Programma Professioneel Afvalwatertransport moet nachtmerriescenario’s voorkomen
Het Programma Professioneel Afvalwatertransport (PAT) krijgt vaart. En dat is hoog tijd. Want wie nu wacht, krijgt in de toekomst serieuze problemen, waarschuwt Cornelis de Haan, aanjager van het PAT-programma en een van de grondleggers ervan namens STOWA.
Verkeerschaos, een afgesloten snelweg en een oproep om binnen te blijven voor een gebied ten grote van een woonwijk. Wat begon als ‘normale’ rioleringswerkzaamheden nabij een stad, werd al snel spannender dan je lief is. Een waterschap ontdekte twee jaar eerder een lek in een rioolleiding op het terrein van een nabijgelegen sportcomplex. Om te voorkomen dat water en zand de leiding binnenkwamen, plaatste een aannemer in opdracht van het waterschap een tijdelijke pompinstallatie. Toen die verzakte en het zand onder een naastgelegen gasleiding wegspoelde, kwam de gasleiding bloot te liggen en dreigde deze te barsten, met kans op een vuurbal. Binnen enkele uren doorliep de calamiteit alle escalatieniveaus en nam de veiligheidsregio de regie over van het waterschap.
Onmisbare hoofdaders
Het voorbeeld illustreert de kwetsbaarheid van de Nederlandse ondergrondse infrastructuur. De afvalwatertransportleidingen (veelal persleidingen) zijn hierbij de onmisbare hoofdaders van de Nederlandse afvalwaterketen. In Nederland ligt ongeveer 16.000 kilometer aan afvalwaterpersleidingen, 100.000 km vrijvervalriool en 29.000 km drukriool. Via deze leidingen wordt afvalwater ingezameld en afgevoerd naar rioolwaterzuiveringen. Waterschappen beheren hiervan 8.000 kilometer persleidingen en enkele honderden kilometers vrijvervalriool met als functie transport. Gemeenten beheren de andere leidingen, die zowel een inzamelings- als transportfunctie hebben. Verder hebben waterschappen 2.300 grote rioolgemalen onder hun hoede; gemeenten zijn verantwoordelijk voor 15.000 kleinere rioolgemalen en ruim 140.000 drukpompen.
Bij elkaar vertegenwoordigt dit een vervangingswaarde van ruim 100 miljard euro exclusief BTW (10-20 procent waterschappen; 80-90 procent gemeenten). De beheerkosten lopen volgens STOWA inmiddels op tot 3,5 miljard euro per jaar. Jaarlijks stroomt via dit ondergrondse netwerk van pers- en vrijvervalleidingen zo’n 1,9 miljard kubieke meter afvalwater naar rwzi's.
Incidenten nemen toe
Graafmachines, bouwprojecten en de aanleg van glasvezel- en warmtenetten vormen een groeiend gevaar voor het afvalwatertransportnet. Het aantal incidenten neemt toe: van 1 naar 1,5 incident per jaar per 100 kilometer leiding. Jaarlijks raken persleidingen beschadigd door graafwerkzaamheden, met gevolgen voor transport, omgevingshinder, hoge herstelkosten en soms zelfs persoonlijk letsel of milieuschade als gevolg. Daarnaast worden leidingen van binnenuit aangetast door waterstofsulfide (H2S), een gas dat in afvalwater ontstaat. Daar komt bij dat de toenemende drukte in de ondergrond ervoor zorgt dat problemen met één leiding al snel een domino-effect kunnen veroorzaken, doordat in de directe omgeving vaak tal van andere kabels en leidingen liggen.
Gebrek aan informatie is onderdeel van het probleem. Veel leidingen dateren uit de jaren zestig en zeventig en sindsdien is de informatie keer op keer overgezet: van een tekening naar kopie, van kopie naar digitaal systeem, en vervolgens naar een ander digitaal systeem. Onderweg sluipen er fouten in de leidinginformatie, die juist noodzakelijk is als betrouwbare basisdata voor gericht beheer. Als niet bekend is waar leidingen liggen, neemt het risico toe dat er panden worden gebouwd, bomen geplant of kabels neergelegd, waardoor ze onbereikbaar worden voor inspectie en calamiteitenherstel. Bij ruimtelijke planvorming worden ze regelmatig te laat ontdekt, met kostbare verleggingen tot gevolg.
