STOWATERINFOOTJES
WATER
Drie instrumenten om ecologische waterkwaliteit te verbeteren
Een drie-eenheid voor verbetering van de ecologische waterkwaliteit. Zo beschrijft Tessa van der Wijngaart, STOWA-programmamanager Waterkwaliteit & Ecologie, de combinatie van twee door STOWA ontwikkelde tools: EBEO, ESF en de KRW-verkenner van Deltares. Van EBEO is onlangs een nieuwe versie gelanceerd. Die brengt knelpunten helder in beeld en maakt het mogelijk grafieken te volgen door de tijd heen.
De EBEO-methode (Ecologisch Begrip Oppervlaktewater) kijkt naar het leven in plas, ven, beek, sloot of rivier om de ecologische waterkwaliteit te analyseren en knelpunten te identificeren. De ESF (Ecologische Sleutelfactoren) kijkt juist naar allerlei niet-levende factoren in en om het water zoals nutriënten, stroming, lichtinval of toxische stoffen, en leidt naar passende maatregelen om het water meer te laten bruisen van het leven. De aanvullende Kaderrichtlijn Water-Verkenner maakt prognoses met machine learning: welke effect heeft een bepaalde maatregel zoals ‘schonen’ of de aanleg van een natuurvriendelijke oever?
Samen geven de drie instrumenten waterbeheerders grip en inzicht op welke maatregelen goede keuzes zijn om de waterkwaliteit te verbeteren en de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) te halen. Zulke instrumenten zijn hoognodig. Nog geen enkel Nederlands water voldoet aan de KRW-doelen, terwijl de overgangstermijn daarvoor eind volgend jaar afloopt. “De nutriënten dalen, maar zitten gemiddeld nog tweemaal boven de norm”, vertelde Bas van der Wal, projectmanager EBEO bij STOWA. “Maar er is ook positief nieuws: we zien namelijk dat de genomen maatregelen helpen.” Van der Wal sprak op het goed bezochte STOWA-symposium ‘Waterkwaliteitspuzzel: inzicht door systeemanalyse’ op 26 mei 2026 in Ede waar de drie tools centraal stonden en deelnemers in workshops actief aan de slag gingen met de tools.
Vier je successen
Hoe rijk een sloot met goede waterkwaliteit kan zijn, laat de recent verschenen korte film SLOOT zien, gemaakt in opdracht van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De natuurfilm werd getoond bij de start van het EBEO-symposium. De prachtige natuurbeelden van stekelbaarsjes, kokerjuffers, watervlooien, kikkers, reigers, koe en haas vormen een ‘levende versie’ van M.A. Koekkoeks bekende oude schoolkaart ‘Sloot & Plas’. Maar filmmaker Arthur de Bruin moest wel goed zoeken naar die ‘levende sloot’. Anno 2026 is die een zeldzaamheid, ondanks de 300.000 kilometer sloten die Nederland telt. “Koester ze en laat zien wat je bereikt met een goede waterkwaliteit en goed waterbeheer”, was De Bruins boodschap aan de bijna 150 waterschappers op het symposium. “Vier je successen!”
Het symposium markeerde de lancering van de nieuwste EBEO-versie. De tool is geactualiseerd en gebruiksvriendelijker. De bijbehorende database bevat nu 15.000 inheemse aquatische organismen én de eisen die zij stellen aan hun milieu. Knelpunten in waterkwaliteit die uit een EBEO-diagnose rollen, zijn nu eenvoudig op verschillende manieren in beeld te brengen. Trends in knelpunten worden zichtbaar in grafieken en correleren met genomen maatregelen. Af is EBEO daarmee niet; er wordt nog gewerkt aan toevoeging van microbioomanalyse, want de biochemische processen in water die de waterkwaliteit bepalen zijn toe te schrijven aan schimmels en bacteriën, die 80-85 procent uitmaken van alle levende waterorganismen.
