Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.
Foto van Joost Buntsma die in gele laarzen (terwijl hij zijn nette schoenen vasthoud) uit een waterpartij stapt.

Joost Buntsma neemt na 11 jaar afscheid van STOWA:

“De positie van kennis rond waterbeheer is flink veranderd”

Joost Buntsma op een van zijn lievelingsplekken

Op 22 mei neemt Joost Buntsma na elf jaar officieel afscheid als directeur van de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer. Buntsma had best nog wat langer willen aanblijven, maar gaat met pensioen. Jammer, vindt hij: “Het is een spannende tijd voor het waterbeheer. Het watervraagstuk - droogte, overlast, kwaliteit en veiligheid - is actueler dan ooit. Het is in mijn tijd als directeur alleen maar urgenter worden. En breder. Denk aan circulariteit en de energietransitie. Er blijft voor STOWA en mijn opvolger meer dan voldoende werk aan de winkel.”

Veel mensen uit de waterwereld kennen Joost Buntsma als een goedlachse, aimabele en hardwerkende man die van zijn hart meestal geen moordkuil maakt. Maar aan het begin van het gesprek is hij toch wat op zijn hoede: “Een afscheidsinterview is toch een punt van markering, nadat ik mijn hele werkzame leven het publieke belang heb gediend. En bij zo’n punt wil je wel de goeie dingen zeggen. (lachend) Als het alleen maar een babbeltje zou zijn, hoef je het niet te publiceren. Maar verwacht geen hemelbestormende adviezen.” De civiel ingenieur Buntsma werkte vanaf 1983 eerst enkele jaren bij de provincies Zeeland en Noord-Holland, vertrok daarna naar het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, om te eindigen bij STOWA. Ook was hij van 2011 tot halverwege 2013 secretaris van de Adviescommissie Water, onder de toenmalige voorzitter ZKH Willem-Alexander.

Je hebt altijd in het waterveld gewerkt. Waar komt die interesse vandaan?

Ik ben geboren aan de kust en opgegroeid met water. Je kent het wel: zanddijken bouwen op het strand en wachten totdat de zee komt. En we kampeerden vroeger en dan moesten er wel eens geultjes worden graven. Dat deed ik, dus het zat er al vroeg in denk ik. Mijn vader en mijn moeder kochten op een gegeven moment een zeilboot. Ik was vanaf die tijd ook vaak op het water te vinden. Mijn oom was directeur bij de toenmalige Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, die verantwoordelijk was voor de inrichting van het drooggelegde nieuwe land. Kortom: het water was altijd dichtbij. Later raakte ik er ook professioneel echt mee vergroeid.

Wat was de reden om te solliciteren bij STOWA?

Dat ging heel toevallig. Ik zocht als secretaris van de Adviescommissie Water een spreker die iets kon vertellen over decentrale sanitatie en innovatie. Ik dacht: daarvoor moet ik bij STOWA zijn. Toen ik op de website keek, popte daar ineens de vacature voor een nieuwe directeur op. Ik hoefde maar 4 van de 10 tellen na te denken. Wat ook meespeelde: als ik bij het ministerie was gebleven, had ik vroeg of laat naar een ander beleidsterrein gemoeten. Daar had ik als echte waterman niet veel zin in. Want ik dacht: dan moet ik helemaal opnieuw beginnen en gooien jullie dertig jaar opgebouwde kennis en netwerk weg.  En juist die kennis vind ik heel belangrijk; dat zegt iets over mij. Ik heb kennis nodig om goed te kunnen functioneren. Zomaar wat ‘kakelen’ is niet echt mijn ding, laat ik maar zeggen. STOWA is een club die kennis ontwikkelt, dus dat paste heel erg bij mij.

De positie van kennis is de laatste vijf jaar flink veranderd. Kennis wordt minder klakkeloos als feit aangenomen.

Hoe zit het met de positie van kennis in deze tijd van maatschappelijke en politieke polarisatie?

