STOWATERINFOOTJES
WATER
Vloeivelden: Middeleeuws relict met actuele toepassing
Dit voorjaar zijn ze er weer, op landgoed Het Lankheet bij Haaksbergen. Circa vijftig vrijwillige ‘vloeiers’ - waaronder gidsen, schippers en brouwers - onderhouden 20 hectare vloeivelden. Ze zijn in de weer om de greppels, geultjes en dijkjes vrij te houden van begroeiing om later dit voorjaar het water uit de Buursebeek over het grasland te laten stromen. Vloeivelden kunnen helpen bij het langer vasthouden van water en het tegengaan van verdroging.
“We hebben met bodemsensoren aangetoond dat de bodemvochtigheid hier zelfs maanden later hoger is dan elders. In droge zomers als die van 2022 was het gras hier groener dan bij de buren”, zegt Eric Brinckmann, directeur en beheerder van het 600 ha grote landgoed op de grens van Gelderland en Overijssel. Dat komt niet alleen door het gezonde macroklimaat van bijvoorbeeld pieren die met hun gangenstelsels de bodem luchtig en vochtig houden. “Uit e-DNA analyse blijkt dat vochtminnende bacteriegemeenschappen de bodem gezond houden en de uitstoot van lachgas en methaan tegengaan”, aldus Brinckmann. “Onze vloeivelden verdampen in de zomer minder vocht.”
De praktijk van het vloeien, intussen gepromoveerd tot UNESCO-erfgoed, is niet alleen van belang voor het tegengaan van droogte. het kan ook bijdragen aan het tegengaan van wateroverlast, de andere kant van de medaille van de klimaatverandering. In januari 2024 droeg het onderwater zetten van de vloeivelden er mede aan bij dat er gedurende enkele dagen flink wat beekwater werd vastgehouden. Dat vertraagde de afvoer. Mede daardoor klotste kilometers stroomafwaarts het IJsselwater net niet over de kades in Deventer.
Het vloeien van een weide (l)
en werk aan de vloeigoten vanwaaruit de hooilanden bevloeid worden (r).
Vorig jaar bleek uit historisch onderzoek dat er in Nederland nog resten liggen van 250 oude, laat-Middeleeuwse vloeivelden. Onderzoek onder leiding van landschapsarchitect Steffen Nijhuis van TU Delft moet in kaart brengen welke ervan in gerestaureerde vorm een eigentijdse bijdrage kunnen leveren in het tegengaan van weersextremen als langdurige droogte en hevige wateroverlast. Vooral in de stuwwallandschappen in Overijssel en Gelderland, maar ook in Brabant, bieden herstelde vloeivelden op landgoederen hiertoe kansen. Liggen de vloeivelden in intussen verstedelijkt gebied, dan kunnen ze mogelijk hittestress tegengaan doordat het er beduidend koeler is.
Dergelijk erfgoed kan ook bijdragen aan het vergroten van het draagvlak voor klimaatmaatregelen in de omgeving, aldus Brinckmann. “Twee keer per jaar komen niet alleen vrijwilligers maar ook bewoners uit Haaksbergen kijken als we de vloeivelden met eenvoudige handstuwtjes – ‘kroeven’ genaamd – op de juiste plaatsen in het microreliëf van onze graslanden plaatsen.”
Onderzoek Earthwork:
hoe oud zijn onze dijken?
In het mede door STOWA gefinancierde project Earthwork proberen onderzoekers van de WUR onder leiding van professor Jakob Wallinga een methode te ontwikkelen om de leeftijd van dijken en andere aardwerken te bepalen. Dat gebeurt met behulp van licht.