Doorontwikkelingtools
STOWA werkt op dit moment aan een update en stroomlijning van de veelgebruikte Ecologische Sleutelfactoren. De ESF’s latenwaterbeheerders zien of een bepaald watersysteem aan de belangrijkste niet-levende voorwaarden voldoet die nodig zijn voor een goede ecologische waterkwaliteit. Er komt één tool met een universele set sleutelfactoren zodat de verschillende benaderingen voor stromend en niet-stromend water verdwijnen en ESF voor (vrijwel) alle watertypen bruikbaar is. Stroming wordt een van de nieuwe sleutelfactoren en er komen aanpassingen in enkele andere factoren. Ook is een handleiding in de maak die gebruikers door de tool leidt.
De KRW-Verkenner van Deltares maakt met machine learning een prognose van het effect dat maatregelen hebben op de ecologische waterkwaliteit. De laatste versie dateert uit 2021, terwijl de ontwikkelingen in AI snel gaan. De set aan stuurvariabelen wordt herzien en uitgebreid en de koppeling met andere tools zoals EBEO wordt verbeterd. Om goed aan te sluiten bij de wensen van gebruikers volgen er in het ontwikkeltraject gebruikersdagen. De eerste staat gepland voor najaar 2026.
> Bekijk de presentaties en een visueel verslag van het symposium.
BONSAI-project beoogt Europese estuaria weerbaarder te maken tegen klimaatverandering
Het klimaat van Zuid-Europa is op weg naar het Noorden, zo bleek eerder uit IPCC-rapporten. Die verschuiving zet de Europese riviermondingen onder druk en vraagt om grensoverschrijdende samenwerking in het waterbeheer. WaterForum publiceerde in april een interview met Ludolph Wentholt van STOWA over het BONSAI-Interreg NW-project, waarin zeventien organisaties uit Nederland, België, Frankrijk en Duitsland samenwerken aan de weerbaarheid van estuaria zoals de Schelde, Maas, Rijn en Elbe. Het project, met een budget van 10,7 miljoen euro en gecoördineerd door STOWA, loopt tot juni 2029.
BONSAI richt zich op drie sporen. Op de korte termijn ligt de focus op dijkmaatregelen tegen diergraverij en erosie. Onderzoek uit het eerdere Polder2C’s-Project liet zien dat holen van vossen, mollen en bevers de stabiliteit van dijken sterker aantasten dan gedacht. Zo versnelt de erosie aanzienlijk als de zandkern eenmaal blootligt. Met drones, grondradars en 3D-technieken wil BONSAI verzakkingen voortaan op centimeterniveau opsporen, zodat eerder kan worden ingegrepen.
Introductie van het Bonsai project.
Dijkconstructies
Daarnaast wisselen de landen kennis uit over dijkconstructies. Zo bouwt de Franse partner Cerema in Rouen/Caen met kleileem en lokaal materiaal, waardoor dieren minder kunnen graven. Deze aanpak wordt nu vergeleken met de Nederlandse situatie via erosieproeven en sterktemetingen.
Voor de lange termijn (met een tijdshorizon van 75 tot 150 jaar) test Waterschap Noorderzijlvest bij de Groningse Waddenzeedijk een nature-based solution, namelijk het geleidelijk ophogen van de dijk met baggerslib uit de haven van Lauwersoog, in combinatie met nieuwe zaadmengsels om de grasbekleding te versterken. Eerste resultaten worden dit jaar verwacht.
Rampenbeheer
Het derde spoor betreft rampenbeheer. Wentholt (STOWA) wijst er in het interview op dat andere landen, zoals Frankrijk, verder zijn met meerlaagsveiligheid en sneller opschalen bij hoogwater, terwijl Nederland weer voorloopt op preventie. BONSAI wil deze ervaringen over en weer benutten, in samenwerking met Defensie en Rijkswaterstaat.
