Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.

Waterketen

Hoe krijgen we meer grip op indirecte lozingen?

Monstername voor opsporing van indirecte lozingen

Indirecte lozingen – lozingen van stoffen op het riool door bedrijven - vormen een steeds groter probleem voor de waterschappen. Ze kunnen de werking van de zuivering verstoren en daarmee de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater negatief beïnvloeden. Vandaar dat STOWA in 2025 een aantal activiteiten ontplooide om meer greep te krijgen op deze lozingen.

Indirecte lozingen zijn vaak problematisch door het voorkomen van zogenoemde Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Veel bedrijven weten vaak niet eens dat ze met hun afvalwater deze stoffen lozen op het riool. Dat heeft meerdere oorzaken. Zo bevatten sommige producten of grondstoffen die bedrijven gebruiken ZZS, zonder dat dit duidelijk is aangegeven op veiligheidsinformatiebladen of productetiketten. Verder zijn er voor veel van deze stoffen geen landelijke normen. Bedrijven weten niet altijd dat ze zich mogelijk aan extra regels moeten houden. Hierdoor blijft de lozing van ZZS vaak onopgemerkt. “Vandaar dat STOWA in 2025 een kennisnetwerk Grip op indirecte lozingen heeft opgericht dat zich richt op het versterken van kennisdeling. Maar ook op betere samenwerking tussen waterschappen en andere bevoegde en uitvoerende partijen, zoals Omgevingsdiensten”, zegt projectleider Aiske Rijnks van STOWA. Doel is met de waterbeheerders te gaan werken aan de ontwikkeling van slimme tools en het koppelen van data om indirecte verstorende lozingen effectiever aan te pakken. In juni vond de eerste bijeenkomst van het netwerk plaats.

AI

Het kennisnetwerk gaat onder meer onderzoeken of tools die gebruikt worden om inzicht te krijgen in bronnen van stoffen, maar ook om prioriteiten te stellen voor bijvoorbeeld vergunningverlening, toezicht en handhaving, geharmoniseerd kunnen worden. Daarnaast gaat STOWA onderzoeken of je met behulp van AI en slimme data-analyse op basis van meetdata in de waterketen specifieke concentratiepatronen kunt afleiden voor verschillende afvalwaterstromen (huishoudelijk, hemelwater en industrie). Deze patronen kunnen helpen om inzicht te krijgen in de herkomst van stoffen in het rioolwater, zodat eventuele maatregelen hierop kunnen worden afgestemd.

STOWA en Omgevingsdienst NL lieten in het najaar van 2025 een factsheet opstellen waarin de rollen, taken en verantwoordelijkheden rond indirecte lozingen zoals die nu in de wet staan, worden uitgelegd. Dit document werd eind van het jaar gepubliceerd. Aansluitend daarop organiseerde STOWA samen met Omgevingsdienst NL twee webinars waarin tekst en uitleg werd gegeven.

Er werd ook gestart met een online spreekuur Grip op indirecte lozingen. Iedere tweede donderdag van de maand zijn waterschappers welkom om met elkaar van gedachten te wisselen over het aan banden leggen van indirecte lozingen die een verstorende werking hebben op rwzi’s en de waterkwaliteit negatief beïnvloeden.

Wat deden we nog meer op het gebied van
Waterketen

Werkzaamheden aan een gesprongen persleiding

Programma Professioneel Afvalwatertransport (PAT): faalkansenmodel en incidentenregistratie

Het Programma Professioneel Afvalwatertransport (PAT) van STOWA heeft tot doel het beheer van het afvalwatertransport in Nederland zo te verbeteren, dat het afvalwatertransport nu en in de toekomst is gewaarborgd. In 2025 werd daarvoor onder meer een centrale incidentenregistratie opgezet. Ook kwam een faalkansenmodel gereed.