Aardwerken zoals woonheuvels, maar ook wallen en dijken, zijn volop aanwezig in het Nederlandse landschap. Veel van deze aardwerken werden opgericht door vroegere bewoners om hun leefomgeving te veranderen en de kwaliteit van hun leven te verbeteren. Denk aan het tegengaan van overstromingen en wateroverlast. Toch is er opmerkelijk weinig bekend over de leeftijd en aard van veel van deze aardwerken. Het dateren ervan is erg lastig en vaak ontbreekt betrouwbare historische informatie voor de datering. Het project Earthwork moet daar verandering in brengen. In het project wordt gebruik gemaakt van zogenoemde luminescentiedatering, een relatief nieuwe methode om het moment van afzetting en begraving van zand te bepalen. Vorig jaar maart gaf Jakob Wallinga bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een presentatie over dit onderzoek en de gebruikte methode. > Bekijk de presentatie op video
Het onderzoek van de WUR kan volgens Oscar van Dam van STOWA een antwoord geven op de vraag wanneer dijken en kaden werden gemaakt en verstevigd. In combinatie met andere soorten gegevens, zoals archeologische vondsten, historische bronnen en landschappelijke data over rivierdynamiek, kunnen dijkbiografieën worden gemaakt. Die kunnen van waarde kunnen zijn bij toekomstige landschapsinrichting en publieksvoorlichting. De eerste resultaten zijn hoopgevend, en duiden er op dat dijkenbouwers klei en zand gebruikten van lokale overstromingsafzettingen. Van Dam: “In combinatie met oude archieftekeningen zouden we wellicht ook kunnen achterhalen in hoeverre de destijds aangehouden aanleghoogte nog overeenkomt met de hoogte van nu en in hoeverre er zetting heeft plaatsgevonden. Dat kan mogelijk nieuw licht werpen op de beste wijze waarop we dijken en kaden kunnen ophogen.”
Sleutelfactoren Stedelijke Waterhuishouding verrijkt met cultuurhistorie
In het project Sleutelfactoren Stedelijke Waterhuishouding heeft STOWA negen sleutelfactoren laten ontwikkelen die samen inzicht geven in het functioneren van het stedelijk watersysteemsysteem. Maar wat zou de meerwaarde zijn van het toevoegen van een tiende: cultuurhistorie? Veel, zo blijkt uit pilots in Breda en Den Bosch.
Hoe zit de stedelijke watersysteem precies in elkaar: hoeveel bergings- en afvoercapaciteit heeft het systeem? Hoe zit het met de verwerking van piekafvoeren na hevige regenval? Het zijn vragen die kunnen worden beantwoord met de Sleutelfactoren Waterhuishouding. Dat inzicht kan bijvoorbeeld helpen bij het nemen van maatregelen voor het tegengaan van stedelijke wateroverlast, of het bepalen van de beste locatie voor stedelijke waterberging. STOWA en RCE waren benieuwd of het toevoegen van cultuurhistorie zou kunnen leiden tot extra inzichten.
“Nederland is na de Tweede Wereldoorlog zeer grondig verbouwd. Overal werden grootschalig nieuwe woonwijken aangelegd en dat gebeurt nog steeds. In de slipstream daarvan werden veel nieuwe stedelijke watersystemen ontworpen, of ingrijpend aangepast. Maar hoe functioneerde de waterhuishouding voor die ingrijpende verbouwing? En helpt dat inzicht bij het oplossen van problemen en uitdagingen nu?” Aan het woord is de verantwoordelijke programmamanager Bert Palsma, die liet onderzoeken of dat inderdaad het geval is. Dat gebeurde in twee pilots, onder meer in Den Bosch. Daar liet hij samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Waterschap Aa en Maas aan de hand van de Sleutelfactoren Waterhuishouding het historische watersysteem in kaart brengen in en om nieuwbouwwijk De Groote Wielen. Aan de hand van oude illustraties en kaartmateriaal werd de oorspronkelijke waterhuishouding ontleed. Palsma: “Daaruit kwam onder meer naar voren dat de waterberging wellicht gedeeltelijk op een andere locatie aangelegd had kunnen worden, namelijk op de plek die van nature al het meest nat was. Dat bleek uit oude kaarten.”
Volgens Palsma werden beide casussen door de betrokken waterschappen zeer enthousiast ontvangen: “De oude kaarten leverden direct inspiratie op voor andere opgaven in de omgeving. Opvallend was dat bijna niemand wist dat veel van deze historische kaarten via de website van RCE gewoon online beschikbaar zijn.” Dat cultuurhistorie onderdeel gaat worden van de Sleutelfactoren Waterhuishouding staat vast. Op dit ogenblik wordt nog nagedacht welke vorm dat precies krijgt: als integraal onderdeel, of als een aparte bijlage. (BvW)
Meer weten?