Tot slot komt er een internationale Flood Academy, ontwikkeld met onder meer UNESCO-IHE Delft, Hogeschool Zeeland, KU Leuven en de Universiteit van Siegen. Een eerste concrete uitkomst is een cursus gebaseerd op het Polder2C's-handboek voor rampenmanagement bij waterkeringen, gericht op jonge professionals. Vanaf 2027 moeten hier ook een winter- en summer school aan worden toegevoegd.
‘STOWA-kennis beter laten landen bij de beslissers en uitvoerders’
STOWA onderneemt tal van activiteiten om de kennis uit haar onderzoeken goed te laten landen bij de beslissers en uitvoerders in de watersector. Denk aan de publicatie van rapporten, artikelen en interviews op de site en in vakbladen en tijdens bijeenkomsten. “Er ligt echt een stevig fundament, maar het kan altijd nog beter”, aldus STOWA-directeur Mark van der Werf in de podcast Waterland.
Mark van der Werf was in maart 2026 te gast in de podcast Waterland van WaterForum. In het gesprek met Matthijs Kok (emeritus hoogleraar Waterveiligheid TU Delft) en presentator Marco Visscher kwam de vraag naar voren hoe alle kennis die STOWA in ruim vijftig jaar heeft ontwikkeld het gewenste effect bereikt in de praktijk. Slagen waterbeheerders erin de kennis uit alle lijvige STOWA-rapporten toe te passen in hun werk? En wat kan STOWA nog doen om dat te verbeteren?
Volgens Van der Werf ligt er een stevig fundament op het gebied van kennisdoorwerking, maar kan het nog beter. “We werken niet voor een mooi rapportcijfer. STOWA wil daadwerkelijk impact maken. Aansluiten bij de kennisbehoefte van waterbeheerders en zorgen dat de kennis in de praktijk kan worden gebruikt.”
Terugkijken
Eén van de manieren waarop STOWA dit wil realiseren, is door een jaar na afloop van een onderzoek terug te kijken of de kennis daadwerkelijk is gebruikt. “En wat het effect is geweest. Of welke nieuwe vragen het onderzoek heeft opgeleverd. Evalueren is heel waardevol. Dat doen we nog veel te weinig en niet gestructureerd.”
STOWA wil ook vaker onderwerpen agenderen. Een goed voorbeeld is het artikel in deze editie van STOWA Ter info over het Programma Professioneel Afvalwatertransport (PAT), waarvan STOWA een van de initiatiefnemers is. Experts wijzen in het verhaal onder meer op de vervangingsgolf van afvalwatertransportleidingen die tussen 2035–2045 op gang komt en het belang van tijdig aanpakken.
Nieuwe strategie
De nieuwe aanpak is beschreven in de nieuwe STOWA-strategie voor 2026-2032: ‘Effect in uitvoering’. Centraal punt daarin is de vraag waar waterbeheerders wakker van liggen. Antwoord: uitvoeringskracht. Een concreet voorbeeld daarvan zijn onze waterzuiveringsinstallaties. De komende jaren moet ruim de helft van de ruim 300 rwzi’s in Nederland ingrijpend worden gerenoveerd of vervangen. Ook moeten de rwzi’s kunnen voldoen aan de strenge Europese eisen van de herziene Richtlijn Stedelijk Afvalwater.
Krapte in capaciteit
En de waterschappen zijn niet de enige organisaties die in het overvolle Nederland voor grote uitdagingen staan, waarschuwde Van der Werf in de podcast. Zo investeren netbeheerders de komende decennia tientallen miljarden euro’s in de verzwaring van het elektriciteitsnet en breidt Defensie zijn oefenterreinen uit. Deze initiatieven zetten de beschikbare binnenlandse aannemerscapaciteit stevig onder druk.
Op 25 juni 2026 gaat STOWA in gesprek met de programmacommissies om de nieuwe strategie uit te werken tot een actieplan.