Sterk versnipperd beheer
Dat het lastig is om dit groeiende risico het hoofd te bieden, heeft alles te maken met het sterk versnipperde beheer van persleidingen in Nederland. De 21 waterschappen en 342 gemeenten beheren elk hun eigen deel van het netwerk, in een politiek-organisatorische context waarin elke organisatie haar eigen werkwijze hanteert en uniforme werkprocessen ontbreken.
Bovendien zorgt vergrijzing voor een tekort aan vakmensen en wordt het in de ondergrond steeds drukker en complexer. Communicatiekabels, gasleidingen, drinkwaterleidingen en warmtenetten verdringen elkaar in de schaarse ondergrondse ruimte. En daar komen verstedelijking, klimaatverandering en bevolkingsgroei zetten de ondergrond nog bij.
Serieuze problemen
Wie nu niets doet, krijgt in de toekomst serieuze problemen, waarschuwt De Haan. Denk aan persleidingen die bezwijken en gemalen die uitvallen, waardoor wateroverlast door afvalwater met mogelijke gezondheidsproblemen ontstaat. Een afvalwatertransportleiding en een gemaal zijn immers één hydraulisch systeem. Het gemaal pompt het afvalwater dóór de persleiding naar de rwzi. Wat er met de leiding gebeurt, merkt het gemaal direct, en omgekeerd.
De Haan is de grote aanjager van het PAT-programma en een van de grondleggers ervan namens STOWA. De bevlogen specialist is al geruime tijd bezig met het onderwerp. Zo schreef hij al in 2013 voor Stichting RIONED een rapport over deze problematiek. De afgelopen jaren slaagde hij er door zijn enthousiasme en bevlogenheid in veel vakmensen uit het veld te enthousiasmeren voor deelname aan de Community of Practice Professioneel Afvalwatertransport van STOWA en Stichting RIONED. Sinds de start van het Innovatieprogramma Professioneel Persleidingenbeheer in 2018 brachten de twee organisaties meerdere publicaties uit om het persleidingenbeheer naar een hoger niveau te tillen. Ook ontwikkelden de organisaties datastandaarden, handreikingen voor inspectietools en wanddiktemetingen.
Projecten gestart
Het Programma Professioneel Afvalwatertransport (PAT) is in 2024 van start gegaan om op een gestructureerde manier samen kennis te ontwikkelen en te borgen. STOWA, Stichting RIONED, Deltares, Het Waterschapshuis en de Vereniging van Zuiveringsbeheerders bundelden hun krachten om het beheer van afvalwatertransport structureel te versterken.
Deskundigen uit de hele sector werken inmiddels binnen een brede Community of Practice gezamenlijk aan nieuwe kennis, praktische oplossingen en het slimmer benutten van bestaande ervaring. Doel is het Nederlandse afvalwatertransport toekomstbestendig te houden. Sinds de start van het programma worden langs vier sporen (Leren van Incidenten, Tracé-integriteit, Inspectietechnieken, Data op Orde) projecten uitgevoerd.
Het PAT-programma wordt inhoudelijk gestuurd door een programmagroep bestaande uit een zevental vertegenwoordigers van waterschappen, gemeenten, het Waterschapshuis en Deltares. Deze groep laat projecten uitvoeren die binnen het PAT-programma vallen. Verder is er recent een stuurgroep gestart, met onder meer Bert Palsma van STOWA als budgethouder die ervoor moet zorgen dat de financiering van de projecten op een rechtmatige manier plaatsvindt. De andere acht leden komen onder meer van Stichting RIONED en vier waterschappen op directie/managementniveau.
Leren van incidenten
Een belangrijk resultaat is de oplevering van een landelijk incidentenregister, cruciaal voor meer inzicht in de aard en het aantal incidenten met leidingen. Het registratiesysteem van de Vereniging van Leidingeigenaren in Nederland (VELIN), voor incidenten met transportleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, stond model. Inmiddels zijn honderden incidenten in het landelijk register opgenomen. Daaruit blijkt dat een derde van de incidenten wordt veroorzaakt door graafschade. De rest komt vooral door uitgesteld onderhoud.
