk ‘Verantwoord infiltreren en aanvullen van grondwater, met zorg voor de grondwaterkwaliteit’ ontwikkeld. Dit raamwerk, dat tijdens het symposium werd toegelicht, geeft goed inzicht in de vraag onder welke (waterkwaliteits)­voorwaarden je grondwater kunt aanvullen. Verder werd nagedacht over grondwateronttrekkingsplafonds. Dit als antwoord op de vraag: hoeveel drinkwater mag er bij droogte worden onttrokken voor bijvoorbeeld beregening, drinkwater en industrie? Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft dit onderwerp opgepakt om uit te werken.

Omgaan met droogte

Binnen het thema ‘Omgaan met droogte’ werd in 2025 onder meer gekeken naar de effecten op de waterkwaliteit: wat betekent langdurige droogte voor het halen van KRW-doelen en welke (extra) maatregelen moeten we nemen om de doelen te halen? Dit onderwerp wordt de komende jaren verder uitgewerkt.

Een andere vraag over droogte was: wat is het effect van verzilting, in het bijzonder de dynamiek in zoutconcen­traties door het jaar heen, op landbouw, natuur en het halen van de KRW-doelen? Om waterbeheerders te ondersteunen bij de vraag hoe ze praktisch moeten omgaan met de grillige zoet-zoutdynamiek, werd in 2025 een Afwegingskader zoet-zoutdynamiek ontwikkeld. Bij de ontwikkeling van dit kader kwam naar voren dat er rond verzilting nog veel is wat we niet weten. Deze kennisleemtes worden opgepakt in een nieuw programma dat startte in 2025 (zie onder). 

Tevens werd onderzocht of bestaande methoden voor grond- en oppervlaktewaterbeheer toepasbaar zijn voor de watervraagstukken van nu. Het ging onder meer om de methode Waternood: Watersysteemgericht Normeren, Ontwerpen en Dimensio­neren. Deze methode, in zwang geraakt aan het eind van de vorige eeuw, heeft als doel te komen tot het zogenoemde Gewenste Grond- en Oppervlakte­waterregime (GGOR) in een bepaald gebied. Uit de studie 'Terug naar de waterbasis(...)' uit 2025 kwam naar voren dat deze methode nog heel goed bruikbaar is. Zeker als je dit koppelt aan grondwateronttrekkingsplafonds en een vorm van droogtenormering. 

Instrumenten

Over droogtenorm gesproken: moet die er wel of niet komen? Het in het kader van het DROOGTE!-thema ‘Instrumenten’ uitgebrachte advies van ENZD is in ieder geval positief. Uitgangspunt is het gebiedsgericht bepalen van een optimaal grond- en oppervlaktewaterregime. Dat kan met de al eerder gememoreerde Waternood/GGOR-methode.

Tot slot: maatregelen om droogte aan te pakken, kunnen een neveneffect hebben: een grotere kans op wateroverlast of natschade. In het programma DROOGTE! werd onderzocht welke juridische instrumenten er zijn om iets te doen tegen verdroging en droogte (best veel, zo blijkt), en hoe je kunt omgaan met (voorzienbare) natschade. Het eruit voortvloeiende rapport 'Omgaan met natschade als gevolg van droogte en verdroging' bevat een stappenplan waarmee de onderzoeksresultaten praktisch toepasbaar zijn gemaakt.

Wat deden we nog meer op het gebied van
waterkwaliteit?

Hoe zout wordt het, en wat betekent dat voor water, landbouw en natuur?

De ministeries van LVVN en IenW, Rijkswaterstaat en STOWA startten in 2025 het meerjarige programma ‘Omgaan met zout in landbouw, natuur en waterbeheer’. Aanleiding vormt de toenemende verzilting van water en bodem, mede een gevolg van klimaatverandering. Dat levert de nodige kennisvragen op, die in dit programma worden beantwoord. In 2025 werd ook een start gemaakt met de uitvoering.

Klimaatverandering betekent dat waterschappen rekening moeten houden met meer en langer aanhou­dende perioden van droogte én met zeespiegelstijging. Dat leidt tot meer verzilting van grondwater en oppervlaktewater. Door het toenemende neerslagtekort in de zomer wordt de mogelijkheid om zoetwater aan te voeren door de grote rivieren bovendien kleiner. De grote vraag is wat dit betekent voor het water- en bodemsysteem en uiteenlopende grondgebruiksfuncties, met name landbouw (bijvoorbeeld gewasop­brengsten) en (zoetwater)­natuur. Hoeveel zoet doorspoelwater hebben we in de toekomst bijvoor­beeld nodig? Kunnen we dat realiseren? Hoeveel zout in het (beregenings)water geeft schade? Welke maatregelen kunnen we nemen om de schade te beperken? En wegen deze maatregelen op tegen de kosten? Om antwoord te kunnen geven op deze vragen, is meer kennis nodig over bijvoorbeeld zouttoleranties van gewassen en natuur, effecten van beregening met zilt(er) water en verzilting van de bodem.

Bij de uitvoer van het programma waren in 2025 de kennisinstituten Wageningen Environmental Research (WEnR), Wageningen Plant Research (WPR), Deltares, KWR en Van Geest Ecologie betrokken. De samenwerking met SALTA zal in de komende tijd worden versterkt. 