STOWATERINFOOTJES
Drie instrumenten om ecologische waterkwaliteit te verbeteren
BONSAI-project beoogt Europese estuaria weerbaarder te maken tegen klimaatverandering
‘STOWA-kennis beter laten landen bij de beslissers en uitvoerders’
WATER
Drie instrumenten om ecologische waterkwaliteit te verbeteren
Een drie-eenheid voor verbetering van de ecologische waterkwaliteit. Zo beschrijft Tessa van der Wijngaart, STOWA-programmamanager Waterkwaliteit & Ecologie, de combinatie van twee door STOWA ontwikkelde tools: EBEO, ESF en de KRW-verkenner van Deltares. Van EBEO is onlangs een nieuwe versie gelanceerd. Die brengt knelpunten helder in beeld en maakt het mogelijk grafieken te volgen door de tijd heen.
De EBEO-methode (Ecologisch Begrip Oppervlaktewater) kijkt naar het leven in plas, ven, beek, sloot of rivier om de ecologische waterkwaliteit te analyseren en knelpunten te identificeren. De ESF (Ecologische Sleutelfactoren) kijkt juist naar allerlei niet-levende factoren in en om het water zoals nutriënten, stroming, lichtinval of toxische stoffen, en leidt naar passende maatregelen om het water meer te laten bruisen van het leven. De aanvullende Kaderrichtlijn Water-Verkenner maakt prognoses met machine learning: welke effect heeft een bepaalde maatregel zoals ‘schonen’ of de aanleg van een natuurvriendelijke oever?
Samen geven de drie instrumenten waterbeheerders grip en inzicht op welke maatregelen goede keuzes zijn om de waterkwaliteit te verbeteren en de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) te halen. Zulke instrumenten zijn hoognodig. Nog geen enkel Nederlands water voldoet aan de KRW-doelen, terwijl de overgangstermijn daarvoor eind volgend jaar afloopt. “De nutriënten dalen, maar zitten gemiddeld nog tweemaal boven de norm”, vertelde Bas van der Wal, projectmanager EBEO bij STOWA. “Maar er is ook positief nieuws: we zien namelijk dat de genomen maatregelen helpen.” Van der Wal sprak op het goed bezochte STOWA-symposium ‘Waterkwaliteitspuzzel: inzicht door systeemanalyse’ op 26 mei 2026 in Ede waar de drie tools centraal stonden en deelnemers in workshops actief aan de slag gingen met de tools.
Vier je successen
Hoe rijk een sloot met goede waterkwaliteit kan zijn, laat de recent verschenen korte film SLOOT zien, gemaakt in opdracht van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De natuurfilm werd getoond bij de start van het EBEO-symposium. De prachtige natuurbeelden van stekelbaarsjes, kokerjuffers, watervlooien, kikkers, reigers, koe en haas vormen een ‘levende versie’ van M.A. Koekkoeks bekende oude schoolkaart ‘Sloot & Plas’. Maar filmmaker Arthur de Bruin moest wel goed zoeken naar die ‘levende sloot’. Anno 2026 is die een zeldzaamheid, ondanks de 300.000 kilometer sloten die Nederland telt. “Koester ze en laat zien wat je bereikt met een goede waterkwaliteit en goed waterbeheer”, was De Bruins boodschap aan de bijna 150 waterschappers op het symposium. “Vier je successen!”
Het symposium markeerde de lancering van de nieuwste EBEO-versie. De tool is geactualiseerd en gebruiksvriendelijker. De bijbehorende database bevat nu 15.000 inheemse aquatische organismen én de eisen die zij stellen aan hun milieu. Knelpunten in waterkwaliteit die uit een EBEO-diagnose rollen, zijn nu eenvoudig op verschillende manieren in beeld te brengen. Trends in knelpunten worden zichtbaar in grafieken en correleren met genomen maatregelen. Af is EBEO daarmee niet; er wordt nog gewerkt aan toevoeging van microbioomanalyse, want de biochemische processen in water die de waterkwaliteit bepalen zijn toe te schrijven aan schimmels en bacteriën, die 80-85 procent uitmaken van alle levende waterorganismen.