De positie van kennis is met name de laatste vijf jaar flink veranderd. Kennis wordt minder klakkeloos als feit aangenomen. Ik denk omdat kennis tegenwoordig van grote invloed kan zijn op het bestaan van mensen. Kijk naar de landbouw in relatie tot stikstof en de KRW. Als je het gevoel hebt dat kennis je bedreigt in je voortbestaan, kijk je daar kritischer naar. Daar moeten we allemaal op leren acteren, ook STOWA. We moeten ons ervan bewust zijn dat kennis buiten onze eigen bubbel anders kan worden beleefd en tot andere reacties kan leiden. In het algemeen leert deze tijd ons meer rekening te houden met de persoon die je wilt informeren of zelfs overtuigen en die misschien vraagtekens bij bepaalde kennis zet. Als de keuzes waar we als maatschappij voor staan flink kunnen ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer, is het begrijpelijk dat mensen daar soms heftig op reageren. Het is belangrijk je in de ander te verdiepen. Ik denk dat belangengroeperingen ook bij de aanpak van het onderzoek betrokken moeten worden om het stellen van vraagtekens te voorkomen.

We leren hoe we de door ons ontwikkelde kennis beter over het voetlicht kunnen brengen. Ook de vorm doet er toe. 

Is STOWA zichzelf daar voldoende van bewust?

We leren hoe we de door ons ontwikkelde kennis beter over het voetlicht kunnen brengen. Ook de vorm doet er toe. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de praatplaten die we de afgelopen jaren over veel thema’s hebben gemaakt (zie ook elders in dit magazine). Die staan vol gevisualiseerde feiten, en dienen als basis om met elkaar het gesprek aan te gaan over bijvoorbeeld verdroging en klimaatadaptatie. En in de update van de strategienota vragen we er ook nadrukkelijk aandacht voor. Vaak weten we al wel wat we moeten doen, maar zoeken we hoe we iets voor elkaar kunnen krijgen met allerlei belanghebbenden. Het gaat dan om vragen die raken aan het zogenoemde gamma-domein, zoals sociologie, communicatie en de psychologie daaromheen. Ik zeg er direct bij: het overtuigen van belanghebbenden is niet onze taak. Wij leveren kennis aan. Het is aan de waterschapsbesturen en de Unie om dat verder in de discussies te brengen en uit te dragen.

Ik hoop dat iedereen met de kennis van STOWA voldoende informatie krijgt om zijn of haar standpunt te bepalen. Kijk, dat de waterkwaliteit niet voldoet, is een feit. STOWA onderzoekt wat daarvan de oorzaken zijn en wat we kunnen doen om die te verbeteren. Daar staan we voor. Maar wat je doet met die kennis, hoe je die toepast, is een keuze. En daar treden we niet in.

STOWA doet vandaag de dag echt maatschappelijk belangrijk werk.

Waar ben je trots op, als vertrekkend directeur?

STOWA doet vandaag de dag echt maatschappelijk belangrijk werk. Die relevantie uit zich alleen al in de omslag die we het afgelopen decennium hebben gemaakt van werkvelden naar maatschappelijke thema’s. Denk aan energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. We werken aan thema’s die door bestuurders worden herkend en bestuurlijk en maatschappelijk relevant zijn. Dat vind ik heel belangrijk.

Ik ben als voormalig beleidsambtenaar georiënteerd op bestuur. Ik denk dat we met STOWA de afgelopen elf jaar die omslag naar bestuurders goed hebben gemaakt. Ze hoeven heus niet als eerste aan STOWA te denken als ze ’s ochtends wakker worden. Maar we hebben als stichting veel meer bestuurlijk draagvlak gekregen dan bij mijn aantreden. Ik heb daar mijn best voor gedaan. Door onder andere veel aanwezig te zijn bij allerlei bestuurlijke overleggen. Iedereen weet alleen al door mijn aanwezigheid daar, dat STOWA er is. Tien jaar geleden waren we toch nog vooral een heel inhoudelijke club. Ik zeg er eerlijk bij: het onderwerp vroeg ook om die omslag. Water is de afgelopen decennia steeds bestuurlijker, en daarna steeds politieker geworden.