Leren van incidenten is volgens De Haan een belangrijk middel om vakmensen met elkaar te laten samenwerken. “De registratie zorgt ervoor dat kennis gaat stromen tussen mensen die in hun eigen organisatie tegen dezelfde problemen aanlopen.”
Tegelijkertijd is er spanning rond het delen van incidenten. Sommige waterschappen vinden het delen van incidenten geen probleem, andere zijn minder open. “Vooral als er rechtszaken spelen, is er terughoudendheid. Maar ook bij schadeclaims vanuit verzekeraars. Wie betaalt de rekening als een aannemer een leiding raakt en het waterschap de informatie over de ligging niet op orde had?”
Volgens De Haan is dit een gegeven en een bekend probleem. “Daarom is het vooral belangrijk om naast de grote incidenten, die goed zijn voor het bewustzijn, ook kleine en bijna-incidenten te delen en daar lessen uit te trekken.” De Haan wijst erop dat deze aanpak al jaren gemeengoed is in de chemische industrie, luchtvaart en vele andere sectoren. “Veel onveilige handelingen zorgen voor bijna-incidenten, veel bijna-incidenten leiden tot incidenten en veel incidenten leiden tot grote incidenten. De beïnvloedbaarheid zit bij de bijna-incidenten en onveilige handelingen.” Klaas Winters van VELIN is aangetrokken als coach om de cultuurverandering te begeleiden om te zorgen dat het delen van lessen uit incidenten een normaal onderdeel van het werk gaat uitmaken.
Verdeling van incidentsoorten (taartpunten) en incidentcategorieën (buitenste ring) op basis van 114 incidenten.
Verdeling incidenten afvalwatertransport 2023 – 2025
Lekkage door biogene zwavelzuuraantasting
Infographic uit de brochure over tracé-integriteit waarin voorschriften staan voor uiteenlopende activiteiten dicht bij afvalwatertransportleidingen.
Schade door graafwerkzaamheden
Sinds de start van het PAT-programma in 2024 hebben vakmensen uit heel Nederland elkaar regelmatig opgezocht en kennis gedeeld rondom projecten. Aanvankelijk gebeurde dat vooral in Amersfoort, maar steeds vaker ook bij waterschappen en gemeenten.
Volgens de aanjager en mede-grondlegger van het PAT-programma, Cornelis de Haan, waarderen vakmensen de samenwerking die wordt gefaciliteerd door Stichting RIONED, STOWA en inmiddels ook door het Waterschapshuis en Deltares
Een vakman zei tijdens de voorbereidingen van het programma: "Ik heb zoveel geleerd van die Rotterdammers. Via bijeenkomsten kwam ik erachter dat er in Brabant een aannemer zat die allerlei reserveonderdelen klaar heeft liggen in het leidinghuis. Daar hebben wij vervolgens ook een contract mee afgesloten”, zegt Popke Hoekstra van waterschap Noorderzijlvest.
Er klonken ook kritische geluiden die zijn opgenomen in de notitie ontwikkelingsbehoefte. "We willen niet alleen rapporten waarin staat wat we zouden moeten doen. We willen vooral ook praktische hulpmiddelen, zoals een faalkansenmodel, een incidentenformulier en regelmatige bijeenkomsten waar we zowel begeleid als informeel kennis met elkaar kunnen delen. Dat krijgen wij als vakmensen niet zelfstandig georganiseerd."
Op 18 juni 2025 deelden vakmensen uit heel Nederland hun ervaringen met medewerkers van Waterschap Hollandse Delta. Zoals Fred Bergman van waterschap Aa en Maas achteraf zei: "Ik zat op het puntje van mijn stoel; dit had ook bij ons kunnen gebeuren."
Vivian Musters van waterschap Hollandse Delta vertelde in 2025: "We hebben de procedures voor het veilig buiten bedrijf stellen van gemalen van andere waterschappen gekregen en daar veel aan gehad." Rien van Wanrooij van waterschap Brabantse Delta zei op 18 juni 2026: "We hebben een mooi programma en de groep is enthousiast en goed bezig. In juli zoeken we elkaar op in Amsterdam en in oktober in Groningen."
