Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.

Lessen uit Duitsland en Finland

Tot voor kort was het ondenkbaar dat waterbeheerders te maken zouden krijgen met schade als gevolg van oorlog. Maar de tijden zijn helaas veranderd. Verschillende Europese landen bereiden zich actief voor op oorlogssituaties. Christian von Spiczak uit Duitsland werkt bij de Duitse brandweer en is vrijwilliger bij Bundesanstalt Technisches Hilfswerk en Riina Liikanen is Chief of Preparedness bij de Finse koepelorganisatie van waterbedrijven. Zij delen in STOWA Ter Info hoe de Duitse en Finse watersector zich voorbereiden op ‘worst case’ scenario’s.

Von Spiczak werkt bij de Duitse brandweer in Duisburg en in zijn vrije tijd is hij bij de vrijwillige technische hulpdiensten (THW) verantwoordelijk voor het ontwikkelen van weerbaarheidsplannen. “Wij voeren nationale wetten uit die in tijden van oorlog gelden. Die wetten zijn erop gericht dat essentiële, civiele diensten beschikbaar blijven. Veel scenario’s die we nu uitwerken, stammen nog uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Wij verwachten overigens niet dat de Russen hier op korte termijn met tanks door de straten zullen rijden. Het gaat veel meer om sabotage, cyberattacks en attacks van drones. Ook kijken we naar tekorten van goederen, voedsel en transport.”

Geheimhouding

Von Spiczak vertelt dat zijn werk de afgelopen twee jaar sterk is veranderd. “Alles is nu geheim en alle medewerkers worden gecheckt door de Duitse inlichtingendienst. Het is wennen dat je alleen hoogst noodzakelijke informatie met collega’s mag delen. Kennis uitwisselen is nadrukkelijk niet meer de bedoeling.” De Finse vertegenwoordiger Riina Liikanen herkent deze verschuiving in het communicatiebeleid ook binnen waterbedrijven. “Er wordt steeds meer aandacht besteed aan welke informatie nodig en relevant is voor watergebruikers en andere stakeholders, en welke details om veiligheidsredenen niet openbaar gemaakt zouden moeten worden. Hoewel transparantie essentieel is, moet ook de veiligheid van waterdiensten worden beschermd.”

‘Worst case’ scenario’s

Finland heeft ook zijn denkwijze rond crisisbeheer aangepast. “Sinds de invasie van Oekraïne ligt de focus op de ‘worst case’ scenario’s. Als je je voorbereidt op het ergste, zorg je ook voor veerkracht tijdens minder ernstige crises. We analyseren de ervaringen in Oekraïne nauwkeurig om onze dreigingsscenario’s verder te ontwikkelen. Belangrijke vragen zijn onder meer of we over voldoende middelen beschikken, zoals voorraden, reserveonderdelen, machines, personeel en vaardigheden. Bijvoorbeeld om beschadigde infrastructuur te herstellen en onder alle omstandigheden diensten te kunnen blijven leveren. Is het mogelijk om diensten te blijven leveren zonder een continue stroomvoorziening vanuit het elektriciteitsnet? Wat als communicatienetwerken instabiel zijn of de levering van behandelingschemicaliën wordt onderbroken? Als gevolg daarvan wordt de paraatheid op het niveau van waterbedrijven versterkt,” aldus Liikanen.

Publiek-private samenwerking en de maatschappijbenadering

Een inventarisatie in de Duitse regio Duisburg identificeerde minstens 100 kritieke objecten. In Finland is de paraatheid in de watersector gebaseerd op nauwe samenwerking tussen meerdere partijen en weerspiegelt deze een ‘Whole of Society’-benadering. De Water Services Pool binnen de National Emergency Supply Organization ondersteunt het dreigingsbewustzijn van waterbedrijven door de sector nationaal, in brede samenwerking met relevante stakeholders, te bewaken. Voor waterbedrijven is samenwerking op het gebied van paraatheid niet optioneel, maar wettelijk verplicht. Liikanen legt uit dat bedrijven nauw moeten samenwerken, niet alleen met gemeenten en toezichthoudende en hulpdiensten, maar ook met naburige waterbedrijven, cruciale klanten en belangrijke leveranciers van materialen en diensten. “Paraatheid en noodmaatregelen in de watersector vereisen samenwerking over organisatorische grenzen heen. Duidelijke rollen en verantwoordelijkheden, samen met een gedeeld situationeel bewustzijn, zijn essentieel om de waterdiensten operationeel te houden wanneer verstoringen optreden,” merkt zij op.