Zijn er onderzoeken of projecten geweest die achteraf gezien niet echt gelukt zijn?

Zeker. Ik herinner mij het Volg- en Stuursysteem, een systematiek waarmee waterbeheerders effectiever en doelmatiger zouden kunnen sturen op de verbetering van de ecologische waterkwaliteit. Veelbelovend. Het project was toen alleen te inhoudelijk gedreven, we hadden te weinig oog voor toekomstige gebruikers. Uiteindelijk wilden gewoon te weinig waterschappen ermee door. We hadden meer aandacht moeten besteden aan stakeholdermanagement, zou je tegenwoordig zeggen. Beetje wrang is dat aan een dergelijk instrument nu wel behoefte is. Wellicht waren we ook te vroeg. Toch was het niet helemaal voor niets, want de toen ontwikkelde kennis is gebruikt voor de ontwikkeling van de Ecologische Sleutelfactoren.

Dijkmonitoring met sensoren om het gedrag van dijken te voorspellen is een tweede voorbeeld. Ook daar hebben we te veel gewerkt vanuit de overtuiging dat onze achterban de meerwaarde zelf wel zou zien. Ik vind dat we ons daar meer rekenschap van hadden moeten geven. Dat doen we naar mijn gevoel wel steeds beter. We besteden er in de strategienota Energie in synergie. Strategienota extra 2024-2025 aandacht aan.

En op welke STOWA-onderzoeken ben je trots, omdat ze een grote impact hadden?

Heel recent nog. Tijdens het hoogwater van afgelopen januari is bij Maastricht een doorgebroken overloopdam gedicht met rockbags. Het is een vinding van Engelse waterkeringbeheerders die kort daarvoor was getest in het Polder2C’s-project. Dat project werd vorig jaar afgerond. Zelden zat er zo weinig tijd tussen kennis en toepassing. Ook een mooi wapenfeit: de hotspotanalyse voor medicijnresten uit 2017. In dat onderzoek hebben we op basis van kentallen ingeschat hoeveel humane geneesmiddelen er via zuiveringsinstallaties (rwzi’s) in het oppervlaktewater terechtkomen en hoe die zich verspreiden in de ontvangende wateren. De hotspotanalyse gaf handvatten om de ernst van de emissie te bepalen en locaties te kunnen vaststellen van rwzi’s waar de effectiviteit van maatregelen tegen die emissies het grootst is. Het was de aanzet voor de landelijke aanpak medicijnresten en aanleiding voor de start van het Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit rwzi-afvalwater.

Mag ik er nog een noemen? We hebben de afgelopen jaren een paar keer nieuwe neerslagstatistieken laten opstellen en daarover bericht. Op basis daarvan konden we bestuurders in 2015 wakker schudden en laten zien dat klimaatverandering zich vanaf de jaren tachtig al daadwerkelijk aan het voltrekken is en we daarmee serieus rekening moeten houden. Ik ben ook trots op onze bijdrage aan de doorontwikkeling van zuiveringstechnologie Nereda. En natuurlijk de Ecologische Sleutelfactoren. Die worden nu volop toegepast om te beoordelen of de abiotische randvoorwaarden in orde zijn voor een goede ecologische waterkwaliteit.

Je gaat binnenkort met pensioen. Zie je op dit ogenblik wetenschappelijke ontwikkelingen waarmee we in het waterbeheer ons voordeel kunnen gaan doen, of het waterbeheer wellicht wel helemaal gaan veranderen?

Ik kijk natuurlijk naar de ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie. Ik denk dat AI veel invloed zal hebben. Daarmee kun je veel sneller relaties leggen tussen data en achterliggende processen, zoals waterzuivering of het optimaliseren van het oppervlaktewatersysteem. En AI helpt ook bij de ontwikkeling van modelcodes en modellering van watersystemen. Daar helpen betere monitoring en snellere rekentechnieken en computers bij. Wie weet welke doorbraak kwantumcomputers op termijn teweeg kunnen brengen.