Klimaatadaptatie in stedelijk gebied

STOWA hield zich in 2025 bezig met het klimaatrobuust(er) maken van stedelijke gebieden. Hier zijn hemelwa­ter­afvoer, riolering, overstorten en drainage nauw verweven met het oppervlaktewater­systeem. Zowel een teveel als een tekort aan water kan grote invloed hebben op de leefbaar­heid in een stedelijke omgeving. Bovendien kunnen extremen de waterkwaliteit negatief beïnvloeden.

Waterschappen moeten zorgvuldig afwegen hoe en waar ze het beperkte zoete water in stedelijk gebied inzetten. STOWA wil ze ondersteunen bij het maken van die afwegingen. We werkten in het project ‘Watervraag gebouwd gebied’ onder meer aan antwoorden op de ontwikkeling van de watervraag in stedelijk gebied. Het project is onderdeel van de onderzoeksagenda Woning-Wijk-Water, waarin sinds 2021 kennis wordt opgedaan over de interactie tussen oppervlaktewater, hemelwater en grondwater in bebouwd gebied. In 2025 lieten we ook een handreiking opstellen om de DPRA-stresstest aan te laten sluiten op de bovenregionale stresstest. De DPRA-stresstest onderzoekt hoe kwetsbaar een gebied kan zijn voor water­over­last, hitte, droogte en overstroming.

Speciale aandacht was er in 2025 voor de positie van hemelwater in de stad. Veel waterschappen (en gemeenten) worstelen met de vraag hoe ze moeten omgaan met hemelwater.  De afvalwaterzuiveraar wil het relatief schone water liever niet hebben, de watersysteemcollega's hebben vaak weinig ruimte om dit water lokaal te bergen, infiltratie gaat niet altijd snel genoeg en bij zowel grond- als opper­vlaktewater zijn er soms terechte vraagtekens rond de kwaliteit. Bij veel waterschappen is er geen consistent, integraal hemelwaterbeleid, terwijl je daarmee problemen op de zuivering, wateroverlast in de stad en waterver­vuiling zo veel mogelijk kunt voorkomen.

STOWA agendeert dit dilemma en ondersteunt waterschappen bij het zoeken naar oplossingen. In 2025 verscheen er onder meer een beslisboom voor het beoordelen van de waterkwaliteit van hemelwater. Het helpt bij het opsporen van de bronnen van vervuiling en het aanpakken ervan.

STOWA en hWh werken samen in Europees project PCP WISE

Het Europese project PCP WISE, gestart in 2025, moet op basis van lucht- en ruimtefoto’s, hydrologische modellen en veldwaarnemingen, met hulp van AI zorgen voor continu inzicht in de toestand van het water-bodem-vegetatie-systeem. Dit is nodig om tijdig preventieve maatregelen te nemen tegen droogte, wateroverlast, bosbrand, bodemdaling, infrastructuur- en dijkverzakkingen. STOWA en het Waterschapshuis werken in dit project nauw samen.

STOWA is Lead Buyer binnen het PCP WISE consortium. In 2025 werkten we namens alle aanbestedende diensten aan het verzamelen van alle gebruikerswensen van de aanbestedende diensten, de functionele eisen, en het omzetten daarvan naar de technische eisen. Dit vormde de basis voor de Europese aanbesteding. Die werd getrokken door het Waterschapshuis dat binnen het project de rol heeft van Lead Procurer. Via Pre Commercial Procurement (PCP) worden in het project vijf Europese consortia van bedrijven geselecteerd die betaald aan de slag kunnen met de ideeën voor zo’n dagelijkse water-bodem-vegetatie update. Dat leverde begin januari 2026 25 inzendingen op. Uiteindelijk mogen drie geselecteerde partijen een prototype ontwikkelen voor dagelijkse updates.

Wat maakt de nieuwe methodiek nu zo bijzonder? Inhoudelijk trekker van EBEO 2.0 Bas van der Wal: “Door te kijken naar de samenstelling van de soorten en wat die soorten zeggen over het milieu en de leefomgeving waarin ze voorkomen, krijgen we een uitstekend beeld van de drukken op het systeem. Het zijn zelfs meer drukken dan die zijn weergegeven in de negen sleutelfactoren. We brengen mogelijke (combinaties van) drukken/knelpunten in beeld. In totaal ongeveer vijfentwintig. Van eutrofiëring en droogval tot verslibbing, verzuring en toxiciteit. Met deze methodiek halen we veel meer informatie uit de monitoringdata die waterschappen jaar in jaar uit verzamelen. Daarbij zijn vooral de soorten van belang die strikte voorwaarden scheppen aan hun aanwezigheid. Juist hun aan- of afwezigheid ergens geeft heel veel informatie over de ecologische waterkwaliteit ter plekke.”

Van der Wal hoopt dat de nieuwe methodiek, samen met de Ecologische Sleutelfactoren (die vooral kijkt naar de niet-levende randvoorwaarden voor een goede ecologische waterkwaliteit), de standaard wordt voor ecologische toestandsbepaling en diagnose. En dat het systeem wordt toegepast voor het in beeld brengen van ecologische knelpunten in komende stroomgebiedsbeheerplannen. Samen met de Ecologische Sleutelfactoren (die een update krijgen, zie elders) geeft EBEO 2.0 een compleet beeld van de ecologische toestand van een water, waarom die zo is en welke verbetermaatregelen nodig zijn.

STOWA Publicaties

Hier vindt u de digitale uitgaven van STOWA waaronder het digitale magazine Ter Info.
Volledig scherm