Dagelijks bestuurder Bas Peeters en directeur Paul Koemans van Waterschap De Dommel spelen een belangrijke rol sinds de start van het PAT-programma. Ze stellen zich op als klankbord en verbinders naar management en bestuur door hun aanwezigheid op bijeenkomsten, zoals de jaarlijkse kennis-en netwerkdag professioneel afvalwatertransport en de jaarlijkse CAPWAT-bijeenkomsten van Deltares.
De waterschappen beheren samen ruim 8.000 kilometer van deze leidingen, gemiddeld zo'n 380 kilometer per waterschap, en meer dan 2.300 grote gemalen (ongeveer 110 per waterschap). Daarnaast omvat het netwerk ongeveer 600 kilometer vrijvervalleiding. De vervangingswaarde van specifiek dit waterschapsdeel van het netwerk wordt geschat op 10 tot 20 miljard euro. Het gros van deze ondergrondse infrastructuur is 40 tot 50 jaar oud en bereikt het einde van de theoretische levensduur. Onderstaande grafiek laat zien dat er een vervangingsgolf aankomt met een piek in de periode 2035-2045.
Vakmensen leren van elkaar
Vervangingsgolf piekt rond 2035-2045
Omleiding van afvalwatertransportleiding bij Oudenbosch door waterschap Brabantse Delta
Vervangingsopgave de komende jaren, uitgaande van een theoretische levensduur van 60 jaar (conservatieve schatting op basis van expert judgement specialisten)
Afvalwatertransportleidingen kunnen van binnenuit worden aangetast door waterstofsulfide. Er zijn verschillende inspectietechnieken op de markt om dit in kaart te brengen. Het projectenspoor Inspectietechnieken zet de verschillende mogelijkheden op een rij. Waterschappen kunnen zo van elkaar leren hoe de inspectietechnieken werken en of ze ook doen wat leveranciers beloven.
PAT-programmamanager Aris Witteborg, via zijn werkgever Haskoning sinds augustus 2025 deels gedetacheerd bij STOWA, benadrukt dat het programma niet alleen relevant is voor de werkvloer, maar ook voor managers en bestuurders van waterschappen. Die zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor het beheer van de ondergrondse afvalwaterinfrastructuur
Een belangrijk doel van het PAT-programma is om bestuurlijk draagvlak en financiering te regelen voor alle projecten. “Hiervoor is de stuurgroep verantwoordelijk”, benadrukt Witteborg. “De stuurgroep moet de verantwoordelijke bestuurders van de Unie van Waterschappen en gemeenten meekrijgen, want het gaat om een enorme financiële opgave.”
Met PAT willen STOWA, RIONED, Deltares, Het Waterschapshuis en de Vereniging van Zuiveringsbeheerders zulke nachtmerriescenario’s voorkomen. Door kennis te bundelen, data op orde te brengen en bestuurders nu in beweging te krijgen, voordat de vervangingsgolf van afvalwatertransportleidingen tussen 2035–2045 pas echt op gang komt.
In het projectenspoor ‘Tracé-integriteit en voldoen aan wet- en regelgeving’ willen de betrokken partijen de veilige ligging en het functioneren van afvalwatertransportleidingen beter borgen. De infrastructuur moet juridisch goed zijn beschermd. Als waterschappen dit niet doen, kan het gebeuren dat er zo maar een vakantiepark op een persleiding wordt gebouwd, terwijl het waterschap daar pas achter komt wanneer het project vergevorderd is en er weinig tot niets meer aan te doen is.
Weten waar een leiding precies ligt, blijkt in de praktijk vaak lastiger dan gedacht. Leidingen liggen regelmatig elders dan op de tekening staat, of op plekken waar dat tot risico's leidt. Bij de start van het PAT-project ‘Data op Orde en Informatievoorziening’ gingen de betrokkenen uit van zo'n 1.000 panden bovenop persleidingen. Nader onderzoek wees uit dat het werkelijke aantal fors hoger ligt: ruim 1.500. Die stijging komt vooral doordat steeds meer waterschappen meedoen aan de data-analyse die deze kwetsbare plekken in beeld brengt. Inmiddels nemen 19 van de 21 waterschappen deel.