STOWA heeft ervoor gezorgd dat ik met plezier ben blijven werken.

We hebben het gehad over wat jij met, en voor STOWA en de waterschappen hebt betekend. Maar wat heeft STOWA de afgelopen elf jaar met jou gedaan?

STOWA heeft mij een nieuw thuis gegeven na meer dan 20 jaar ministerie en absoluut mijn eigen kennis verbreed. Ik had beleidsmatig wel te maken met alle werkvelden, maar bij STOWA ga je toch veel meer de diepte in. Mijn werk hier heeft me er ook van doordrongen dat beleid maken één ding is, maar dat de uitvoering toch echt iets anders. Hoe zeer ze ook gekoppeld zijn. En STOWA heeft ervoor gezorgd dat ik met plezier ben blijven werken en elf jaar lang zonder mopperen om zes uur de wekker zette, om rond een uur of acht bij STOWA te zijn.

Op het gevaar af dramatisch te klinken: hoe wil je herinnerd worden?

Ik zou graag herinnerd worden als iemand die STOWA meer bestuurlijk heeft gemaakt en die meer verbinding met het beleid heeft gelegd. En als iemand die goed voor z’n medewerkers is geweest. Ik zou het best leuk vinden straks nog iets met water te doen. Maar je waterkennis is op een gegeven moment natuurlijk wel gedateerd. Een geleidelijke overgang zou mooi zijn. Voor de rest zie ik het wel.

Je kunt ook gaan vissen

Vissen? (lacht) Ik houd helemaal niet van vissen! Ik word er nerveus van. Ik heb een zoon die van vliegvissen houdt, dat vindt hij helemaal geweldig. Maar ik, aan de waterkant met een hengel? Dat zul je mij niet zien doen na 22 mei.

Foto van Joost Buntsma die in gele laarzen (terwijl hij zijn nette schoenen vasthoud) uit een waterpartij stapt.

Joost Buntsma neemt na 11 jaar afscheid van STOWA:

“De positie van kennis rond waterbeheer is flink veranderd”

Joost Buntsma op een van zijn lievelingsplekken

Op 22 mei neemt Joost Buntsma na elf jaar officieel afscheid als directeur van de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer. Buntsma had best nog wat langer willen aanblijven, maar gaat met pensioen. Jammer, vindt hij: “Het is een spannende tijd voor het waterbeheer. Het watervraagstuk - droogte, overlast, kwaliteit en veiligheid - is actueler dan ooit. Het is in mijn tijd als directeur alleen maar urgenter worden. En breder. Denk aan circulariteit en de energietransitie. Er blijft voor STOWA en mijn opvolger meer dan voldoende werk aan de winkel.”

Veel mensen uit de waterwereld kennen Joost Buntsma als een goedlachse, aimabele en hardwerkende man die van zijn hart meestal geen moordkuil maakt. Maar aan het begin van het gesprek is hij toch wat op zijn hoede: “Een afscheidsinterview is toch een punt van markering, nadat ik mijn hele werkzame leven het publieke belang heb gediend. En bij zo’n punt wil je wel de goeie dingen zeggen. (lachend) Als het alleen maar een babbeltje zou zijn, hoef je het niet te publiceren. Maar verwacht geen hemelbestormende adviezen.” De civiel ingenieur Buntsma werkte vanaf 1983 eerst enkele jaren bij de provincies Zeeland en Noord-Holland, vertrok daarna naar het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, om te eindigen bij STOWA. Ook was hij van 2011 tot halverwege 2013 secretaris van de Adviescommissie Water, onder de toenmalige voorzitter ZKH Willem-Alexander.

Je hebt altijd in het waterveld gewerkt. Waar komt die interesse vandaan?