De huidige faalkans van persleidingen is in de afgelopen jaren toegenomen van ca. 1 incident naar 1,5 incidenten per 100 km/jaar. Dit én het gegeven dat veel leidingen hun ontwerplevensduur (van 50 jaar) naderen of reeds zijn gepasseerd, maken het steeds belangrijker om meer grip te krijgen op de actuele conditie en restlevensduur van de leidingen. Daarvoor werden de afgelopen jaren nieuwe inspectietechnieken onderzocht en steeds meer inspectiegegevens verzameld. Het mondde eind 2025 onder meer uit in de Handreiking Inventarisatie en inspectie van persleidingen

In 2025 kwam ook een voorlopig einde aan een langjarig traject dat stichting RIONED en STOWA in 2018 waren gestart. Het doel was te onderzoeken hoe goed ingeschat kan worden wat de resterende levensduur is van een persleiding. Dat maakt het kiezen van het vervangingsmoment een stuk eenvoudiger. Eén van de resultaten van dit onderzoek is een faalkansenmodel voor persleidingen. Dit faalkansenmodel was in het najaar van 2025 gereed. Daarna werd samen met (mogelijke) gebruikers gestart met de implementatie van het faalkansenmodel. Dit traject houdt onder meer in het doorontwikkelen van de software, zodat deze door adviesbureaus kan worden gebruikt, het opleiden van adviseurs bij adviesbureaus, het inhoudelijk aanvullen van het model en het doorrekenen van zestien persleidingen.

Om inzicht te krijgen in de oorzaak van incidenten werd in 2025 ook een platform opgezet waarin de beheerders hun incidenten melden, zoeken naar verklaringen en elkaar helpen met delen van kennis en ervaring. Uit de eerste evaluatie van de incidenten blijkt dat circa 30 procent te wijten is aan een slechte registratie van de ligging van de afvalwatertransportleidingen.

Belangrijk element in het PAT-programma is de verbetering van de samenwerking tussen álle partijen die zich bezighouden met afvalwatertransport, zoals waterschappen, gemeenten, adviesbureaus, aannemers, inspectiebedrijven en kennisinstituten. STOWA werkt hierbij samen met het Waterschapshuis, stichting RIONED en Deltares.

Waterketen

Hoe krijgen we meer grip op indirecte lozingen?

Indirecte lozingen – lozingen van stoffen op het riool door bedrijven - vormen een steeds groter probleem voor de waterschappen. Ze kunnen de werking van de zuivering verstoren en daarmee de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater negatief beïnvloeden. Vandaar dat STOWA in 2025 een aantal activiteiten ontplooide om meer greep te krijgen op deze lozingen.

Indirecte lozingen zijn vaak problema­tisch door het voorkomen van zogenoemde Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Veel bedrijven weten vaak niet eens dat ze met hun afvalwater deze stoffen lozen op het riool. Dat heeft meerdere oorzaken. Zo bevatten sommige producten of grondstoffen die bedrijven gebruiken ZZS, zonder dat dit duidelijk is aangegeven op veiligheidsinfor­matie­bladen of productetiketten. Verder zijn er voor veel van deze stoffen geen landelijke normen. Bedrijven weten niet altijd dat ze zich mogelijk aan extra regels moeten houden. Hierdoor blijft de lozing van ZZS vaak onopgemerkt. “Vandaar dat STOWA in 2025 een kennisnetwerk Grip op indirecte lozingen heeft opgericht dat zich richt op het versterken van kennisdeling. Maar ook op betere samenwerking tussen waterschappen en andere bevoegde en uitvoerende partijen, zoals Omgevingsdiensten”, zegt projectleider Aiske Rijnks van STOWA. Doel is met de waterbeheerders te gaan werken aan de ontwikkeling van slimme tools en het koppelen van data om indirecte verstorende lozingen effectiever aan te pakken. In juni vond de eerste bijeenkomst van het netwerk plaats.

AI

Het kennisnetwerk gaat onder meer onderzoeken of tools die gebruikt worden om inzicht te krijgen in bronnen van stoffen, maar ook om prioriteiten te stellen voor bijvoorbeeld vergunningverlening, toezicht en handhaving, geharmoniseerd kunnen worden. Daarnaast gaat STOWA onderzoeken of je met behulp van AI en slimme data-analyse op basis van meetdata in de waterketen specifieke concentratiepatronen kunt afleiden voor verschillende afvalwaterstromen (huishoudelijk, hemelwater en industrie). Deze patronen kunnen helpen om inzicht te krijgen in de herkomst van stoffen in het rioolwater, zodat eventuele maatregelen hierop kunnen worden afgestemd.