Inspectietechnieken
Juridische bescherming van de transportstelsels
Programma Professioneel Afvalwatertransport moet nachtmerriescenario’s voorkomen
Het Programma Professioneel Afvalwatertransport (PAT) krijgt vaart. En dat is hoog tijd. Want wie nu wacht, krijgt in de toekomst serieuze problemen, waarschuwt Cornelis de Haan, aanjager van het PAT-programma en een van de grondleggers ervan namens STOWA.
Projecten gestart
Het Programma Professioneel Afvalwatertransport (PAT) is in 2024 van start gegaan om op een gestructureerde manier samen kennis te ontwikkelen en te borgen. STOWA, Stichting RIONED, Deltares, Het Waterschapshuis en de Vereniging van Zuiveringsbeheerders bundelden hun krachten om het beheer van afvalwatertransport structureel te versterken.
Deskundigen uit de hele sector werken inmiddels binnen een brede Community of Practice gezamenlijk aan nieuwe kennis, praktische oplossingen en het slimmer benutten van bestaande ervaring. Doel is het Nederlandse afvalwatertransport toekomstbestendig te houden. Sinds de start van het programma worden langs vier sporen (Leren van Incidenten, Tracé-integriteit, Inspectietechnieken, Data op Orde) projecten uitgevoerd.
Het PAT-programma wordt inhoudelijk gestuurd door een programmagroep bestaande uit een zevental vertegenwoordigers van waterschappen, gemeenten, het Waterschapshuis en Deltares. Deze groep laat projecten uitvoeren die binnen het PAT-programma vallen. Verder is er recent een stuurgroep gestart, met onder meer Bert Palsma van STOWA als budgethouder die ervoor moet zorgen dat de financiering van de projecten op een rechtmatige manier plaatsvindt. De andere acht leden komen onder meer van Stichting RIONED en vier waterschappen op directie/managementniveau.
Verkeerschaos, een afgesloten snelweg en een oproep om binnen te blijven voor een gebied ten grote van een woonwijk. Wat begon als ‘normale’ rioleringswerkzaamheden nabij een stad, werd al snel spannender dan je lief is. Een waterschap ontdekte twee jaar eerder een lek in een rioolleiding op het terrein van een nabijgelegen sportcomplex. Om te voorkomen dat water en zand de leiding binnenkwamen, plaatste een aannemer in opdracht van het waterschap een tijdelijke pompinstallatie. Toen die verzakte en het zand onder een naastgelegen gasleiding wegspoelde, kwam de gasleiding bloot te liggen en dreigde deze te barsten, met kans op een vuurbal. Binnen enkele uren doorliep de calamiteit alle escalatieniveaus en nam de veiligheidsregio de regie over van het waterschap.
Onmisbare hoofdaders
Het voorbeeld illustreert de kwetsbaarheid van de Nederlandse ondergrondse infrastructuur. De afvalwatertransportleidingen (veelal persleidingen) zijn hierbij de onmisbare hoofdaders van de Nederlandse afvalwaterketen. In Nederland ligt ongeveer 16.000 kilometer aan afvalwaterpersleidingen, 100.000 km vrijvervalriool en 29.000 km drukriool. Via deze leidingen wordt afvalwater ingezameld en afgevoerd naar rioolwaterzuiveringen. Waterschappen beheren hiervan 8.000 kilometer persleidingen en enkele honderden kilometers vrijvervalriool met als functie transport. Gemeenten beheren de andere leidingen, die zowel een inzamelings- als transportfunctie hebben. Verder hebben waterschappen 2.300 grote rioolgemalen onder hun hoede; gemeenten zijn verantwoordelijk voor 15.000 kleinere rioolgemalen en ruim 140.000 drukpompen.
Bij elkaar vertegenwoordigt dit een vervangingswaarde van ruim 100 miljard euro exclusief BTW (10-20 procent waterschappen; 80-90 procent gemeenten). De beheerkosten lopen volgens STOWA inmiddels op tot 3,5 miljard euro per jaar. Jaarlijks stroomt via dit ondergrondse netwerk van pers- en vrijvervalleidingen zo’n 1,9 miljard kubieke meter afvalwater naar rwzi's.