Weerbare rioolwaterzuivering

Volgens Von Spiczak is de eerste stap naar weerbaarheid voor rioolwaterzuiveringen om de primaire zuiveringen robuust te maken. “Als de stroom uitvalt op de rwzi’s in Duisburg hebben we generatoren tot onze beschikking die voldoende stroom kunnen genereren om de zuiveringen te laten functioneren.” De stad Duisburg, waar Von Spiczak werkt, heeft meerdere rwzi’s omdat de stad in het verleden vanuit verschillende decentrale kernen is ontstaan. “Als er niet voldoende stroom beschikbaar is om een rwzi op volle kracht te laten draaien, kun je ervoor kiezen om de kwaliteit van het afvalwater te verminderen.” Finland denkt ook na over alternatieven voor stedelijke sanitaire voorzieningen tijdens langdurige stroomuitval. Liikanen: “Als het rioleringssysteem niet meer functioneert, moeten inwoners weten hoe zij moeten handelen. Toiletten mogen bijvoorbeeld niet worden doorgespoeld om ongecontroleerde overstorten van afvalwater te voorkomen. Tijdens een korte verstoring kan het doorspoelen simpelweg worden stopgezet en kan het normale gebruik worden hervat zodra de situatie dat toelaat. Bij langdurigere verstoringen moet sanitair afval in aparte containers worden verzameld om later te worden afgevoerd.”

Organisatie en training

Zowel Finland als Duitsland richten zich sterk op organisatie, personeel en training. Von Spiczak: “Vrijwilligers van de technische hulpdiensten moeten jaarlijks honderd uur training volgen. Speciale eenheden voor pompen, mobiele barrières en de aanleg van waterleidingen moeten daarnaast beschikken over professionele kwalificaties op het gebied van water en sanitatie. In oorlogstijd treedt het civiele noodplan in werking. Dat betekent dat alle vrijwilligers oproepbaar zijn. Wanneer zij dienst hebben, moeten zij in de buurt blijven.” In Finland blijven de organisaties uit vredestijd ook tijdens oorlog verantwoordelijk voor de waterdiensten. Liikanen merkt op: “Er is vastgelegd dat bepaalde medewerkers kunnen worden vrijgesteld van militaire dienst aan het front. Hetzelfde geldt voor machines en voertuigen.” Liikanen benadrukt dat voorbereiding op ieder mogelijk scenario zeer kostbaar is. “Daarom zijn proportionele paraatheid, samen met samenwerking en collectieve voorbereiding, van essentieel belang. Oefeningen zijn de beste manier om de paraatheid in de praktijk te testen en ervoor te zorgen dat we effectief kunnen handelen als dreigingen werkelijkheid worden.”

Tips uitwisselen

Von Spiczak heeft ook een concreet advies voor de Nederlandse waterschappen. “Denk goed na over veiligheid, ontwikkel meerdere back-up scenario’s en start met trainingen. Wij hebben hier bijvoorbeeld de black building test. Dat houdt in dat de stroom in een gebouw wordt losgekoppeld en alles dan moet gaan functioneren met noodgeneratoren. In september 2025 vond er in Duisburg een internationale oefening plaats met het leggen van zandzakken in het kader van het project FlashFloodBreaker. Internationale uitwisseling op het gebied van kritieke waterinfrastructuur zou fantastisch zijn. Wij werken bepaalde scenario’s uit vanuit onze ervaringen, maar iemand met een andere blik heeft wellicht betere ideeën.”

Er is veel te leren van buurlanden

De Nederlandse waterschappen zijn van oudsher weerbaar als het gaat om traditioneel waterbeheer, maar de voorbereiding op andere typen crises staat nog in de kinderschoenen. Het verbreden van weerbaarheid naar ‘all hazards’ staat sinds kort hoog op de agenda. Max van Hooft is vanuit Hoogheemraad­schap De Stichtse Rijnlanden een dag per week bij de Unie van Waterschap­pen gedetacheerd om te inventariseren waar de grootste uitdagingen liggen. Vanuit zijn rol is hij bijzonder geïnteresseerd in de buitenlandse aanpak.