Ik ben geboren aan de kust en opgegroeid met water. Je kent het wel: zanddijken bouwen op het strand en wachten totdat de zee komt. En we kampeerden vroeger en dan moesten er wel eens geultjes worden graven. Dat deed ik, dus het zat er al vroeg in denk ik. Mijn vader en mijn moeder kochten op een gegeven moment een zeilboot. Ik was vanaf die tijd ook vaak op het water te vinden. Mijn oom was directeur bij de toenmalige Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, die verantwoordelijk was voor de inrichting van het drooggelegde nieuwe land. Kortom: het water was altijd dichtbij. Later raakte ik er ook professioneel echt mee vergroeid.

Wat was de reden om te solliciteren bij STOWA?

Dat ging heel toevallig. Ik zocht als secretaris van de Adviescommissie Water een spreker die iets kon vertellen over decentrale sanitatie en innovatie. Ik dacht: daarvoor moet ik bij STOWA zijn. Toen ik op de website keek, popte daar ineens de vacature voor een nieuwe directeur op. Ik hoefde maar 4 van de 10 tellen na te denken. Wat ook meespeelde: als ik bij het ministerie was gebleven, had ik vroeg of laat naar een ander beleidsterrein gemoeten. Daar had ik als echte waterman niet veel zin in. Want ik dacht: dan moet ik helemaal opnieuw beginnen en gooien jullie dertig jaar opgebouwde kennis en netwerk weg.  En juist die kennis vind ik heel belangrijk; dat zegt iets over mij. Ik heb kennis nodig om goed te kunnen functioneren. Zomaar wat ‘kakelen’ is niet echt mijn ding, laat ik maar zeggen. STOWA is een club die kennis ontwikkelt, dus dat paste heel erg bij mij.

De positie van kennis is de laatste vijf jaar flink veranderd. Kennis wordt minder klakkeloos als feit aangenomen.

Hoe zit het met de positie van kennis in deze tijd van maatschappelijke en politieke polarisatie?

De positie van kennis is met name de laatste vijf jaar flink veranderd. Kennis wordt minder klakkeloos als feit aangenomen. Ik denk omdat kennis tegenwoordig van grote invloed kan zijn op het bestaan van mensen. Kijk naar de landbouw in relatie tot stikstof en de KRW. Als je het gevoel hebt dat kennis je bedreigt in je voortbestaan, kijk je daar kritischer naar. Daar moeten we allemaal op leren acteren, ook STOWA. We moeten ons ervan bewust zijn dat kennis buiten onze eigen bubbel anders kan worden beleefd en tot andere reacties kan leiden. In het algemeen leert deze tijd ons meer rekening te houden met de persoon die je wilt informeren of zelfs overtuigen en die misschien vraagtekens bij bepaalde kennis zet. Als de keuzes waar we als maatschappij voor staan flink kunnen ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer, is het begrijpelijk dat mensen daar soms heftig op reageren. Het is belangrijk je in de ander te verdiepen. Ik denk dat belangengroeperingen ook bij de aanpak van het onderzoek betrokken moeten worden om het stellen van vraagtekens te voorkomen.

We leren hoe we de door ons ontwikkelde kennis beter over het voetlicht kunnen brengen. Ook de vorm doet er toe. 

Is STOWA zichzelf daar voldoende van bewust?

We leren hoe we de door ons ontwikkelde kennis beter over het voetlicht kunnen brengen. Ook de vorm doet er toe. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de praatplaten die we de afgelopen jaren over veel thema’s hebben gemaakt (zie ook elders in dit magazine). Die staan vol gevisualiseerde feiten, en dienen als basis om met elkaar het gesprek aan te gaan over bijvoorbeeld verdroging en klimaatadaptatie. En in de update van de strategienota vragen we er ook nadrukkelijk aandacht voor. Vaak weten we al wel wat we moeten doen, maar zoeken we hoe we iets voor elkaar kunnen krijgen met allerlei belanghebbenden. Het gaat dan om vragen die raken aan het zogenoemde gamma-domein, zoals sociologie, communicatie en de psychologie daaromheen. Ik zeg er direct bij: het overtuigen van belanghebbenden is niet onze taak. Wij leveren kennis aan. Het is aan de waterschapsbesturen en de Unie om dat verder in de discussies te brengen en uit te dragen.