Incidenten nemen toe
Graafmachines, bouwprojecten en de aanleg van glasvezel- en warmtenetten vormen een groeiend gevaar voor het afvalwatertransportnet. Het aantal incidenten neemt toe: van 1 naar 1,5 incident per jaar per 100 kilometer leiding. Jaarlijks raken persleidingen beschadigd door graafwerkzaamheden, met gevolgen voor transport, omgevingshinder, hoge herstelkosten en soms zelfs persoonlijk letsel of milieuschade als gevolg. Daarnaast worden leidingen van binnenuit aangetast door waterstofsulfide (H2S), een gas dat in afvalwater ontstaat. Daar komt bij dat de toenemende drukte in de ondergrond ervoor zorgt dat problemen met één leiding al snel een domino-effect kunnen veroorzaken, doordat in de directe omgeving vaak tal van andere kabels en leidingen liggen.
Gebrek aan informatie is onderdeel van het probleem. Veel leidingen dateren uit de jaren zestig en zeventig en sindsdien is de informatie keer op keer overgezet: van een tekening naar kopie, van kopie naar digitaal systeem, en vervolgens naar een ander digitaal systeem. Onderweg sluipen er fouten in de leidinginformatie, die juist noodzakelijk is als betrouwbare basisdata voor gericht beheer. Als niet bekend is waar leidingen liggen, neemt het risico toe dat er panden worden gebouwd, bomen geplant of kabels neergelegd, waardoor ze onbereikbaar worden voor inspectie en calamiteitenherstel. Bij ruimtelijke planvorming worden ze regelmatig te laat ontdekt, met kostbare verleggingen tot gevolg.
Sterk versnipperd beheer
Dat het lastig is om dit groeiende risico het hoofd te bieden, heeft alles te maken met het sterk versnipperde beheer van persleidingen in Nederland. De 21 waterschappen en 342 gemeenten beheren elk hun eigen deel van het netwerk, in een politiek-organisatorische context waarin elke organisatie haar eigen werkwijze hanteert en uniforme werkprocessen ontbreken.
Bovendien zorgt vergrijzing voor een tekort aan vakmensen en wordt het in de ondergrond steeds drukker en complexer. Communicatiekabels, gasleidingen, drinkwaterleidingen en warmtenetten verdringen elkaar in de schaarse ondergrondse ruimte. En daar komen verstedelijking, klimaatverandering en bevolkingsgroei zetten de ondergrond nog bij.
Serieuze problemen
Wie nu niets doet, krijgt in de toekomst serieuze problemen, waarschuwt De Haan. Denk aan persleidingen die bezwijken en gemalen die uitvallen, waardoor wateroverlast door afvalwater met mogelijke gezondheidsproblemen ontstaat. Een afvalwatertransportleiding en een gemaal zijn immers één hydraulisch systeem. Het gemaal pompt het afvalwater dóór de persleiding naar de rwzi. Wat er met de leiding gebeurt, merkt het gemaal direct, en omgekeerd.
De Haan is de grote aanjager van het PAT-programma en een van de grondleggers ervan namens STOWA. De bevlogen specialist is al geruime tijd bezig met het onderwerp. Zo schreef hij al in 2013 voor Stichting RIONED een rapport over deze problematiek. De afgelopen jaren slaagde hij er door zijn enthousiasme en bevlogenheid in veel vakmensen uit het veld te enthousiasmeren voor deelname aan de Community of Practice Professioneel Afvalwatertransport van STOWA en Stichting RIONED. Sinds de start van het Innovatieprogramma Professioneel Persleidingenbeheer in 2018 brachten de twee organisaties meerdere publicaties uit om het persleidingenbeheer naar een hoger niveau te tillen. Ook ontwikkelden de organisaties datastandaarden, handreikingen voor inspectietools en wanddiktemetingen.
Leren van incidenten
Een belangrijk resultaat is de oplevering van een landelijk incidentenregister, cruciaal voor meer inzicht in de aard en het aantal incidenten met leidingen. Het registratiesysteem van de Vereniging van Leidingeigenaren in Nederland (VELIN), voor incidenten met transportleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, stond model. Inmiddels zijn honderden incidenten in het landelijk register opgenomen. Daaruit blijkt dat een derde van de incidenten wordt veroorzaakt door graafschade. De rest komt vooral door uitgesteld onderhoud.