> Bekijk de projectpagina over de Sleutelfactoren Waterhuishouding
STOWATERINFOOTJES
WATER
Vloeivelden: Middeleeuws relict met actuele toepassing
Dit voorjaar zijn ze er weer, op landgoed Het Lankheet bij Haaksbergen. Circa vijftig vrijwillige ‘vloeiers’ - waaronder gidsen, schippers en brouwers - onderhouden 20 hectare vloeivelden. Ze zijn in de weer om de greppels, geultjes en dijkjes vrij te houden van begroeiing om later dit voorjaar het water uit de Buursebeek over het grasland te laten stromen. Vloeivelden kunnen helpen bij het langer vasthouden van water en het tegengaan van verdroging.
“We hebben met bodemsensoren aangetoond dat de bodemvochtigheid hier zelfs maanden later hoger is dan elders. In droge zomers als die van 2022 was het gras hier groener dan bij de buren”, zegt Eric Brinckmann, directeur en beheerder van het 600 ha grote landgoed op de grens van Gelderland en Overijssel. Dat komt niet alleen door het gezonde macroklimaat van bijvoorbeeld pieren die met hun gangenstelsels de bodem luchtig en vochtig houden. “Uit e-DNA analyse blijkt dat vochtminnende bacteriegemeenschappen de bodem gezond houden en de uitstoot van lachgas en methaan tegengaan”, aldus Brinckmann. “Onze vloeivelden verdampen in de zomer minder vocht.”
Het vloeien van een weide
en werk aan de vloeigoten vanwaaruit de hooilanden bevloeid worden.
De praktijk van het vloeien, intussen gepromoveerd tot UNESCO-erfgoed, is niet alleen van belang voor het tegengaan van droogte. het kan ook bijdragen aan het tegengaan van wateroverlast, de andere kant van de medaille van de klimaatverandering. In januari 2024 droeg het onderwater zetten van de vloeivelden er mede aan bij dat er gedurende enkele dagen flink wat beekwater werd vastgehouden. Dat vertraagde de afvoer. Mede daardoor klotste kilometers stroomafwaarts het IJsselwater net niet over de kades in Deventer.
Vorig jaar bleek uit historisch onderzoek dat er in Nederland nog resten liggen van 250 oude, laat-Middeleeuwse vloeivelden. Onderzoek onder leiding van landschapsarchitect Steffen Nijhuis van TU Delft moet in kaart brengen welke ervan in gerestaureerde vorm een eigentijdse bijdrage kunnen leveren in het tegengaan van weersextremen als langdurige droogte en hevige wateroverlast. Vooral in de stuwwallandschappen in Overijssel en Gelderland, maar ook in Brabant, bieden herstelde vloeivelden op landgoederen hiertoe kansen. Liggen de vloeivelden in intussen verstedelijkt gebied, dan kunnen ze mogelijk hittestress tegengaan doordat het er beduidend koeler is.
Dergelijk erfgoed kan ook bijdragen aan het vergroten van het draagvlak voor klimaatmaatregelen in de omgeving, aldus Brinckmann. “Twee keer per jaar komen niet alleen vrijwilligers maar ook bewoners uit Haaksbergen kijken als we de vloeivelden met eenvoudige handstuwtjes – ‘kroeven’ genaamd – op de juiste plaatsen in het microreliëf van onze graslanden plaatsen.”
Onderzoek Earthwork:
hoe oud zijn onze dijken?
In het mede door STOWA gefinancierde project Earthwork proberen onderzoekers van de WUR onder leiding van professor Jakob Wallinga een methode te ontwikkelen om de leeftijd van dijken en andere aardwerken te bepalen. Dat gebeurt met behulp van licht.