Ik hoop dat iedereen met de kennis van STOWA voldoende informatie krijgt om zijn of haar standpunt te bepalen. Kijk, dat de waterkwaliteit niet voldoet, is een feit. STOWA onderzoekt wat daarvan de oorzaken zijn en wat we kunnen doen om die te verbeteren. Daar staan we voor. Maar wat je doet met die kennis, hoe je die toepast, is een keuze. En daar treden we niet in.

STOWA doet vandaag de dag echt maatschappelijk belangrijk werk.

Waar ben je trots op, als vertrekkend directeur?

STOWA doet vandaag de dag echt maatschappelijk belangrijk werk. Die relevantie uit zich alleen al in de omslag die we het afgelopen decennium hebben gemaakt van werkvelden naar maatschappelijke thema’s. Denk aan energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. We werken aan thema’s die door bestuurders worden herkend en bestuurlijk en maatschappelijk relevant zijn. Dat vind ik heel belangrijk.

Ik ben als voormalig beleidsambtenaar georiënteerd op bestuur. Ik denk dat we met STOWA de afgelopen elf jaar die omslag naar bestuurders goed hebben gemaakt. Ze hoeven heus niet als eerste aan STOWA te denken als ze ’s ochtends wakker worden. Maar we hebben als stichting veel meer bestuurlijk draagvlak gekregen dan bij mijn aantreden. Ik heb daar mijn best voor gedaan. Door onder andere veel aanwezig te zijn bij allerlei bestuurlijke overleggen. Iedereen weet alleen al door mijn aanwezigheid daar, dat STOWA er is. Tien jaar geleden waren we toch nog vooral een heel inhoudelijke club. Ik zeg er eerlijk bij: het onderwerp vroeg ook om die omslag. Water is de afgelopen decennia steeds bestuurlijker, en daarna steeds politieker geworden.

Zijn er onderzoeken of projecten geweest die achteraf gezien niet echt gelukt zijn?

Zeker. Ik herinner mij het Volg- en Stuursysteem, een systematiek waarmee waterbeheerders effectiever en doelmatiger zouden kunnen sturen op de verbetering van de ecologische waterkwaliteit. Veelbelovend. Het project was toen alleen te inhoudelijk gedreven, we hadden te weinig oog voor toekomstige gebruikers. Uiteindelijk wilden gewoon te weinig waterschappen ermee door. We hadden meer aandacht moeten besteden aan stakeholdermanagement, zou je tegenwoordig zeggen. Beetje wrang is dat aan een dergelijk instrument nu wel behoefte is. Wellicht waren we ook te vroeg. Toch was het niet helemaal voor niets, want de toen ontwikkelde kennis is gebruikt voor de ontwikkeling van de Ecologische Sleutelfactoren.

Dijkmonitoring met sensoren om het gedrag van dijken te voorspellen is een tweede voorbeeld. Ook daar hebben we te veel gewerkt vanuit de overtuiging dat onze achterban de meerwaarde zelf wel zou zien. Ik vind dat we ons daar meer rekenschap van hadden moeten geven. Dat doen we naar mijn gevoel wel steeds beter. We besteden er in de strategienota Energie in synergie. Strategienota extra 2024-2025 aandacht aan.

En op welke STOWA-onderzoeken ben je trots, omdat ze een grote impact hadden?