Doorontwikkelingtools
STOWA werkt op dit moment aan een update en stroomlijning van de veelgebruikte Ecologische Sleutelfactoren. De ESF’s latenwaterbeheerders zien of een bepaald watersysteem aan de belangrijkste niet-levende voorwaarden voldoet die nodig zijn voor een goede ecologische waterkwaliteit. Er komt één tool met een universele set sleutelfactoren zodat de verschillende benaderingen voor stromend en niet-stromend water verdwijnen en ESF voor (vrijwel) alle watertypen bruikbaar is. Stroming wordt een van de nieuwe sleutelfactoren en er komen aanpassingen in enkele andere factoren. Ook is een handleiding in de maak die gebruikers door de tool leidt.
De KRW-Verkenner van Deltares maakt met machine learning een prognose van het effect dat maatregelen hebben op de ecologische waterkwaliteit. De laatste versie dateert uit 2021, terwijl de ontwikkelingen in AI snel gaan. De set aan stuurvariabelen wordt herzien en uitgebreid en de koppeling met andere tools zoals EBEO wordt verbeterd. Om goed aan te sluiten bij de wensen van gebruikers volgen er in het ontwikkeltraject gebruikersdagen. De eerste staat gepland voor najaar 2026.
> Bekijk de presentaties en een visueel verslag van het symposium.
BONSAI-project beoogt Europese estuaria weerbaarder te maken tegen klimaatverandering
Het klimaat van Zuid-Europa is op weg naar het Noorden, zo bleek eerder uit IPCC-rapporten. Die verschuiving zet de Europese riviermondingen onder druk en vraagt om grensoverschrijdende samenwerking in het waterbeheer. WaterForum publiceerde in april een interview met Ludolph Wentholt van STOWA over het BONSAI-Interreg NW-project, waarin zeventien organisaties uit Nederland, België, Frankrijk en Duitsland samenwerken aan de weerbaarheid van estuaria zoals de Schelde, Maas, Rijn en Elbe. Het project, met een budget van 10,7 miljoen euro en gecoördineerd door STOWA, loopt tot juni 2029.
BONSAI richt zich op drie sporen. Op de korte termijn ligt de focus op dijkmaatregelen tegen diergraverij en erosie. Onderzoek uit het eerdere Polder2C’s-Project liet zien dat holen van vossen, mollen en bevers de stabiliteit van dijken sterker aantasten dan gedacht. Zo versnelt de erosie aanzienlijk als de zandkern eenmaal blootligt. Met drones, grondradars en 3D-technieken wil BONSAI verzakkingen voortaan op centimeterniveau opsporen, zodat eerder kan worden ingegrepen.
Introductie van het Bonsai project.
Dijkconstructies
Daarnaast wisselen de landen kennis uit over dijkconstructies. Zo bouwt de Franse partner Cerema in Rouen/Caen met kleileem en lokaal materiaal, waardoor dieren minder kunnen graven. Deze aanpak wordt nu vergeleken met de Nederlandse situatie via erosieproeven en sterktemetingen.
Voor de lange termijn (met een tijdshorizon van 75 tot 150 jaar) test Waterschap Noorderzijlvest bij de Groningse Waddenzeedijk een nature-based solution, namelijk het geleidelijk ophogen van de dijk met baggerslib uit de haven van Lauwersoog, in combinatie met nieuwe zaadmengsels om de grasbekleding te versterken. Eerste resultaten worden dit jaar verwacht.
Rampenbeheer
Het derde spoor betreft rampenbeheer. Wentholt (STOWA) wijst er in het interview op dat andere landen, zoals Frankrijk, verder zijn met meerlaagsveiligheid en sneller opschalen bij hoogwater, terwijl Nederland weer voorloopt op preventie. BONSAI wil deze ervaringen over en weer benutten, in samenwerking met Defensie en Rijkswaterstaat.