Leren van incidenten is volgens De Haan een belangrijk middel om vakmensen met elkaar te laten samenwerken. “De registratie zorgt ervoor dat kennis gaat stromen tussen mensen die in hun eigen organisatie tegen dezelfde problemen aanlopen.”
Tegelijkertijd is er spanning rond het delen van incidenten. Sommige waterschappen vinden het delen van incidenten geen probleem, andere zijn minder open. “Vooral als er rechtszaken spelen, is er terughoudendheid. Maar ook bij schadeclaims vanuit verzekeraars. Wie betaalt de rekening als een aannemer een leiding raakt en het waterschap de informatie over de ligging niet op orde had?”
Volgens De Haan is dit een gegeven en een bekend probleem. “Daarom is het vooral belangrijk om naast de grote incidenten, die goed zijn voor het bewustzijn, ook kleine en bijna-incidenten te delen en daar lessen uit te trekken.” De Haan wijst erop dat deze aanpak al jaren gemeengoed is in de chemische industrie, luchtvaart en vele andere sectoren. “Veel onveilige handelingen zorgen voor bijna-incidenten, veel bijna-incidenten leiden tot incidenten en veel incidenten leiden tot grote incidenten. De beïnvloedbaarheid zit bij de bijna-incidenten en onveilige handelingen.” Klaas Winters van VELIN is aangetrokken als coach om de cultuurverandering te begeleiden om te zorgen dat het delen van lessen uit incidenten een normaal onderdeel van het werk gaat uitmaken.
Afvalwatertransportleidingen kunnen van binnenuit worden aangetast door waterstofsulfide. Er zijn verschillende inspectietechnieken op de markt om dit in kaart te brengen. Het projectenspoor Inspectietechnieken zet de verschillende mogelijkheden op een rij. Waterschappen kunnen zo van elkaar leren hoe de inspectietechnieken werken en of ze ook doen wat leveranciers beloven.
PAT-programmamanager Aris Witteborg, via zijn werkgever Haskoning sinds augustus 2025 deels gedetacheerd bij STOWA, benadrukt dat het programma niet alleen relevant is voor de werkvloer, maar ook voor managers en bestuurders van waterschappen. Die zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor het beheer van de ondergrondse afvalwaterinfrastructuur
Een belangrijk doel van het PAT-programma is om bestuurlijk draagvlak en financiering te regelen voor alle projecten. “Hiervoor is de stuurgroep verantwoordelijk”, benadrukt Witteborg. “De stuurgroep moet de verantwoordelijke bestuurders van de Unie van Waterschappen en gemeenten meekrijgen, want het gaat om een enorme financiële opgave.”
Met PAT willen STOWA, RIONED, Deltares, Het Waterschapshuis en de Vereniging van Zuiveringsbeheerders zulke nachtmerriescenario’s voorkomen. Door kennis te bundelen, data op orde te brengen en bestuurders nu in beweging te krijgen, voordat de vervangingsgolf van afvalwatertransportleidingen tussen 2035–2045 pas echt op gang komt.
Inspectietechnieken
Lekkage door biogene zwavelzuuraantasting
In het projectenspoor ‘Tracé-integriteit en voldoen aan wet- en regelgeving’ willen de betrokken partijen de veilige ligging en het functioneren van afvalwatertransportleidingen beter borgen. De infrastructuur moet juridisch goed zijn beschermd. Als waterschappen dit niet doen, kan het gebeuren dat er zo maar een vakantiepark op een persleiding wordt gebouwd, terwijl het waterschap daar pas achter komt wanneer het project vergevorderd is en er weinig tot niets meer aan te doen is.
Weten waar een leiding precies ligt, blijkt in de praktijk vaak lastiger dan gedacht. Leidingen liggen regelmatig elders dan op de tekening staat, of op plekken waar dat tot risico's leidt. Bij de start van het PAT-project ‘Data op Orde en Informatievoorziening’ gingen de betrokkenen uit van zo'n 1.000 panden bovenop persleidingen. Nader onderzoek wees uit dat het werkelijke aantal fors hoger ligt: ruim 1.500. Die stijging komt vooral doordat steeds meer waterschappen meedoen aan de data-analyse die deze kwetsbare plekken in beeld brengt. Inmiddels nemen 19 van de 21 waterschappen deel.