“We moeten nieuwe risico’s in kaart brengen en preventieve maatregelen treffen”, vertelt Van Hooft die ook secretaris is bij de themagroep weerbaarheid van de Unie. “De waterschappen zijn van oudsher goed in crisismanagement en het nemen van herstelmaatregelen. “Maar een veranderend dreigingslandschap vraagt waterschappen om te denken. Strategische keuzes moeten gemaakt worden, met als doel de eigen broek op te houden: voor nu en voor later. We moeten ook identificeren in welke mate een object kritiek is. In het kader van cybersecurity zijn op dit moment gemalen en pompen geïdentificeerd. Weerbaarheid is daarmee nu vooral gericht op asset gestuurde keringen of zuiveringen en niet op dijken die niet met operationele techniek worden aangestuurd. De maatregelen richten zich nu nog voornamelijk op assetbeheer en beveiliging. Er is bij de waterschappen nog geen beleid voor het registreren van incidenten. Dat zou wel een goed idee zijn. Zo kunnen we patronen gaan ontdekken. In assetbeveiliging valt nog een wereld te winnen, maar weerbaarheid vraagt een totaalaanpak waarbij de sabotage van dijken, stroomuitval en soortgelijke dreigingen niet buiten beeld moeten vallen. Juist in het integrale kunnen we van onze buitenlandse partners veel leren.”

Bewustzijn vergroten

Volgens Van Hooft is er bij de waterschappen ook veel winst te behalen door het bewustzijn van medewerkers te vergroten. “De menselijke schakel is de zwakste schakel. Er wordt nu nog in verschillende snelheden aan weerbaarheid gewerkt. Het besef dat we te maken kunnen krijgen met allerlei typen crisis moet bij sommige collega’s nog meer indalen.” Van Hooft vertelt dat HDSR daar wel actief mee aan de slag is. Bij ons waterschap is er door collega’s onlangs ook een fietsclub opgericht als alternatief middel om peilen te monitoren en waar nodig handmatig aan te passen.”

Artikel in het kort

  • Duitsland bereidt zich actief voor op allerlei crisissituaties. Christian von Spiczak vertelt hoe vrijwillige technische hulpdiens­ten (THW) organiseren.

  • Finland werkt sinds enkele jaren met ‘worst case’ scenario’s waarbij de continuïteit van het leveren van waterdiensten een cruciale rol speelt. Chief of Preparedness Riina Liikanen bij de Finse koepelor­ga­nisatie van waterbedrijven vertelt hoe ze dat aanpakken.

  • Beleidsadviseur Max van Hooft vertelt dat de waterschappen een hoop kunnen leren van de buitenlandse aanpak.

Lessen uit Duitsland en Finland

Tot voor kort was het ondenkbaar dat waterbeheerders te maken zouden krijgen met schade als gevolg van oorlog. Maar de tijden zijn helaas veranderd. Verschillende Europese landen bereiden zich actief voor op oorlogssituaties. Christian von Spiczak uit Duitsland werkt bij de Duitse brandweer en is vrijwilliger bij Bundesanstalt Technisches Hilfswerk en Riina Liikanen is Chief of Preparedness bij de Finse koepelorganisatie van waterbedrijven. Zij delen in STOWA Ter Info hoe de Duitse en Finse watersector zich voorbereiden op ‘worst case’ scenario’s.

Von Spiczak werkt bij de Duitse brandweer in Duisburg en in zijn vrije tijd is hij bij de vrijwillige technische hulpdiensten (THW) verantwoordelijk voor het ontwikkelen van weerbaarheidsplannen. “Wij voeren nationale wetten uit die in tijden van oorlog gelden. Die wetten zijn erop gericht dat essentiële, civiele diensten beschikbaar blijven. Veel scenario’s die we nu uitwerken, stammen nog uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Wij verwachten overigens niet dat de Russen hier op korte termijn met tanks door de straten zullen rijden. Het gaat veel meer om sabotage, cyberattacks en attacks van drones. Ook kijken we naar tekorten van goederen, voedsel en transport.”

Geheimhouding

Von Spiczak vertelt dat zijn werk de afgelopen twee jaar sterk is veranderd. “Alles is nu geheim en alle medewerkers worden gecheckt door de Duitse inlichtingendienst. Het is wennen dat je alleen hoogst noodzakelijke informatie met collega’s mag delen. Kennis uitwisselen is nadrukkelijk niet meer de bedoeling.” De Finse vertegenwoordiger Riina Liikanen herkent deze verschuiving in het communicatiebeleid ook binnen waterbedrijven. “Er wordt steeds meer aandacht besteed aan welke informatie nodig en relevant is voor watergebruikers en andere stakeholders, en welke details om veiligheidsredenen niet openbaar gemaakt zouden moeten worden. Hoewel transparantie essentieel is, moet ook de veiligheid van waterdiensten worden beschermd.”