Heel recent nog. Tijdens het hoogwater van afgelopen januari is bij Maastricht een doorgebroken overloopdam gedicht met rockbags. Het is een vinding van Engelse waterkeringbeheerders die kort daarvoor was getest in het Polder2C’s-project. Dat project werd vorig jaar afgerond. Zelden zat er zo weinig tijd tussen kennis en toepassing. Ook een mooi wapenfeit: de hotspotanalyse voor medicijnresten uit 2017. In dat onderzoek hebben we op basis van kentallen ingeschat hoeveel humane geneesmiddelen er via zuiveringsinstallaties (rwzi’s) in het oppervlaktewater terechtkomen en hoe die zich verspreiden in de ontvangende wateren. De hotspotanalyse gaf handvatten om de ernst van de emissie te bepalen en locaties te kunnen vaststellen van rwzi’s waar de effectiviteit van maatregelen tegen die emissies het grootst is. Het was de aanzet voor de landelijke aanpak medicijnresten en aanleiding voor de start van het Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit rwzi-afvalwater.

Mag ik er nog een noemen? We hebben de afgelopen jaren een paar keer nieuwe neerslagstatistieken laten opstellen en daarover bericht. Op basis daarvan konden we bestuurders in 2015 wakker schudden en laten zien dat klimaatverandering zich vanaf de jaren tachtig al daadwerkelijk aan het voltrekken is en we daarmee serieus rekening moeten houden. Ik ben ook trots op onze bijdrage aan de doorontwikkeling van zuiveringstechnologie Nereda. En natuurlijk de Ecologische Sleutelfactoren. Die worden nu volop toegepast om te beoordelen of de abiotische randvoorwaarden in orde zijn voor een goede ecologische waterkwaliteit.

Je gaat binnenkort met pensioen. Zie je op dit ogenblik wetenschappelijke ontwikkelingen waarmee we in het waterbeheer ons voordeel kunnen gaan doen, of het waterbeheer wellicht wel helemaal gaan veranderen?

Ik kijk natuurlijk naar de ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie. Ik denk dat AI veel invloed zal hebben. Daarmee kun je veel sneller relaties leggen tussen data en achterliggende processen, zoals waterzuivering of het optimaliseren van het oppervlaktewatersysteem. En AI helpt ook bij de ontwikkeling van modelcodes en modellering van watersystemen. Daar helpen betere monitoring en snellere rekentechnieken en computers bij. Wie weet welke doorbraak kwantumcomputers op termijn teweeg kunnen brengen.

STOWA heeft ervoor gezorgd dat ik met plezier ben blijven werken.

We hebben het gehad over wat jij met, en voor STOWA en de waterschappen hebt betekend. Maar wat heeft STOWA de afgelopen elf jaar met jou gedaan?

STOWA heeft mij een nieuw thuis gegeven na meer dan 20 jaar ministerie en absoluut mijn eigen kennis verbreed. Ik had beleidsmatig wel te maken met alle werkvelden, maar bij STOWA ga je toch veel meer de diepte in. Mijn werk hier heeft me er ook van doordrongen dat beleid maken één ding is, maar dat de uitvoering toch echt iets anders. Hoe zeer ze ook gekoppeld zijn. En STOWA heeft ervoor gezorgd dat ik met plezier ben blijven werken en elf jaar lang zonder mopperen om zes uur de wekker zette, om rond een uur of acht bij STOWA te zijn.

Op het gevaar af dramatisch te klinken: hoe wil je herinnerd worden?

Ik zou graag herinnerd worden als iemand die STOWA meer bestuurlijk heeft gemaakt en die meer verbinding met het beleid heeft gelegd. En als iemand die goed voor z’n medewerkers is geweest. Ik zou het best leuk vinden straks nog iets met water te doen. Maar je waterkennis is op een gegeven moment natuurlijk wel gedateerd. Een geleidelijke overgang zou mooi zijn. Voor de rest zie ik het wel.

Je kunt ook gaan vissen

Vissen? (lacht) Ik houd helemaal niet van vissen! Ik word er nerveus van. Ik heb een zoon die van vliegvissen houdt, dat vindt hij helemaal geweldig. Maar ik, aan de waterkant met een hengel? Dat zul je mij niet zien doen na 22 mei.

STOWA Publicaties

Hier vindt u de digitale uitgaven van STOWA waaronder het digitale magazine Ter Info.
Volledig scherm