Juridische bescherming van de transportstelsels
Verdeling van incidentsoorten (taartpunten) en incidentcategorieën (buitenste ring) op basis van 114 incidenten.
Verdeling incidenten afvalwatertransport 2023 – 2025
Infographic uit de brochure over tracé-integriteit waarin voorschriften staan voor uiteenlopende activiteiten dicht bij afvalwatertransportleidingen.
Schade door graafwerkzaamheden
Omleiding van afvalwatertransportleiding bij Oudenbosch door waterschap Brabantse Delta
De waterschappen beheren samen ruim 8.000 kilometer van deze leidingen, gemiddeld zo'n 380 kilometer per waterschap, en meer dan 2.300 grote gemalen (ongeveer 110 per waterschap). Daarnaast omvat het netwerk ongeveer 600 kilometer vrijvervalleiding. De vervangingswaarde van specifiek dit waterschapsdeel van het netwerk wordt geschat op 10 tot 20 miljard euro. Het gros van deze ondergrondse infrastructuur is 40 tot 50 jaar oud en bereikt het einde van de theoretische levensduur. Onderstaande grafiek laat zien dat er een vervangingsgolf aankomt met een piek in de periode 2035-2045.
Vervangingsgolf piekt rond 2035-2045
Sinds de start van het PAT-programma in 2024 hebben vakmensen uit heel Nederland elkaar regelmatig opgezocht en kennis gedeeld rondom projecten. Aanvankelijk gebeurde dat vooral in Amersfoort, maar steeds vaker ook bij waterschappen en gemeenten.
Volgens de aanjager en mede-grondlegger van het PAT-programma, Cornelis de Haan, waarderen vakmensen de samenwerking die wordt gefaciliteerd door Stichting RIONED, STOWA en inmiddels ook door het Waterschapshuis en Deltares
Een vakman zei tijdens de voorbereidingen van het programma: "Ik heb zoveel geleerd van die Rotterdammers. Via bijeenkomsten kwam ik erachter dat er in Brabant een aannemer zat die allerlei reserveonderdelen klaar heeft liggen in het leidinghuis. Daar hebben wij vervolgens ook een contract mee afgesloten”, zegt Popke Hoekstra van waterschap Noorderzijlvest.
Er klonken ook kritische geluiden die zijn opgenomen in de notitie ontwikkelingsbehoefte. "We willen niet alleen rapporten waarin staat wat we zouden moeten doen. We willen vooral ook praktische hulpmiddelen, zoals een faalkansenmodel, een incidentenformulier en regelmatige bijeenkomsten waar we zowel begeleid als informeel kennis met elkaar kunnen delen. Dat krijgen wij als vakmensen niet zelfstandig georganiseerd."
Op 18 juni 2025 deelden vakmensen uit heel Nederland hun ervaringen met medewerkers van Waterschap Hollandse Delta. Zoals Fred Bergman van waterschap Aa en Maas achteraf zei: "Ik zat op het puntje van mijn stoel; dit had ook bij ons kunnen gebeuren."
Vivian Musters van waterschap Hollandse Delta vertelde in 2025: "We hebben de procedures voor het veilig buiten bedrijf stellen van gemalen van andere waterschappen gekregen en daar veel aan gehad." Rien van Wanrooij van waterschap Brabantse Delta zei op 18 juni 2026: "We hebben een mooi programma en de groep is enthousiast en goed bezig. In juli zoeken we elkaar op in Amsterdam en in oktober in Groningen."
Dagelijks bestuurder Bas Peeters en directeur Paul Koemans van Waterschap De Dommel spelen een belangrijke rol sinds de start van het PAT-programma. Ze stellen zich op als klankbord en verbinders naar management en bestuur door hun aanwezigheid op bijeenkomsten, zoals de jaarlijkse kennis-en netwerkdag professioneel afvalwatertransport en de jaarlijkse CAPWAT-bijeenkomsten van Deltares.
Vakmensen leren van elkaar
Vervangingsopgave de komende jaren, uitgaande van een theoretische levensduur van 60 jaar (conservatieve schatting op basis van expert judgement specialisten)