Tot slot komt er een internationale Flood Academy, ontwikkeld met onder meer UNESCO-IHE Delft, Hogeschool Zeeland, KU Leuven en de Universiteit van Siegen. Een eerste concrete uitkomst is een cursus gebaseerd op het Polder2C's-handboek voor rampenmanagement bij waterkeringen, gericht op jonge professionals. Vanaf 2027 moeten hier ook een winter- en summer school aan worden toegevoegd.
‘STOWA-kennis beter laten landen bij de beslissers en uitvoerders’
STOWA onderneemt tal van activiteiten om de kennis uit haar onderzoeken goed te laten landen bij de beslissers en uitvoerders in de watersector. Denk aan de publicatie van rapporten, artikelen en interviews op de site en in vakbladen en tijdens bijeenkomsten. “Er ligt echt een stevig fundament, maar het kan altijd nog beter”, aldus STOWA-directeur Mark van der Werf in de podcast Waterland.
Mark van der Werf was in maart 2026 te gast in de podcast Waterland van WaterForum. In het gesprek met Matthijs Kok (emeritus hoogleraar Waterveiligheid TU Delft) en presentator Marco Visscher kwam de vraag naar voren hoe alle kennis die STOWA in ruim vijftig jaar heeft ontwikkeld het gewenste effect bereikt in de praktijk. Slagen waterbeheerders erin de kennis uit alle lijvige STOWA-rapporten toe te passen in hun werk? En wat kan STOWA nog doen om dat te verbeteren?
Volgens Van der Werf ligt er een stevig fundament op het gebied van kennisdoorwerking, maar kan het nog beter. “We werken niet voor een mooi rapportcijfer. STOWA wil daadwerkelijk impact maken. Aansluiten bij de kennisbehoefte van waterbeheerders en zorgen dat de kennis in de praktijk kan worden gebruikt.”
Terugkijken
Eén van de manieren waarop STOWA dit wil realiseren, is door een jaar na afloop van een onderzoek terug te kijken of de kennis daadwerkelijk is gebruikt. “En wat het effect is geweest. Of welke nieuwe vragen het onderzoek heeft opgeleverd. Evalueren is heel waardevol. Dat doen we nog veel te weinig en niet gestructureerd.”
STOWA wil ook vaker onderwerpen agenderen. Een goed voorbeeld is het artikel in deze editie van STOWA Ter info over het Programma Professioneel Afvalwatertransport (PAT), waarvan STOWA een van de initiatiefnemers is. Experts wijzen in het verhaal onder meer op de vervangingsgolf van afvalwatertransportleidingen die tussen 2035–2045 op gang komt en het belang van tijdig aanpakken.
Nieuwe strategie
De nieuwe aanpak is beschreven in de nieuwe STOWA-strategie voor 2026-2032: ‘Effect in uitvoering’. Centraal punt daarin is de vraag waar waterbeheerders wakker van liggen. Antwoord: uitvoeringskracht. Een concreet voorbeeld daarvan zijn onze waterzuiveringsinstallaties. De komende jaren moet ruim de helft van de ruim 300 rwzi’s in Nederland ingrijpend worden gerenoveerd of vervangen. Ook moeten de rwzi’s kunnen voldoen aan de strenge Europese eisen van de herziene Richtlijn Stedelijk Afvalwater.
Krapte in capaciteit
En de waterschappen zijn niet de enige organisaties die in het overvolle Nederland voor grote uitdagingen staan, waarschuwde Van der Werf in de podcast. Zo investeren netbeheerders de komende decennia tientallen miljarden euro’s in de verzwaring van het elektriciteitsnet en breidt Defensie zijn oefenterreinen uit. Deze initiatieven zetten de beschikbare binnenlandse aannemerscapaciteit stevig onder druk.
Op 25 juni 2026 gaat STOWA in gesprek met de programmacommissies om de nieuwe strategie uit te werken tot een actieplan.
Meer weten?
Luister de podcast ‘Waterland’ met Mark van der Werf
Lees de strategienota 2026-2032
Een hardcopy is verkrijgbaar bij STOWA.