‘Worst case’ scenario’s

Finland heeft ook zijn denkwijze rond crisisbeheer aangepast. “Sinds de invasie van Oekraïne ligt de focus op de ‘worst case’ scenario’s. Als je je voorbereidt op het ergste, zorg je ook voor veerkracht tijdens minder ernstige crises. We analyseren de ervaringen in Oekraïne nauwkeurig om onze dreigingsscenario’s verder te ontwikkelen. Belangrijke vragen zijn onder meer of we over voldoende middelen beschikken, zoals voorraden, reserveonderdelen, machines, personeel en vaardigheden. Bijvoorbeeld om beschadigde infrastructuur te herstellen en onder alle omstandigheden diensten te kunnen blijven leveren. Is het mogelijk om diensten te blijven leveren zonder een continue stroomvoorziening vanuit het elektriciteitsnet? Wat als communicatienetwerken instabiel zijn of de levering van behandelingschemicaliën wordt onderbroken? Als gevolg daarvan wordt de paraatheid op het niveau van waterbedrijven versterkt,” aldus Liikanen.

Publiek-private samenwerking en de maatschappijbenadering

Een inventarisatie in de Duitse regio Duisburg identificeerde minstens 100 kritieke objecten. In Finland is de paraatheid in de watersector gebaseerd op nauwe samenwerking tussen meerdere partijen en weerspiegelt deze een ‘Whole of Society’-benadering. De Water Services Pool binnen de National Emergency Supply Organization ondersteunt het dreigingsbewustzijn van waterbedrijven door de sector nationaal, in brede samenwerking met relevante stakeholders, te bewaken. Voor waterbedrijven is samenwerking op het gebied van paraatheid niet optioneel, maar wettelijk verplicht. Liikanen legt uit dat bedrijven nauw moeten samenwerken, niet alleen met gemeenten en toezichthoudende en hulpdiensten, maar ook met naburige waterbedrijven, cruciale klanten en belangrijke leveranciers van materialen en diensten. “Paraatheid en noodmaatregelen in de watersector vereisen samenwerking over organisatorische grenzen heen. Duidelijke rollen en verantwoordelijkheden, samen met een gedeeld situationeel bewustzijn, zijn essentieel om de waterdiensten operationeel te houden wanneer verstoringen optreden,” merkt zij op.

Weerbare rioolwaterzuivering

Volgens Von Spiczak is de eerste stap naar weerbaarheid voor rioolwaterzuiveringen om de primaire zuiveringen robuust te maken. “Als de stroom uitvalt op de rwzi’s in Duisburg hebben we generatoren tot onze beschikking die voldoende stroom kunnen genereren om de zuiveringen te laten functioneren.” De stad Duisburg, waar Von Spiczak werkt, heeft meerdere rwzi’s omdat de stad in het verleden vanuit verschillende decentrale kernen is ontstaan. “Als er niet voldoende stroom beschikbaar is om een rwzi op volle kracht te laten draaien, kun je ervoor kiezen om de kwaliteit van het afvalwater te verminderen.” Finland denkt ook na over alternatieven voor stedelijke sanitaire voorzieningen tijdens langdurige stroomuitval. Liikanen: “Als het rioleringssysteem niet meer functioneert, moeten inwoners weten hoe zij moeten handelen. Toiletten mogen bijvoorbeeld niet worden doorgespoeld om ongecontroleerde overstorten van afvalwater te voorkomen. Tijdens een korte verstoring kan het doorspoelen simpelweg worden stopgezet en kan het normale gebruik worden hervat zodra de situatie dat toelaat. Bij langdurigere verstoringen moet sanitair afval in aparte containers worden verzameld om later te worden afgevoerd.”

Organisatie en training

Zowel Finland als Duitsland richten zich sterk op organisatie, personeel en training. Von Spiczak: “Vrijwilligers van de technische hulpdiensten moeten jaarlijks honderd uur training volgen. Speciale eenheden voor pompen, mobiele barrières en de aanleg van waterleidingen moeten daarnaast beschikken over professionele kwalificaties op het gebied van water en sanitatie. In oorlogstijd treedt het civiele noodplan in werking. Dat betekent dat alle vrijwilligers oproepbaar zijn. Wanneer zij dienst hebben, moeten zij in de buurt blijven.” In Finland blijven de organisaties uit vredestijd ook tijdens oorlog verantwoordelijk voor de waterdiensten. Liikanen merkt op: “Er is vastgelegd dat bepaalde medewerkers kunnen worden vrijgesteld van militaire dienst aan het front. Hetzelfde geldt voor machines en voertuigen.” Liikanen benadrukt dat voorbereiding op ieder mogelijk scenario zeer kostbaar is. “Daarom zijn proportionele paraatheid, samen met samenwerking en collectieve voorbereiding, van essentieel belang. Oefeningen zijn de beste manier om de paraatheid in de praktijk te testen en ervoor te zorgen dat we effectief kunnen handelen als dreigingen werkelijkheid worden.”