Aardwerken zoals woonheuvels, maar ook wallen en dijken, zijn volop aanwezig in het Nederlandse landschap. Veel van deze aardwerken werden opgericht door vroegere bewoners om hun leefomgeving te veranderen en de kwaliteit van hun leven te verbeteren. Denk aan het tegengaan van overstromingen en wateroverlast. Toch is er opmerkelijk weinig bekend over de leeftijd en aard van veel van deze aardwerken. Het dateren ervan is erg lastig en vaak ontbreekt betrouwbare historische informatie voor de datering. Het project Earthwork moet daar verandering in brengen. In het project wordt gebruik gemaakt van zogenoemde luminescentiedatering, een relatief nieuwe methode om het moment van afzetting en begraving van zand te bepalen. Vorig jaar maart gaf Jakob Wallinga bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een presentatie over dit onderzoek en de gebruikte methode. > Bekijk de presentatie op video
Het onderzoek van de WUR kan volgens Oscar van Dam van STOWA een antwoord geven op de vraag wanneer dijken en kaden werden gemaakt en verstevigd. In combinatie met andere soorten gegevens, zoals archeologische vondsten, historische bronnen en landschappelijke data over rivierdynamiek, kunnen dijkbiografieën worden gemaakt. Die kunnen van waarde kunnen zijn bij toekomstige landschapsinrichting en publieksvoorlichting. De eerste resultaten zijn hoopgevend, en duiden er op dat dijkenbouwers klei en zand gebruikten van lokale overstromingsafzettingen. Van Dam: “In combinatie met oude archieftekeningen zouden we wellicht ook kunnen achterhalen in hoeverre de destijds aangehouden aanleghoogte nog overeenkomt met de hoogte van nu en in hoeverre er zetting heeft plaatsgevonden. Dat kan mogelijk nieuw licht werpen op de beste wijze waarop we dijken en kaden kunnen ophogen.”
Sleutelfactoren Stedelijke Waterhuishouding verrijkt met cultuurhistorie
In het project Sleutelfactoren Stedelijke Waterhuishouding heeft STOWA negen sleutelfactoren laten ontwikkelen die samen inzicht geven in het functioneren van het stedelijk watersysteemsysteem. Maar wat zou de meerwaarde zijn van het toevoegen van een tiende: cultuurhistorie? Veel, zo blijkt uit pilots in Breda en Den Bosch.
Hoe zit de stedelijke watersysteem precies in elkaar: hoeveel bergings- en afvoercapaciteit heeft het systeem? Hoe zit het met de verwerking van piekafvoeren na hevige regenval? Het zijn vragen die kunnen worden beantwoord met de Sleutelfactoren Waterhuishouding. Dat inzicht kan bijvoorbeeld helpen bij het nemen van maatregelen voor het tegengaan van stedelijke wateroverlast, of het bepalen van de beste locatie voor stedelijke waterberging. STOWA en RCE waren benieuwd of het toevoegen van cultuurhistorie zou kunnen leiden tot extra inzichten.
“Nederland is na de Tweede Wereldoorlog zeer grondig verbouwd. Overal werden grootschalig nieuwe woonwijken aangelegd en dat gebeurt nog steeds. In de slipstream daarvan werden veel nieuwe stedelijke watersystemen ontworpen, of ingrijpend aangepast. Maar hoe functioneerde de waterhuishouding voor die ingrijpende verbouwing? En helpt dat inzicht bij het oplossen van problemen en uitdagingen nu?” Aan het woord is de verantwoordelijke programmamanager Bert Palsma, die liet onderzoeken of dat inderdaad het geval is. Dat gebeurde in twee pilots, onder meer in Den Bosch. Daar liet hij samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Waterschap Aa en Maas aan de hand van de Sleutelfactoren Waterhuishouding het historische watersysteem in kaart brengen in en om nieuwbouwwijk De Groote Wielen. Aan de hand van oude illustraties en kaartmateriaal werd de oorspronkelijke waterhuishouding ontleed. Palsma: “Daaruit kwam onder meer naar voren dat de waterberging wellicht gedeeltelijk op een andere locatie aangelegd had kunnen worden, namelijk op de plek die van nature al het meest nat was. Dat bleek uit oude kaarten.”
Volgens Palsma werden beide casussen door de betrokken waterschappen zeer enthousiast ontvangen: “De oude kaarten leverden direct inspiratie op voor andere opgaven in de omgeving. Opvallend was dat bijna niemand wist dat veel van deze historische kaarten via de website van RCE gewoon online beschikbaar zijn.” Dat cultuurhistorie onderdeel gaat worden van de Sleutelfactoren Waterhuishouding staat vast. Op dit ogenblik wordt nog nagedacht welke vorm dat precies krijgt: als integraal onderdeel, of als een aparte bijlage. (BvW)
Meer weten?
> Bekijk de projectpagina over de Sleutelfactoren Waterhuishouding