STOWA en Omgevingsdienst NL lieten in het najaar van 2025 een factsheet opstellen waarin de rollen, taken en verantwoordelijkheden rond indirecte lozingen zoals die nu in de wet staan, worden uitgelegd. Dit document werd eind van het jaar gepubliceerd. Aansluitend daarop organiseerde STOWA samen met Omgevingsdienst NL twee webinars waarin tekst en uitleg werd gegeven.

Er werd ook gestart met een online spreekuur Grip op indirecte lozingen. Iedere tweede donderdag van de maand zijn waterschappers welkom om met elkaar van gedachten te wisselen over het aan banden leggen van indirecte lozingen die een verstorende werking hebben op rwzi’s en de waterkwaliteit negatief beïnvloeden.

Wat deden we nog meer op het gebied van
waterkwaliteit?

Werkzaamheden aan een gesprongen persleiding

Programma Professioneel Afvalwatertransport (PAT): faalkansenmodel en incidentenregistratie

Het Programma Professioneel Afvalwatertransport (PAT) van STOWA heeft tot doel het beheer van het afvalwatertransport in Nederland zo te verbeteren, dat het afvalwatertransport nu en in de toekomst is gewaarborgd. In 2025 werd daarvoor onder meer een centrale incidentenregistratie opgezet. Ook kwam een faalkansenmodel gereed.

De huidige faalkans van persleidingen is in de afgelopen jaren toegenomen van ca. 1 incident naar 1,5 incidenten per 100 km/jaar. Dit én het gegeven dat veel leidingen hun ontwerplevensduur (van 50 jaar) naderen of reeds zijn gepasseerd, maken het steeds belangrijker om meer grip te krijgen op de actuele conditie en restlevensduur van de leidingen. Daarvoor werden de afgelopen jaren nieuwe inspectietech­nieken onderzocht en steeds meer inspectiegegevens verzameld. Het mondde eind 2025 onder meer uit in de Handreiking Inventarisatie en inspectie van persleidingen

In 2025 kwam ook een voorlopig einde aan een langjarig traject dat stichting RIONED en STOWA in 2018 waren gestart. Het doel was te onderzoeken hoe goed ingeschat kan worden wat de resterende levensduur is van een persleiding. Dat maakt het kiezen van het vervangingsmoment een stuk eenvoudiger. Eén van de resultaten van dit onderzoek is een faalkansenmodel voor persleidingen. Dit faalkansen­model was in het najaar van 2025 gereed. Daarna werd samen met (mogelijke) gebruikers gestart met de implementatie van het faalkansen­model. Dit traject houdt onder meer in het doorontwikkelen van de software, zodat deze door adviesbureaus kan worden gebruikt, het opleiden van adviseurs bij adviesbureaus, het inhoudelijk aanvullen van het model en het doorrekenen van zestien persleidingen.

Om inzicht te krijgen in de oorzaak van incidenten werd in 2025 ook een platform opgezet waarin de beheerders hun incidenten melden, zoeken naar verklaringen en elkaar helpen met delen van kennis en ervaring. Uit de eerste evaluatie van de incidenten blijkt dat circa 30 procent te wijten is aan een slechte registratie van de ligging van de afvalwatertransport­leidingen.

Belangrijk element in het PAT-programma is de verbetering van de samenwerking tussen álle partijen die zich bezighouden met afvalwater­transport, zoals waterschappen, gemeen­ten, adviesbureaus, aannemers, inspectiebedrijven en kennisinstituten. STOWA werkt hierbij samen met het Waterschapshuis, stichting RIONED en Deltares.

STOWA Publicaties

Hier vindt u de digitale uitgaven van STOWA waaronder het digitale magazine Ter Info.
Volledig scherm