Tips uitwisselen

Von Spiczak heeft ook een concreet advies voor de Nederlandse waterschappen. “Denk goed na over veiligheid, ontwikkel meerdere back-up scenario’s en start met trainingen. Wij hebben hier bijvoorbeeld de black building test. Dat houdt in dat de stroom in een gebouw wordt losgekoppeld en alles dan moet gaan functioneren met noodgeneratoren. In september 2025 vond er in Duisburg een internationale oefening plaats met het leggen van zandzakken in het kader van het project FlashFloodBreaker. Internationale uitwisseling op het gebied van kritieke waterinfrastructuur zou fantastisch zijn. Wij werken bepaalde scenario’s uit vanuit onze ervaringen, maar iemand met een andere blik heeft wellicht betere ideeën.”

Er is veel te leren van buurlanden

De Nederlandse waterschappen zijn van oudsher weerbaar als het gaat om traditioneel waterbeheer, maar de voorbereiding op andere typen crises staat nog in de kinderschoenen. Het verbreden van weerbaarheid naar ‘all hazards’ staat sinds kort hoog op de agenda. Max van Hooft is vanuit Hoogheemraad­schap De Stichtse Rijnlanden een dag per week bij de Unie van Waterschap­pen gedetacheerd om te inventariseren waar de grootste uitdagingen liggen. Vanuit zijn rol is hij bijzonder geïnteresseerd in de buitenlandse aanpak.

“We moeten nieuwe risico’s in kaart brengen en preventieve maatregelen treffen”, vertelt Van Hooft die ook secretaris is bij de themagroep weerbaarheid van de Unie. “De waterschappen zijn van oudsher goed in crisismanagement en het nemen van herstelmaatregelen. “Maar een veranderend dreigingslandschap vraagt waterschappen om te denken. Strategische keuzes moeten gemaakt worden, met als doel de eigen broek op te houden: voor nu en voor later. We moeten ook identificeren in welke mate een object kritiek is. In het kader van cybersecurity zijn op dit moment gemalen en pompen geïdentificeerd. Weerbaarheid is daarmee nu vooral gericht op asset gestuurde keringen of zuiveringen en niet op dijken die niet met operationele techniek worden aangestuurd. De maatregelen richten zich nu nog voornamelijk op assetbeheer en beveiliging. Er is bij de waterschappen nog geen beleid voor het registreren van incidenten. Dat zou wel een goed idee zijn. Zo kunnen we patronen gaan ontdekken. In assetbeveiliging valt nog een wereld te winnen, maar weerbaarheid vraagt een totaalaanpak waarbij de sabotage van dijken, stroomuitval en soortgelijke dreigingen niet buiten beeld moeten vallen. Juist in het integrale kunnen we van onze buitenlandse partners veel leren.”

Bewustzijn vergroten

Volgens Van Hooft is er bij de waterschappen ook veel winst te behalen door het bewustzijn van medewerkers te vergroten. “De menselijke schakel is de zwakste schakel. Er wordt nu nog in verschillende snelheden aan weerbaarheid gewerkt. Het besef dat we te maken kunnen krijgen met allerlei typen crisis moet bij sommige collega’s nog meer indalen.” Van Hooft vertelt dat HDSR daar wel actief mee aan de slag is. Bij ons waterschap is er door collega’s onlangs ook een fietsclub opgericht als alternatief middel om peilen te monitoren en waar nodig handmatig aan te passen.”

Artikel in het kort

  • Duitsland bereidt zich actief voor op allerlei crisissituaties. Christian von Spiczak vertelt hoe vrijwillige technische hulpdiens­ten (THW) organiseren.

  • Finland werkt sinds enkele jaren met ‘worst case’ scenario’s waarbij de continuïteit van het leveren van waterdiensten een cruciale rol speelt. Chief of Preparedness Riina Liikanen bij de Finse koepelor­ga­nisatie van waterbedrijven vertelt hoe ze dat aanpakken.

  • Beleidsadviseur Max van Hooft vertelt dat de waterschappen een hoop kunnen leren van de buitenlandse aanpak.

STOWA Publicaties

Hier vindt u de digitale uitgaven van STOWA waaronder het digitale magazine Ter Info.
Volledig scherm